Na decennia van halfzachte maatregelen, pappen en nathouden, mislukte subsidieregelingen, wensdenken en juridische geitenpaadjes heeft dit kabinet eindelijk het lef opgebracht om radicale stikstofplannen voor de landbouw te presenteren. Het grootste wonder is misschien nog wel dat het daarin zelfs voluit wordt gesteund door de VVD-fractie, die deze keer niet wegduikt en Brussel de schuld geeft, maar bij monde van landbouwwoordvoerder Thom van Campen verklaart dat er geen geitenpaadjes meer zijn, dat de natuur kapot gaat als we niets doen en dat we wel móéten ingrijpen – en die daarmee de woede van de boeren trotseert, die het afgelopen decennium in steeds grotere getale op de VVD zijn gaan stemmen.
De vraag is alleen: hoe moeten die stikstofdoelen worden gehaald? Het is een raadsel waarom het kabinet ervoor heeft gekozen aan de ene kant radicale doelen te stellen en met een extreem gedetailleerd kaartje te laten zien in welke gebieden het hardst zal worden ingegrepen, en aan de andere kant de uitvoering over te laten aan de provincies, die op papier de ruimte moeten krijgen voor een ‘gebiedsgerichte aanpak’.
Het gevolg is dat ook boeren die de afgelopen jaren eigener beweging al precies gedaan hebben wat de overheid nu van ze verwacht – minder koeien, varkens of kippen, duurzame methoden, landschapsonderhoud, natuurontwikkeling, een kleinschalige camping, een winkeltje met eigen producten – nu vrezen dat ze hun bedrijf moeten beëindigen omdat ze in de nabijheid van een natuurgebied gevestigd zijn. Zo moeten de goeien lijden onder de kwaaien: precies wat níét de bedoeling is van het beleid.
coalitievorming
Door de uitvoering van de stikstofplannen aan de provincies over te laten – in februari moeten ze al met uitgewerkte plannen komen – heeft het kabinet zichzelf met nog een kolossaal probleem opgezadeld: vanwege de Statenverkiezingen in maart komend jaar zal geen provinciebestuur de nek uitsteken voor omstreden maatregelen, zoals zich nu al begint af te tekenen met de muiterij van vooral de CDA-afdelingen in Overijssel en Brabant.
Intussen kan de lobby van veevoeder-, kunstmest-, pesticiden- en vleesbedrijven vrolijk doorgaan met het heimelijk ondersteunen van radicale boerenacties.
Daardoor zal de vorming van coalities in het provinciebestuur nog lastiger worden dan nu al het geval is. Pas daarna zal er een begin worden gemaakt met de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Met als gevolg dat van de uitvoering van de stikstofplannen de komende anderhalf jaar nog helemaal niets terechtkomt, terwijl het kabinet al in 2030 een stikstofreductie van vijftig procent voor elkaar wil krijgen.
Intussen kan de lobby van veevoeder-, kunstmest-, pesticiden- en vleesbedrijven – de grote profiteurs van het halfhartige landbouwbeleid van de afgelopen decennia – vrolijk doorgaan met het heimelijk ondersteunen van radicale boerenacties, kunnen Caroline van der Plas, Wybren van Haga en Thiery Baudet moord en brand schreeuwen, kunnen de provincies en de rijksoverheid elkaar de schuld geven, en verkeren de boeren zelf nog langer in onzekerheid.
Al die ellende kon je al van mijlenver zien aankomen. Het is het zoveelste voorbeeld van een fenomeen dat Peter Kee en ik in ons boek Code Rood hebben beschreven: Nederland, met z’n egalitaire cultuur, is een land waar niemand de baas is. In normale tijden werkt dat heel aardig, maar zodra zich een crisis aandient komt het systeem knarsend en krakend tot stilstand. Daar komt nog bij dat de rijksoverheid de afgelopen decennia in de landbouw hetzelfde heeft gedaan als in de zorg en de volkshuisvesting: de regie uit handen geven aan lagere overheden en de markt, met een onontwarbare kluwen van deelbelangen en stuurloosheid tot gevolg.
Het is ook een raadsel waarom het kabinet er niet voor heeft gekozen al bij het aantreden een staatscommissie voor de landbouw in te stellen, naar het voorbeeld van de Deltacommissie die in 2008 adviseerde over de zeespiegelstijging, de waterhuishouding op de grote rivieren en de duurzame ontwikkeling van de Nederlandse kust. Het advies werd uitgewerkt in onder meer het Deltaprogramma voor het versterken van de kust en het programma Ruimte voor de Rivier, waarbij buitendijkse gebieden werden aangelegd, waterstromen werden verlegd en uiterwaarden in ere hersteld. Ook daar moesten boeren worden uitgekocht, maar door de opzet van de staatscommissie, het Deltafonds en de daaropvolgende miljardenprojecten werd de kwestie gedepolitiseerd. De reusachtige operatie werd vrijwel geruisloos uitgevoerd, zodat Nederland inmiddels weer voor vele decennia beschermd is tegen het wassende water. Zo kan het ook.
Van de week belde ik daarom even met Cees Veerman (CDA), oud-landbouwminister en voormalige voorzitter van de Deltacommissie, die zich al jaren achter de schermen inzet voor verduurzaming van de landbouw, en tandenknarsend toeziet hoe het kabinet het stikstofbeleid uit de rails laat lopen.
Hij deed nog een praktische suggestie om te voorkomen dat de uitvoering van de stikstofplannen de komende anderhalf jaar hopeloos op slot komt te zitten: laat het rijk zo spoedig mogelijk per gebied een commissie van een paar ervaren, onafhankelijke bestuurders instellen waar boeren zich in vertrouwen kunnen melden, breng in kaart wat hun wensen zijn: stoppen met het bedrijf, verduurzamen of verhuizen naar een ander deel van het land, en ga daar per direct mee aan de slag. ‘Dan haal je de druk van de ketel,’ zei hij, ‘en zet je de zaak tenminste in gang.’
Het lijken me wijze woorden.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.