Dit verhaal is ook te beluisteren.
Noodrantsoen, een draagbaar zonnepaneel, een slechtweerslaapzak, opvouwbare drinkbekers, zakmes, zaklamp, waterzuiveringstabletten en drie pakjes ‘Fruitkeks’ legerbiscuits. Het zijn producten uit het ‘basis noodpakket’ in een online prepshop, een webwinkel voor doomsday preppers. Mensen die er hun hobby van maken zichzelf klaar te stomen voor het einde der tijden. Waar deze preppers voorheen alleen in eigen kring bekend waren, of als aapjes werden bekeken in reality tv-programma’s, werd tijdens de coronacrisis serieus naar hun advies gevraagd. Ook klimaatverandering en de opkomst van kunstmatige intelligentie maken het vergaan van de wereld voorstelbaar. Al is het de vraag of een zaklamp en fruitkoekjes ons zullen wapenen voor de gevaren die ons boven het hoofd hangen.
Reële inschatting
Sinds de mens op de aardkorst rondloopt denkt hij na over het einde der tijden, of het nou de zondvloed was, de Apocalyps, klimaatverandering of een kernramp.
Wat er veranderd is, is dat we nu een reële inschatting kunnen maken van de kans op ons eigen uitsterven. ‘In plaats van het einde van de mensheid te conceptualiseren in mythes of via artistieke uitingen, kunnen we nu systematisch en in natuurkundige termen nadenken over onze vooruitzichten,’ zegt Oxford-filosoof en oprichter van het Future of Humanity Institute Nick Bostrom. Volgens hem is kunstmatige intelligentie een veel grotere dreiging voor het voortbestaan van de mens dan klimaatverandering. ‘We moeten onszelf niet als immuun beschouwen voor uitsterven,’ schrijft Bostrom in een mail. ‘En de kans dat wij uitsterven juist betrekken bij onze pogingen langs de potentiële dreigingen voor al het bestaan op aarde te navigeren.’
‘Idealisten moeten hun ideologische ijver temperen met bescheidenheid, speelsheid en wat ouderwets gezond verstand.’
Mensen blijven volgens Bostrom opvallend slecht in prognoses voor de lange termijn. ‘Soms vraag ik me af of het niet beter zou zijn als we het niet eens zouden proberen. Maar ik geloof wel dat we ons best moeten doen om die wijsheid te ontwikkelen.’
En dat is waar zijn instituut zich al jaren voor inzet. Een langetermijnblik is volgens Bostrom echter alleen heilzaam wanneer die een zekere bescheidenheid in zich draagt en gevoed wordt door nieuwsgierigheid, in plaats van fanatisme of dogmatisch denken. Hij maakt zich zorgen dat de geschiedenis van fascisme en communisme zich zal herhalen als utopische denkers, hoe aantrekkelijk of ethisch gemotiveerd hun visie ook is, hun doel om de mens tegen uitsterven te beschermen met een soortgelijk fanatisme najagen. ‘Idealisten moeten hun ideologische ijver temperen met bescheidenheid, speelsheid en wat ouderwets gezond verstand.’
Utopisch denken
Om de hoek van Bostroms Future of Humanity Institute werkt filosoof-utopist William MacAskill, al noemt hij zijn ideale wereld liever ‘eutopia’ (goede plek). In zijn Centre for Effective Altruism bouwt MacAskill aan een ‘radicaal betere wereld’. Hiertoe gebruiken MacAskill en zijn collega’s onder ander het 80.000 hours-principe, waarin ze onderzoeken hoe mensen met de 80.000 uur die ze aan (fulltime) werk besteden in hun leven de grootste positieve sociale impact kunnen maken op de wereld. Afgelopen jaar bracht MacAskill het boek What We Owe the Future uit, een ‘gids voor een betere toekomst’, want onze acties zullen er volgens MacAskill toe leiden dat miljoenen toekomstige mensen ofwel een ellendig leven ofwel een weldadig bestaan te wachten staat. Het gevaar van ons eigen uitsterven zouden we onder andere moeten afwenden door het proberen voorkomen van een derde wereldoorlog of nieuwe, dodelijke pandemie, door regelgeving op kunstmatige intelligentie, maar ook door een superintelligente AI te programmeren om digitale kopieën te maken van alle levende mensen.
Het klinkt geruststellend: door je leven zo efficiënt mogelijk in te richten en te focussen op de lange termijn, kunnen we invloed uitoefenen op de honderden jaren die voor ons liggen, en misschien wel wat van de grootste problemen van de mensheid oplossen. Maar hoe goed is de mens daadwerkelijk in staat om in te spelen op situaties die zich nog niet hebben voorgedaan en behoeftes van komende generaties? Er is een bekende anekdote over het ‘Cobra Effect’ uit Delhi, waarbij de Engelse koloniale overheersers een beloning uitschreven voor iedereen die een cobra zou doden, om zo het probleem van te veel giftige slangen in de stad op te lossen. Het plan leek succesvol, tot ondernemende mensen zelf cobra’s gingen fokken om inkomsten te genereren. Toen de overheid hierachter kwam, schrapten ze de beloning. Waarna de fokkers de vele slangen, nu waardeloos, loslieten op de straten en de cobrapopulatie zich juist verder uitbreidde.
‘Als we het democratisch willen aanpakken, zal je regelgeving uiteindelijk toch niet kunnen ontlopen.’
Hoe goedbedoeld onze acties ook zijn, alle toekomstige effecten kunnen we maar moeilijk voorspellen in een wereld die complex en veranderlijk is. En hoe democratisch is de benadering van MacAskill eigenlijk?
Uitsterven tegengaan
Voor het democratisch tegengaan van ons eigen uitsterven is volgens de Nederlandse datawetenschapper Otto Barten ten eerste een goed geïnformeerd publiek nodig. Daartoe runt hij al twee jaar het Existential Risk Observatory, een organisatie die als voornaamste doel heeft het publieke debat te informeren. Net als Bostrom ziet Barten kunstmatige intelligentie juist als grootste dreiging voor ons voortbestaan. Hij volgt de redenering van filosoof Toby Ord. ‘Met het bevechten van de gevolgen van klimaatverandering houden zich miljoenen mensen bezig. En met de risico’s van kunstmatige intelligentie maar zo’n driehonderd. Terwijl de kans op uitsterven door AI die de mens voorbijgaat in intelligentie vele malen groter is dan door klimaatverandering.’
En het uitsterven van andere soorten dan de mens? ‘Wij richten ons wel voornamelijk op het uitsterven van de mens,’ zegt Barten. ‘Al geloof ik dat kunstmatige superintelligentie evolutionair ook niet veel goeds zou betekenen voor andere soorten.’
In het bevechten van een almachtige kunstmatige intelligentie ziet Barten grofweg twee opties: de intelligentie-explosie door laten gaan, en tegelijkertijd proberen de AI veilig te houden, of nieuwe kunstmatige intelligentie niet ontwikkelen, tot zeker is dat het veilig is. ‘In het eerste geloof ik eigenlijk niet,’ zegt hij. ‘En als we het democratisch willen aanpakken, zal je regelgeving uiteindelijk toch niet kunnen ontlopen.’
Weinig gevarieerde genenpoel
Veel aanhangers van effectief altruïsme noemen generatie Z, die minder wil werken en meer tijd wil besteden aan interesses, laks en proberen ze over te halen om hun tijd zo efficiënt mogelijk voor iets goeds in te zetten. Maar er is ook iets te zeggen voor het verwerpen van het economisch model van fulltime en zo effectief mogelijk werken. Hoe meer arbeidsproductiviteit er is, al wordt het aan iets goeds besteed, hoe meer we de planeet namelijk ook belasten.
Sterker nog: volgens de Britse evolutiebioloog en paleontoloog Henry Gee is een toename in economische productiviteit direct gerelateerd aan een afname van de bevolkingsgroei. Met ons huidige economische model werken we misschien wel ons eigen uitsterven in de hand. Wanneer we in een wereld met eindige hulpbronnen een gestage economische groei nastreven, schreef Gee in 2020 in Scientific American, dan is dat niet alleen slecht voor miljoenen andere soorten, maar ook voor de bestaansvooruitzichten van de mens zelf. We moeten harder en langer werken om dezelfde levensstandaard te behouden. Mensen raken ontmoedigd om aan kinderen te beginnen of stellen het zo lang uit dat hun vruchtbaarheid begint af te nemen. Ook is de kwaliteit van mensensperma volgens Gee hard achteruitgegaan door vervuiling en stress, onder andere door te dicht op elkaar te leven in grote steden in plaats van in ons ‘natuurlijke habitat’; verspreid in groepen over het land.
Antinatalisten
Er zijn ook mensen die zich verheugen op het uitsterven van onze eigen soort. Antinatalisten, waartoe de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) gerekend wordt, geloven dat geboren worden een negatieve waarde heeft. De moderne stroming van deze filosofie is in opkomst onder een groep die oppert dat het voor mensen zelfs moreel bezwaarlijk is om zich voort te planten.
Antinatalisten geloven dat het leven enkel lijden is, en dat onze problemen toch niet op te lossen zijn. Maar je hoeft geen bezwaar te hebben tegen geboorten om je te verheugen op ons uitsterven. Paleontoloog John de Vos vertelt in een interview in de Volkskrant dat hij zich verheugt op het uitsterven van de mens, en het zelfs jammer vindt dat hij daar geen getuige van kan zijn. Hij noemt onze geboorte het enige nut van ons bestaan. ‘De rest is vermaak.’
Onszelf plaatsen in een langetermijncontext en nadenken over ons eigen uitsterven zorgt ook voor herwaardering van ons eigen bestaan. MacAskill laat de lezer in What We Owe the Future een gedachte-experiment uitvoeren: beeld je in dat je niet alleen je eigen leven hebt geleefd, maar aaneengesloten dat van alle organismen uit de geschiedenis van de wereld. Beginnend als vis en reptiel, miljoenen jaren als verschillende dinosauriërs en uiteindelijk slechts een honderdmiljardste van al je jaren als mens. In die korte tijd als bewust wezen zou je beseffen dat jij, als mens, een groot deel van je natuurlijke omgeving en je voorouders de vernieling in hebt geholpen.
Een religie aanhangen is een manier voor de mens om om te kunnen gaan met het grote niets, die moeilijk te bevatten eigen sterfelijkheid.
Een nogal sinister beeld, dat de geboorte van de mens bijna gelijkstelt aan de Apocalyps. Als onze voorouders eeuwen terug dit gedachte-experiment hadden toegepast en duizenden jaren vooruit hadden gedacht, hadden zij ons dan nog wel de moeite waard gevonden? Waren wij tevreden geweest met een beslissing die men honderd of tweehonderd jaar geleden, vanuit de tijdgeest van toen, voor ons had gemaakt? En hoe kun je zoiets überhaupt beslissen voor een volgende generatie, voor een soort of zelfs voor de rest van je eigen leven? Effectief altruïsten proberen het door wezens en entiteiten een ‘moreel gewicht’ toe te bedelen. De definitie van moreel gewicht is hierbij ‘de capaciteit om de wereld te ervaren’. Mensen krijgen volgens de redenatie meer moreel gewicht dan bijvoorbeeld planten. Apen meer dan vissen. Terwijl we de intelligentie van het hele ecosysteem in gelijke mate nodig hebben voor al ons voortbestaan, en het nog maar de vraag is of juist ons ratio ons meer in staat stelt de wereld te ervaren, dan bijvoorbeeld het voelen van het aardmagnetische veld door bijen.
In het licht van het voorgaande gedachte-experiment krijgt het effectieve altruïsme ook een bijsmaak van boetedoening, waarbij we onze evolutionaire erfzonde aflossen in de vorm van een vooruitbetaling aan volgende generaties. Elk uur van ons leven moet dan zo efficiënt mogelijk in het teken staan van het toekomstige, aangename voortbestaan van onze soort. En wat aangenaam is, is door een selecte groep mensen voor ons en al die volgende generaties ingevuld. Het heeft inderdaad wat weg van de fanatische ideologieën waar Bostrom het over had. En dat is niet gek, want een religie aanhangen is nou juist een manier voor de mens om om te kunnen gaan met het grote niets, die moeilijk te bevatten eigen sterfelijkheid.
De dood aanstaren
Irvin D. Yalom, een bekende Amerikaanse psychiater en auteur van meerdere boeken, schrijft dat veel vragen in zijn psychotherapiepraktijk terug te voeren zijn op die ene grote vraag: hoe ga ik om met mijn eigen sterfelijkheid? Hij wijdde er een heel boek aan, Staring at the Sun, omdat we de dood, net als de zon, niet recht aan kunnen kijken. Zelfbewustzijn is een grote gift, schrijft hij, een cadeau dat even waardevol is als het leven zelf. Want het maakt ons mens. Maar dit cadeau heeft een prijs: de pijn van onze sterfelijkheid. Ons bestaan is voor altijd overschaduwd door het weten dat we zullen groeien, bloeien en, uiteindelijk, verdwijnen en sterven.
Veel van onze alledaagse angsten en neurosen zijn volgens Yalom terug te voeren op de doodsangst. Tieners proberen de dood en daarmee de angst te tarten door risicovol gedrag, gewelddadige videogames of het kijken van horrorfilms. In onze vroege volwassenheid raakt de dood vaak even op de achtergrond, wanneer carrière maken en het opvoeden van kinderen onze volle aandacht vragen. Maar daarna, tijdens de midlifecrisis, steekt de angst nog krachtiger de kop op. Om de terreur van de aanstaande dood te verzachten, richten we ons via onze kinderen op de toekomst, vergaren we materiële weelde, ontwikkelen we obsessief beschermende rituelen of geloven we in een grote redder. De pijnlijke scheiding van alles, die de dood brengt, proberen we te ontstijgen door te proberen te versmelten met een geliefde, een missie, een gemeenschap of God. Doodsangst is volgens Yalom de moeder van alle religies.
De dreiging van ons eigen uitsterven is in ieder geval een krachtig overtuigingsmiddel om mensen aan te zetten tot actie. De klimaatbeweging is de grootste massabeweging rondom een wereldwijd uitsterfrisico sinds de protesten tegen kernwapens in de jaren tachtig. De klimaatactivisten van Extinction Rebellion gebruiken het uitsterven zelfs in hun naam. Volgens Bostrom laat deze beweging zien dat mensen zich nog steeds kunnen verenigen om een groot, gezamenlijk probleem te bestrijden. Maar zulke bewegingen zijn ook altijd modegevoelig. Zo blijft de dreiging van een nucleair armageddon volgens Bostrom onverminderd groot voor ons voortbestaan, maar is onze generatie ten opzichte van die van onze ouders de interesse voor die strijd verloren. Maar misschien heeft elke generatie zijn eigen strijd te voeren, en is dat wat ons verenigt.
Onder ogen zien
Het onder ogen zien van ons eigen uitsterven kan ons ook bescheiden stemmen. Zoals de dood van een geliefde ons het leven doet herwaarderen, zo kan de potentiële dood van onze soort ons misschien al het leven op de wereld meer doen waarderen, zonder daar direct een efficiëntiemodel op los te laten of alle risico’s te willen vermijden. In dat opzicht is Generatie Z misschien allesbehalve lethargisch, en zien ze het juist helder: je terugtrekken uit het economische model dat het uitsterven van soorten mede in de hand werkt, en kiezen voor meer tijd om simpelweg te leven, is juist een activistische daad.
Het vraagt hoe dan ook dapperheid en moed om er het beste van te maken, ondanks het risico om (uit) te sterven. ‘Als mensen zich zorgen maken om ons gezamenlijke lot, zou ik ze aanraden om in ieder geval íets aan het probleem te doen dat ze het ergst vrezen,’ zegt Bostrom. ‘Er zit een zekere geruststelling in het kunnen denken dat wat er ook gebeurt, je in ieder geval je best hebt gedaan.’
En laten we daarbij ook niet vergeten om stil te staan en te genieten. Of zoals de Franse dichter Jean Richepin (1849-1926) schreef: ‘Als ik onsterfelijk zou zijn, zou ik de dood uitvinden om plezier te kunnen beleven aan het leven.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.