Nadat Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren zich met een burn-out tijdelijk moest terugtrekken uit de Kamer, gevolgd door VVD-Kamerlid Ockje Tellegen die zelfs definitief uit het parlement vertrok, luidde Corinne Ellemeet van GroenLinks deze week de alarmbel. De hoge werkdruk, de gebrekkige ondersteuning, de politieke versplintering en vooral de ‘haat, minachting en beledigingen die je regelmatig over je heen krijgt’ hakken er steeds harder in, schreef ze in een verklaring op LinkedIn en Twitter.
In NRC kwam oud-VVD-Kamerlid Ton Elias een paar dagen later met een paar eenvoudige oplossingen: een chauffeursdienst voor Kamerleden zodat ze na lange werkdagen niet meer bijna de vangrail in rijden, een hoger salaris om betere kandidaten binnen te halen, een eigen budget waarmee Kamerleden zelf hun ondersteuning kunnen regelen, en een pool van woordvoerders in dienst van Kamerorganisatie als geheel waar parlementariërs een beroep op kunnen doen, zodat ze onafhankelijker van hun fractie kunnen opereren.
Zoals Elias zelf al opmerkt hebben een chauffeursdienst en een hoger salaris weinig kans van slagen, hoe verstandig die voorstellen misschien ook zijn. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is er geen politicus die daarvoor durft te pleiten, uit angst als ‘zakkenvuller’ te worden weggezet.
Elias heeft groot gelijk met zijn suggestie dat Kamerleden onafhankelijker van hun fractie zouden moeten kunnen opereren, al was het maar omdat ze dan – vooral in grotere fracties – minder gebukt gaan onder de fractiediscipline. Maar de middelen die hij daartoe voorstelt – een eigen budget om medewerkers aan te nemen en een pool van woordvoerders in dienst van de Kamer als geheel – lijken me minder geschikt. Als ieder Kamerlid voor zijn of haar eigen personeelsbeleid moet gaan zorgen, wordt de werkdruk alleen maar groter, en zal het ook veel lastiger zijn om goede beleidsmedewerkers voor langere tijd vast te houden: voor je het weet stappen ze dan over naar een ministerie of naar de consultancy, waar ze meer zekerheid hebben, minder hard hoeven te werken en meer kunnen verdienen, zoals nu al vaak gebeurt. Putten uit een pool van woordvoerders in dienst van de Kamer als geheel lijkt me ook een lastige figuur, gezien alle tegengestelde politieke belangen.
Het zou best werken: een herziening van het kiesstelsel, om individuele Kamerleden meer mandaat en meer statuur te geven, en ze minder afhankelijk te maken van de pikorde in hun fractie en hun partij.
Ook een groter aantal medewerkers per Kamerlid biedt uiteindelijk onvoldoende soelaas. In 2019 werd het budget van de Kamer daartoe met 10 miljoen verhoogd, na een motie van Rob Jetten. Door de ‘Jettengelden’ beschikken de fracties nu over (iets) meer medewerkers. Vooral de kleinere fracties profiteren ervan. Zo konden GroenLinks en de PvdA zes extra beleidsmedewerkers aannemen, de Partij voor de Dieren vijf, en de ChristenUnie drie. Maar de VVD – met haar grote fractie – besloot een deel van het extra geld in de reserve te stoppen en de rest terug te storten. Zelfs als ieder Kamerlid over tien eigen medewerkers zou beschikken, kan hij of zij nog steeds maar op één plek tegelijk zijn, en past er nog steeds niet meer informatie in één hoofd.
een nieuw kiesstelsel
Betere ondersteuning van de Kamer als geheel biedt meer kansen: uitbreiding van de griffie en de Dienst Analyse en Onderzoek helpt voorkomen dat ieder Kamerlid bij ingewikkelde wetgevingsoverleggen en begrotingsdebatten zelf het wiel moet uitvinden, waardoor de Kamer beter toekomt aan haar belangrijkste taak: het controleren van de macht. Niet voor niets werd daartoe deze week nog een motie aangenomen.
Maar het best zou nog werken: herziening van het kiesstelsel, om individuele Kamerleden meer mandaat en meer statuur te geven, en ze minder afhankelijk te maken van de pikorde in hun fractie en hun partij – met alle stress van dien. Een zinnige suggestie werd al in 2005 gedaan door het Burgerforum onder leiding van toenmalig minister voor Bestuurlijke Vernieuwing Alexander Pechtold. In 2018 werd het voorstel afgestoft door de Staatscommissie Parlementair Stelsel onder leiding van – daar is-ie weer: Johan Remkes.
Het plan voorziet erin dat bij Kamerverkiezingen gestemd kan worden op een partij of op een persoon. Zo wordt de dwang van de kandidatenlijsten doorbroken, en krijgen regionale kandidaten meer kans om met eigen stemmen in het parlement te komen. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek in 2021 bleek bovendien dat dan veel meer MBO’ers kans maken op een zetel in het parlement, dat nu door academici wordt gedomineerd. De verhouding zou kunnen verschuiven van twee MBO’ers op 78 WO’ers naar twee op drie. Volgens D66-Kamerlid Joost Sneller, die zich al jaren beijvert voor herziening van het kiesstelsel, zou het kunnen leiden tot evenrediger representatie en tot versterking van het tanende vertrouwen in de politiek. En wellicht zelfs tot minder scheldpartijen via sociale media aan het adres van al dan niet overspannen Kamerleden.
Het voorstel wordt nu, na advies van de Raad van State, verder uitgewerkt door minister Hanke Bruins Slot van Binnenlandse Zaken. Te hopen valt, niet alleen voor al die overwerkte parlementariërs, dat het nieuwe kiesstelsel snel wordt ingevoerd.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.