Na verse herinneringen aan de nodige romans waarin zoons (vaak wat laat) op zoek zijn naar hun vader, valt het op dat in Ganzentijd van Mirjam van Hengel meteen sprake is van een rimpelloos contact met haar vader. Er zit niets tussen hen in, geen reserve, geen angst, geen verwijt, geen oud zeer. Niets, alleen maar genegenheid. Wanneer ze haar vader aan de telefoon heeft hoort ze meteen ‘zijn zachtaardige stem’. En in die stem klinkt meteen ‘die altijd hoorbare ondertoon van vergenoegdheid omdat we elkaar spreken’.
Literaire kroniek
Vaders uit duizenden

Na een boek over Tineke en Leo Vroman en een soort biografie over Remco Campert was Mirjam van Hengel zo vertrouwd met het persoonlijke schrijven dat ze in staat was om over haar vader te schrijven. Otto de Kat komt op zijn wandelingen in Het kind en ik ook zijn vader tegen.




