Als één ondertitel van een boek nieuwsgierig maakt dan ‘De roman als wegwijzer in een kantelende wereld’, behorend bij Een nieuwe zin van het leven van Vincent Blok, techniekfilosoof aan de Universiteit van Wageningen en sinds kort voorzitter van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Blok las de afgelopen tien jaar ruim meer dan honderd moderne romans van binnen- en buitenlandse schrijvers: van Sándor Mária, Niña Weijers, Jeroen Brouwers, Ilja Leonard Pfeijffer, Dave Eggers, Tommy Wieringa tot J.M. Coetzee. Maar hij las ze op een speciale manier: niet met oog voor de stilistische kwaliteiten van de schrijver, niet voor het wereldbeeld dat uit de roman spreekt en niet om de geestige, serieuze of satirische stijl. Hij was op zoek naar betekenisvolle personages, naar passages en soms een enkele zin die hij als uitgangspunt kon nemen voor een filosofische overdenking van een, twee of drie pagina’s. Blok had genoeg aan de inhoud, ‘aan wat in de roman te denken geeft’.
Dat het om een nieuwe zin van het leven gaat is geen kleinigheid. Dan is er wel iets gebeurd met de zin en de wereld. Het ligt helemaal niet zo voor de hand dat er zoiets groots als een algemene nieuwe zin moet komen, laat staan of er wel sprake moet zijn van een zin van het leven überhaupt, om het eens grensoverschrijdend te zeggen. Blok maakt het zich niet moeilijk door de oorzaak van die kantelende wereld geheel op het conto van de klimaatverandering te schrijven, als een pars pro toto voor alle crises en catastrofes die we meemaken. Een groot onderdeel daarvan is, wat hij noemt, de ‘circulariteit van arbeid en economie’, zeg maar het kapitalisme. Dat zorgt voor zoveel consumptie en milieuvervuiling dat daar onmogelijk nog iets van zin van het leven aan valt te ontlenen.
wereld met hoofdletter w
Voor een techniekfilosoof, bij wie je, wellicht ten onrechte, denkt dat hij alle technische ontwikkelingen van harte steunt, heeft Blok een tweedeling in de wereld gemaakt die verre van technisch is: er bestaat voor hem een wereld van de ‘feitelijkheid van de dingen’ en ‘een Wereld voorbij de feiten’, Die feitenwereld wordt bewoond door filosofen die niet geloven dat er naast de feiten nog iets anders is tussen hemel en aarde. Voor Blok is die denkbeeldige parallelle wereld er wel en die Wereld schrijft hij met een hoofdletter. Die staat voor een metafysisch ‘zinvol verband’. Blok pleit in een niet al geslaagde zin, ‘voor een rehabilitatie van de Wereld als zinvol verband voor het menselijke bestaan en die te verankeren in het aardse bestaan als oergrond van de Wereld’. Met het ‘aardse bestaan’ bedoelt Blok dat in alles rekening wordt gehouden met het behoud van het natuurlijke leven: dat er geen roofbouw op de natuur wordt gepleegd en dat we van die natuur kunnen eten, ademen en leven. De vervuilende technologie, industrie en het ‘cowboykaptalisme’ horen daar niet bij.
Blok is de filosoof van de breuklijnen, van de kloof, van de open ruimtes waarin nog alles mogelijk is.
Wanneer Blok zijn romans leest speelt deze kijk op de wereld op de achtergrond mee. In die romans hoopt hij personages tegen te komen die zich op een breuklijn in hun leven bevinden. Daar doet zich de zin van het leven voor hem voor. Ze maken een transitie door, van de vertrouwde wereld van thuis naar een nieuwe vreemde wereld waarin ze nog niet thuis zijn. Zo’n onthechting doet zich voor in De goede zoon van Rob van Essen. In de roman Serotonine van Michel Houellebecq ziet de hoofdpersoon zichzelf juist niet in actie komen om ook maar iets aan de ‘wereldloosheid’ te doen. Hij trekt zich terug in de ‘singulariteit’, hem gaat het niet aan.
Volgens Blok stevent de wereld met de klimaatverandering op het einde af. Maar ondertussen hoopt hij wel dat men bezig is het einde te voorkomen door zich onwillig aan te passen aan de eisen van de echt leefbare Wereld. Er zijn schrijvers die daarbij niet echt helpen, zoals Houellebecq en Louis-Ferdinand Céline. Het werk van Céline is iconoclastisch, een ontmaskering en vernietiging van alle verheven idealen en principes die de wereld bepaalden. Maar Blok ziet Célines Reis naar het einde van de nacht toch niet als een doodlopende weg. Als we zo diep gevallen zijn, zo redeneert hij, kunnen we alleen maar terugkeren naar de oude idealen. Blok heeft de neiging om iets negatiefs met een handomdraai tot iets positiefs te verklaren – een typisch sofistisch trekje: het zo plooien dat het je te pas komt.
Voor de hang naar terugkeer van oude idealen neemt Blok Tereza aan de hand uit Kundera’s De ondraaglijke lichtheid van het bestaan. De zin is voor haar uit het leven verdwenen nu trouw en loyaliteit niet langer betekenis geven aan het ‘gebeiteld verband’ van haar huwelijk. Ze is geneigd terug te verlangen naar de oude wereld die nog werd geregeerd door opposities als hoger en lager, lichtheid en zwaarte, lichaam en ziel, oost en west, wit en zwart, man en vrouw. Blok gaat niet zo maar mee met Tereza’s verlangen naar de oude wereld. Hij is de filosoof van de breuklijnen, van de kloof, van de open ruimtes waarin nog alles mogelijk is.
bijna schipbreuk
Wanneer Blok zo ijverig op zoek is naar een nieuwe zin van het leven zal hij haar na 271 pagina’s en een kleine honderd besprekingen van romans wel gevonden hebben, zou je denken. Niet echt. Hij besteedt veel ruimte aan het afwijzen van zogenaamde zin. Zoals het overdreven consumeren. Hij vindt de zin ook niet in een ‘wrijvingloos gerobotiseerd bestaan in een bubbel’. En niet in ‘een vlucht in het solipsisme van de singulariteit’. Blok komt bij het zoeken naar zin wel herhaaldelijk uit bij het idee van open ruimtes, daar waar nog alles mogelijk is. Dan vindt hij de zin van het leven ook in ‘het mogelijkheidskarakter van de mens’.
De zin van het leven, mocht die echt nodig zijn om te kunnen leven, moet iets omvattenders zijn. Iets wat toepasbaar is op vele situaties. ‘De zorg voor de wereld van de ander’ komt nog wel eens langs als iets dat zin geeft. Blok zelf lijkt Kundera’s Tereza te suggereren. Haar hang naar een leven met onderscheidingen, met verschillen (hoger/lager, licht/zwaar), zorgt voor het ontstaan van hartstochtelijke voorkeuren. Die kunnen strijden met andermans voorkeuren en aldus voor zin in het leven zorgen, weg van het postmoderne egaliseren.
De zin van het leven bestaat voor Blok uit de filosofische open ruimte tussen het verleden en de ophanden zijnde toekomst.
Romans louter lezen om de inhoud die misschien aanleiding geeft tot een filosofische overdenking is die romans de nek omdraaien. Al het leven verdwijnt eruit. Dat begint al met de zin waarmee Blok zijn samenvattingen meestal aanvangt: ‘De roman gaat over…’. Dat reduceert de roman tot een verhaaltje. Zo werkt het niet met romans. Elk stilistisch vernuft in de zinnen, de alinea’s en de compositie wordt genegeerd. Dat maakt van elke gespierde roman een slappe vaatdoek.
Ondertussen leidt Bloks opzet om iets van de zin van het leven tegen te komen bijna schipbreuk. De zin van het leven bestaat voor Blok uit de filosofische open ruimte tussen het verleden en de ophanden zijnde toekomst. In die tussenruimte kan zonder ballast gedacht, geëxperimenteerd, geoefend en geprobeerd worden. Geen gek resultaat, behalve dat Blok in Een nieuwe zin van het leven een heldere schrijfstijl te veel afwisselt met onduidelijke ideeën en duistere zinnen waarvan de betekenis in de lucht blijft hangen. Iets om over na te denken.
Een nieuwe zin van het leven. De roman als wegwijzer in een kantelende wereld door Vincent Blok is uitgegeven door Noordboek.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.