Wie denkt bij het zien van een voordeur met een bel dat die deurbel een camera bevat die rechtstreeks in verbinding staat met de politie? Niemand mag ik hopen, want dan zouden we al flink veel verder zijn met het normaal vinden van iets Big Brother-achtigs. Helemaal toekomstmuziek is het niet meer. Wanneer overal al camera’s hangen, waarom dan niet een verstopt in de bel? Voor het installeren van zo’n deurbel zullen de prachtigste verontschuldigingen worden aangedragen, waarvan ‘voor uw rust en veiligheid’ de ontwapenendste is. Ze zouden het een onderdeel maken van de surveillancestaat, de samenleving die steeds meer om ‘toezicht en beveiliging’ vraagt.
Deurbellen met camera’s komen routineus ter sprake in Het alles, de nieuwe roman van Dave Eggers. Het is de opvolger van De Cirkel, Eggers roman uit 2013 over een bedrijf als Google. In Het alles gaat het over de Every, het techbedrijf dat het grootste van de wereld is geworden na het opkopen van De cirkel. De deurbel met camera in elk huis is een van de vindingen van Every die al in gebruik zijn genomen voordat het wettelijk is toegestaan. Op die manier gaat Every altijd te werk: ‘vooroplopend’.
Delaney, de hoofdpersoon van Het alles gaat bij Every werken met de bedoeling het bedrijf van binnenuit ten val te brengen. Haar tactiek is zulke bizarre apps te bedenken dat het bedrijf door de vele protesten ertegen te gronde gaat. Zoals de bedoeling met de HereMe, de app die er voor moet zorgen dat kindermisbruik en huiselijk geweld niet meer voorkomen. Net zoals een rookmelder zullen gezinnen permanent een geactiveerde HereMe in huis moeten hebben die reageert op stemverheffing. Dan kunnen ze bij de politie horen wanneer er ‘Ik sla je in elkaar’ geschreeuwd wordt of ‘Jij krijgt een beuk voor je rotkop’.
Het alles is een satire, maar leunt ongemakkelijk dicht tegen de werkelijkheid aan.
Ook zou er een app (de Friendy geheten) kunnen komen die videogesprekken analyseert om er achter te komen hoe betrouwbaar je vrienden zijn. In het verlengde hiervan krijgen we de AuthentiFriend waarmee je kunt zien of mensen met wie je praat tegen je liegen.
geen ruimte voor dissidenten
Het alles is een satire, maar leunt ongemakkelijk dicht tegen de werkelijkheid aan. Hoe bizar de bedenksels ook zijn, ze zijn plausibel. De bedoeling is dat de Every de informatiestromen tussen mensen beheerst, op de grootst mogelijke schaal, met een dichtheid die geen ruimte laat voor dissidenten. De grote gedachte achter dit alles gaat terug op Erich Fromm, de schrijver van De zelfstandige mens (1947) en De angst voor vrijheid (1952). De last van de vrijheid die daarin wordt beschreven neemt Every van mensen weg. De denkende mens, de homo sapiens, is niet meer nodig. Denken doet Every voor je. De mondigheid die kenmerkend is voor de Verlichting en die Immanuel Kant van mensen verlangde is niet meer nodig. Zo lang je online bent, wordt er voor je gedacht.
Het alles is een wat te uitgesponnen roman, maar Eggers heeft wel de kern van het probleem te pakken: bedrijven als Every elimineren het persoonlijke, de subjectiviteit, de zelfstandigheid, het unieke en vervangen die met algoritmes door objectiviteit, afhankelijkheid en het voorspelbare. Het toeval, het ongewisse, onbekende, verrassende, genuanceerde mag niet bestaan want die zijn niet in de hand te houden, niet te sturen of te manipuleren. De medewerkers van Every plegen dagelijks moord op het onbekende, heet het.
Mae Holland, de CEO van Every, leeft zelf ‘intellectueel celibatair’. Ze is altijd online, bang buiten de line iets verkeerd te doen, aangezien alles aan beoordeling onderhevig is, van in het openbaar je neus snuiten (onhygiënisch) tot je voeten vegen (hoeveel vuil laat je achter?). Het is de bedoeling van Every ooit tot een puntensysteem te komen waarbij je plus- en minpunten kunt verdienen: pluspunten voor niet roken minpunten voor snauwen, pluspunten voor geen vlees eten, minpunten voor roekeloos oversteken etcetera.
het behoud van de niet manipuleerbare mens
Voor Hans Schnitzler, de schrijver van Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van de digitalisering, is het verschijnen van Het alles een geschenk uit de hemel. De roman levert de praktijk van wat hij theoretisch en filosofisch beschrijft. En aanvalt. Terwijl Erich Fromm in Het alles de filosofische verantwoording is voor alles wat Every doet (mensen verlossen van de last van de vrijheid die Fromm beschrijft) is hij bij Schnitzler de filosoof en psycholoog die pleit voor het behoud van de autonome, zelfstandige, niet manipuleerbare mens.
Schitzler roept het schrikbeeld op van de technologie als een anonieme leidsvrouw voor de met zijn vrijheid worstelende mens. Men vlucht voor de vrijheid en conformeert zich aan de verleidingen die de digitale wereld aanbiedt, zich met enige bravoure onderdompelend (bingewatchend) in de ene Netflix-serie na de andere ‘om de herfst door te komen’, dat wil zeggen: niets van de herfst te merken.
De mens is iemand met een ‘nihilistische conditie’ geworden: daarin staat het menselijk bestaan op een laag pitje omdat het zich laat bezighouden.
De titel Wij nihilisten veronderstelt dat wij allemaal nihilisten zijn. Wie niets met God heeft, en vindt dat God dood is, mag dan iemand zijn die in niets (nihil) gelooft, zolang hij nog leeft kan zijn leven niet op niets gebaseerd zijn. De zelfstandige mens van Fromm moet zich toch ergens mee staande houden. Maar voor Schnitzler is de mens niet meer zo zelfstandig: doordat hij permanent bezig gehouden wordt is hij ‘een dolende geest met wankelmoedige en instabiele trekjes’ geworden.
De mens is iemand met een ‘nihilistische conditie’ geworden: daarin staat het menselijk bestaan op een laag pitje omdat het zich laat bezighouden: die mens heeft een minimale belangstelling voor de echte wereld, vertoont kudde-gedrag, verschanst zich in de digitale wereld, is voortdurend online en komt nooit tot zichzelf. Schnitzler heeft er allerlei namen voor: het is een digitale dwangbuis, digifundamentalisme, een digitaal maatpak. De mens als willig speler in een digitaal marionettenspel. Niet de robots veranderen in mensen, maar de mensen veranderen in robots.
techno-utopisch-libertarisch-kapitalistisch universum
Volgens Erich Fromm voelt de mens zich diep emotioneel aangetrokken door alles wat mechanisch is. Het mechanische neemt je het organische, stroeve uit handen. Dat is een begrijpelijke vlucht uit het mens-zijn, het niet mechanische, het juist lastige, zware en ingewikkelde. Hannah Arendt noemt dat de ‘opstandigheid tegen het menselijke bestaan’, tegen de onvolmaaktheid ervan, het nooit eenvoudige, het moeizame. Deze wereld kent nog vraagtekens, de digitale alleen uitroeptekens, punten en komma’s.
Schnitzler maakt een aardige inventarisatie van alles wat tegen het virtuele en digitale ‘denken’ is in te brengen, maar vergeet, zoals eerder in Het digitale proletariaat, ook maar iets over de zegeningen van de techniek te zeggen. Zoveel negatiefs en alarmisme is niet overtuigend wanneer onder onze ogen de meest verbazingwekkende ontdekkingen worden gedaan, mede door gebruik te maken van de digitale mogelijkheden.
In plaats daarvan staat Schnitzler veel te lang stil bij wat men de ‘Californische ideologie’ noemt, de denkbeelden van Ray Kurzweil omtrent de onbegrensde maakbaarheid van de mens, uitlopend op ‘singulariteit’ en geloof in onsterfelijkheid. Ik dacht dat de onsterfelijkheid al een roemloze dood was gestorven en dat Kurzweils techno-utopische-libertarische-kapitalistische universum al achter de horizon was verdwenen.
In de roman van Eggers en in Wij nihilisten van Schnitzler treedt een figuur op die model staat voor de wereldvreemde technofiel, een uitvergrote nerd: de programmeur als misantroop. Hij heeft een ‘diepe pulserende mensenhaat’ omdat de mens een onberekenbaar, grillig, onpeilbaar, onvolmaakt wezen is dat altijd alles in de war brengt. Voor iemand die samenvalt met orde, beheersing en berekening mag dat wezen hopeloos zijn, maar we moeten het toch maar in bescherming nemen.
Het alles door Dave Eggers is vertaald door Lidwien Biekmann, Elles Tukker en Gerda Baardman en is uitgegeven door De Bezige Bij.
Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering door Hans Schnitzler is uitgegeven door De Bezige Bij.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.