De straten rond Station Kito zijn uitgestorven, het is er onwezenlijk stil. Om bij J-Village Stadion te komen, had de dame van mijn hotel in Iwaki uitgetekend, kun je het beste de trein naar Kito nemen en het laatste stuk lopen. Een wandeling van twintig minuten.

Het treinstation J-Village is nog dicht. Op 26 maart gaat het weer open zodat het publiek kan meemaken hoe de olympische fakkel aan zijn tocht door Japan begint om drie maanden later in Tokio aan te komen voor de openingsceremonie.

De route voert langs dorpen en steden in de provincie Fukushima, waar negen jaar geleden de grootste aardbeving in Japan ooit plaatsvond, met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter. Een twintig meter hoge muur van water uit de Stille Oceaan kwam aan land, vaagde hele dorpen weg en sleurde duizenden mensen de dood in. Binnen 24 uur leidde dit natuurgeweld tot explosies met radioactieve gaswolken en een meltdown in drie van de vier reactors van de Fukushima Daiichi kerncentrale, die nog altijd niet ontmanteld zijn. De hitte daarbinnen is zo onvoorstelbaar hoog opgelopen dat tot voor kort alle robots die eropaf werden gestuurd, ogenblikkelijk smolten.

Zoals de Amerikanen met 911 verwijzen naar de dag dat de Twin Towers vielen, zo hebben Japanners de ramp vernoemd naar de dag waarop hij plaatsvond: 311.

Tokyo 2020-souvenirs

Uit het niets buldert opeens een Japanse mannenstem door de verlaten straat, begeleid door een piano. Ik versta er niets van, het klinkt als ochtendgymnastiek. Voor zover ik kan zien, ben ik de enige die dit hoort. Ergens moeten hier speakers hangen, maar ik zie ze niet.

Op aanwijzing van Google Maps draai ik een kwartslag naar links en loop de straat uit richting J-Village. Het voetbalstadion annex trainingsoord was jarenlang de uitvalsbasis voor de duizenden ‘decontaminatiewerkers’ die de gevolgen van de kernramp moesten bestrijden. In de zomer van 2018 ging het stadion weer open voor sporters en toeschouwers, met elf fonkelnieuwe voetbalvelden en een futuristisch overdekt trainingsveld.

De geigerteller op de parkeerplaats van J-village geeft 0,119 microsievert per uur aan, buiten is geen mens te bekennen, maar het hoofdgebouw is open. Tokyo 2020-souvenirs liggen uitgestald in een winkeltje waar nog niemand komt.

Zoals de Spelen van 1964 duidelijk moesten maken dat Japan de Tweede Wereldoorlog te boven was gekomen, moeten deze Spelen laten zien dat het land de Fukushima-ramp achter zich heeft gelaten.

In december maakte Greenpeace melding van radioactieve hotspots in de omgeving van het stadion met een straling van meer dan 70 microsievert per uur (zie kader hieronder). Wat maakt dat de organisatoren juist in J-Village de tocht van de olympische fakkel inzetten, langs dorpen die nog niet zo lang geleden ontoegankelijk waren voor de eigen bevolking?

Het antwoord op die vraag hangt samen met de bijnaam die de organisatoren de zomerspelen van 2020 hebben meegegeven: de Wederopbouw Spelen. Zoals de Japanse regering met de Olympische Spelen in 1964 de wereld duidelijk maakte dat Japan de Tweede Wereldoorlog te boven was gekomen, zo grijpt zij deze Spelen aan om te laten zien dat het land de drievoudige ramp van 311 achter zich heeft gelaten en het leven in Fukushima zijn normale loop weer heeft genomen.

Radioactieve straling

De Internationale Commission on Radiological Protection (ICRP) houdt als veilige grens 1 millisievert per jaar (mSv/y) aan, bovenop de natuurlijke straling die overal om ons heen aanwezig is. Sievert is de eenheid om het effect van radioactieve straling op het menselijk lichaam uit te drukken. De meeste landen hanteren deze grens voor de volksgezondheid. Geigertellers geven metingen weer in microsievert/uur, waarbij 1 millisievert/jaar overeenkomt met 0,11 microsievert/uur. Japan heeft als doel voor de lange termijn 0,23 microsievert/uur, wat effectief op hetzelfde neerkomt omdat gerekend is met de tijd die mensen buitenshuis (8 uur) en binnenshuis (16 uur) doorbrengen. Voor de dorpen in de evacuatiezone nam Japan het omstreden besluit om de standaard twintig keer te verhogen: bewoners mochten terugkeren zodra het niveau onder de 20 millisievert/jaar gedaald was. Over het risico van lange-termijnblootstelling aan geringe straling is geen wetenschappelijke consensus.

Controverse over radioactieve straling

De oplichtende cijfers van de geigertellers op openbare plekken in Fukushima, zoals de parkeerplaats van J-Village, zijn de enige indicatie van radioactieve straling. Verder is die onzichtbaar, onhoorbaar en onruikbaar.

De mensen die Fukushima in maart 2011 halsoverkop moesten ontvluchten, komen vroeg of laat voor het besluit te staan: terugkeren of wegblijven? Als je zelf niet genoeg afweet van radioactiviteit, verlang je misschien naar een autoriteit of expert die je vertelt hoe het zit. Met de radioactieve straling. Met het effect op de gezondheid van je kinderen. Met de veiligheid van water, rijst van het land en vis uit de oceaan. Het besluit om al dan niet terug te keren hangt dan af van wie je besluit te geloven.

Japanse burgergroeperingen brengen een heel ander verhaal over Fukushima dan hun eigen regering.

De problemen met de kerncentrale zijn onder controle, verklaarde minister-president Shinzo Abe in 2013 in zijn toespraak voor het Internationaal Olympisch Comité. In de jaren die volgden, zwol de kritiek op de zienswijze van de regering aan, al houden de meeste mensen in Japan hun mond over politieke kwesties. Internationale organisaties als Greenpeace en Friends of the Earth brengen stelselmatig rapporten uit waaruit blijkt dat het stralingsniveau helemaal niet zo onproblematisch is als de autoriteiten verkondigen.

De ontmanteling van de kapotte reactors is nog lang niet in zicht, schrijven ze, radioactief koelwater vormt nog steeds een probleem en het terugkeerbeleid is een fiasco. Ook Japanse groeperingen zoals het Citizens Committee on Nuclear Energy brengen een heel ander verhaal over Fukushima dan hun eigen regering en de meest radicale activisten spreken over de Radioactieve Spelen. In een petitie aan het IOC roepen ze op tot onafhankelijke metingen rondom stadions en sportvelden.

Op internet zijn uitgebreide dossiers en websites te vinden over beide versies van de werkelijkheid, en er is veel controverse over de gevolgen van de radioactieve straling. Maar het antwoord op de vraag of het leven in Fukushima zijn normale loop weer heeft genomen, kan Fukushima het beste zelf geven.

Obstakel voor een gezond leven

De stilte op Fukushima Station is overweldigend, na de heksenketel van Tokyo Station, waar miljoenen forenzen efficiënt en geolied langs elkaar schuiven. Een digitaal bord telt de dagen af naar 22 juli 2020, wanneer op tien kilometer hier vandaan de eerste honkbalwedstrijd van de Olympische Spelen van start gaat in het Azuma Honkbal Stadion. Vlakbij de uitgang zie ik een bordje Tourist Office en even later spreidt Masami Nakagawa (op haar borst een button English speaking) de kaart van Fukushima voor me uit. Fukushima is groot, zegt ze, en het grootste deel heeft helemaal geen last van radioactieve straling. ‘Slechts 2,5 procent van onze provincie is nog niet toegankelijk. Dat betekent dat mensen in de rest van de provincie een normaal leven kunnen leiden.’

De laatste drie jaar waren er meer buitenlandse toeristen in Fukushima dan voor 311, maar Japanse toeristen blijven weg.

Fukushima ontvangt ook steeds meer bezoekers uit andere landen, sinds Japan aan Japan-promotie doet in het buitenland. De laatste drie jaar waren er meer buitenlandse toeristen dan voor 311, maar Japanse toeristen blijven weg. Ik zeg dat iemand in Tokio me had aangeraden om een mondkapje te dragen, zelfs in Fukushima Stad, waar nooit een evacuatiebevel van kracht was. Masami Nakagawa is oprecht verontwaardigd. Wie zei dat?

Ik laat in het midden wie dat zei, maar het was Ruiko Muto, die ik ontmoette op de Yokohama Universiteit vlakbij Tokio, waar ze op een conferentie sprak over haar beschadigde leven in Fukushima. Muto is de aanvoerder van een groep inwoners van Fukushima die Tokyo Electric Power Company (TEPCO), eigenaar van de kerncentrale, en de regering voor de strafrechter daagde. Na de vrijspraak in september, die op dertig zittingen volgde, zijn ze in hoger beroep gegaan.

Ruiko Muto woont in een houten huis met zonnepanelen, niet ver van de kerncentrale. Ze kan niet meer leven zoals zij altijd leefde, dichtbij de natuur, ver van de kerncentrale (‘figuurlijk, want letterlijk woon ik op nog geen 45 kilometer afstand’). Groenten uit haar eigen tuin kan ze niet meer eten en wilde champignons uit de bergen niet meer plukken. Toen Tyfoon 19 in de herfst van vorig jaar over Fukushima raasde, de negentiende van het seizoen, steeg radioactief afval van de bodem naar de oppervlakte van de rivier en kwam er radioactieve modder van de bergen naar beneden. ‘Dit blijft nog decennialang een groot obstakel voor een gezond leven in Fukushima,’ zei Muto. Haar rechtszaak is de enige die voor de strafrechter komt, daarnaast spelen voor de civiele rechter nog ongeveer twintig zaken van uitgeweken families die geen of naar hun inzicht te weinig compensatie krijgen van TEPCO en de regering.

Foto van een gesloten tankstation in Fukushima

Bloedneuzen

Masami Nakagawa van het toeristenbureau kijkt intussen nog steeds verontwaardigd. ‘Angst voor straling is psychologisch,’ zegt ze. ‘Mensen moeten zelf komen kijken, dan zullen ze zien dat er geen enkel gevaar meer is, dat alles weer normaal is, op de onmiddellijke omgeving rond de kerncentrale na.’

Uit het rek ‘Hope Tourism’ geeft ze me een stapeltje brochures met foto’s van de bergen, de bossen, de thermische baden, de bloemen, de perziken waar Fukushima beroemd om is, maar die mensen jarenlang gemeden hebben. ‘Mensen in Fukushima willen verder met hun leven en niet aan straling denken. Ze voelen zich veilig, anders zouden ze hier niet wonen.’

‘Teruggaan voelt als collaboratie met de regering die zegt dat alles goed is.’

Deze logica hoorde ik eerder op de conferentie in Yokohama. Noriko Matsumoto vertelde me daar dat zij niet terugkeert, ook al is haar dochter, die een half jaar na de kernramp opeens bloedneuzen kreeg, inmiddels het huis uit. In het najaar van 2011 was Matsumoto op een bijeenkomst van de organisatie Moeders van Fukushima, waar ze vrouwen sprak die ook kinderen met bloedneuzen hadden en net als zij waarden van 2,73 microsievert/uur rond hun huis hadden gemeten. ‘Toen zijn we toch maar vertrokken, ook al staat ons huis niet in de evacuatiezone. Nu zou ik wel terug willen, maar ook weer niet. Als ik terugga, zeggen de mensen: o, je komt terug, dat betekent dat je voldoende informatie hebt en vertrouwen in de situatie. Maar dat heb ik niet. Teruggaan voelt daarom als collaboratie met de regering die zegt dat alles goed is.’

Wake up!

In de straatjes rond Fukushima Station hebben kleine ambachtslieden hun werkplaats, winkels stallen er hun waar uit met de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Uit alles spreekt liefde voor detail. Een onzichtbaar raster van autoriteiten houdt op macroniveau alles op zijn plaats in dit efficiënt geregelde land. Als je daarbinnen je leven leidt, kun je de vruchten plukken van de wonderen van de natuur en de rijkdom in verticale steden van staal en glas. Binnen dit raster is Fukushima niet langer een rampgebied, maar een plek waar de regering en TEPCO alles op alles zetten om het leven weer op de rails te krijgen.

‘De autoriteiten kunnen niet loskomen van hun belangen en de verhalen die zij aan het volk vertellen om die in stand te houden.’

Dissidenten van allerlei pluimage bevinden zich per definitie aan de uiterste randen van het raster, zoals zen-abt Jiku Miyazaki, die zich sinds de ramp in Fukushima tegen kernenergie uitspreekt waar andere abten angstvallig hun mond houden. Negen van de 54 kerncentrales in Japan zijn sinds 311 weer in bedrijf en de regering wil dat zij in 2030 een vijfde deel van de energie in Japan leveren. De tempel van Miyazaki ligt vlakbij vijftien van deze centrales, in de provincie Fukui. Regelmatig bezoekt hij raadsvergaderingen waar hij de lokale bestuurders aanspoort: wake up!

‘De andere provincies hebben niets geleerd van Fukushima. Ze gaan op dezelfde voet door, blind voor de werkelijke kosten van kernenergie. De autoriteiten kunnen niet loskomen van hun belangen en de verhalen die zij aan het volk vertellen om die in stand te houden. “Wederopbouw Spelen” is maar een label en heeft niets met de werkelijkheid te maken waarin het leven van mensen volkomen overhoop is gehaald.’

Foto van een gesloten winkel in Fukushima

Zakken met radioactieve grond

Een van de straatjes in Fukushima Stad leidt naar het Environmental Regeneration Info Plaza. De wanden zijn behangen met grafieken en panelen die de situatie in Fukushima toelichten. Een meneer met pretoogjes en een witte laboratoriumjas stelt zich voor als Hitoshi Aoki, technisch adviseur. Hij zegt dat het Info Plaza elf maanden na 311 openging om de inwoners van informatie te voorzien. ‘Objectieve feiten, op basis waarvan zij niet meer zo bang hoeven te zijn voor radioactieve straling.’

Aoki strijdt tegen drie soorten dreigingen in Fukushima: de echte, de overdreven en de gefabriceerde dreiging. De laatste twee zijn valse dreigingen, staat in het document dat hij me geeft, die de reputatie van Fukushima schaden, met grote gevolgen voor de economie.

‘De definitieve opslag moet buiten Fukushima gezocht worden. Een onmogelijke opgave, want geen enkele provincie wil ons radioactief afval hebben.’

Aoki neemt me mee naar een maquette die inzicht moet geven in het schoonmaken van de radioactief besmette omgeving. Mannetjes in witte pakken spuiten het dak van een huis schoon, graven met een geel graafmachinetje de grond af, scheppen de aarde in grote zwarte zakken. De bovenste vijf centimeter van de aarde wordt afgegraven, vertelt Aoki, in een straal van twintig meter rondom het huis, waarna de straling is gedaald tot 0,1 microsievert/uur. Deze operatie rond duizenden huizen en gebouwen leidde tot 16 miljoen kubieke meter zwarte zakken met radioactieve grond en puin. De zwarte zakken gaan van honderden tijdelijke opslagplaatsen naar interim opslagplaatsen naar definitieve opslagplaatsen. ‘De definitieve opslag,’ zegt Aoki, ‘moet buiten Fukushima gezocht worden. Een onmogelijke opgave, want geen enkele provincie wil ons radioactief afval hebben.’

Onbewoonbaar

Aoki geeft me een landkaart van Fukushima waarop de evacuatiezones met groen, bruin en rood zijn aangegeven. Lucht, aarde, water, huizen en bomen raakten in die zones zo radioactief besmet dat de bewoners het bevel kregen om alles wat ze lief was achter te laten. Ze mochten pas terugkeren als de regering daarvoor het sein gaf. Drie jaar na de ramp kwam dat sein als eerste voor het dorp Tamura. Daarna gingen de andere dorpen een voor een open, totdat in maart 2017 alle elf verlaten dorpen weer bewoonbaar waren verklaard, op Okuma en Futaba na. Die liggen in de Red Zone, waar de straling nog steeds zo hoog is dat niemand er langer dan zeven uur achter elkaar mag zijn. Grote delen van Okuma en Futaba blijven de komende veertig jaar onbewoonbaar en veel van de 24.000 inwoners zullen hier nooit meer permanent kunnen terugkeren.

In de kogeltrein van Fukushima Stad naar Sendai staar ik naar het kaartje. Het ziet eruit als een legpuzzel met grillige groene, bruine en rode stukjes. Het puzzelstukje (groen) waarnaar ik op weg ben, is Odaka, een van de drie dorpen van de gemeente Minemasoma die in maart 2017 werden vrijgegeven.

Het water kwam op 311 precies tot aan de Futubaya Ryokan, de herberg in Odaka die al vier generaties lang in handen is van dezelfde familie. Het stond een meter hoog in de gang, de keuken en de eetzaal, maar de slaapkamers op de eerste verdieping, waarvan ik er een betrek, bleven droog. De breedbeeldtelevisie in de eetzaal zendt onafgebroken spelshows uit, er is een quizmaster met een Wilders-kapsel en iedereen in de show giechelt aan een stuk door. De waardin spreekt nauwelijks Engels, ze pakt Google Translate erbij en schiet om de haverklap in een klaterende lach. Ze heet Tomoko Kobayashi. In de gang heeft ze foto’s van haar reis naar Tsjernobyl opgehangen. De Oekraïeners hadden bij hun tegenbezoek 150 geigertellers bij zich voor de mensen in Fukushima.

Totale ontwrichting

Na een nacht in een dorp zonder geluid breekt de dag stralend aan. Kobayashi leent haar fiets aan mij uit en op een veel te klein Japans fietsje rij ik door verlaten straten. De wind waait uit steeds een andere hoek, hol en spookachtig. Heel sporadisch komt er een auto langs. Nog geen derde van de oorspronkelijke dertienduizend bewoners van Odaka keerde terug en ook de andere dorpen zijn nog voor meer dan de helft leeg. De meeste van de dorpelingen zijn boven de zestig, maar ook die kom ik niet tegen. Odaka is een dorp met huizen en winkels die intact zijn, een dorp zonder beweging, een dorp dat speelt dat het een dorp is.

Anderhalf uur later zit ik in een koffietentje vlakbij de herberg. Op een oude man met dubbele brillenglazen na, die gebaart dat ik mijn schoenen moet uitdoen, ben ik de enige gast. De barista maalt koffiebonen uit Brazilië. Drie dagen per week is haar koffietent open en ze mag blij zijn als ze twintig klanten per dag ziet. Bijna drie jaar geleden kwam zij in Odaka wonen met haar man, die terug wilde naar het land van zijn voorouders. Ze snapt wel waarom jonge mensen niet terugkomen. ‘Ze zijn ontsnapt naar de stad, met z’n bioscopen en restaurants. Waarom zouden ze naar een uitgestorven dorp terugkeren?’

Families vallen uit elkaar doordat de leden verschillend denken over radioactieve straling.

De man met de dubbele brillenglazen is een schrijver uit Kyoto die de laatste drie maanden in Odaka heeft doorgebracht en meer dan honderd dorpelingen sprak om hun verhaal te schrijven. Zijn conclusie is de conclusie die ik steeds hoor van de mensen die terugkeerden: de straling is niet het grootste probleem, zelfs niet de angst voor straling, maar de totale ontwrichting van de gemeenschappen. Families vallen uit elkaar doordat de leden verschillend denken over radioactieve straling. Tussen families heerst afgunst omdat sommigen rijker zijn dan voor 311 door de compensatie van TEPCO en anderen aan de rand van de afgrond staan omdat ze daarvoor niet in aanmerking kwamen.

Foto van een gesloten winkel in Fukushima

sommige plekken zijn veilig en sommige niet

Terug in de herberg tref ik Tomoko Kobayashi aan de stamtafel, verdiept in papieren. Vanochtend stond ze nog in de keuken het ontbijt voor de gasten te maken. Ik zeg dat ze hard werkt. Stamgast Kazuto Seegeta – wilde bos zwart haar met grijze scheuten en een sikje – vertaalt wat Kobayashi zegt. Ze werkt hard om het leven in deze streek beter te maken dan het nu is. Samen met haar man Takenori is zij de drijvende kracht achter het Radiation Measurement Center Minamisoma. Met een ploeg vrijwilligers doorkruisen ze om de zoveel tijd het gebied met geigertellers. ‘De meetstations van de overheid meten alleen de straling in de lucht, niet van de grond, en alleen op schoongemaakte plekken. Hun metingen kloppen wel, maar het is niet het hele verhaal. De werkelijkheid is dat sommige plekken veilig zijn en sommige niet.’

Hun eigen metingen stellen haar wel gerust, maar wat de stralingsniveaus precies voor effect hebben, weet ze niet. ‘Zelfs wetenschappers zijn het niet eens over welke dosis ongevaarlijk is. Ik kan met de onzekerheid leven omdat ik me richt op de volgende generaties, voor mezelf ben ik niet bang, het grootste deel van mijn leven ligt al achter me.’

‘De kerncentrale hebben ze niet onder controle, ze hebben de mensen van Fukushima onder controle.’

TEPCO verwijt ze niet zoveel, haar vrienden werken bij TEPCO, maar de regering houdt ze verantwoordelijk voor de jarenlange mantra dat kernenergie schoon en veilig is. ‘Nu zeggen ze vanwege de Olympische Spelen weer dat de problemen met de kerncentrale onder controle zijn.’ Ze schiet in de lach en Kazuto Seegeta zegt: ‘De kerncentrale hebben ze niet onder controle, ze hebben de mensen van Fukushima onder controle.’

Het ‘echte Fukushima’

Naast de herberg van Tomoko Kobayashi woont Karin Taira. Zij gebruikt haar Red Lantarn House (ook een soort herberg, maar zonder gasten) als uitvalsbasis voor rondleidingen van Real Fukushima, die bezoekers met een officiële vergunning binnen de Red Zone brengen.

Real Fukushima-baas Shinya Okada gaf in zijn vorige baan leiding aan de wederopbouw langs de kust en wil nu het ‘echte Fukushima’ laten zien. Volgens Okada overdrijven activisten en Lees ookAnnerieke Goudappel toog voor de tweede keer naar Fukushima. Lees hier haar reportage uit 20156 maart 2015dissidenten de schadelijke invloed van straling, verdraaien ze de feiten en veroorzaken ze zorgen over de gezondheid, wat weer leidt tot scheuringen in families, conflicten over schadevergoedingen, het wegblijven van jonge generaties en een tekort aan zorgverleners, werknemers, studenten en consumenten.

Van tevoren stuurde Karin Taira me een mailtje met een link naar een Netflix-episode van Dark Tourist, waarin een bus vol ramptoeristen de chauffeur smeekt rechtsomkeert te maken omdat hun geigertellers steeds hoger uitslaan. In tegenstelling tot Dark Tourist, schrijft Karin Taira, zal deze tour een realistisch beeld geven van de Red Zone.

Lozen in de oceaan

Route 6, de noord-zuidverbinding door de Red Zone, is sinds kort weer geopend. Auto’s mogen met gesloten ramen over de weg rijden, maar nergens langs de kant stoppen. Karin Taira geeft me een dosimeter met een koordje voor om mijn nek om de straling te meten die we gaan oplopen (‘ver onder de veilige grens van 1 millisievert per jaar’).

Door een landschap van verlaten landerijen die vroeger rijstvelden waren, naderen we de Red Zone. Een man in uniform met mondkapje en witte handschoentjes vergelijkt onze paspoorten met zijn papieren. Vrachtwagens rijden af en aan. De weg leidt langs verlaten benzinestations, winkelpanden met gebroken ramen, door planten overwoekerde huizen en een tijdelijke opslagplaats met duizenden zwarte zakken.

Nog altijd komen er nieuwe tanks bij om het koelwater van de kapotte reactors op te vangen.

Diep in de Red Zone stappen we uit bij een bejaardenhuis met uitzicht op de kerncentrale, omringd door gigantische tanks in de kleur van de blauwe lucht. Nog altijd komen er nieuwe tanks bij om het koelwater van de kapotte reactors op te vangen, dat na behandeling nog steeds het radioactieve tritium bevat. Binnenkort bereikt de opslagcapaciteit haar grens en wat er dan met het water moet gebeuren, is een open vraag. TEPCO en de regering willen het in de oceaan lozen, wat tot groot verzet leidde onder de vissers van Fukushima.

Middenin de Red Zone ligt het treinstation Futaba, aan een straat met auto’s die hier al negen jaar staan, roestend, met leeggelopen banden, bij verlaten huizen waarvan sommige langzaam overgenomen worden door wilde planten. In maart gaat dit station weer open. Als de olympische fakkel door Fukushima reist, zullen de treinen stipt op tijd aankomen en vertrekken, ook al stapt hier geen mens in of uit omdat het gebied rond het station nog niet is vrijgegeven. Maar, zegt Karin Taira, de regering zal dan kunnen zeggen: ‘Kijk, alles is normaal, zelfs de treinen rijden weer!’

Alles is bezield

Stamgast Kazuto Seegeta woont aan de uiterste rand van Odaka. Rondom zijn huis liggen verlaten velden waar ooit koeien graasden. De boeren moesten hun koeien afmaken omdat ze radioactief besmet waren. De stallen, overwoekerd, staan leeg. Tussen de velden, langs landwegen, hebben de boeren vijf monumenten opgericht om hun koeien te herdenken. Kazuto, waardin Tomoko en haar man Takenori staan zwijgend bij een van die monumenten, een rechtopstaande steen met een tekst, geflankeerd door twee vaasjes bloemen.

‘Met aardbevingen en tsunami’s kunnen we leven. Maar met de rampen van TEPCO niet.’

Takenori verbreekt uiteindelijk de stilte met de opmerking dat Japanners niet religieus zijn op de manier waarop christenen dat zijn. ‘We zijn verbonden met de natuur, niet met een heilig boek.’ Het boeddhisme heeft geen heilig boek en het shintoïsme, de andere grote godsdienst van Japan, ook niet. Alles in de natuur heeft een kami, volgens het shinto, wat betekent dat alles bezield is. ‘Met aardbevingen en tsunami’s kunnen we leven, dat doen we al sinds mensenheugenis,’ zegt Takenori. ‘Maar met de rampen van TEPCO kunnen we niet leven.’

100% renewables

Door een gehavend landschap rijdt Kazuto Seegeta me op de laatste dag naar de kust. De tsunami sloeg het dennenbos weg, de overgebleven stammen prikken dood de lucht in. Witte schuttingen onttrekken voormalige landerijen aan het oog, hier en daar steken de zwarte zakken van de tijdelijke opslag er bovenuit. Die schuttingen staan daar, zegt Seegeta, omdat mensen liever tegen een witte schutting aan kijken dan tegen zwarte zakken. Alle zwarte zakken moeten idealiter nog voor de Olympische Spelen naar de interim opslag zijn verplaatst. De mensen die hier wonen zeggen dat dat onmogelijk is.

We passeren een verwerkingsfabriek waar radioactief puin wordt gescheiden in meer en minder radioactief puin. Constructiewerkers gebruiken het schoongemaakte puin bij wijze van proef voor de aanleg van nieuwe wegen, wat weer tot dezelfde soort tweespalt leidt. Fantastisch, zeggen de voorstanders, hoe de regering innovatieve wegen zoekt in de nasleep van de ramp. Schandalig, zeggen de tegenstanders, het is niet mogelijk om radioactieve straling volledig uit het puin te verwijderen en nu stoppen we het zomaar in de grond!

Hoe dichter bij de kust, hoe meer zonnepanelen het landschap domineren: Fukushima zet in op 100% renewables in het jaar 2040. Vroeger kon je de oceaan van ver zien liggen, nu blokkeert een anti-tsunamidijk van negen meter hoog het zicht.

Vlakbij het strand staat de Ukedo-basisschool, het enige gebouw in de wijde omtrek dat overeind bleef staan (alle kinderen ontsnapten aan de tsunami). De klok op de uitkijktoren staat al negen jaar stil op 8 over half 4, twee minuten nadat kernreactor 1 ontplofte en het leven in Fukushima voorgoed veranderde. 

Deze publicatie is tot standgekomen met steun van het FondsBijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

Hotspots

Greenpeace kwam in december met het bericht dat zij ‘hotspots’ hadden aangetroffen rondom J-Village: plekken waar de straling opliep tot meer dan 70 microsievert per uur. Ruim een week later meldde het ministerie van Milieu dat de hotspots verwijderd waren, waarna Greenpeace naar J-Village terugkeerde en concludeerde dat de hotspots inderdaad verdwenen waren, maar dat de gangbare procedure om de directe omgeving te ontsmetten niet gevolgd was en dat niemand kan garanderen dat er op andere plekken niet ook hotspots zijn.

Begin maart bracht Greenpeace opnieuw een rapport uit over radioactieve straling in Fukushima, met een oproep aan de Japanse regering om de risico’s serieuzer te nemen – zowel voor bezoekers aan de Olympische Spelen als voor de bewoners.