Er is een kloof in de vaderliteratuur, schrijft de Amerikaans-Russische schrijver Keith Gessen aan het begin Raising Raffi: The First Five Years (2022). ‘In de weinige boeken die er zijn, zien we ofwel een domme vader, die niets goed kan doen, of een supervader, een zelfverklaarde feminist en professioneel verzorger.’
Gessens boek is voor die vaders die zich in het midden van het spectrum bevinden. Vaders die de zorg voor hun kinderen serieus nemen, die gewoon hun best doen. Die daar niet altijd in slagen, maar ook weer geen idioten zijn.
‘Laat die verhalen maar komen,’ schrijft Tim Gouw, in precies zo’n verhaal dat hij zelf schreef: De thuisblijfvader, dat deze februari uitkomt. Want in die middengroep, daar zit hij ook. Tussen ‘de vaders die een beetje hinken’, zegt hij in een videogesprek vanuit zijn woonplaats vlak bij Barcelona. Hij hoopt die vaders ‘bij de hand te nemen’, of in ieder geval een nieuw verhaal voor te schotelen.
In De thuisblijfvader vertelt Gouw over zijn eigen worsteling met het vaderschap, in een wereld waarin moeders en vaders nog steeds heel anders worden beoordeeld. Zeker thuisblijvende moeders en thuisblijvende vaders. Het is een persoonlijk relaas, afgewisseld met statistieken en opvoedtips, over een periode waarin hij eerst een meisje kreeg in Canada, en toen een jongen in Spanje. En waarin hij dus thuisbleef. Voor de kinderen.
Méér tijd met de kinderen
‘Huisman Tim’ werd eerder geboren uit noodzaak dan uit overtuiging. Baby Isabel sliep slecht, en haar ouders Tim en Mirjam dus ook. Tijdens het zwangerschapsverlof van Mirjam trok dat al een zware wissel op hun relatie, en met een werkend leven dachten ze niet dat ze het nog lang zouden kunnen bolwerken.
Tim besloot thuis te blijven tot Isabel één was. Het lukte toch niet echt om zijn adviesbureau, dat hij met goede vriend Maarten oprichtte, uit te breiden naar de andere kant van de oceaan. Het heen en weer vliegen en het tijdsverschil braken hem op, en het was sowieso onmogelijk geweest als Mirjam weer zou gaan werken, bij een grote Canadese bank in Toronto.
Eén jaar werd vier jaar. En waar hij in het begin niet de optie ‘thuisblijfvader’ op LinkedIn durfde aan te vinken, ligt er nu een boek. Dat boek is niet zozeer een oproep aan vaders om helemaal te stoppen met werken, maar wel een pleidooi om gewoon méér tijd met de kinderen door te brengen.
De helft van de ouders wil het aantal werkuren wel gelijk verdelen, maar in de praktijk gebeurt dat slechts in 14 procent van de gevallen.
Want dat blijken veel vaders nog best lastig te vinden. Nederlandse moeders spendeerden in 2016 wekelijks negen uur aan de zorg voor de kinderen, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vaders 5,1 uur. Moeders waren daarnaast 20,7 uur per week bezig met het huishouden, vaders 11,5 uur.
Volgens de Emancipatiemonitor 2022 van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedraagt de gemiddelde arbeidsduur van mannen 39,4 uur per week, en die van vrouwen 29,2 uur. Die ongelijkheid ontstaat vooral als er kinderen komen: 45 procent van de vrouwen gaat dan minder werken, en dat aandeel groeit sinds een aantal jaar zelfs. De helft van de ouders wil het aantal werkuren wel gelijk verdelen, maar in de praktijk gebeurt dat slechts in 14 procent van de gevallen.
In een gat
Tim Gouw vond het best lastig te stoppen met werken, omdat hij erachter kwam dat werk een groot onderdeel was gaan uitmaken van zijn identiteit. ‘Ik heb dagen gehad dat het gelukt was om pannenkoeken te maken en luiers te verschonen, maar dat ik me aan het eind van de dag best treurig voelde: wie ben ik nu?’
Duizenden jaren lang was de rol van de man ‘voor zijn familie zorgen’, schrijft Richard V. Reeves in Of Boys and Men (2022). De laatste eeuwen heeft die familie zich vernauwd tot het gezin, en werd die rol ingevuld als kostwinner. Daar is in korte tijd veel in veranderd. Terwijl de afgelopen vijftig jaar veel vrouwen economisch zelfstandig werden, namen mannen de zorgtaken niet evenredig over. Veel vaders vallen zo in een gat; Reeves noemt dat het ‘dad deficit’.
Eenmaal thuis merkte Tim Gouw al snel dat ‘niemand meer op je zit te wachten, niemand je meer mailt of belt. Er komen dingen voor in de plaats, natuurlijk: kinderen die aandacht vragen, een vrouw die dingen van je verwacht.’
Maar wat als die nieuwe verwachtingen niet altijd kunnen worden waargemaakt? ‘Hoe kan dat nou, dacht ik. Ik kan wel workshops leiden en een strategisch plan ontwikkelen, maar het lukt me niet om iedereen op tijd eten te geven zodat we op tijd de deur uit kunnen.’
Net als op zijn werk maakte hij thuis aan het einde van de dag de balans op. ‘Ik ben twee keer uit m’n slof geschoten, het haar van m’n dochter zit in een klit, en we hebben weer pannenkoeken gegeten, van gister. Was het een goede dag? Is het gelukt? Ik heb op momenten huilend op de grond van de keuken gezeten.’
Heeft dat iets te maken met je sekse?
‘Dat hebben vrouwen net zo. En bij hen is de maatschappij minder ontvankelijk als zij hun beklag doen. Moeders die thuisblijven krijgen de vraag überhaupt niet: hoe was het, was het zwaar?’
Schouderklopje
Schrijfster Margot C. Pol, die een boek schreef over het jaar dat ze thuisblijfmoeder was, hunkerde naar de erkenning dat dat best zwaar was, vertelde ze rond de publicatie in 2021.
Vaders hebben het sowieso makkelijker, zegt Gouw. Mannen krijgen zelfs bij het meest alledaagse taakje een schouderklopje, schrijft hij, waar dat bij vrouwen als vanzelfsprekend wordt gezien.
Zelfs als thuisblijfvader lukte het Gouw niet de helft van de huishoudelijke taken op zich te nemen. ‘Ik dacht dat het lekker ging, mijn vrouw dacht er anders over.’
Hij haalt treffende striptekeningen aan, waarin een man en een vrouw in exact hetzelfde plaatje worden afgebeeld. Bij het afzetten van de dochter op school staat boven het ene plaatje ‘Involved Dad’, en boven het andere ‘Working Mom’. Bij het aannemen van een papieren zak fastfood aan de deur: ‘Fun Dad’ en ‘Lazy Mom’.
Zelfs als thuisblijfvader lukte het Gouw niet de helft van de huishoudelijke taken op zich te nemen. ‘Ik dacht dat het lekker ging, mijn vrouw dacht er anders over.’
Ze besloten een online vragenlijst in te vullen, de ‘huishoudbattle’ van de Volkskrant. ‘Ik dacht: nu ga ik het laten zien.’ Ze bleken het huishouden min of meer gelijk te verdelen, ook al werkte Mirjam fulltime, maar de ‘mentale last’ was met 64 procent vooral voor Mirjam. Tim bleek vooral te scoren op vuilnis wegbrengen, koken, spelen met de kinderen. Mirjam op vakanties plannen, organiseren en vooruitdenken, zoals met de was. ‘Heel confronterend,’ zegt Gouw. ‘Dat knaagde aan me.’
Hoe kon dat? Praktisch gezien? Jij zat toch thuis?
‘Tja, hoe kan het dat ik vergeet dat de schone hemdjes op zijn, of de koelkast niet goed gevuld is? Daar zitten veel aspecten aan. Eén is vlieguren maken, vaker doen. Na het zwangerschapsverlof gaan die taken niet automatisch over naar de partner. Er is geen overdrachtsdocument.’
Altijd al een huismus
Gouw wil ‘heel erg’ wegblijven van het idee dat mannen minder goed zouden zijn in het huishouden of verzorgen. ‘Daar is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.’ Volgens het CBS is 35 procent van de mannen er nog wel van overtuigd dat een vrouw geschikter is om kleine kinderen op te voeden dan een man. Van de vrouwen vindt 16 procent dat.
Vrouwen beginnen met een voorsprong, erkent Gouw. Eerst vóélen ze bijna negen maanden dat er een levend wezen aankomt. En alleen al door borstvoeding brengen ze veel tijd door met de baby. Maar dat betekent in zijn ogen gewoon dat je als man in het begin ‘net wat meer moet doen’.
Heb jij iets in je karakter of opvoeding waardoor je geschikter bent als thuisblijfvader dan andere mannen? Je schrijft dat je altijd al een huismus was, je lijkt te genieten van de eenvoudige, huiselijke dingen.
‘Nee. Ik denk dat elke vader daarvoor geschikt is. Dat is voor mij ook een proces geweest. Op het moment dat jij kinderen op de wereld zet, heb je een bepaalde verplichting naar die kinderen. Ik denk wel dat ik betere rolmodellen had in mijn leven, zoals mijn vader, die weliswaar veel werkte, maar een enorme affiniteit had met het zorgen voor de kinderen.’
Je vader deed ‘alles in huis, behalve de was’, schrijf je. Maar je schrijft ook dat je vroeger stiekem hoopte dat jouw vader zijn baan zou opzeggen. Waarom? Hij was toch een aanwezige vader?
‘Ja, maar in de extra uurtjes, in de blessuretijd. Heel veel vaders zijn leuke vaders in het weekend en na school, maar hij had heel goed kunnen fungeren in een zorgende rol. Dat geeft hij zelf ook toe: dat hij dat liever had gedaan dan werken. Dat gevoel hebben veel vaders. Ze willen wel wat met een kind, maar door het korte verlof worden ze gedwongen een traditionele rol aan te nemen. Dat is zo zonde. Met mijn boek wil ik die vaders helpen. Zodat ze de veiligheid voelen om de stap te nemen. Zoals mijn vader ook die stap had willen zetten.’
Verplicht verlof
Volgens het CBS wil een op de vijf mannen die voltijd werkt minder werken – net als voltijd werkende vrouwen overigens; 4,9 procent van de vrouwen werkt niet vanwege de zorg voor kinderen of het huishouden. Bij mannen is dat 0,3 procent.
Het ‘idealisme’ om als vader zeker de helft van de zorg voor je kinderen op je te nemen, was er altijd al, vertelt Tim Gouw. ‘Alleen, je kunt het je wel voornemen, maar het daadwerkelijk doen, daar bleek ik nog helemaal niet over te hebben nagedacht.’
Daarom is hij voor een ruimhartig betaald en verplicht verlof. ‘Dat dwingt je erover na te denken.’
Een papadag gaat je niet het gevoel geven dat je daar geschikt voor bent, zegt Gouw. ‘Sterker nog, voor veel vaders wordt alles voorbereid door hun partner, en achteraf is het een puinhoop en wordt het door haar weer opgeruimd. Zo zie ik het in ieder geval veel gebeuren.’
‘Een deel van het tweede inkomen gaat op aan kinderopvang en inkomstenbelasting. Toch hebben veel gezinnen twee inkomens nodig om rond te komen. Dat is de spagaat waarin je zit in Nederland.’
Je pleit vooral voor betrokkener vaders. Dat is iets anders dan fulltime thuisblijven. Waarom heet je boek dan De thuisblijfvader?
‘Mijn idee was: als ik thuisblijfvader zeg, dan valt iedereen daarover. Dat is iets geks, dat valt op. Sommige mensen zullen denken: dat nooit, over mijn bare dead body. Zij worden hopelijk wel aan het denken gezet. Als ik ergens een afkeer van heb, zonder dat ik dat goed kan onderbouwen, is dat voor mij altijd een aanleiding om bij mezelf te rade te gaan: wat zit daarachter?’
Ben je niet bang dat je er mensen mee tegen de haren instrijkt? Veel mensen hebben niet de luxe om te stoppen met werken.
‘Ja, maar als ik een vrouw was geweest, had ik dan dezelfde vraag gekregen? Als het De thuisblijfmoeder had geheten, dan hadden mensen zich dat niet afgevraagd. Als mannen thuis gaan zitten, is het ineens een luxeding. Een deel van het tweede inkomen gaat bovendien op aan kinderopvang en inkomstenbelasting. Desalniettemin hebben veel gezinnen twee inkomens nodig om rond te komen. Dat is de spagaat waarin je zit in Nederland. Dus in zekere zin is het een luxepositie. Daarom blijf ik ook hameren op verlof, omdat dat het voor iedereen gelijk trekt.’
Wirwar van regelingen
In Nederland geldt een wirwar van verlofregelingen. Partners kunnen sinds 2019 wettelijk één week geboorteverlof opnemen. Sinds 2020 zijn daar vijf weken aanvullend geboorteverlof bijgekomen, tegen 70 procent van het loon. Bevallings- en zwangerschapsverlof tellen op tot minstens zestien weken, volledig doorbetaald.
Ten eerste vindt Tim Gouw dat dat gelijk moet worden getrokken. ‘En er moet een fors verlof van worden gemaakt; 180 dagen bijvoorbeeld. Betaald; niet iedereen kan van 70 procent rondkomen. Wat voor voorwaarden daar dan precies aan moeten zitten? I don’t care, eigenlijk. Het gaat erom dat de beslissing niet voor de ouders genomen wordt.’
Wie moet dat gaan betalen?
‘Dat kunnen we prima betalen. Door de kosten die we besparen op de kinderopvang, maar ook omdat meer vrouwen kunnen gaan werken. En er gaan voordelen mee gepaard die niet direct in geld zijn uit te drukken. Zo is uit onderzoek gebleken dat stellen die de taken beter verdeeld hebben minder snel scheiden.’
Betrokken vaders hebben ook betere relaties met hun kinderen, gelooft Gouw. Niet voor niets wonen kinderen van gescheiden heteroparen nog vooral bij hun moeder. Maar het verschuift: waar in 1989 nog 10 procent van de gezinnen alleen een vader had, was dat in 2016 24 procent.
In zijn boek somt hij nog veel meer voordelen op van zorgende vaders. Van een beter seksleven tot een betere taalontwikkeling van kinderen, die ook nog eens beter vriendschappen kunnen sluiten. ‘Ik had een meester in groep acht,’ schrijft hij, ‘meester Hans. Hij speelde gitaar, zong liedjes, en raakte geëmotioneerd toen hij zelf vader werd. Als twaalfjarig jongetje dacht ik natuurlijk niet: hier staat een rolmodel, maar nu ik daaraan terugdenk wel. Daarom denk ik ook dat we meer mannen in het onderwijs moeten hebben, die aan de jongetjes laten zien: dit kan dus ook. Een kwetsbare man die creatief durft te zijn, zich open durft te stellen, twijfelt. Een vader kan zo’n rolmodel ook vervullen. Maar een vader die er niet is kan dat niet. Dat is evident.’
In de masculiene Spaanse cultuur heeft Gouw zich vaak moeten verdedigen. ‘Ik zou het man-zijn doen verwateren, mijn mannelijkheid zou eraan ten onder gaan.’ Zo was een Spaanse dokter verrast toen hij Gouw in de wachtkamer zag met zijn dochter. ‘Moet jij niet werken?’ vroeg de dokter. Drie keer checkte hij of Gouw wel echt de vader was. En bij het weggaan vroeg hij of Isabel weleens een driftbui had. Nee, antwoordde Gouw. ‘Daarom heb ik altijd liever dat moeders meekomen,’ zei de arts. ‘Die kennen hun kind door en door.’
‘Ik denk dat vrouwen een enorm zwak hebben voor mannen die met zelfvertrouwen zorg dragen voor hun kinderen. Ik denk dat zorgen cool is.’
Een andere keer was Gouw in gesprek met zijn buurman. Het was Driekoningen, dat in Spanje groots en met veel eten wordt gevierd. ‘Wat ga je koken, wat eten jullie?’ vroeg Gouw. ‘Dat weet ik toch niet,’ zei de buurman, terwijl hij zijn handen verdedigend in de lucht hield. ‘Hij voelde zich aangevallen. Wat wil die gast nou, dat we met elkaar gerechten gaan bespreken? Hij zag dat als een aanval op zijn mannelijkheid.’
Hoe weet je of dat ook voor Nederlandse mannen geldt?
‘Een deel van m’n vrienden hier in Spanje is Nederlands, en ik ben nog vaak in Nederland. Ik denk dat ik een goed beeld heb van de Nederlandse man, ook omdat ik er zelf nog altijd een ben. Misschien zal je zo’n dokter niet zo gauw in Nederland tegenkomen, maar ik dacht dat de Nederlandse man progressiever en geëmancipeerder was.’
Bij het luisteren naar je podcast Papa moet het doen, waarin je samen met goede vriend Maarten en gasten over het vaderschap praat, betrapte ik me erop dat ik het gekeuvel, over welke gekke namen kinderen aan hun knuffels geven bijvoorbeeld, aandoenlijk vond. Blijkbaar ben ik dat niet gewend. Praten vaders onderling veel over hun kinderen?
‘Heel weinig.’
Hoe komt dat? Wordt dat als niet-mannelijk gezien?
‘Ten eerste maak je je daarmee kwetsbaar. Je kinderen, dat is iets heel eigens, daar zit een deel van jezelf in. Een-op-een lukt dat wel hoor. Maar vaak is er een gebrek aan kennis, en misschien wel interesse. Daar loopt het spaak. Dat vaders toch niet genoeg betrokken zijn bij de opvoeding, dingen langs zich heen laten gaan. Dan komt het gesprek niet op gang.’
Dat vind ik schrijnend om te horen.
‘Is ook zo. Aan de andere kant kunnen veel vaders het wel, maar vinden ze het niet passen bij wie ze zijn. Moeders zijn moeder in heel veel hoedanigheden. Vaders vaak tot aan de voordeur, als je mazzel hebt, en daarna houdt het een beetje op. Je vaderschap in andere groepen etaleren is niet gebruikelijk.’
Volgens Ipsos vindt 7 procent van de Nederlanders dat een man die thuisblijft voor zijn kinderen wordt aangetast in zijn mannelijkheid. In Spanje is dat 13 procent. Kan vaderschap ook onderdeel worden van een nieuwe definitie van mannelijkheid?
‘Ik denk dat vrouwen een enorm zwak hebben voor mannen die met zelfvertrouwen zorg dragen voor hun kinderen. Ik denk dat zorgen cool is. Net als moeders, kunnen vaders bovendien die vaardigheden inzetten op de werkvloer. Onder druk dingen voor elkaar krijgen, met emoties omgaan.’
Dat doet mama
Die identiteitsontwikkeling heeft Gouw zelf ook moeten doormaken. Typisch vindt hij de reacties van oud-schoolgenoten op de uitnodiging voor zijn boekpresentatie. ‘De meeste reacties die ik kreeg waren in de trant van: dat had ik nooit achter jou gezocht.’
Het thuisblijfvaderschap heeft hem de vrijheid gegeven om zijn mannelijkheid te herdefiniëren, zegt hij. Het boek heeft hem daar ook bij geholpen. ‘Waar ik nu wel bang voor ben is: wat gebeurt hierna? Als ik weer ga werken? Verander ik dan weer in m’n oude zelf, de Tim waarvan mensen zeggen “thuisblijfvader, dat had ik nooit achter jou gezocht”?’
De dag voor dit interview kwam hij een man tegen in de speeltuin. Ze hadden het over het uitzoeken van een basisschool voor hun kinderen. De man had geen idee. Dat doet mama, zei hij. ‘Voorheen had ik gezegd: prima, ik heb ook geen idee. Nu voelde ik dat ik boos werd: waarom hou je je daar niet mee bezig? Het gaat toch om de toekomst van je kind?’
Al sprak hij dat niet uit.
‘De meeste vaders op tv lijken nog steeds van Al Bundy, uit Married… with Children af te stammen.’
Ben jij niet toch naar de kant van die zelfverklaarde feminist geschoven?
‘Ik ben me steeds meer gaan afzetten tegen het beeld van de klunsvader. Tegen de Al Bundy, uit Married… with Children – de meeste vaders op tv lijken nog steeds van hem af te stammen. Omdat ik denk dat we als maatschappij veel meer aan de feminist hebben. Sommige mannen zeggen: ik doe m’n best, maar de kinderen trekken toch meer naar hun moeder. Is dat echt zo? Ik snap dat je dénkt dat je je best doet. Maar als je ruzie hebt over het huishouden, ben jij vast degene die zegt: vertel me wat ik moet doen, dan doe ik het voor je. Dat is geen gelijkwaardigheid. Maar je wilt daar wel de vruchten van plukken als het ware, zoals de band met je kind. Zo werkt het niet. Het gaat niet vanzelf.’
De thuisblijfvader. Waarom mannen net zo goed voor hun kinderen kunnen zorgen, Tim Gouw, 240 p., €22,99 (ebook €14,99).



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.