Het had mij niet verbaasd als Arnon Grunberg De dood in Taormina de ondertitel ‘een komedie’ had gegeven. Er worden zoveel grote woorden op een lichtzinnige manier gebruikt dat daar alle reden voor is. Er wordt zorgeloos met ‘verlossing’, ‘doodsangst’, ‘vergiffenis,’ ‘verlangen’, ‘offeren’, ‘het kwaad’, ‘schaamte’, ‘doornenkroon’ en ‘avontuur’ gestrooid. Die woorden verliezen zo hun gewicht, alsof ze niks zijn gaan kosten. Zelda, de hoofdpersoon en de schrijver van het relaas, zegt dat ze mannen wil ‘verlossen’.
Waarvan? ‘Er is altijd wel iets waarvan je ze moet verlossen’. Hoe serieus is Zelda? Is ze een wereldse non met nimfomane en apostolische trekjes, of is ze gewoon een uithuizige vrouw van vijfentwintig die spelletjes speelt met mannen? Ze is iets van allebei, maar dat maakt haar wel tot een weinig serieus en springerig personage. Ze leeft voor de helft in fantasieën. Ze noemt zichzelf een ‘stationshal’, ze blijft nooit ergens lang.
Grunberg geeft haar als verteller wel een serieuze achtergrond. Op achtjarige leeftijd vertrok haar moeder naar Canada om zich bij de vrouw te voegen die ze via een datingsite had leren kennen. Zelda groeide op bij haar bezorgde maar soepele vader en met de maandelijkse brieven van haar moeder. Dat voorkwam niet dat ze zich ging aansluiten bij ‘een jeugdbende’. Daarin fungeerde ze als ‘lokeend’, een meisje dat het slachtoffer (‘dat ook altijd dader is’) om de tuin leidt, in de val van de jonge criminelen laat lopen.
Wat ze precies doet krijgen we nooit te horen, maar ze heeft er, na de bende te hebben verlaten, een sterke behoefte aan manipulatie, aan spelen met mensen, aan overgehouden. Ze heeft zichzelf een perverse ‘missie’ aangepraat: ze wil ‘de vroedvrouw van het verlangen’ van mannen zijn. Niet het gewone verlangen, maar het verlangen naar ‘wat ze niet durfden maar toch wilden’. Hoewel Zelda een en al zelfstandigheid is zou ze toch ‘bang ter wereld’ zijn gekomen. Ook ‘eenzaamheid’ komt uit de grote woorden-hoedendoos: Zelda zou zich ‘meestal eenzaam bij mensen’ voelen. En Zelda piekert over de vraag of ze wel een goed karakter heeft.
kameleon
Grunberg ontleent aan het lexicon van suggestieve woorden ook nog ‘kameleon’ voor Zelda. Een kameleon dat is ze: iemand die zich altijd aanpast, schutkleuren zijn haar lievelingskleuren. Wanneer de Zweeds-Nederlandse operaregisseur Rasmus haar verloren aantekenboekje terugbezorgt wordt ze een dag later zijn assistent. Om onderzoek te doen voor een opera over Aleppo, de door oorlog geplaagde Syrische stad.
Het is goed om cruciale vragen te stellen, maar niet zo veel tegelijk in een roman. Het lijkt boeiend, maar zorgt voor pijnlijke overkill.
Rasmus is in alles groot, fysiek, maar ook in ideeën en plannen. Hij is getrouwd, maar heeft altijd mooie Zuid-Europese jongens in de buurt. Via hem ontmoet ze Jona, een met twee Louis d’Ors bekroonde acteur die door zijn familie uit huis is gedreven. Hij is iemand die ‘gevaarlijk’ wil zijn, maar zijn kwaadaardigheid is goedaardig en dat ‘ontroert’ Zelda. Jona leeft bijna zijn hele leven in onmin met zijn moeder die hem niet binnen laat als hij aanbelt. Hij is ook nog een tijd haar ‘minnaar’ geweest, om het nog wat gecompliceerder te maken. Tot de entourage van Rasmus behoort ook de Zweedse jongen Per, zijn chauffeur, die Zelda ontmoet wanneer hij op een arrogante manier zegt dat ze in de coulissen in de weg staat.
een komedie
De dood van Toarmina is een komedie. Grunberg confronteert zijn personages regelmatig met verstrekkende existentiële vragen: of ze wel gelukkig zijn, hoe het met je doodsangst staat, of ze zich schamen voor hun verlangens, hoe is het met de demonen? Vind je het leven nog een avontuur? Moet je niet een offer brengen? Loopt alles niet uit op verveling? Is de wereld niet één verwijt? Moet ik wel blijven leven? Zoveel cruciale vragen ondergraven het bestaan. Het brengt alles tot een ondraaglijke essentie terug. Het is goed om zulke vragen te stellen, maar niet zo veel tegelijk in een roman. Het lijkt boeiend, maar zorgt voor pijnlijke overkill.
De operaregisseur Rasmus dirigeert Grunberg naar de achtergrond, op de voorgrond komen Jona en Per. Zelda wil zich over de ‘demonen’ van Jona gaan ontfermen, maar die wil daar niets van weten. Hij heeft geen demonen, zegt hij, hij wil niet in haar verhalen wonen. Zelda bombardeert Jona tot haar ‘thuis’, terwijl hij niet eens een huis heeft. Per, de jongen die altijd aan een half scenario werkt, noemt ze haar ‘boshut’. Jona is ook haar ‘jungle’. In Heleen van Royen-taal zegt ze: ‘Ik vind je opwindend Jona, zoals je nu bent. Ik word geil van je, zoals jij er nu uitziet. Je bent de jungle, misschien een uitgebrand stuk jungle, maar wel de jungle.’
De spannende Per neemt ze er als minnaar bij. Hij is haar ‘avontuur’: ‘Jij bent het avontuur, lieve jongen, mijn avontuur, zoals ik het avontuur ben geweest voor heel veel mensen’. Als hij in Stockholm is laat ze hem weten dat ze zijn lichaam bewondert, ‘dat ik het zo’n mooi lichaam vond, zo volmaakt, een volmaaktheid, schreef ik, die bijna niet van deze wereld was en dat dat toch echt niet alleen te danken kon zijn aan de gekookte rijst en de tonijn uit blik die hij elke dag voor de lunch at. Hij antwoordde dat hij ‘s avonds groente at’. Dit is op de rand van slapstick.
Tegelijk met de (al dan niet voorgewende) bewondering houdt ze ze allebei voor de gek. Ze heeft ze allebei nodig om erotisch aan haar trekken te komen, maar ze zet ze ook naar haar hand. Per wordt tot de ‘bezorger van geluk’ verheven, voor Jona wil ze als een ‘doornenkroon’ zijn. Hij zal nog veel pijn lijden. Zij vindt hem een ‘half lijk’. Ze wil hem als ‘dolende’ minder dolend maken. Zelda heeft alles van een perverse pleegzuster.
omineuze voorbodes
Het is voor de roman een gunstige ontwikkeling dat hij zich gaat afspelen op het eiland Sicilië. Grunberg laat Zelda, Jona en Per daar met vakantie gaan. Het is alsof de komedie met de beperkte actieradius hotelkamer, restaurant en strand, daar ernst wordt. Nu zijn ze met zijn drieën bij elkaar en kunnen de demomen en perverse fantasieën tot leven komen. Zelda heeft als manipulator de regie. Zij moet het ‘avontuur’ mogelijk maken. Zelda had ooit gezien dat op het T-shirt van Per ‘menace’ stond, ‘dreiging’. Tijdens een diner zei hij een keer dat je ‘het kwaad niet moest vrezen’. Omineuze voorbodes. Hoe intiem Zelda ook met Jona is, hij blijft voor haar ‘een onverklaarbaar wezen’. Er wordt op allerlei manieren getweën en gedrieën ‘geneukt’, ze doen alles wat ze niet durfden maar toch wilden. Er worden hilarische teksten uitgesproken door Per: ‘Neuk haar. Neuk haar nu het nog kan. Mij kan het niets schelen. Ik heb geen gevoelens, al mijn gevoel zit in mijn scenario’.
De laatste twee delen van de roman zijn veel minder vrijblijvend. Het is alsof het ‘kwaad’ wel móet toeslaan in die beperkte actieradius van hotel, restaurant en strand. Ze overschrijden grenzen, door Zelda uitgelokt als de vroedvrouw van de wilde verlangens. Zelda gaat Per in het openbaar uitvoerig staan kussen, maakt in de lobby openlijk ruzie met Jona. Wanneer ze voorstelt samen in bad te gaan komen er bij Per en Jona kwade krachten vrij die in de hele roman hebben gesluimerd: de metaforische taal die Zelda voortdurend gebruikt staat in het teken van het kwaad: lokeend, doornenkroon, offeren, verlossing, demonen, gevaarlijk leven, slachtoffers.
De personages Zelda, Jona en Per stellen te weinig voor, hun emotionele grillen en hun preoccupatie met het kwaad zijn niet genoeg.
Het gevaarlijk spelen met de inhoud van die woorden maakt dat De dood in Taormina een roman is over in de ban raken van perverse emotionele hersenspinsels. En denken dat die uitgeleefd moeten kunnen worden: ‘je erin verliezen, omdat dat is wie we zijn, mensen die zich in verhalen verliezen.’ In werkelijkheid betekent het dat Zelda door Per in het bad onder water wordt gehouden tot ze stikt. En dat Jona erbij zit en niets doet om het tegen te gehouden. Lachend had Per gezegd: ‘Laten we de bitch verdrinken’.
Het is een sterke vondst dat Grunberg Zelda ondanks haar dood het verhaal zelf verder laat vertellen. Hoe de mannen haar in de stille nacht ongezien in de duinen begraven. Dat ze een verhaal voorbereiden dat Zelda in zee verdwenen is. Dat iedereen niet anders kan doen dan dat verhaal geloven. Dat Jona en Per gewoon doorleven en zich op een schrijnende manier schoonwassen door te zeggen dat ’ze toch niets om ons gaf’, maar dat zij wel van haar gehouden zouden hebben. Wat misschien voor de helft waar is, gezien haar manipulatieve instelling.
De laatste twee hoofdstukken kunnen De dood in Taormina niet redden. Het ontbreekt de roman aan echt interessante personages. Hoe serieus wil Grunberg zijn? Hoe boeiend is Zelda? Wat kun je met haar? Waar zit iets dat haar intrigerend zou maken? Zelda is even raadselachtig als doorzichtig, te veel stationshal. Ze is zowel manipulatief als meegaand, ze is ‘gevaarlijk’ en toch wel aardig. Jona heeft als personage alleen zijn acteurgrilligheid mee. De operaregisseur Rasmus laat Grunberg gaan, terwijl hij voor de morele dilemma’s in de roman had kunnen zorgen wanneer hij nog meer actuele en controversiële opera’s had mogen bedenken. Er zitten de nodige goed geschreven scènes in de roman, maar te weinig om als geheel te beklijven.
Zelda, Jona en Per stellen te weinig voor, hun emotionele grillen en hun preoccupatie met het kwaad zijn niet genoeg.
De dood in Taormina door Arnon Grunberg is uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.