De jongste van de twee mannen kijkt op van zijn Arabische koffie, zijn vraag blijft in de lucht hangen.
Ik kijk nerveus van hem naar zijn huisgenoot, naast hem op de lage bank in deze schemerige kelder onder de soek van Jeruzalem. Het enige licht valt zijdelings langs de steile stenen trap achter hem naar beneden, net als het geschreeuw van de markt boven ons, het geratel van karren vol granaatappels, het geduw. Mijn telefoon doet het niet meer.
Hij wacht verwachtingsvol op een antwoord. De andere man slurpt luid van zijn koffie. Helemaal uit België zie ik mijn moeder zich naar me toedraaien. Ze vraagt stekelig: en hoe ben je ook alweer in een kelder in Jeruzalem beland?
Een paar uur daarvoor was ik nog in paniek door de straten van de oude soek aan het jakkeren, onderweg naar een cruciale ontmoeting voor de research voor mijn roman. Na maanden appen zou ik eindelijk een soldaat ontmoeten die in dezelfde brigade dienst doet als mijn hoofdpersoon. Het voelde als een ontmoeting met mijn personage zelf, en ik vreesde dat hij dat zelf ook zo begon te zien, want erg veel enthousiasme had hij niet aan de dag gelegd over onze afspraak.
Tussen de tafels waarop doornenkronen worden verkocht, laveerde ik me zo diep de stad in dat het even duurde voor ik aan mezelf durfde toegeven dat ik was verdwaald.
Trappen op, trappen af, langs de Armeense wijk naar de Arabische soek, tussen de winkeltjes achter andere winkeltjes, door hoger liggende stegen die uitkwamen op de platte daken van de christelijke wijk, via de luide kramen vol paternosters, wijwater en afgodsbeelden langs de oplopende straat waar ooit Christus zijn kruis had gedragen.
Tussen de tafels waarop doornenkronen worden verkocht, laveerde ik me zo diep de stad in dat het even duurde voor ik aan mezelf durfde toegeven dat ik was verdwaald. De soek keerde zich in duizenden blikken naar mij, plots voelde ik hoe het verlangen om hier te verdwijnen me zo zichtbaar had gemaakt dat ik uit alle winkeltjes werd aangestaard. Elk besef van tijd was weggegleden, de batterij van mijn telefoon bleek leeg.
‘Waar kom je vandaan,’ vroeg een man met salamanderachtige ogen, zijn armen behangen met goedkope halskettingen, slechts dertig sjekel mevrouw.
Ik zei dat ik The Austrian Hospice zocht. Het kan ook zijn dat ik het zowat schreeuwde. Intussen pookte hij met de halskettingen tegen mijn arm, hoe heet je.
I’m sorry, ik heb haast.
Hij vroeg hoeveel kamelen mijn vader voor me wilde. Vijf? Tien? En tussen ons ontstond een beeld dat te breed voor waar wordt aangenomen, dat wisten we allebei, misschien wilde hij me een cliché meegeven als souvenir.
‘Ik breng je wel,’ zei een jongen met een open glimlach. Hij loodste me langs achterpoorten en gangetjes naar het oude pelgrimshuis, we waren er vlakbij.
Sterke verhalen
Dit is een van de twaalf sterke verhalen uit een speciale VN-uitgave, getiteld (geloof het of niet) ‘Sterke verhalen’. Meer sterke verhalen van onder anderen Minka Nijhuis, Arnon Grunberg en Daan Heerma van Voss lees je hier.
Sachertorte
Achter de smeedijzeren poort bleek een versie van Oostenrijk te liggen. In een Weense tuin zaten mensen indrukwekkende hompen sachertorte naar binnen te werken. Walsen van Strauss vermengden zich met gedempt Duits, serveersters gleden in zwart-witte pakjes langs de krullerige tafels. Als je het land van de platitude aftrekt, krijg je dit.
Alleen maar toeristen. Ik was bijna een uur te laat. Teleurgesteld ging ik op de dorpel zitten, keek tussen de spijlen van het hek naar het toneelstuk Europa.
‘Zullen we dan maar bij mij thuis een koffie drinken?’ vroeg de jongen.
Opnieuw door de soek. Intussen vertelde hij me dat hij ook wel wilde schrijven, maar van dromen kan je niet leven. Misschien moest hij ook maar een souvenirwinkel openen.
Hij vroeg hoeveel kamelen mijn vader voor me wilde. Vijf? Tien?
Hij was een Palestijnse christen, en nooit zou hij zich laten overhalen om uit Jeruzalem weg te gaan. ‘We moeten de verhalen dicht bij ons houden. We moeten aanwezig blijven om ze niet te verliezen.’
Hij ging me voor, trok een gordijn opzij, dook onder de stad langs een trap die uitkwam in een souterrain. ‘Welkom,’ zei een stem uit het donker. Een oudere man wees naar de bank. In een buikige kan stond koffie klaar.
Ik wisselde algemeenheden over mezelf uit met de man, en terwijl mijn ogen wenden aan het duister zag ik hoe hij op de jongen leek.
Ik zweeg en die stilte duurde lang genoeg om te beseffen dat het geen grap was.
De jongen tikte nerveus met zijn been, verschoof de koffiekan een paar keer, er was een duisternis over zijn gezicht geschoven die ik in het daglicht boven niet had zien aankomen.
Uiteindelijk zwegen we. De jongen zuchtte, keek naar het plafond, alsof de stad hem over het hoofd streelde, een moeder die hem vertrouwen gaf, en toen gooide hij het er eindelijk uit. ‘Zou je met me willen trouwen?’
Zijn vader roerde onverstoord in zijn koffie. Ik verdacht mezelf ervan de situatie als een verhaal te beleven, te horen wat ik wilde horen zodat het spannend genoeg zou zijn om na te vertellen. Ik zweeg en die stilte duurde lang genoeg om te beseffen dat het geen grap was.
En nu bukt hij zich, schenkt zichzelf opnieuw koffie in. Hij geeft antwoord op zijn eigen vraag, een voorzet voor mijn antwoord. ‘Wij worden door iedereen vergeten. Mensen maken van het conflict graag een conflict tussen moslims en joden, en wij vallen daartussen. We zijn met steeds minder mensen, onze gemeenschap slinkt. Er zijn te weinig vrouwen. Je bent toch wel christen?’
Hij kijkt op naar me. Het kan nog nu. Ik kan nog christen zijn en het is nog mogelijk dat we later aan onze kinderen over dit moment zullen zeggen: we hebben elkaar gered van het verdwalen en dat was genoeg.
‘Dankjewel voor de koffie,’ zeg ik. De jongen draait een draaikolk in zijn kopje, zijn blik verdwijnt erin.
Anneleen Van Offel
Anneleen Van Offel (1991) studeerde Woordkunst aan het Conservatorium van Antwerpen. Ze schrijft verhalen (De Revisor, Kluger Hans) en poëzie (Hard//hoofd). In februari 2020 verschijnt haar debuutroman Hier is alles veilig bij Lebowski.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.