Een beroemde speech die schrijver David Foster Wallace hield voor een groep afstuderende studenten begint met een parabel die ik zo vaak voorbij heb zien komen, dat ik me had voorgenomen hem zelf nooit te gebruiken. Maar hier gaat-ie dan toch: twee jonge vissen passeren een oudere vis. Die geeft hun een knikje, en zegt: ‘Morgen, jongens. Hoe is het water?’ De twee jonge vissen kijken elkaar aan: ‘What the hell is water?’
Bij Foster Wallace was dit het begin van een lang en wijs verhaal over de waarde van geesteswetenschappen en je plek in de wereld, en hoe je je verhoudt tot anderen. Maar mij doet het denken aan de millennial. Voor hen geldt namelijk min of meer het omgekeerde.
Als mensen geboren tussen 1980 en 1995 de vissen in dit verhaal zouden zijn, en het water het concept ‘millennial’, dan zijn de vissen zich juist overdreven bewust van het water, omdat hun sinds een jaar of tien voortdurend wordt verteld dat het water bestaat. Onze onvolwassen benadering van het leven, onze behoefte aan zelfrealisatie, de avocado’s op toast die we eten (en waardoor we volgens een populaire meme geen huis zouden kunnen kopen), het ons gemakzuchtig en nostalgisch toe-eigenen van een quote van David Foster Wallace. Millennials vinden dit soort dingen heel erg millennial van zichzelf – een hyperbewustzijn dat grenst aan het karikaturale.
Ik las dus met interesse het stuk ‘Generation Overload’ van de Amerikaanse hoogleraar en Pulitzer-prijswinnaar Louis Menand, die het gepraat over generaties maar onzinnig vindt. Hij beschrijft hoe het hedendaagse gebruik van het woord is voortgekomen uit de reclamewereld, die in de jaren vijftig en zestig jongeren ontdekte als gigantische afzetmarkt.
Plots ging het allemaal over de stijl en de waarden van jonge mensen; om ‘jeugdcultuur’. Om die af te bakenen in groepen – aan te geven waar de ene cultuur begon en de andere ophield, opdat duidelijk was wat aan wie verkocht kon worden – werd de term ‘generatie’ geleend uit de biologie, waar elke reeks nageslacht als nieuwe generatie geldt. Voor mensen zou dat dus een jaar of dertig moeten zijn, maar de generaties waar wij het over hebben, bestrijken meestal vijftien tot twintig geboortejaren: generatie X vanaf 1960, millennials van 1980 tot 1995, en daarna generatie Z. ‘Van mensen die in zo’n periode zijn geboren, wordt verwacht dat zij een set karakteristieken met zich meedragen, die hen anders maakt dan mensen die eerder of later zijn geboren.’ Maar het verschil tussen een boomer en een Gen X’er, zegt Menand, is net zo weinig betekenisvol als dat tussen een Leeuw en een Maagd.
Wat is het probleem?
Menand heeft een punt: ik (millennial) lijk wellicht minder op een freelancende bouwvakker van dezelfde leeftijd dan op een boomer-lezer van dit stuk, of de Gen Z’er die het online zet. Maar het is zonde om het generatie-concept af te doen als gladde marketing. Dan missen we namelijk een lens om sociale en culturele ontwikkelingen te bestuderen die ons zonder die lens misschien niet eens zouden opvallen.
Een goed voorbeeld hoorde ik onlangs in een aflevering van de podcast Decoder Ring, die ging over selling out: het compromitteren van je integriteit en authenticiteit ten behoeve van persoonlijk (meestal geldelijk) gewin. Volgens de podcast was het ‘de definiërende zorg van Generatie X’. ‘Overkomen alsof je iets probeerde te verkopen was ontzettend gênant,’ vertelt Helen Childress, een Gen X’er die een film maakte over het onderwerp (Reality Bites, met Winona Ryder). Ze besloot een optreden in de talkshow van Oprah Winfrey – een unieke kans om haar film en zichzelf te promoten – af te slaan.
Millennials houden van populariteit zoals Gen X’ers die minachtten.
Dat deed ook schrijver Jonathan Franzen, een goede vriend en generatiegenoot van David Foster Wallace. In 2001 nodigde Winfrey hem uit om zijn roman The Corrections te bespreken, als onderdeel van haar beroemde leesclub. Hoewel Franzen met dit boek juist een mainstream publiek had gezocht, maakte het commerciële stempel van de Oprah-leesclub, dat op de cover van het boek zou prijken, hem ongemakkelijk. In interviews maakte hij zich zorgen over wat zijn vaste lezers en andere schrijvers van hem zouden denken. Hij zei sommige van Oprah’s andere leesclub-keuzes niet goed genoeg te vinden en bang te zijn dat mannen zouden denken dat het een vrouwenboek was. Hij deed er zo moeilijk (en seksistisch) over, dat Winfrey de uitnodiging onder veel media-aandacht weer introk.
Zo’n voorval zou zich in mijn eigen generatie niet snel voordoen: millennials houden van populariteit zoals Gen X’ers die minachtten. Later in de podcast komt filmmaker Childress nog even aan het woord, en vertelt ze over een gesprek dat ze recent had met haar dochters over selling out. Zij hadden nog nooit van de term gehoord, en toen hun moeder het ze uitlegde, snapten ze niet wat het probleem was. Zoals een gesponsorde post op Instagram? Dat is toch een prachtige manier om geld te verdienen?
De waarden van Gen X
De angst een sellout te zijn behoort al lang tot het verleden. Om mee en vooruit te komen, zul je jezelf van voor, achter en opzij moeten verkopen. Millennials, en de generaties na hen, zijn volwassen geworden met de ideale gereedschappen daartoe (smartphones en sociale media) en gebruiken ze met gusto.
Nu kunnen we beargumenteren, zoals Menand misschien zou doen, dat Franzen een uitzonderlijke telg van zijn generatie was, niet gemiddeld of representatief genoeg om zijn keuzes als kenmerkend te zien; dat veel Gen X’ers hartstikke commercieel waren; dat het idee van selling out ook al onder babyboomers bestond; dat niet elke millennial zich verkoopt; dat Franzen in 2010 alsnog bij Oprah zat voor de promotie van zijn roman Freedom. Allemaal waar.
Toch laat dit verhaal iets waarachtigs zien, iets wat 2010 of 2021 anders maakt dan de jaren negentig: de waarden van een tijd die zich in de mentaliteit van de jonge generatie nestelen. Het gaat om een gemeenschappelijke deler – je hebt iets specifieks met elkaar gemeen – waar iets in te ontdekken valt. Er is maar een relatief kleine groep nodig om daar uitdrukking aan te geven. Franzen, Wallace, een paar filmmakers. Boomer Oprah zelf ook, trouwens: voor haar was de leesclub (die haar veel kijkers kostte) een manier om zich minder sellout te maken. Het is moeilijk hard te maken of ze dat deed onder invloed van de waarden die Gen X uitdrukten, maar het lijkt me waarschijnlijk. De aandacht die het debacle met Franzen kreeg, geeft op zichzelf al aan hoe betekenisvol het idee van selling out werd gevonden.
Bovendien is er vaak een relevante maatschappelijk verklaring te ontdekken achter die culturele verschillen tussen generaties. Decoder Ring-presentator Willa Paskin stipt bijvoorbeeld aan dat de angst een sellout te zijn zich voordoet in tijden van overvloed. ‘Het is een zorg die opduikt als het geld tegen de plinten klotst en mensen zich veilig genoeg voelen om er nee tegen te zeggen’ – zoals in de jaren negentig. Dat het tegenwoordig heel normaal is om jezelf te verkopen, en tieners vaak niet eens weten wat selling out betekent, zou heel goed een teken kunnen zijn van de gebrekkige economische zekerheid die jonge generaties ervaren.
‘Wat is een generatie?’ vraagt Malcom Harris in zijn boek Kids These Days. Human Capital and the Making of Millennials. ‘We know it when we see it.’
En wie kijkt, het liefst voorbij de avocado-toast, ziet fenomenen, verschillen en ontwikkelingen die het waard zijn benoemd te worden. En verklaringen die een stuk betekenisvoller zijn dan iemands sterrenbeeld.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.