Soms ontstaat in het grootste rumoer opeens helderheid, zoals je je te midden van een oud-en-nieuwfeestje pas goed realiseert hoe alleen je bent. Die gedachte overviel me de laatste weken, toen het gekrakeel over volledig bedekte vrouwen zijn kookpunt bereikte. De Wet Gedeeltelijk Verbod Gezichtsbedekkende Kleding ging van kracht op 1 augustus, en in dit geval dekt de platte roepnaam ‘boerkaverbod’ de lading. Het is de laatste stuiptrekking van het tijdperk-Wilders, waarbij het venijn in de staart blijkt te zitten.
Het verbod en de discussies daarna over zogenaamde vrouwenbevrijding raken me. Niet alleen omdat het mijn samenleving betreft, maar omdat het mij persoonlijk betreft. Opgegroeid in een destructief milieu van onderdrukking en geweld, waarin geen haarbreedte ruimte was voor de bewegingsvrijheid, persoonlijke ontwikkeling of stem van de vrouw, weet ik hoe het is als iedereen om je heen denkt te begrijpen wat goed voor je is.
Of die onderdrukking nu stamt uit religie, cultuur of anderszins, het is een vorm van vrouwenhaat.
Ik weet hoe het is als een vrouw stukje bij beetje uit het publieke leven wordt gewist, tot het punt dat ze zich zélf niet meer kan voorstellen dat daar voor haar een plek is. Verdwenen uit vrije wil. Of die onderdrukking nu stamt uit religie, cultuur of anderszins, het is een vorm van vrouwenhaat – een omvangrijk geweldprobleem in dit land. Opgroeien met dat voorbeeld misvormt een kind, en vormt een mens.
Dergelijke overheersing kan alleen maar bestaan bij gratie van een patriarchaal systeem, waarbinnen de geaccepteerde uitgangspunten min of meer dezelfde zijn. De man als dominant middelpunt en de vrouw als inschikkelijk, dienstbaar en feitelijk inferieur wezen. Het is een mensbeeld ontdaan van ieder talent, elk karakter, elke inzet; een samenleving gereduceerd tot haar meest primitieve vorm, waarbij het geslacht tussen je benen bepalend is.
Patriarchale blik
De cruciale paradox binnen dat wereldbeeld is dat de vrouw eindverantwoordelijk is voor het gedrag van de man. Ze is verantwoordelijk voor zijn opwinding, zijn woede en zijn schaamte; zijn welbevinden, zijn huishouden en zijn kinderen. Zijn falen is haar zonde, en de buitenwereld gaat (vaak onbewust) mee in die vileine projectie.
Toen O.J. Simpson werd vrijgesproken van de moord op zijn ex-vrouw verwoordde een vrouwelijk jurylid het kernachtig: ‘I lose respect for any woman who’d take an ass whooping when she don’t have to’. De pijlen richten zich op de vrouw die zich zo laat behandelen.
Door zich massaal te wenden tot de vrouw hanteren de commentatoren dezelfde patriarchale blik waarbij dit systeem van onderdrukking gedijt.
Dát is de leegte die zo hard resoneert in dit debat. Door zich massaal te wenden tot de vrouw – als dader dan wel slachtoffer – hanteren de commentatoren dezelfde patriarchale blik waarbij dit systeem van onderdrukking gedijt.
Zoals de agressors die praten over een burgerarrest van vrouwen, of de wegwuivers die de aantallen vrouwen te verwaarlozen vinden. De hypocrieten uit de moslimgemeenschap die zich opeens opwerpen als beschermers van hun zusters door eventuele boetes op zich te nemen. De zondebokzoekers die blind zijn voor het probleem als het geen geloofskleed draagt. De naïevelingen die het dragen van een boerka een uiting van feministische zelfbeschikking noemen, en niet doorhebben dat ze daarmee hetzelfde giftige defaitisme hanteren als het jurylid hierboven. De cirkel kan pas worden doorbroken als het vizier radicaal verschuift, naar de rol van de man als middelpunt van dit probleem.
In alle lawaai van deze zomer denk ik aan de duizenden jongens en meisjes die als stille getuigen opgroeien in gezinnen waarin de vrouw zich moet voegen omdat ze een vrouw is, in een wereld die erover kift of ze dat die vrouw moet toestaan. Voor hen hoop ik dat de wereld op een dag klaar is voor een wezenlijk andere, complexere discussie.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.