Dit verhaal is ook te beluisteren.

Zuid-Europese rivieren als de Loire en de Po overkomt het inmiddels vaak: na lange perioden van droogte en hoge temperaturen, drogen ze voor een deel op. Zandbanken verschijnen en de rivieren worden onbevaarbaar. Dat heeft grote gevolgen voor de scheepvaart, drinkwaterwinning, landbouw, industrie, vispopulatie en ander waterleven. Voor de Rijn, die vanuit de Zwitserse Alpen via Frankrijk en Duitsland bij Rotterdam de Noordzee in stroomt, zou zo’n scenario desastreus zijn.

‘De Rijn is nog veel gevoeliger voor laagwater dan bijvoorbeeld de Loire,’ zegt Marc Daniel Heintz, hoofd van het secretariaat van de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn (ICBR) in Koblenz. ‘De Rijn kent intensieve scheepvaart en industrie, een groot deel van de Nederlandse en met name de Duitse economie is afhankelijk van de rivier.’

Zo gaat het merendeel van het transport van brand- en grondstoffen naar Duitsland via de Rijn, wat sinds de oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis alleen maar crucialer is geworden. Dat is ook de reden waarom Heintz werd platgebeld door journalisten van over de hele wereld tijdens de droge zomer van 2022. ‘De Loire kwam droog te liggen, maar iedereen vroeg naar de Rijn, terwijl die gewoon nog stroomde,’ zegt Heintz.

Ineens een grote bak water

Kán de Rijn überhaupt droogvallen? Volgens Joost Buitink en Marjolein Mens van kennisinstituut Deltares hoeven we daar voorlopig niet voor te vrezen. ‘In onze modelberekeningen komt droogval niet voor. Er blijft altijd wel water door de Rijn stromen,’ zegt Buitink. Voor kleine zijtakken van de Rijn bestaat de mogelijkheid op droogval wel, stelt de expert op het gebied van stroomgebiedshydrologie.

Toch wordt de Rijn kwetsbaarder en krijgen we in de toekomst vaker te maken met laagwater. ‘Door klimaatverandering verandert het gedrag van het stroomgebied. Zo verandert de Rijn langzaam van een sneeuwgedreven rivier in een regengedreven rivier,’ zegt Buitink. Door zachtere winters zal de jaarlijkse sneeuwvoorraad in de Alpen voor een groot deel verdwijnen. Veel skigebieden zullen het einde van deze eeuw dan ook niet halen. ‘De sneeuw is nu een belangrijke zoetwatervoorraad. Van het Rijnwater dat Nederland ’s zomers binnenstroomt, is ongeveer twintig procent afkomstig van smeltwater uit de Alpen,’ zegt Marjolein Mens, specialist op het gebied van droogte en zoetwatervoorziening. ‘Die twintig procent hebben we hard nodig.’

De watervraag stijgt. ‘De bevolking neemt toe, en we hebben bijvoorbeeld ook steeds meer zoet water nodig om bodemdaling tegen te gaan.’

In Nederland wordt tijdens droge zomers ál het zoete Rijnwater gebruikt, van drinkwaterwinning tot industrievoorziening en het op peil houden van sloten en plassen. Maar de watervraag stijgt. ‘De bevolking neemt toe, en we hebben bijvoorbeeld ook steeds meer zoet water nodig om bodemdaling tegen te gaan,’ zegt Mens. Het grotendeels wegvallen van smeltwater kan dus aanzienlijke gevolgen hebben. Maar, zoals Buitink zei, de Rijn verandert intussen in een regenrivier. En door de opwarming van de aarde krijgen we vaker te maken met (extreme) neerslag. Deze zomer pakte dat voor de rivieren goed uit. Vanwege de warme winter stroomde er nauwelijks smeltwater uit de Alpen deze kant op, maar door de fikse buien in juli is extreem laagwater voorkomen. Extra zoetwaterpompen zijn zelfs uitgezet.

Toch is er geen reden om achterover te leunen: de Rijn zal zich namelijk in de toekomst een stuk onvoorspelbaarder gaan gedragen.

‘Het meest onzekere element in de afvoervoorspelling is regen,’ zegt Mens. ‘De sneeuwvoorraad in het voorjaar kunnen we al redelijk goed inschatten, en we kunnen berekenen hoeveel die kan bijdragen aan de afvoer tijdens de zomermaanden. Regen kun je vaak pas een paar dagen van tevoren voorspellen, en zelfs dan is het geregeld nog onduidelijk waar het precies gaat vallen.’

Dan speelt ook nog mee dat áls het in de zomermaanden regent, het intenser kan zijn. ‘Als er ineens een grote bak water valt in het stroomgebied, is die vaak lastig vast te houden,’ vult Deltares-collega Buitink aan.

Een rampzalig voorbeeld was de zomer van 2021 in onder andere Limburg en delen van België en Duitsland. ‘Situaties als deze gaan we door klimaatverandering vaker zien,’ zegt Mens. Afgelopen zomer zagen we het al gebeuren in Slovenië en Noorwegen, waar zijrivieren ver buiten hun oevers traden en dammen doorbraken.

Wake-upcall

Ook wat betreft droogte is er een verschuiving zichtbaar. De landen rondom de Rijn hebben sinds het begin van deze eeuw al drie perioden van extreme droogte meegemaakt: in de zomers van 2003, 2018 en 2022 werden keer op keer nieuwe laagwaterrecords geregistreerd.

2018 spande de kroon, toen waren delen van de drukste rivier van Europa maandenlang onbevaarbaar, omdat het waterpeil tussen Mainz en Koblenz onder de 40 centimeter zakte. In Duitsland alleen al leverde dat 5 miljard euro schade op.

Ook in de Rotterdamse haven zorgde de zomer van 2018 voor problemen. ‘Het was echt een wake-upcall,’ zegt Johan Gille, scheepvaartadviseur van de haven van Rotterdam. ‘Sinds 1976 was er niet zo’n lange tijd laagwater geweest.’ De binnenvaart van en naar het Ruhrgebied leed onder de lage waterstand. ‘Door laagwater kunnen schepen minder zwaar beladen worden. Ladingen bleven staan omdat er geen vervoer mogelijk was of er waren soms twee keer zoveel schepen nodig om dezelfde lading te vervoeren.’

In 2018 stond de Rijn zó laag dat er te weinig tegendruk was van zoet rivierwater tegen de indringing van het zoute zeewater. Er stroomde zout water het Brielse Meer in, een belangrijk zoetwaterreservoir voor industrieën in de haven. ‘We konden niet anders dan het toelaten. Om de industrie draaiende te houden, is door waterbedrijf Evides voor één miljoen euro drinkwater bijgemengd,’ zegt Marc Eisma, adviseur waterveiligheid van het havenbedrijf. In 2022 kwam het niet zo ver, maar volgens Eisma kan het bij een volgende uitzonderlijk droge zomer, zo weer misgaan.

Als we vaker te maken krijgen met een lagere afvoer vanuit de Rijn én een versnelde zeespiegelstijging, zal het zoute water verder landinwaarts trekken.

Zoutwaterindringing is niet alleen een risico voor de industrie. Overal in Nederland gebruiken we rivierwater om drinkwater uit te winnen. Zelfs het IJsselmeer, ons grootste zoetwaterreservoir, wordt bijna volledig gevoed met Rijnwater. Maar als we in de toekomst vaker te maken krijgen met een lagere afvoer vanuit de Rijn én een versnelde zeespiegelstijging, zal het zoute water verder landinwaarts trekken. ‘Bijvoorbeeld de rivier de Lek op,’ zegt Marjolein Mens. ‘Daar zitten innamepunten voor drinkwater. Die zouden bij 1 à 2 meter zeespiegelstijging permanent verzilten als het huidige beleid onveranderd blijft.’

Daarom wordt er onderzoek gedaan naar hoe we de zoutwaterindringing tegen kunnen gaan. ‘Eigenlijk zou in de winter meer zoet water moeten worden vastgehouden, zodat de basisafvoer in de zomer blijft bestaan en tegendruk kan geven,’ zegt Joost Buitink. Toch denken beide deskundigen van Deltares dat water vasthouden in Nederland slechts een beperkte bijdrage kan leveren. ‘Het waterpeil tijdelijk wat verhogen, is niet voldoende voor onze watervraag, want je hebt dan enorm veel ruimte nodig. Ook verdampt een deel van het water. Eigenlijk vergt het een totaal andere landinrichting,’ zegt Mens. ‘Meer potentie zit in een aanpak op stroomgebiedsniveau, waar mogelijk nog ruimte is in de bodem, maar daar heb je internationale samenwerking met onder andere Duitsland voor nodig,’ stelt Buitink.

Symbolische correctie

Martin Hendriksma, journalist en auteur, schreef in 2017 De Rijn: biografie van een rivier. ‘Ik zou het nu anders opschrijven. Droogte is niet nieuw, in de negentiende eeuw stond de Rijn al eens zo laag dat een Romeins beeld nabij Xanten uit het rivierslib verscheen, maar het wordt wel een steeds belangrijker thema.’

Hendriksma ziet potentie in de aanleg van reservoirs in Zuid-Duitsland en Frankrijk door het ‘vrijgeven’ van de Rijn, geïnspireerd op het Nederlandse Ruimte voor de rivier-project. ‘Daar zijn ze bezig om bekkens te creëren waar de Rijn bij hoogwater in kan uitstromen en waar je tegelijkertijd reservecapaciteit kunt opbouwen voor perioden van droogte in de zomer.’

Volgens de Rijnbiograaf is het een belangrijke en symbolische correctie om de Rijn tussen Bazel en Mannheim weer de vrije loop te geven. In de negentiende eeuw werd de rivier hier juist gekanaliseerd: ‘recht’ gemaakt. Dit was het werk van de Duitse ingenieur Johann Gottfried Tulla om de bevaarbaarheid te verbeteren en ziektes te verdrijven – door het vele stilstaande water kon de malariamugpopulatie er flink uitbreiden. ‘Hiermee werd het natuurlijke reservoir weggehaald, maar liep Nederland juist meer gevaar. Door het smalle kanaal kwam het Rijnwater veel sneller en massaler onze kant op.’ Dat wordt nu dus weer teruggedraaid. Of het genoeg gaat zijn? ‘Het is een druppel op een gloeiende plaat, maar wel een druppel,’ zegt Hendriksma.

Bijna-natuurlijk

Ook de eerdergenoemde Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn( ICBR) in Koblenz zet zich in om de Rijn voor een deel in zijn originele staat te herstellen. In 1950 werd de commissie opgericht door alle Rijnoeverstaten om samen de waterkwaliteit in de toen behoorlijk vieze rivier te waarborgen. ‘Er werd destijds redelijk ongecontroleerd afvalwater geloosd en de schadelijke mijnbouw was nog actief. Dat is nu totaal anders, er zijn regels waar industrie, scheepvaart en gemeentes zich aan te houden hebben,’ zegt Heintz. Ook beheert de ICBR een internationaal alarmsysteem zodat bij calamiteiten innamepunten voor drinkwater gesloten kunnen worden. Wanneer er bijvoorbeeld extreem laagwater is, maar er nog steeds evenveel vies afvalwater wordt geloosd, kan dat de veiligheid van het drinkwater in gevaar brengen. ‘Nederlandse drinkwaterbedrijven worden meteen ingeschakeld als bepaalde drempelwaarden worden overschreden,’ legt Heintz uit.

‘Net boven Straatsburg heb je een meetpunt, daar passeerden in een recent “recordjaar” 166 zalmen. Vroeger waren het er miljoenen, dus het blijft een schamel aantal.’

Sinds de Sandozramp in 1986 staat ook biodiversiteit hoog op de agenda van de ICBR. Door een brand in een chemieconcern nabij Bazel stroomden toen allerlei giftige stoffen de Rijn in, die vervolgens felrood kleurde en vol lag met dode vissen. De palingpopulatie van de Rijn stierf hierdoor bijna uit. ‘Sinds deze milieuramp wordt in het hele stroomgebied de urgentie gevoeld om de biodiversiteit van de rivier te beschermen, want ook legale afvallozingen kunnen slecht zijn voor de vispopulatie,’ aldus Heintz. Er zijn pogingen gedaan om vissoorten terug te krijgen in de Rijn, met succes. Door ze eerst in de rustige zijriviertjes los te laten, kunnen ze makkelijker wennen aan het water. Vroeg of laat migreren ze dan ook weer via de Rijn naar de oceaan. ‘Alle vissoorten die er ooit waren, behalve de steur, zwemmen weer in de Rijn,’ zegt Heintz met trots.

Maar volgens Martin Hendriksma zijn we er nog niet. ‘Net boven Straatsburg heb je een meetpunt, daar passeerden in een recent “recordjaar” 166 zalmen. Vroeger waren het er miljoenen, dus het blijft een schamel aantal.’

De ICBR blijft de vispopulatie goed monitoren. Ook pleit ze voor natuurlijke oplossingen, zoals zogeheten ooibossen (ooi betekent ‘nat terrein nabij een rivier’) die voor schaduw (en dus temperatuurafname) zorgen, wat goed is voor de vispopulatie. ‘Bijna-natuurlijke rivieren zijn bestendiger tegen klimaatverandering,’ zegt Heintz.

Meer Rijnbewustzijn

Wat kunnen we nog meer doen om ons voor te bereiden op een Rijn die steeds onvoorspelbaarder wordt? Volgens scheepvaartadviseur Johan Gille staat het vraagstuk bij de Rotterdamse haven hoog op de agenda. ‘In 2018 werden we wakker, nu moeten we wakker blijven. We monitoren de waterstanden actief en werken samen met andere beheerders aan betere voorspelmodellen. Verladers en vervoerders denken na over het organiseren van alternatieve treinverbindingen van Rotterdam naar het Ruhrgebied.’ Gille ziet dat de binnenvaartsector ook begint te bewegen: daar zijn ze bezig met de ontwikkeling van laagwaterbestendige schepen. Of die altijd soelaas zullen bieden, is maar de vraag. Marc Daniel Heintz steunt deze ontwikkeling: ‘Laat de schepen zich aanpassen aan de rivier in plaats van andersom.’ En over het zoet water zegt Eisma: ‘De gezamenlijke waterbeheerders hebben sinds 2018 ons meetsysteem verbeterd zodat je zoutindringing eerder ziet aankomen. Ook is voor de veiligheid een extra inlaatpunt aangebracht in het Brielse Meer. En we blijven verder onderzoek doen.’

‘De watervraag moet, hoe lastig dat ook is, omlaag. Dat betekent dat bepaalde sectoren in de toekomst zuiniger met water moeten omgaan.’

Volgens Marjolein Mens wordt het noodzakelijk om na te denken over onze afhankelijkheid van rivierwater. ‘De watervraag moet, hoe lastig dat ook is, omlaag. Dat betekent dat bepaalde sectoren in de toekomst zuiniger met water moeten omgaan.’ Volgens de zoetwaterexpert is het daarnaast nodig om een beter beeld te krijgen van de huidige wateronttrekkingen in het hele stroomgebied. Zo wordt er in Duitsland naast drinkwaterwinning bijvoorbeeld ook koel Rijnwater onttrokken voor de industrie en de irrigatie van landbouw. ‘Er zijn wel pogingen gedaan om dit goed in kaart te brengen, maar dat gaat niet erg snel. Dat heeft ook te maken met het feit dat er heel veel data nodig zijn, en die zijn niet altijd zo makkelijk los te krijgen omdat het niet geregistreerd wordt of niet mag worden gedeeld,’ zegt Mens.

Martin Hendriksma pleit daarnaast voor meer Rijnbewustzijn bij Nederlanders. ‘Je leest er weinig over. De Rijn heeft een wat tuttig imago in Nederland, je denkt meteen aan riviercruises voor senioren. Dat is anders in Duitsland, daar noemen ze de rivier Vater Rhein.’ De OESO constateerde in 2014 dat het waterbewustzijn in Nederland opvallend laag is. ‘Dit is wel aan het veranderen, maar bij ons komt het water uit de kraan en we leven achter de dijken, dus het idee dat je ooit te veel of te weinig water zou kunnen hebben is hier verdrongen,’ zegt de journalist. In 2020 maakte hij samen met acteur Huub Stapel de NPO-serie Langs de Rijn, geïnspireerd op zijn boek. ‘Dat was voor velen een openbaring. Nederlanders zagen voor het eerst hoe mooi de rivier is, maar ook welke gevaren hij met zich mee kan brengen in de toekomst.’