Een paar zinnen uit het interview met Jaap van Dissel van het RIVM, vorige week in NRC, voelen nog steeds als een kiezeltje in de schoen. Een paar dagen eerder had het kabinet bekend gemaakt dat mondkapjes verplicht worden gesteld in het openbaar vervoer – in navolging van talloze landen over de hele wereld.

Maar nog altijd probeerde Van Dissel, de man die als voorzitter van het Outbreak Management Team en belangrijkste adviseur van het kabinet tijdens de coronacrisis maandenlang grootschalige inzet van mondkapjes had afgehouden met het argument dat er geen ‘sluitend bewijs’ voor de effectiviteit zou zijn en dat ze ‘schijnveiligheid’ zouden bieden, zijn kleine gelijkje te halen.

Op de vraag van Pim van den Dool en Jeroen Wester waarom hij zich eigenlijk zo lang tegen het gebruik van mondkapjes had verzet, want baat het niet dat schaadt het niet, beet hij terug: ‘We hebben een anderhalve metersamenleving. Dan heeft een mondkapje geen meerwaarde. Nou jij weer.’

Waarmee Van Dissel de ene drogredenering op de andere stapelde. In de eerste plaats met de onzinnige aanname dat het überhaupt denkbaar zou zijn dat iedereen zich altijd aan de anderhalve meter afstand zou houden.

Je hoeft geen geleerde te zijn om te bedenken dat zelfs het dragen van desnoods een stuk karton in ieder geval een déél van de druppeltjes uit de adem tegenhoudt.

En in de tweede plaats met de nog zottere suggestie dat er een harde keuze gemaakt zou moeten worden tussen anderhalve meter afstand houden en het dragen van mondkapjes: alsof het een geen verstandige aanvulling op het ander zou kunnen zijn.

Want ook als er geen ‘sluitend bewijs’ is dat mondkapjes honderd procent veiligheid bieden, hoef je er bepaald geen geleerde voor te zijn om te bedenken dat zelfs het dragen van een dikke sjaal, een theedoek of desnoods een stuk karton in ieder geval een déél van de druppeltjes uit de adem tegenhoudt, en dus al bijdraagt aan minder verspreiding van het virus.

je oude moeder

Maar Jaap van Dissel, de man die in januari nog beweerde dat het virus ‘niet zo heel besmettelijk’ zou zijn en dat er dus geen reden was om carnaval te verbieden, hield al die maanden en tot op de dag van vandaag vol dat mondkapjes eigenlijk overbodig zijn – met als gevolg dat Nederland veel te laat op grote schaal mondkapjes begon aan te schaffen en te produceren.

Zodat de verpleeghuizen en de thuiszorg nog steeds met grote tekorten aan beschermend materiaal te kampen hebben en er de afgelopen maanden naar alle waarschijnlijkheid onnodige doden zijn gevallen. Je oude moeder zal maar eenzaam gestorven zijn in het verpleeghuis omdat ze is geïnfecteerd door een verpleger die moest werken zonder beschermend materiaal.

En wat zei Jaap van Dissel in NRC? ‘De verpleeghuizen zijn een apart probleem gebleken, de vraag is of dat oplosbaar was.’

Als we wachten tot alle feiten op tafel liggen, zijn we te laat.

Ook de vraag waarom het RIVM de modellen en de analyses waarop de adviezen aan het kabinet zijn gebaseerd niet openbaar maakt – waardoor hoogstnoodzakelijke wetenschappelijke tegenspraak systematisch buiten de deur wordt gehouden – werd door Van Dissel achteloos van tafel geveegd: al die wetenschappelijke publicaties zouden ‘gewoon’ op de medische website Pubmed staan. ‘Dat hoeven wij niet op een presenteerblaadje aan te leveren’.

Alsof een journalist zonder bronvermelding een artikel over een zaak van leven of dood publiceert en achteraf kan volstaan met de mededeling: dat heb ik uit de media, zoekt u het zelf maar op.

het voorzorgprincipe

De tunnelvisie van Van Dissel en het RIVM werd laatst glashelder gefileerd door wiskundige en complexiteit-expert Bert Slagter en zijn broer Peter in Follow the Money. De kern van hun betoog: over de werking van het coronavirus en de economische en maatschappelijke effecten van de pandemie bestaan zoveel onzekerheden dat het kabinet er beter aan zou doen het voorzorgprincipe te omarmen, in plaats van de smalle en oncontroleerbare redeneringen van Van Dissel en het RIVM over ‘sluitend bewijs’: als we wachten tot alle feiten op tafel liggen zijn we te laat, zoals de afgelopen maanden keer op keer is gebleken, met rampzalige gevolgen.

Het is een steeds groter raadsel waarom uitgerekend Van Dissel de laatste tijd door sommige commentatoren als redder van het vaderland de hemel in werd geprezen en zelfs een grote politieke carrière werd toegedicht. God verhoede dat de RIVM-baas met zijn ijzerenheinige gelijk straks ook nog echt aan de knoppen komt te zitten.