RIVM-baas Jaap van Dissel heeft vanaf het begin van de coronacrisis gezegd dat mondkapjes geen nut hebben. Omdat mensen dan roekelozer zouden worden, zo van ‘met een mondkapje op mag ik weer alles’, en er daarmee schijnveiligheid zou ontstaan.

De zelfverzekerde, wetenschappelijke toon waarmee Van Dissel die boodschap herhaalde, deed veel Nederlanders dat ook geloven. Ook omdat premier Rutte daar steeds naar verwees.

Maar statistici alsook gedragswetenschappers en sociale wetenschappers zetten meteen vraagtekens bij dat verhaal. Zij weten immers uit ander wetenschappelijk onderzoek dat mensen juist voorzichtiger werden toen autogordels en airbags werden ingevoerd. Sterker nog, uit nota bene een RIVM-onderzoek uit 2008 bleek dat zelfs thuisgemaakte mondkapjes meer bescherming bieden tegen virale infecties dan helemaal geen mondkapje.

Hoe kwam van Dissel dan toch bij de stelligheid waarmee hij het tegenovergestelde beweerde?