‘Goedemorgen, Frans! Beetje goed geslapen? Ik heb thee voor je. Ook heb ik een paar sjekkies voor je gedraaid. Ben je rustig? Kom je zelf naar buiten? Of moeten we je boeien?’

Het is maandagochtend, net na half negen. Anouk praat door het luikje van de separeerruimte waarin Frans het weekend heeft doorgebracht. (‘Bij de Kijvelanden hebben we het liever over separeren dan over isoleren,’ heeft een woordvoerster laten weten na een check op de tekst. ‘Ook spreken we van kamers in plaats van cellen. Evenmin straffen we patiënten omdat ze immers in behandeling zijn. Wel kunnen we ze bij ongewenst gedrag een maatregel opleggen. Die maatregel is er altijd op gericht om de veiligheid te waarborgen.’)

Anouk is een van zijn groepsbegeleiders in tbs-kliniek de Kijvelanden in Poortugaal, een dorp onder de rook van Rotterdam. Zo’n 120 tbs-patiënten zijn daar verdeeld over elf afdelingen, allemaal vernoemd naar een edelsteen. Tbs’ers met bipolaire stoornissen, psychoses en schizofrenie zitten door hun behoefte aan ondersteuning doorgaans op supportieve of zeer intensieve zorgafdelingen. Patiënten met een antisociale, borderline of narcistische persoonlijkheidsstoornis en/of psychopathie verblijven meestal op sociaal-therapeutische afdelingen met wat meer eigen verantwoordelijkheden en vrijheden. Er zijn ook afdelingen voor patiënten met een lichte verstandelijke beperking. Voor de extreem vlucht- en beheersgevaarlijke patiënten is er een aparte afdeling met eigen veiligheidsregime; zij mogen ook niet onbegeleid in de kliniek rondlopen.

Frans is sinds een kleine twee maanden opgenomen in de Kijvelanden, op de afdeling Opaal. Afgelopen week raakte hij steeds psychotischer. Hij sloeg wartaal uit, schreeuwde en vloekte, masturbeerde ostentatief. Tot diep in de nacht maakte hij lawaai op zijn kamer. Niet alleen voor zichzelf, ook voor zijn medepatiënten en het personeel vormde hij een te groot gevaar. Daarom besloot de eindverantwoordelijk regiebehandelaar hem te laten opnemen in de separeerruimte met continu cameratoezicht.

‘Prima geslapen, hoor,’ antwoordt Frans. ‘Ik ben rustig. Jullie hoeven me niet te boeien.’ Anouk opent de deur. Even later schuifelt Frans in blauwe scheurjurk, het kledingstuk dat patiënten in een separeerruimte ter zelfbescherming dragen, naar de deuropening. Hij kijkt schichtig de gang in, zijn haar zit in de war, hij ziet er ongewassen uit. Anouk geeft hem zijn medicatie en checkt of hij die doorslikt. Drie extra medewerkers – twee vrouwen en een mannelijke collega die niet had gedetoneerd bij een aflevering van De Sterkste Man van Nederland – zien daarbij volgens protocol toe op de veiligheid.

Samen schuifelen ze richting patio. Het is aangenaam weer, de lucht is blauw. Op een bankje rookt Frans amechtig drie sjekkies en drinkt zijn thee. Hij beantwoordt wat algemene vragen. Met Anouk loopt hij een paar rondjes. Als hij op een ander bankje wijdbeens een nieuw sjekkie rookt, is zijn klokkenspel zichtbaar. Hij slaat zijn benen over elkaar als hij daarop wordt aangesproken.

Na een half uurtje wordt hij teruggebracht naar de separeer. Terwijl Anouk de kleine, mintgroene ruimte met alleen een matras op de grond en in de hoek een ijzeren toilet (dat een medewerker van buiten doortrekt) snel en efficiënt schoonboent, neemt hij een douche.

‘Zo, Frans, je ziet er weer fris uit,’ zegt Anouk. ‘Sowieso is besloten dat je naar een andere afdeling gaat, naar Jade. Daar ga je intensievere zorg krijgen. Om half twee komt de psychiater beoordelen of je daar al heen mag, of dat je nog even hier moet blijven. Voor nu krijg je de gevraagde boterhammen en koffie. Houd je taai, we zien je straks weer.’

TBS kliniek Kijvelanden

Gefilterde versie

Op weg terug naar Opaal vertelt Anouk, die om half acht die ochtend is begonnen, dat Frans gisteren nog geboeid naar de patio moest. ‘Patiënten in de separeer moeten wettelijk een uur per dag naar buiten. Aan zijn houding en mimiek bespeurde ik nu geen vijandigheid, daarom vertrouwde ik erop dat hij ongeboeid kon blijven. Je handelen hier moet er zoveel mogelijk op zijn gericht om potentieel gevaarlijke situaties te de-escaleren. En je moet respectvol blijven, nooit bijvoorbeeld zelf gaan schreeuwen.’

Elke medewerker in de kliniek draagt voor noodgevallen een pieper. Eén keer drukken betekent gevaar, twee keer snel drukken is het signaal voor gijzeling.

Groepsbegeleiders op deze afdeling werken altijd met z’n drieën, hoor ik in hun kantoortje, een glazen ruimte op de eerste verdieping die grenst aan de woonkamer met keuken van de afdeling en uitkijkt op de patio beneden. De deur van hun kantoor staat altijd open, behalve als ze gevoelige informatie bespreken. Patiënten mogen niet verder komen dan de deuropening.

Elke medewerker in de kliniek draagt voor noodgevallen een pieper. Eén keer drukken betekent gevaar, twee keer snel drukken is het signaal voor gijzeling. Alle medewerkers weten hoe ze op die momenten volgens beveiligingsprotocol moeten handelen. ‘Negen van de tien keer is een alarmsignaal preventief,’ vertelt groepsbegeleidster Lisa. ‘Zelf heb ik één keer een fors geweldsincident meegemaakt. En hoewel ijlings andere collega’s kwamen toesnellen, leek dat een eeuwigheid te duren. Door dat incident heb ik lang last gehad van paniekaanvallen. Met EMDR ben ik daar weer bovenop gekomen.’

Lisa werkt negen jaar in de tbs. Als verpleegkundige is ze multi-inzetbaar. Ook zij haalt – zoals eigenlijk elke medewerker die ik dat vraag – voldoening uit haar werk als patiënten kleine stapjes vooruit maken. ‘Vaak zijn wij voor patiënten de eersten met wie ze een soort van stabiele relatie opbouwen. Je moet hen direct aanspreken op gedrag en omgangsvormen die je niet tolereert. Ja, dat kun je zien als heropvoeden. Duidelijk en consequent zijn helpt patiënten bij het stapsgewijs verkrijgen van meer vrijheid.’

In de kliniek is ze een ‘gefilterde versie van zichzelf’. ‘Je moet wel authentiek zijn, anders bouw je geen vertrouwensband op. De kunst is te laveren tussen afstand en nabijheid.’ Daarbij laat Lisa nooit te veel over zichzelf los. ‘Persoonlijke informatie kan tegen je worden gebruikt, dat hangt deels ook samen met de psychiatrische problematiek van deze patiënten. Op de afdeling zagen ze het natuurlijk toen ik zwanger was, maar ze weten niet het geslacht van mijn kind.’

Naar buiten toe is ze terughoudend over haar werk. ‘Best lastig, want ik ben een flapuit. Maar de maatschappelijke vooroordelen tegen tbs zijn niet leuk om te horen. Iemand vroeg eens waarom ik niet gewoon gif in het eten van patiënten doe. Alsof hier allemaal monsters zitten!’

TBS

Een rechter kan volgens het Wetboek van Strafrecht terbeschikkingstelling (tbs) opleggen bij een misdrijf waarop minimaal vier jaar gevangenisstraf staat: bij (poging tot) moord of doodslag, brandstichting, ernstige mishandeling en bedreiging, en zedendelicten als verkrachting en pedoseksualiteit. Verzachtende omstandigheid kan zijn dat iemand door een psychische stoornis het gepleegde delict niet of niet volledig kan worden toegerekend. Dan moet er een aantoonbare relatie zijn tussen delict en stoornis. Aan gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische observatiekliniek van Justitie, de taak dat middels uitgebreid onderzoek te bepalen.

Tbs is een beveiligingsmaatregel die alleen wordt opgelegd als het onmogelijk is de maatschappij anders­zins te beveiligen tegen een veroordeelde. Er zijn drie varianten: tbs met voorwaarden (zoals een behandeling in een kliniek of innemen van medicatie), tbs met bevel tot verpleging (verplichte opname in een gesloten tbs-kliniek) en gemaximeerde tbs (voor misdrijven waar de lichamelijke integriteit niet aan de orde is, kan iemand maximaal vier jaar tbs met dwangverpleging krijgen).

De maatregel geldt voor twee jaar. De rechter kan tbs steeds met een of twee jaar verlengen, afhankelijk van hoe recidivegevaarlijk iemand wordt ingeschat. Blijft het risico op herhaling te hoog, dan kan een longstay-status worden aangevraagd. Dan wordt een tbs’er naar een instelling voor langdurige forensisch psychiatrische zorg overgeplaatst en niet meer actief voorbereid op een terugkeer naar de maatschappij. In 2019 verbleven er 90 patiënten op een longstay-afdeling.Het aantal tbs-patiënten neemt toe. In bijvoorbeeld 2018 ging het om 1310 patiënten, op moment van schrijven zijn het er 1536. Gemiddeld zijn tbs’ers 44 jaar oud; circa 6 procent is vrouw. Een tbs-behandeling duurt doorgaans acht jaar en kost 465 euro per dag per patiënt.

Recent onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) laat onder meer zien dat ‘het percentage personen dat binnen twee jaar een nieuw delict had gepleegd, lag na trajecten met detentie bij 52-53 procent (9-11procent zeer ernstige delicten), twee keer zo hoog als na ambulante trajecten met 26-27 procent (2-3 procent zeer ernstig). Bij tbs-trajecten betrof dit 18-20 procent (4-7 procent zeer ernstig) en bij de overige trajecten met intramurale zorg 34-37 procent (3-6 procent zeer ernstig).’

Rijst met kip

Op een van de vier banken in de woonkamer leest Mahmoud het AD. Op de tafel voor hem liggen een paar wijkkrantjes. In een hoek zit Ibrahim achter een spelcomputer. Tegen de achter- en zijmuur staan drie eettafels.

‘Hier eten we, chillen we en kijken we televisie,’ vertelt Mahmoud. ‘Ja, ik weet dat het kabinet is gevallen. Wil je de afdeling zien?’

Hij staat op en geeft me een boks. Via de keuken lopen we de gang in. Elke patiënt heeft daar zijn kamer van zo’n twaalf vierkante meter, met douche en toilet. Mahmoud opent zijn kamerdeur. ‘Kijk rustig binnen.’ Pas dan merk ik dat Lisa is meegelopen en achter me in de deuropening staat. ‘De kamerdeuren doen we ’s avonds om tien uur van buiten dicht, de ochtenddienst opent ze weer om half acht. Bezoek ontvangen patiënten meestal op hun kamer.’

Op de gang zijn ook de voorraadkamer, het washok en een ruimte waar een patiënt zich kan terugtrekken met advocaat of maatschappelijk werker. Er is een speciale ruimte waar elke patiënt regelmatig urinecontrole krijgt op alcohol, drugs en medicijngebruik. Weigeren geldt als positieve test. Op een positieve uitslag volgt een maatregel zoals intrekken van verlof of de afdeling niet mogen verlaten voor een bezoek aan het inpandige supermarktje of internetcafé. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kan iemands kamer doorzocht worden op drugs.

‘Iedereen houdt zijn eigen kamer schoon,’ vervolgt Mahmoud. ‘Op het prikbord hangt op kamernummer het corveerooster voor wie wanneer woonkamer en gang moet schoonhouden. Op woensdagen kan ik mijn kleding wassen en drogen.’

Elke patiënt op deze afdeling heeft, soms met hulp, tweewekelijks ’s avonds kookbeurt voor de hele groep plus dienstdoende begeleiders. ‘We eten prima hier,’ aldus Mahmoud. ‘Als het mijn beurt is, kook ik meestal rijst met kip. Eet je zo een boterham mee?’

Time-out

Bij de lunch zit ik aan tafel met Patrizio, Ibrahim en Rodney. Patrizio blijft stil, maar Ibrahim en Rodney willen graag weten wat ik kom doen en welke andere klinieken ik ga bezoeken. Vrij Nederland kennen ze niet – en in deze context besef ik plots de ironie van de titel. Ze vertellen me dat hun dagen in vaste blokken zijn ingedeeld, met arbeid, educatie, sport en diverse vormen van (psycho)therapie. ‘De ene week voel je je beter dan de andere,’ zegt Rodney, ‘er wordt wel rekening gehouden met wat je aankan.’

Met productiewerk zoals bloemschikken en houtbewerking verdienen ze maximaal 270 euro per maand, geld dat ze kunnen sparen of uitgeven in het supermarktje of om op bol.com iets te laten aanschaffen. Van het Rijk krijgt elke tbs’er maandelijks 76 euro zak- en kleedgeld. Rodney nodigt me uit een volgende keer te komen kijken bij Dutch Cell Dogs, een project waaraan hij meedoet op aanraden van zijn psycholoog.

Ibrahim zit weer beter in zijn vel. Hij slaapt goed sinds Frans, tot voor kort zijn buurman, weg is. Ook zijn nieuwe medicatie slaat aan. Na de lunch gaat hij in de tuin werken. ‘Maar ik heb geen groene vingers,’ lacht hij, terwijl hij me wijst op een paar broodkruimels op mijn wang.

Aansluitend heeft hij risicomanagementgroep. Daarin vertellen patiënten elkaar onder begeleiding van een psycholoog over hoe ze onder meer risico’s op terugval kunnen herkennen. ‘Wat mij betreft schuif je daarbij aan.’ Ibrahim gaat al geregeld op verlof. ‘In het begin kreeg ik meerdere begeleiders mee, nu is het er eentje. Over een paar maanden mag ik hopelijk zelf naar mijn familie.’

Plots is er lichte consternatie. Aan een andere tafel scheldt Boris een medepatiënt uit die twee soorten beleg op zijn brood heeft gedaan. Zelf was hij daarop eerder aangesproken. Boos vanwege die inconsequentie gooit hij zijn bord op de grond. Anouk stuurt hem voor een time-out naar zijn kamer. Als ze hem na een half uur opzoekt, erkent hij dat zijn reactie niet oké was.

‘Hij betuigde niet echt spijt, maar we hebben voor nu bereikt wat we wilden,’ zegt Anouk. ‘Boris toonde zelfreflectie, zag in dat hij een grens was overgegaan en anders had moeten reageren.’

Afdelingspsycholoog Geertje komt het kantoor binnen; vandaag gaat de risicomanagementgroep helaas niet door.

TBS kliniek Kijvelanden

Overdracht

Iedere dag om half drie, bij de wisseling van de wacht, nemen de groepsbegeleiders per patiënt de bijzonderheden van die dag door. Vandaag zit Anouk voor.

Patrizio moet goed in de gaten worden gehouden, begint ze. Het vermoeden bestaat dat hij met zijn medicatie smokkelt, hij maakt een ‘katatone indruk’ door zijn typische motorische symptomen en inactieve en zich herhalend bizar gedrag. Met Mahmoud gaat het daarentegen stukken beter. Als hij zo doorgaat en zijn kamer goed blijft schoonhouden, mag hij een aansteker zodat hij ook ’s avonds kan roken als zijn kamer op slot is. Is zijn kamer ’s morgens weer een puinhoop, dan moet hij die aansteker weer inleveren.

Frans gaat definitief over naar Jade, vervolgt Anouk, maar de psychiater heeft hem nog niet vrijgegeven uit de separeer, vindt hem nog te ontregeld.

Inmiddels is Jop die middag ongemerkt van Jade verhuisd naar de kamer van Frans en zijn ze weer met de gebruikelijke twaalf man op de afdeling. Nu heeft Jop een wenmaatregel en moet hij op zijn kamer blijven, maar straks schuift hij aan bij het avondeten. Scindia, zijn groepsbegeleidster op Jade, vertelt dat hij eerst not amused was. Maar ze heeft uitgelegd dat zijn verhuizing een stap voorwaarts is. ‘Hij heeft last van wanen, denkt dat er een batterij in zijn darmen zit. Ook weet hij zeker dat de koning hem gratie gaat geven.’ Niettemin verwacht ze dat Jop hier weer gaat groeien. ‘En o ja, breng hem morgen pas naar de medische dienst als al zijn injecties klaarliggen. Door zijn autisme kan hij nogal van slag raken.’

Als Scindia op weg naar de uitgang van de kliniek een stuk meeloopt, vraag ik hoe ze reageert op wanen van een patiënt. Ze zegt er in zoverre in mee te gaan dat ze iemand altijd serieus neemt. ‘Maar ik geef duidelijk aan waar ik zelf anders over denk. Jop lijkt langzaam te beseffen dat er ook andere denkbeelden kunnen bestaan. Dat zie ik als hele kleine vooruitgang.’

Rugzakje

Als ik een paar dagen later weer op Opaal ben, geven de dienstdoende groepsbegeleiders me een korte update. Frans zit nog in de separeerruimte. Het lontje van Patrizio blijkt er intussen niet langer op geworden te zijn. Hij wordt nauwlettend in de gaten gehouden, zijn medicatie is opgehoogd. Door zijn gedrag en psychotische uitspraken heeft hij extra rustmomenten in zijn kamer opgelegd gekregen. Afdelingspsycholoog Geertje heeft de groepsbegeleiders dringend geadviseerd hem voorlopig consequent met zijn tweeën te benaderen en goed op elkaar te letten. In deze toestand mag hij zeker niet onbegeleid de kliniek in.

Met Mahmoud gaat het prima. Geen terugval gehad, zijn kamer is schoon gebleven, hij doet constructief mee met de verplichte groepsmomenten. Ook Jop aardt boven verwachting goed in de groep. Hij heeft het naar zijn zin, er is meer te doen en het eten hier is beduidend lekkerder.

Andrea neemt me mee naar het sportveld van de kliniek. Daar vindt het programma plaats van Stichting Dutch Cell Dogs die gedetineerden en tbs-patiënten asielhonden laat trainen. Uitgangspunt: positief gedrag van de honden belonen, negatief gedrag negeren. ‘Tbs-patiënten proberen we zo een spiegel voor te houden,’ legt een medewerkster uit. ‘Voorafgaand proberen we qua persoonlijkheid een zo goed mogelijke match tussen hond en patiënt te maken. Zowel patiënt als hond hebben immers een rugzakje. We streven ernaar dat ze het beste in elkaar naar boven halen.’

Onderwijl observeert ze scherp hoe de patiënten bezig zijn. ‘Jongens, als jullie aardig doen, dan gaat jullie hond mee in jullie blijheid. Denk daaraan.’

Terwijl we toekijken, vertelt Andrea dat ze een vaste deeltijdbaan heeft in een gevangenis, maar zich als zelfstandige geregeld laat inhuren in de Kijvelanden. Volledig werken in een tbs-kliniek ambieert ze niet. ‘Werken met tbs-patiënten is heel interessant, maar in een gevangenis waar gedetineerden nuchterder en zakelijker worden bejegend gedij ik beter. Houdt iemand zich niet aan afgesproken regels, dan volgt straf. In de tbs moet je constant bijhouden, observeren en evalueren hoe het met patiënten gaat.’

Ook Margreet, behandelend psycholoog van Rodney, komt kijken. ‘Goed als hij in deze training zichzelf tegenkomt, dat zijn wil geen wet is,’ vertelt ze. ‘Daar hebben we in de psychotherapie hopelijk profijt van.’

Als Rodney passeert met zijn vrolijk kwispelende hond, knikt hij vriendelijk. Bij de lunch vertelt hij dat zijn hond hem zeker een spiegel voorhoudt. ‘Ik leer in elk geval geduldig te zijn. Ja, ik ga mijn hond missen als dit straks na zeven weken voorbij is. Ik ben wel aan hem gehecht geraakt.’

Verlof

Naast arbeid, educatie, sport en (psycho)therapie vormt verlof een cruciaal onderdeel van de tbs-behandeling. Een patiënt krijgt pas verlof bij voldoende vooruitgang en als de kans op herhaling van het delict voldoende is gedaald. Verlof is ook een manier om te toetsen hoe een tbs’er reageert op de vrijheid en prikkels buiten.

De eerste vijf tot tien verloven zijn kort en samen met een kliniekmedewerker en een beveiliger van Justitie. Denk aan een rondje buiten de kliniek. Gaat dat goed, dan komt een tbs’er in aanmerking voor begeleid verlof met alleen een medewerker van de kliniek. De volgende stap is onbegeleid verlof onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld om werkervaring op te doen of een opleiding te volgen. Houdt de tbs’er zich aan gemaakte afspraken, dan volgt transmuraal verlof. Iemand is nog altijd in behandeling, maar woont begeleid buiten de kliniek of in een kliniek met een lager beveiligingsniveau. Daarna volgt doorgaans het proefverlof en draait iemand volwaardig mee in de samenleving. De tbs-maatregel is dan nog niet beëindigd, de instelling blijft eindverantwoordelijk en reclassering houdt toezicht. De rechter besluit uiteindelijk of iemands tbs wordt beëindigd.

Een verlofaanvraag is een gedegen en zorgvuldig proces waarbij diverse deskundigen binnen én buiten de kliniek zijn betrokken. Voor elke ingediende aanvraag wint het ministerie van Justitie onafhankelijk advies in bij het Adviescollege Verloftoetsing tbs (AVT). Bij het verlenen van verlof wordt rekening gehouden met wensen van slachtoffers, bijvoorbeeld een locatieverbod.

In 2022 waren er in totaal 85314 verlofbewegingen die allemaal zijn gemonitord. Vrijwel altijd gaat het goed. In 2022 waren er 41 onttrekkingen, waarvan het gros bestond uit te laat terugkeren in de kliniek. Helaas gaat het in een heel enkel geval goed fout, zoals bijvoorbeeld een tbs’er die tijdens zijn begeleid verlof de benen nam en later in Soest een vrouw neerstak.

Omstreden

Een week later bel ik met een psychiater en een klinisch psycholoog van de Kijvelanden. Beiden zijn niet direct betrokken bij de casus van Frans. Ik vertel dat ik in films weleens iemand in een isoleercel heb gezien, maar dat zo’n aanblik in het echt nogal heftig is – wat ze zich goed kunnen voorstellen.

‘Separeren in de hulpverlening wordt algemeen als zeer omstreden gezien,’ erkent de psychiater, ‘hoewel in de tbs andere regels gelden. Tot separatie besluiten we alleen in acute noodsituaties, als een patiënt een te groot risico voor zichzelf of anderen veroorzaakt om op kamer te kunnen verblijven.’

Dit kan zijn door psychiatrische ontregeling, suïcidaliteit of als een patiënt risicovol delictgedrag laat zien binnen de kliniek, vervolgt de psychiater en tevens geneesheer-directeur. ‘Soms kunnen we niet anders. Medicatie is in sommige gevallen dan ook noodzakelijk. Zodat een patiënt zo snel mogelijk kan herstellen. Anders is lang verblijf in een separeerruimte onmenselijk. Alleen: het duurt even voordat antipsychotica aanslaan.’

De separeerruimte in de tbs is niet zoals in de gevangenis bedoeld als straf, vult de klinisch psycholoog annex regiebehandelaar aan. ‘Daarom leggen we een patiënt zo goed en zorgvuldig mogelijk uit, ook op schrift, waarom we deze uiterste noodmaatregel inzetten. Niettemin kan een patiënt zelf de separeerruimte natuurlijk wel als straf ervaren. Maar zodra hij zich constructief opstelt, zich houdt aan gemaakte afspraken en in feite dus weer meewerkt en psychiatrisch stabiel is, schalen we direct af.’

TBS kliniek Kijvelanden

Muur of hek

De Kijvelanden is een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC). Als gesloten tbs-kliniek geldt hier juridisch het hoogste beveiligingsniveau. Concreet is dat te zien aan de hoge muur en het hek met prikkeldraad om de kliniek heen. Direct grenzend aan de tbs-kliniek bevindt zich FPK Rotterdam, een Forensisch Psychiatrische Kliniek, met een iets lager beveiligingsniveau. Hier geen hoge muur, maar alleen een hek met prikkeldraad.

De FPK heeft twee afdelingen, een sociaal-therapeutische en een supportieve, voor elk dertien patiënten. Voor hun delict hebben ze naast gevangenisstraf een forensische maatregel opgelegd gekregen. Sommige patiënten hebben hun gevangenisstraf uitgezeten en worden nu behandeld voor hun psychische aandoening. Een aantal patiënten zit hier vanwege tbs met voorwaarden. Een enkeling is opgenomen in het kader van een zorgmachtiging. Zo’n machtiging tot verplichte zorg kan de rechter opleggen als zorg noodzakelijk is, en vrijwillige zorg onmogelijk.

De meesten verblijven negen tot twaalf maanden op de FPK voordat ze stabiel genoeg worden geacht om naar een plek voor begeleid wonen te kunnen gaan. Slaat de behandeling niet aan, dan volgt overplaatsing naar een andere instelling.

In de FPK loop ik mee op de supportieve afdeling, die qua indeling sterk overeenkomt met die van Opaal. Ook hier delen patiënten een woonkamer met keuken. Hun kamers bevinden zich op de gang, er is een patio waar ze wat kunnen fitnessen, basketballen en roken. De groepsbegeleiders, voor beide afdelingen weer drie, hebben één groot kantoor van waaruit ze toezicht houden.

Wat wel een enorm verschil is: de kamerdeuren mogen hier ’s avonds niet van buiten op slot. Ook mogen patiënten op hun kamer een smartphone gebruiken met toegang tot internet – afhankelijk van iemands delict soms met restricties. In de Kijvelanden is weliswaar een internetcafé, maar daar mogen patiënten (en lang niet allemaal) alleen onder toezicht en met begrenzingen het wereldwijde web op. Daar tekenen ze een contract voor met hun behandelaar. Wie een afspraak schendt, wordt een bepaalde periode toegang tot internet ontzegd.

Je moet een olifantenhuid hebben om hier te werken, vertellen vrijwel alle medewerkers.

Een ander opvallend verschil is dat de supportieve afdeling op de FPK gemengd is: er wonen drie vrouwen. Na de dagopening op de groep, waarin ik mezelf heb voorgesteld en ieders programma en corveetaken zijn doorgenomen, maak ik al snel kennis met Linda. Ze laat me haar nette, fris ruikende kamer zien. Ze schildert graag, de resultaten daarvan hangen aan de muur. ‘Vooral repetitieve figuren zoals je ziet, dat geeft me rust,’ lacht ze verlegen.

Onderweg naar haar werk in het medewerkersrestaurant van de Kijvelanden vertelt ze me dat ze ook buiten de kliniek werkt en tweemaal per week buiten sport. Aan het einde van de shift haal ik haar mee op. De keukenchef complimenteert haar. Groepsbegeleidster Petra knipoogt dat we wel zouden willen dat ze hier altijd bleef werken. ‘Gaat echt niet gebeuren,’ glimlacht Linda. Terug op de FPK vertelt ze dat ze moe is. Daarom ziet ze toch af van de geplande groepswandeling buiten de kliniek. ‘Liever neem ik wat rust op mijn kamer.’

‘Een modelpatiënt,’ zegt Petra later. ‘Dat Linda zo’n grapje kan hebben, getuigt zeker van zelfinzicht. Die maak ik echt niet tegen iedereen.’

TBS kliniek Kijvelanden

Rap

Als ik op mijn laatste dag de FPK verlaat en door het hek naar de Kijvelanden loop, wacht Rayan me al op. Ik had afgesproken op zijn kamer nog naar zijn eigen rapmuziek te komen luisteren.

Bij een rondleiding door de kliniek, twee weken eerder, hadden we kennisgemaakt. Zesmaal per week gaat hij op verlof om te werken of familie te bezoeken. Rayan was de enige patiënt die me uit zichzelf vertelde waarom hij nu alweer geruime tijd tbs heeft. ‘Geen zeden, geen moord. Ik praat niks goed, want ik ben geen lieverdje geweest. Helaas ben ik te vaak teruggevallen in verslavingsgedrag. Nu ben ik drie jaar clean. Van de drugs dan hè, niet van de psychofarmaca.’

Ook woonde ik zijn muziektherapiesessie bij. ‘Mijn ontlading van de week. Heb ik mijn endorfines weer binnen.’ Met Ibrahim en twee muziektherapeuten speelde hij een paar covers, waaronder Waves van Mr. Probz, zijn favoriete artiest. Zelf liet ik me door de muziektherapeuten ‘uit mijn comfortzone lokken’ en speelde mee op bongo’s. Ook deed hij ‘op een vette beat’ enkele freestyle-raps. ‘Jo, ik wil niet irritant zijn / niet brutaal zijn / Ik ben die koning / in mijn tbs-woning.’

Muziek is zijn echte therapie, benadrukt Rayan onderweg naar zijn kamer. ‘In muziek kan ik me uiten, muziek is mijn redding.’ Ooit hoopt hij door te breken, meer dan tachtig raps heeft hij al opgenomen. ‘Heb op straat gewoond / Elke dag stoned / Handen niet schoon / Alles kwijtgeraakt / Kogels vlogen rond.’ (…) ‘Kan niemand de schuld ergens van geven / Moest wel hosselen om te overleven / Kan alleen zeggen dat ik mezelf ben gebleven.’

Minimaatschappij

Een tbs-kliniek is een minimaatschappij met strikte regels, (veiligheids)protocollen en strenge controles. Van de ‘bewoners’ van minimaatschappij de Kijvelanden en FPK Rotterdam viel me van medewerkers op dat ze niet alleen scherp in de gaten houden of een patiënt ‘groepsontwrichtend’ is, ze zien vooral ook op elkaar toe. ‘Gaat het goed met je?’ ‘Kan ik wat voor je doen?’ ‘Hoe reageerde ik in deze situatie?’ Niet alleen patiënten spreken ze direct aan op hun gedrag, juist elkaar geven ze vaak en veel feedback.

Meerdere medewerkers die ik spreek hebben ook al op relatief jonge leeftijd een burn-out gehad. ‘Niemand zit hier tot zijn of haar pensioen.’

Je moet een olifantenhuid hebben om hier te werken, vertellen vrijwel alle medewerkers. Veel meer dan elders in de zorg krijgen zij ongewenste, soms ronduit kwetsende opmerkingen te horen en worden ze geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag. Sommigen redeneren dat deels weg omdat ‘het nu eenmaal hoort bij de problematiek van deze patiënten’. Niet dat je alles maar moet pikken, zegt iemand. ‘Maar als je er niet tegen kunt, zit je binnen een week thuis.’ ‘En indien nodig deins ik er niet voor terug een patiënt in zijn straattaal te laten weten dat hij mijn grens is overgegaan,’ zegt een behandelaar.

Patiënten kunnen evenwel soms dusdanig ‘zuigen’ dat ze onder de huid van medewerkers gaan zitten, dat ze er slecht van slapen of zich ziek moeten melden. Menigeen benoemt die kwetsende bejegening expliciet als dé reden dat het personeelsverloop binnen tbs-klinieken hoog is. ‘Ik zou best meer training in mentale weerbaarheid willen krijgen,’ zegt een groepsbegeleidster. Meerdere medewerkers die ik spreek hebben ook al op relatief jonge leeftijd een burn-out gehad. ‘Niemand zit hier tot zijn of haar pensioen.’

De werkdruk wordt dan ook als hoog ervaren. Werkroosters zijn soms onderbezet, geregeld moeten tijdelijke krachten bijspringen. ‘Ik doe mijn werk beter met vaste collega’s,’ beamen meerdere groepsbegeleiders onafhanke lijk van elkaar. ‘Veel wisselende gezichten kunnen ten koste gaan van de continuïteit en kwaliteit van zorg op de afdeling. Patiënten trekken extra toe naar voor hen vertrouwde gezichten. Begrijpelijk, maar dat betekent wel extra werk op jouw schouders.’ Bovendien moet je je met weinig van patiënten tevreden kunnen stellen. ‘Ik ben al blij als een patiënt oprecht vraagt hoe het gaat, zich begeleidbaar opstelt, me bedankt voor een opgedaan inzicht dat zijn leven wat verbetert.’

Niet alle medewerkers willen exact tot in detail weten wat een patiënt op zijn of haar kerfstok heeft. Deels uit zelfbescherming, erkent iemand. ‘Mijn mond hoeft niet te praten over wat mijn ogen niet hebben gezien.’

De meesten benadrukken dat ze vooral de mens achter het delict willen leren kennen, hoe ernstig dat delict ook is. En dan kan het incidenteel best voorkomen dat je iemand zijn vrijheid misgunt, zegt een medewerker. ‘Zoals een zedendelinquent die me eens zei dat hij zodra hij vrij zou zijn “met vereende krachten een vrouw wil verkrachten”. Walgelijk.’

Dit werk zal niet voor elke hulpverlener zijn weggelegd, benadrukt iemand anders. ‘Ik wil gewoon niet te snel over iemand oordelen. Als je weet wat voor jeugd sommigen hebben gehad, hoe ze zijn misbruikt en verwaarloosd. Daarmee praat ik het delict niet goed, wel krijg ik meer mededogen met iemand als mens.’

‘Wij zien patiënten die niet of niet geheel toerekeningsvatbaar een strafbaar feit hebben gepleegd,’ vult een ander aan. ‘Waarom? Dat blijft me fascineren.’

TBS kliniek Kijvelanden

Pluis-niet pluis

Naasten vroegen me geregeld of ik bang was in die minimaatschappij. Nee, geen moment. Ook niet tijdens een alarmsituatie toen er binnen no time een groep medewerkers kwam aangesneld. De groepsbegeleiders wisten de doorgeslagen patiënt te kalmeren en naar zijn kamer te begeleiden. ‘Maar het kan in zulke situaties gebeuren dat het fysieker wordt,’ zei een van hen later.

Wel liep ik alerter rond dan ik in de ‘normale’ maatschappij doe. Patiënten over wie ik had gehoord (of vermoedde) dat ze mogelijk met hun medicatie smokkelden, ogen verwarder, zombie-achtiger, onberekenbaarder vooral. Dat zie je, dat voel je – niet-pluis om een medische typering te hanteren. Waarmee niet is gezegd dat die waarneming juist is, wel dat je duidelijk merkt dat je zelfbescherming meer ‘aan’ staat. Zo’n niet-pluisgevoel ervoer ik ook in een lokaal voor creatieve therapie. Daar liet een patiënt duidelijk merken het onprettig te vinden dat ik journalist ben. Tegelijkertijd registreerde ik heel bewust de schaar in zijn hand, iets dat me buiten de kliniek vast niet was opgevallen.

Maar ik was me ook extra bewust van wél-pluisgevoelens. Had Linda me haar kamer niet laten zien, had ik niet vernomen dat ze kampt met angsten en depressies, dan had ik gedacht dat ze een medewerker was. Tegen Rayan zei ik bij het afscheid dat ik hem een aardige gozer vind – en dat kwam recht uit mijn hart.

Frans heeft al met al een week in de separeerruimte doorgebracht, verneem ik later. Op Jade zit hij wel nog grote delen van de dag alleen op zijn kamer. Zijn medicatie neemt hij vooralsnog trouw in. In de groep wordt hij extra in de gaten gehouden.

Dit is de eerste uit een reeks van vijf reportages uit verschillende tbs-klinieken. Omwille van onherkenbaarheid en onherleidbaarheid zijn de voornamen van de tbs-patiënten gefingeerd. Om privacy-redenen zijn ook de voornamen van de medewerkers van FPC de Kijvelanden en FPK Rotterdam pseudoniemen.