‘Roddel en achterklap,’ zo typeerde formateur Kim Putters de berichtgeving over Pieter Omtzigt die volgens anonieme bronnen tijdens de formatiegesprekken in tranen is uitgebarsten en boos van tafel is weggelopen. Waar Omtzigt zelf de talkshowtafel opzocht om unilateraal het einde van de informatieronde af te kondigen, waren het de welbekende ‘insiders’ die vanuit de wandelgangen richting gevestigde media fluisterden over de emotionele toestand van NSC-partijleider Omtzigt.

Tijdens de vorige formatie hakte opperpolderaar Mariëtte Hamer – de langstzittende informateur in de parlementaire geschiedenis – met een soortgelijk bijltje. Ze verzuchtte na maanden praten dat het ‘inhoudelijke deel heel wat makkelijker’ was dan het politieke. D66-leider Sigrid Kaag liet namelijk niet aan de formatietafel maar via het Algemeen Dagblad weten niet met de ChristenUnie van Gert-Jan Segers te willen regeren, die op zijn beurt via dezelfde media reageerde. Bij het aanbieden van haar verslag aan de Tweede Kamer merkte Hamer op dat de partijen veel te veel met beeldvorming bezig waren. Het frustreerde de formatie: ‘Er is ook veel tijd besteed aan wat er over elkaar in de media is gezegd.’ Ze had haar hielen nog niet gelicht, of de formerende partijen gingen onder haar opvolger, informateur Johan Remkes (VVD), vrolijk verder met propjes schieten. Een anonieme partijleider deed zijn beklag over Sigrid Kaag die tijdens de gesprekken kussens bestelde in een webshop. Adviseurs van D66 lekten vervolgens richting de media dat Johan Remkes alcohol had genuttigd en ‘warrig’ was.

minder gewicht

Het Kamerwerk gaat intussen gewoon door. Maar hoe ziet dat er eigenlijk uit, in het – volgens Kamerlid Stephan van Baarle (DENK) – ‘limboland’? Officieel zijn er geen coalitie- en oppositiepartijen, dus is er ook geen sprake van coalitiediscipline – waarbij de fracties van de regeringspartijen een meerderheid in de Tweede Kamer garanderen. Meerderheden in de Tweede Kamer zijn in deze periode dus meer fluïde. ‘Tijdens de vorige formatie was er meer sprake van een rituele dans tussen die vier partijen of ze het nog een keer met elkaar zouden aangaan,’ reflecteert Van Baarle, ‘maar ze konden ondertussen wel rekenen op een meerderheid in het parlement. In de huidige situatie is dat echt niet meer het geval.’

De partijen die onderdeel uitmaken van het demissionaire kabinet Rutte IV – VVD, CDA, ChristenUnie en D66 – verloren tijdens de laatste verkiezingen 37 zetels. De resterende 41 zetels vormen allesbehalve een meerderheid. Dit zorgt ervoor dat het advies van een minister aan de Tweede Kamer minder gewicht heeft. Een bewindspersoon kan een motie ontraden wanneer hij of zij vindt dat die geen meerwaarde heeft of er bepaalde bezwaren aan kleven. Dankzij de coalitiediscipline wordt dit advies in de regel opgevolgd door de Tweede Kamer: de regeringspartijen stemmen in lijn met het advies om elkaar niet voor de voeten te lopen. Nu deze meerderheid er niet meer is, zien partijen mogelijkheden: ‘Juist in een coalitieloze periode kun je als Kamerlid impact hebben,’ aldus Van Baarle.

‘Een motie heeft niet zoveel status in demissionaire tijd, het kan ook zijn dat het min of meer dood neervalt.’

Neem bijvoorbeeld de verhoging van de boetes op verkeersovertredingen. VVD-minister Dilan Yeşilgöz besloot boetes voor lichte verkeersovertredingen met 10% te verhogen. Hiervan wordt 4,3% gebruikt om de overheidsbegroting sluitend te krijgen, iets wat volgens DENK-Kamerlid Ismail El Abassi niet de bedoeling kan zijn: ‘Boetes zijn bedoeld om de verkeersveiligheid te vergroten.’ De partij riep in een motie op om de verkeersboetes daarom met 4,3% te verlagen en werd hierin gesteund door een (nieuwe) meerderheid in de Tweede Kamer. Overigens liet de minister weten de motie niet uit te gaan voeren: DENK kon dan wel principieel iets vinden over de functie van boetes, maar had zelf geen oplossing aangedragen hoe die 4,3% in de begroting te dichten.

‘Geen geld uitgeven’

Er is veel meer mogelijk in termen van meerderheden zoeken voor voorstellen, maar Kamerleden moeten er juist in formatietijd rekening mee houden dat die voorstellen financieel gedekt zijn. Pieter Grinwis (ChristenUnie) zat tijdens de vorige formatie aan de onderhandelingstafel en weet als geen ander dat zodra de deuren dichtgaan, de formerende partijen tegen voorstellen zullen stemmen met financiële consquenties: ‘Daarom heb ik mijn best gedaan om vóór die tijd een amendement in te dienen voor een verbetering van de vergoeding van agrarisch natuurbeheer met een Kamermeerderheid eronder. Toch is het ook gelukt om voor amendementen die ik indiende nadat de onderhandelingsluiken dicht waren gegaan een meerderheid te vinden: voor de aanpak van het spoortraject tussen Zwolle en Meppel en voor de vernieuwing van het station Ede-Wageningen.’ Grinwis vond dekking in de begroting voor de veertig miljoen euro die hiervoor nodig zijn, en wist ‘collega’s te kietelen’ om een meerderheid te krijgen. Naast een kwestie van goede contacten is dat ook een kwestie van mazzel. ‘VVD-Kamerlid Hester Veldman-Kamp hoorde ik toevallig tijdens een debat ineens over de noodzaak van stationsvernieuwing, dus ik kon gelijk een interruptie plaatsen en haar wijzen op mijn amendement, en vragen of ze meedeed,’ aldus Grinwis. De VVD hielp hiermee de ChristenUnie aan de benodigde meerderheid, die het momentum gebruikte om het formatie-dictaat van ‘geen geld uitgeven’ handig te omzeilen.

De gereedschapskist van Kamerleden blijft hetzelfde in formatietijd, maar het middel van amendementen wordt vele malen effectiever. ‘Een motie heeft niet zoveel status in demissionaire tijd, het kan namelijk ook zijn dat het min of meer dood neervalt. We zitten in een interbellum waar in die zin wat minder kan,’ reflecteert Grinwis. Een amendement in de begroting daarentegen gaat over geld. Hoe harder je dat als Kamerlid kunt vastleggen, des te beter. Want ondanks de formatie en de gesloten deuren gaat naast de begroting ook de wetsbehandeling gewoon door. Toch is hier Kamerervaring voor nodig: je moet het klappen van de zweep kennen, de verhoudingen tussen fracties (of losse Kamerleden op bepaalde dossiers) aanvoelen maar ook zelf investeren in relaties.

niet uit de heup schieten

Kamerervaring die grotendeels nog moet worden opgebouwd. Bijna de helft van de nieuwe volksvertegenwoordigers komt voor het eerst in de Tweede Kamer. Er zijn 67 nieuwkomers waarvan het grootste deel – 23 Kamerleden – plaatsneemt in de blauwe stoeltjes van de PVV. Zeker de grotere fracties met een groot aantal nieuwkomers – PVV en NSC – zijn daarom op hun hoede. Onervaren Kamerleden kunnen zo ten prooi vallen aan een rond de patatbalie sluipende journalist. Politiek commentator Hans Izaak Kriek omschreef in zijn boek Patatbalie hoe toenmalig Powned-journalist Jan Roos in 2012 ‘samen met zijn cameraman zoekend om zich heen kijkt en bij de Patatbalie al zijn eerste VVD’er te pakken heeft: Ybeltje Berckmoes-Duindam. Meteen gaat de beuk erin.’ Er ligt namelijk een gloednieuw regeerakkoord tussen de VVD en de PvdA en verslaggever Roos weet het kersverse VVD-Kamerlid direct de uitspraak te ontlokken dat door de samenwerking met de sociaal-democraten ‘de hardwerkende Nederlander het nog zwaar gaat krijgen, inderdaad.’

Smullen voor de kijker, cringen voor de fractie. En dus blijven de luiken bij de grote fracties met veel nieuwkomers (deels) gesloten. De wens nieuwe Kamerleden rustig te laten wennen aan hun nieuwe positie, zorgt voor botsingen met journalisten. Zo waren die wel welkom op het NSC-congres, maar moesten ze achter een lintje staan zodat ze niet alles konden meekrijgen wat er in de zaal werd besproken. De fractiegangen in de Tweede Kamer – normaal vrij toegankelijk voor pers en Kamermedewerkers – werden ineens opgesierd door een beveiliger: journalisten waren niet welkom. ‘De muren zijn te dun. Alles wat ik binnen bespreek is op de gang te horen, dat risico wil ik niet lopen,’ was de verklaring van NSC-leider Pieter Omtzigt. Het zorgde voor een gespannen verhouding tussen de pers en de partij die campagne voerde op transparantie en goed bestuur.

‘Iedereen heeft wel door dat we niet op de formatie moeten gaan wachten, maar nu aan de slag moeten.’

‘We zijn als fractie volop aan het leren, dus we zullen fouten maken, maar we willen niet uit de heup schieten,’ vertelt Nicolien van Vroonhoven, vicefractievoorzitter van Nieuw Sociaal Contract over de opstart van de Tweede Kamerfractie van de partij. Binnen de twintigkoppige fractie hebben er vijf Kamerervaring: ‘Die hebben de andere vijftien nu onder hun hoede.’ Nieuwe Kamerleden kunnen niet altijd inschatten wanneer een motie zin heeft (of niet), of wat de effecten zijn op het budget. ‘Ze moeten ook leren dat als je met een voorstel komt, dit wel financieel gedekt moet zijn binnen je eigen begroting. En dat onderzoeksmoties óók geld kosten,’ aldus Vroonhoven. Een paar keer per maand zijn er klasjes in de fractie, over wetgeving en bestuur of andere inhoudelijke thema’s. ‘Je kunt als nieuwkomer ook niet meteen de geschiedenis scherp hebben, Pieter en ik weten nog wat er in de vorige kabinetsperiode is gebeurd. Dus in het begin zit je erbovenop, zodat je eigen mensen ook de impact en achtergrond begrijpen van een voorstel wat ze willen doen.’

Om Kamerleden te dwingen goed na te denken over de moties die ze indienen, zitten ze op een rantsoen van circa vijftien per jaar. Vroonhoven: ‘Dat dwingt je ook zuinig te zijn met de onderwerpen die je kiest.’

onzeker

Nieuwe Kamerleden zijn nog onzeker. Ze weten nog niet altijd hoever ze ‘mogen’ gaan of wanneer ze worden teruggefloten door de fractie. Een rechtstreekse vraag over een standpunt of mogelijke samenwerking is niet altijd snel beantwoord. ‘Ik merk wel een terughoudendheid bij nieuwe Kamerleden om mee te tekenen, of dat ze ineens toch tegen gaan stemmen,’ vertelt Pieter Grinwis (CU). ‘Dan is er een heel afstemcircuit opgetuigd en is het van “nee ja lastig, eerst even voorleggen” en dan hoor je niks meer.’

De helft is nieuw, maar daarmee is ook een halve Kamer aan ervaring en relaties vertrokken. ‘Het is wel even slikken als er ineens collega’s met wie je goed samenwerkte wegvallen,’ constateert Kamerlid Derk Boswijk (CDA). Op zijn defensieportefeuille vertrokken onder meer Kamerleden Peter Valstar (VVD) (‘we zaten wel hetzelfde in de wedstrijd’) en Jasper van Dijk (SP) (‘niet met hem eens, maar ik wist precies wat ik aan hem had’).

Tegelijkertijd zijn nieuwe Kamerleden minder geharnast, wat juist weer voor kansen zorgt, ziet Barbara Kathmann (PvdA-GroenLinks). In de Kamercommissie Digitale Zaken is zij het enige Kamerlid dat niet nieuw is: ‘Iedereen heeft wel door dat we niet op de formatie moeten gaan wachten, maar nu aan de slag moeten. Bij ons zit de gemene deler echt wel in de zorg over de overheidssystemen.’

Enkele dagen voor ons gesprek plofte het zoveelste vernietigende rapport over het toeslagenschandaal – Blind voor mens en recht – op de Tweede Kamermat. Hoewel een gedeeld enthousiasme voor het recht breien van weeffouten positief stemt, is voorzichtigheid geboden: ‘We moeten oppassen dat we in het licht van dit rapport niet weer te snel dingen gaan invoeren. De conclusie was vooral dat we ook als Tweede Kamer vooral ons werk meer gedegen moeten doen,’ waarschuwt Kathmann. ‘Het is fijn dat in deze periode de Tweede Kamer meer aan zet is, maar we moeten er ook voor waken dat we niet even snel wat dingen er doorheen gaan drukken.’

weleens prettig

Het is nu volop aftasten tussen Kamerleden onderling. Maar wat partijen als geheel aan elkaar hebben, is ook niet altijd duidelijk. Sommige fracties weten het zeker: ze gaan hoe dan ook in de oppositie. ‘Voor ons is het oppositievoeren al begonnen,’ vertelt DENK-fractievoorzitter Stephan van Baarle. ‘We gaan op geen enkele manier bijdragen aan een proces waarbij een mogelijke uitkomst is dat de PVV in de regering komt. Daar zijn we heel helder in.’ Het was ook de reden dat DENK eerder zowel informateur Ronald Plasterk als formateur Kim Putters liet weten niet deel te nemen aan de gesprekken.

Over de christen-democraten ging in de jaren negentig de grap rond dat de partij al langer aan de macht was dan de communistische partij in de Sovjet-Unie.

Niet gebonden zijn als partij aan formatiegesprekken is zeker als traditionele regeringspartij weleens prettig. Bij het CDA zit volgens fractievoorzitter Henri Bontenbal ‘de ontspanning er wel in, ik geniet daar wel van.’ Door regeringspartijen wordt niet voor niets regelmatig met weemoed teruggekeken naar die mooie tijd van oppositie voeren. Toen VVD-coryfee Frits Bolkenstein na de val van Rutte II opperde dat het misschien goed zou zijn als de partij weer in de oppositiebankjes zou gaan, klonk er gemor. Toch sprak hij uit ervaring: in 1989 voerde hij zelf de oppositie aan tegen een kabinet van CDA en PvdA. Bolkestein kon duidelijke taal spreken en aandringen op stevige maatregelen. Ook wist hij het thema migratie op de agenda te zetten. De VVD keerde vervolgens terug met negen zetels extra. Na het zoveelste kabinet Rutte werd dan ook meermaals gewaarschuwd voor de sleetsheid van te vaak en te lang regeren, zoals het CDA deed. Over de christen-democraten ging in de jaren negentig de grap rond dat de partij al langer aan de macht was dan de communistische partij in de Sovjet-Unie.

‘Het beeld van de oppositie als leuker dan in de coalitie zitten gaat niet voor niets rond bij regeringspartijen,’ constateert Bontenbal. De ervaringen van zijn voorganger Sybrand Buma maken hem enthousiast: ‘Het is een periode waarin je van alles kan proberen en opbouwen, nieuwe ideeën lanceren, noem maar op.’ Daarnaast heeft de leegloop van de christendemocraten richting BBB en later NSC ervoor gezorgd dat het CDA momenteel alleen nog maar trouwe clubsupporters in haar achterban heeft. Afsplitsingen liggen voor de komende periode in ieder geval niet in de lijn der verwachting.

het mes van de formatie

Voor andere partijen, zoals PvdA-GroenLinks, lonkt de formatietafel. Want als de rechtse partijen er niet uitkomen, ligt de optie voor een middenlinks kabinet in het verschiet. Heeft dat effect op hoe ze zich opstellen in de Kamer? Je weet tenslotte niet met wie je het straks moet rooien. ‘Nee, daar hebben we echt geen strategie voor. Het is geen House of Cards!’ reageert PvdA-GroenLinks-Kamerlid Barbara Kathmann. Belangrijk voor de fractie is ‘de inhoud en ons eigen verhaal’.

Wat dat verhaal precies is, is in de praktijk flink aftasten. Zo liet lijsttrekker en huidige fractievoorzitter Frans Timmermans tijdens de campagne weten voor de 2% NAVO-norm te zijn, en waarschuwde hij tijdens de Banning-lezing eind februari voor de gevolgen van het ‘niet eensgezind zijn in het organiseren van onze landsverdediging’ tegen het Rusland van Vladimir Poetin. Gevraagd of dit betekent dat de partij de initiatiefwet van SGP, VVD, CDA en Volt om die gewenste 2% NAVO-norm vast te leggen in de wet, laat de fractie weten het wetsvoorstel niet te steunen: ‘We hebben het wel laten doorrekenen dus het zal ook onderdeel worden van een eventueel coalitieakkoord, maar een norm hoeft niet vastgelegd te worden in een wet. We willen wel flexibiliteit behouden.’

Ondertussen weet Timmermans wel degelijk zijn stempel te drukken op de formatie. De eerdergenoemde Banning-lezing plantte de zaadjes voor een ‘Oekraïne -overeenkomst’ waarin werd opgeroepen om de strijd van de Oekraïense president Zelensky op ‘politiek, economisch en militair vlak’ te steunen. De overeenkomst werd medeondertekend door elf fracties, bij elkaar goed voor 104 zetels. In De Groene Amsterdammer was te lezen hoe PvdA’ers druk hadden gelobbyd om partijen te laten meetekenen, waaronder de drie formatiepartners VVD, NSC én BBB. Hoewel geen House of Cards verraadde het wel degelijk een strategie, namelijk: centrum-rechtse partijen blijven herinneren aan de gevolgen van besturen met radicaal-recht. ‘Een kabinet valt nooit omdat de oppositie het goed doet, een kabinet valt omdat ze het onderling niet meer eens zijn. Dus ik wil die onderlinge verschillen zo duidelijk maken dat het moeilijk voor ze wordt,’ zei Timmermans eerder hierover.

Het mes van de formatie snijdt overduidelijk aan twee kanten: Kamerleden kunnen op zoek naar de ruimte in de begroting, of op zoek naar ruimte aan tafel.