Ergens in 2008 zocht Sander Pleij me op in het Ambassade Hotel om over een vaste rubriek voor Vrij Nederland te praten. Het idee was dat ik vragen van lezers ging beantwoorden, literaire vragen. Sander verwees naar de Frankfurter Allgemeine Zeitung of naar Die Zeit, dat weet ik niet meer zeker, waarin een soortgelijke rubriek stond. Ik antwoordde dat alleen literaire vragen mij wat beperkt leek. Ook als je regelmatig een boek leest, blijven er nog altijd tienduizenden boeken over die niet zijn gelezen. Ik zag er bij voorbaat tegenop om over boeken te schrijven die ik nooit had gelezen. ‘Kunnen we er niet een algemene vragenrubriek van maken?’ vroeg ik. ‘Grunberg helpt.’

De waarheid gebiedt te zeggen dat ik altijd al heb willen helpen en redden, waarbij ik me goed bewust ben van de hoogmoed daarvan – kun je überhaupt schrijven zonder hoogmoedig te zijn?

November 2008 begon de Mensendokter, lezers werden opgeroepen al hun dilemma’s en levensvragen met de Mensendokter te delen, niets hoefde onbesproken te blijven. Ik vermoed dat de redactie zelf ook af en toe wat vragen instuurde, ik heb dat nooit nagevraagd, je moet veel maar niet alles willen weten en daarnaast is een redacteur natuurlijk ook gewoon een lezer.

Overal is zelfhulp

In een recensie van een zelfhulpboek van Ernst-Jan Pfauth, gepubliceerd in Vrij Nederland in 2017, reflecteerde ik, wat onvermijdelijk was, op mijn werkzaamheden als Mensendokter. Ik kon een collega niet de maat nemen zonder mezelf ook langs die maatstok te leggen: ‘Als Mensendokter voor Vrij Nederland doe ik al ongeveer tien jaar aan zelfhulp, misschien zelfhulp van het ironische soort, maar we mogen niet uitsluiten dat veel zelfhulp ironischer is dan we denken.’ Daaraan voegde ik toe: ‘Onderwijs is veelal zelfhulp in een pedagogisch jasje gestoken.’

Nooit, nee nooit heeft de Mensendokter met een vroom gezicht het woord ‘verbinding’ in de mond genomen.

Oftewel: overal is zelfhulp, op elke winderige staathoek treffen we mensen aan die menen te verdrinken en die zich wensen vast te klampen aan hen die zeggen: ‘Ik zal je leren hoe je jezelf kunt helpen.’ Overal ook mensen die de ander geen vis willen geven, maar willen leren hoe te vissen. Ja, de Mensendokter was ook een visser. De mensenredder wordt, zelfs als hij daar niet actief naar streeft, een verzamelaar van mensenzieltjes. Maar nooit, nee nooit heeft de Mensendokter met een vroom gezicht het woord ‘verbinding’ in de mond genomen, al was het maar omdat hij besefte dat zij die over verbinding spreken – en waar duikt dat vermaledijde woord niet op tegenwoordig? – zich eerst en vooral met hun eigen ego willen verbinden.

De rubriek Mensendokter was ook een poging te onderzoeken in hoeverre de schrijver als therapeut kan fungeren, waarbij het misschien voor beide partijen een geluk was dat het contact het eerste decennium via de e-mail plaatsvond. Zo schreef een systeemtherapeut mij recentelijk dat de patiënt/cliënt ook een bron van inspiratie is, en het lijden van de patiënt zijn wapen, maar de nabijheid van dat wapen kan uiteraard ook bedreigend zijn. Mij sprak dat zeer aan, de bijna verdronkene als muze van de mensenredder, die we ook wel therapeut noemen, en het lijden als het wapen van de bijna verdronkene waarmee hij een laatste poging doet de wereld naar zijn hand te zetten. Als dit zo is, kunnen we ook zeggen dat Jezus niet voor ons maar tegen ons geleden heeft. Zijn lijden was onze straf. Dit terzijde is slechts voor de theologen onder u bedoeld.

Andermans lijden

Pas in zijn laatste maanden als Mensendokter is hij zijn cliënten gaan ontmoeten om het wapen van andermans lijden met eigen ogen te bekijken. En zo kon hij vaststellen dat wat in therapeutische kringen het face-to-face-contact wordt genoemd, inderdaad voor- en nadelen heeft en dat oog in oog staan met andermans lijden geen onverdeeld genoegen is. Al moet een schrijver daar natuurlijk wel tegen kunnen, zeker de schrijver die de Mensendokter ook wenst te zijn.

Het dilemma waarmee de cliënt worstelt, kan daarentegen face-to-face wel wat worden uitgediept, de non-verbale communicatie voegt doorgaans wat toe aan de problematiek van de cliënt. Daar staat tegenover dat de cliënt zich niet altijd houdt aan de tijd die doorgaans voor een therapeutische sessie is gereserveerd, drie kwartier of vijftig minuten, en een enkele keer bleek de cliënt een niet eens zo heel erg verborgen agenda te hebben. Velen zochten een uitgever voor hun geschriften – de Mensendokter diende vooral als boodschapper te functioneren.

Nee, als de Mensendokter die laatste maanden iets heeft geleerd, is het wel dat menigeen redding verwacht van de uitgeverij. Als het werk maar in de boekhandel ligt, is redding een feit. Zij die weleens in een boekhandel hebben gelegen, weten dat dit een illusie is. Maar de therapeut is er niet om zijn cliënten voor teleurstellingen te behoeden, hooguit kan hij de tocht van de hoogste toppen naar de diepste dalen begeleiden zodat de cliënt heelhuids beneden aankomt en weer aan een nieuwe beklimming kan beginnen – Sisyfus als metafoor blijft altijd van toepassing.

Ook vond tijdens die een-op-een-sessies weleens de beruchte overdracht plaats: de Mensendokter meende de cliënt op gevoelens van liefde te betrappen, zelf betrapte hij zich weleens op lichte walging en ergernis.

Het leven zal altijd wel voor meer dan de helft uit alledaags ongemak bestaan.

Toen de therapie nog per e-mail plaatsvond, kwam het luchtige, het alledaagse, ruimschoots aan bood. Zelden tot nooit stuitte de Mensendokter op suïcidale neigingen bij zijn cliënten, dikwijls ging het vooral om ongemak, hoewel het alledaagse ongemak bijna ongemerkt de gedaante van een existentieel probleem kan aannemen. Sterker nog: het leven zal altijd wel voor meer dan de helft uit alledaags ongemak bestaan. Hier is een lezer aan het woord, we hebben het over 2012: ‘De druk van de juf van mijn kind om mee te helpen is hoog. Die vrouw vraagt of ik mee wil doen met sportdag, excursie of wat dan ook terwijl ik echt geen vrij voor zoiets kán nemen. Hoe poeier ik haar af zonder boos te worden?’

Ook het onverbloemd politieke kwam regelmatig aan bod. Hier is Anna aan het woord, een mail uit 2016: ‘Ook de slager van op de hoek is weg en daar staat nu een of andere Pakistaanse nachtwinkel. Begrijpen jullie nou nog niet waarom ik op de PVV ga stemmen?’ De cliënt zoekt uiteraard altijd weer instemming voor zijn gedragingen en opvattingen, en daartoe wendt hij zich tot hen die zich in de mottige mantel van de autoriteit hebben gehuld.

Slecht in afscheid nemen

En dan nu de brief die ik mijn cliënten verschuldigd ben.

Lieve cliënten,

De Mensendokter sluit zijn praktijk. Met genoegen heb ik u ruim tien jaar geholpen. U hebt mijn leven verrijkt, maar ik kan het ambt van Mensendokter niet meer verenigen met mijn andere werkzaamheden. Gelukkig zijn er kundige collega’s bij wie u terecht kunt.

Als u worstelt met ondankbaarheid, raad ik u aan contact op te nemen met Ernst-Jan Pfauth. Voor al uw religieuze wanen en vragen staat Maarten ’t Hart dag en nacht ter beschikking. Voor vragen en dilemma’s op het gebied van huisdieren, met uitzondering van reptielen, kunt u terecht bij Maartje Wortel.

Voor uw worsteling met het politieke bedrijf in Nederland en omgeving en voor de teleurstelling in uw eigen engagement, kunt u vanaf heden terecht bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Uw seksuele problematiek zal worden opgelost door Charlotte Mutsaers, die zich er ook op verheugt u persoonlijk te ontmoeten. Ze is niet goedkoop.

Voor de cliënten die lijden onder schaamte zal Tijs Goldschmidt beschikbaar staan voor groepstherapie. Vanaf maart, even geduld dus.

Voor uw relationele problematiek: Marente de Moor. De therapie zal worden gegeven tijdens lange wandelingen, dus wie niet kan wandelen, kan beter meteen zelf een einde aan zijn relatie maken.

Voor liefdesverdriet en andere vormen van rouw: Alma Mathijsen.

En voor alle overige problemen kunt u terecht bij Adriaan van Dis. Adriaan is van plan met zijn patiënten te gaan koken. Hij schreef me: ‘De klassieke praattherapie heeft zijn beste tijd gehad. De patiënt kan beter even deeg kneden terwijl hij over zijn lijden praat.’ Adriaan is bereid bij u thuis voor u te gaan koken, mits uw keuken groot genoeg is, dus stuur hem van tevoren even een fotootje van uw keuken.

Tijdens intervisie bleek de Mensendokter er slecht in afscheid te nemen. Wij hebben geleerd dat wij onze tekortkomingen moeten overwinnen om verder te kunnen leven, maar in sommige gevallen moeten we concluderen dat er niets anders op zit dan met de tekortkoming te leren leven.

Daarom zeg ik: in uitzonderlijke gevallen zal ik mijn praktijk weer openen, onder een brug voor de zwervers, in parken voor de potloodventers, in eetcafés voor de verloren zielen. Dank voor uw vertrouwen.

Om mijzelf te parafraseren: wij zijn allemaal patiënten, maar de ene patiënt slaagt er beter in dat te verbloemen dan de ander.

Onthoud dat uw lijden uw wapen is, uw harnas en uw dolk. Steek de ander niet meteen dood, maar zwaai af en toe vrolijk rond met het wapen dat uw lijden is.

Het ga u goed.

De Mensendokter