Vind je het vervelend als ik je ‘vrouw’ of ‘meisje’ noem en naar je verwijs met ‘zij’ en ‘haar’?

‘In principe niet, maar als ik “meisje” hoor, krijg ik daar wel de kriebels van. Ik zou misschien wel graag Sofie willen blijven heten en toch met “hij” worden aangesproken.’

We spreken af dat ik het stuk op die manier zal schrijven. Lakmaker zal bij nalezing laten weten of deze proef geslaagd voelt.

Hij heeft er altijd naast gezeten, ‘naast de jongens en naast de meisjes’. Hij is gek op voetbal en op meisjes, en krijgt altijd opmerkingen over zijn korte haar. Hij dreigt een boegbeeld voor queers, transgenders en lesbische vrouwen te worden. Of hij zich daar echt toe geroepen voelt, daar is Lakmaker nog niet helemaal over uit.

Ik besprak je debuut voor Het Parool en schreef: ‘Lakmaker heeft afgekeken bij de jongens. Ze heeft geen teen in het water gestoken, maar plonst er met volle overtuiging in.’ Die onverschrokkenheid en die overmoed waarmee je je entree maakt in de literatuur, zag je ook bij schrijvers als Ronald Giphart en Arnon Grunberg, maar niet zo vaak bij vrouwelijke debutanten. Herken je je daarin?

‘Ik ben blij dat je dat opmerkt. In de proloog maak ik een grapje dat ik alleen witte mannen als voorbeeld heb gelezen, maar dat is eigenlijk gewoon waar. Ik zie mezelf als een beperkte schrijver, omdat ik niet heel veel goede voorbeelden heb gelezen. Ik refereer nog wel heel erg aan bestaande denkwijzen. Maggie Nelson is een van mijn helden. Zij heeft een heel nieuwe vorm gevonden, dat zou ik ook wel willen, maar zover ben ik nog niet. In de kern is dat natuurlijk veel gedurfder.

Ik ben altijd heel bang geweest voor bescheidenheid. Kijk je weleens voetbal? Ajax-speler Frenkie de Jong heeft een bepaalde speelstijl ontwikkeld. Zijn positie is centraal achterin en tijdens trainingen ging hij allemaal mensen uitspelen in het zestienmetergebied. Zijn trainer, Peter Bosz, werd dan kwaad en riep: “Gast, dit werkt niet.” Maar uiteindelijk is hij daar zo goed in geworden dat het zijn handelskenmerk werd.

Hij voetbalt een beetje als een straatvoetballer, maar die stijl hanteert hij ook in de Champions League. Ik zie hem als voorbeeld: je moet blijven durven. En je kunt maar één keer durven voor je debuut. De toon die ik aansla, is dus precies wat ik voor ogen had voor mijn debuut, en ik voelde dat ik zo kon schrijven en dat ik die toon niet los moest laten. Maar het is niet mijn bedoeling om nog veertig jaar te blijven schreeuwen, hoor.’

‘Ik wil nu niet de rest van mijn leven geassocieerd worden met mijn seksualiteit.’

‘Heteroseksualiteit sterft uit,’ zei je in het televisieprogramma Mathijs gaat door. Was dat baldadigheid of geloof je het echt?

Lacht: ‘Nu zit ik de komende tien jaar vast aan die voorspelling. Mathijs wilde een aantal twintigers spreken over de verwachte revival van de twenties als de lockdown voorbij is. Hij vroeg naar mijn voorspelling. Ik dacht: ik word geassocieerd met bepaalde thema’s, dus laat ik er dan ook maar wat over zeggen. Het was een absurde vraag, dus ik gaf ook een absurd antwoord. Misschien heeft het nut om te zeggen dat heteroseksualiteit uitsterft, dat leek me wel feestelijk. Maar ik wil nu niet de rest van mijn leven geassocieerd worden met mijn seksualiteit, zodat dat het enige is waar mensen met me over willen praten.’

Maar ja, dan schrijf je een debuutroman getiteld De geschiedenis van mijn seksualiteit, en schrijf je in de proloog: ‘Inmiddels (…) heb ik heel kort haar en zit ik in een praatgroep voor transgenders. Wil je daar meer over weten? Bel me maar. Ik ben ook helemaal geen transgender, ik ben gewoon iemand die heel graag vrouwen penetreert en het beu is omwille daarvan de hele tijd apparaten aan te schaffen.’ Dan vraag je er ook wel een beetje om.

‘Ik vind het ook wel leuk om erover te praten, hoor. In mijn boek gaat het zijdelings over het hele trans-thema. En ik vind het ook niet ondankbaar om daar uitlatingen over te doen. Maar ik wil natuurlijk in de eerste plaats gewaardeerd worden omdat ik kan schrijven, niet omdat ik lesbisch ben en een operatie overweeg.’

Je debuut is eerder een coming of age-roman, waarin seksualiteit, gender en seks óók een rol spelen, naast heel veel andere zaken. In zekere zin houd je de lezer een worst voor. Sorry voor de woordkeuze.

‘Ik schrijf over de ontwikkeling die ik doormaakte van mijn zeventiende tot mijn drieëntwintigste. Het thema gender speelde mijn hele leven al wel een rol, maar de vraag of ik transgender was, ontstond pas op mijn 23ste, en ik verkeer nog steeds in de verkennende fase. Je moet iets wel verwerkt hebben om er iets artistieks mee te doen. Ik sluit niet uit dat ik er op een later moment over ga schrijven.’

In je roman schrijf je: ‘Als je binnen wilt komen bij een uitgeverij, kan je beter zeggen dat je een frisse persoonlijkheid hebt. Dan zijn ze een en al oor. De kunst is om dan heel subtiel te vermelden dat je ook weleens iets zou willen schrijven. Geloof mij maar. Het is mij ook gelukt.’ Dat is natuurlijk hartstikke grappig, maar er zit wel een kern van waarheid in. Ja, je kunt schrijven, maar je bent ook jong, lesbisch en overweegt man te worden. De marketingafdeling is dol op je.

‘Ja, maar ik weet vrij zeker dat de uitgever me een contract heeft aangeboden vanwege mijn verhalen. Wel is het mooi mee genomen dat ik aanhaak op de tijdsgeest.’

‘Als je uitspraken over dit onderwerp doet, doe je dat ook voor mensen die heel erg lijden onder stereotypering of rigide vormen van denken, dus dan kun je beter genuanceerd zijn.’

Denk je dat het kenmerkend is voor jouw generatie om seksuele voorkeur en gender te bevragen?

‘Ik verzet me tegen het idee dat alles en iedereen fluïde is. Ik geloof niet dat je de ene dag wakker wordt als Jan en de andere dag als Janneke. Zo werkt dat misschien voor andere mensen, maar niet voor mij. Ik ben er niet voor om dat onderscheid los te laten. Het geeft mij juist wel houvast dat ik steeds helderder voor ogen krijg wie ik ben. Ik werk in een pizzeria en daar werken veel jongeren van een jaar of zeventien, die hoor ik dan zeggen – meer dan mensen van mijn leeftijdscategorie: “Wat doet gender er nog toe?”

Ondertussen zie ik nog wel heel veel stereotype jongens en meisjes, dus ik vraag me af hoeveel betekenis die zogenaamde vrije opvatting heeft. Bovendien vind ik de inzet wel heel hoog. Die suggereert dat we al vier stappen verder zijn. Ik ben bijvoorbeeld nog niet zo overtuigd van het idee dat homo’s het nu zo geweldig hebben in Nederland. Maar misschien loop ik achter hoor. Zeggen dat gender er niet toe doet, is een leuke uitspraak voor op een cover en dan fotografeer je er een paar mensen met paars haar bij, maar ik heb niet het idee dat dit iets met de werkelijkheid van doen heeft.

Als je uitspraken over dit onderwerp doet, doe je dat ook voor mensen die heel erg lijden onder stereotypering of rigide vormen van denken, dus dan kun je beter genuanceerd zijn. Ik zeg liever iets over de starre denkwijze van de polikliniek Gender aan de VU – dan staat er iets op het spel – dan dat ik dingen wil schreeuwen over een utopie.’

Je schreef over een bezoek aan de polikliniek Gender aan de VU in je maandelijkse column voor De Groene Amsterdammer. Bij een bezoek kaartte je ‘het wantrouwen jegens mensen die weigeren het een te zijn of het ander’ aan. Ook daar heerst blijkbaar een hokjesgeest?

‘Ik wilde mijn borsten laten verwijderen. Dat verzoek is voorgelegd aan een commissie, waar ik al direct een beetje zenuwachtig van werd, want ik dacht: wie zijn die mensen die hierover gaan oordelen? Mijn verzoek werd afgewezen, omdat ik nog niet helder voor ogen heb wat het vervolgtraject wordt en of ik ook een geslachtsveranderende operatie wil. Ruimte voor twijfel is er niet.

Er wordt ook steeds gedaan of genderdysforie een mentale afwijking is. Van tevoren moest ik allerlei vragenlijsten invullen; ik kon aan die lijsten zien dat ik werd getest op persoonlijkheidsstoornissen, manische depressie enzovoort. Aan mijn behandelaar vertelde ik tijdens een bezoek dat iedereen die ik spreek die bij de VU in behandeling is geweest me adviseert om me erdoorheen te bluffen en geen twijfel te laten zien.

Als je twijfel laat zien, of − net zoals ik − wil beginnen met een borstverwijdering en dan verder wil kijken, denken ze dat je spijt krijgt. Alsof je zo’n keuze in een opwelling maakt. Ik vind dat een verbijsterende instelling voor een afdeling in een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in gender. Uitgerekend daar zouden ze het idee dat er alleen mannen en vrouwen zijn toch moeten kunnen loslaten?

En dan nog iets: aan de VU doen de behandelaars alsof een borst(verwijderende)operatie of een geslachtsveranderende operatie de grootste verandering is die iemand kan ondergaan. De insteek van de VU is: dit is gigantisch! Omdat de behandelaars het zo groot maken, ontstaat het idee dat je levensgeluk ervan afhangt. Als patiënt moet je uitstralen verschrikkelijk ongelukkig te zijn, alsof je op de rand van een brug staat. Ik denk dat het beter is om het te benaderen als een verandering die je een stapje verder brengt. Zoals een kappersafspraak ervoor kan zorgen dat je er net wat meer uitziet zoals je eruit zou willen zien, of een goed gesprek je net wat beter kan doen voelen. Bij VU moet ik me opstellen alsof ik zonder die operatie niet meer verder zou willen leven.’

Dat is niet zo?

‘Ik ben ook best gelukkig zoals ik nu ben.’

‘Dat we een “mannelijk” en “vrouwelijk” hebben, geeft mij juist wel houvast.’

Schrijvers als Jeanette Winterson verzetten zich tegen het binaire denken in termen van ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’. Wat vind je daarvan?

‘Binair denken gaat over meer dan gender. Het zit ook in onze manieren van denken, in onze taal. Mensen die het binaire denken willen afschaffen zouden niet weten waar ze het moeten zoeken als dit wegvalt. Wel vind ik het fijn om dat woord “binair” te hebben, want dan kunnen we die manier van denken benoemen. Dat we een “mannelijk” en “vrouwelijk” hebben, geeft mij juist wel houvast.’

In de roman De Argonauten van de door jou zo bewonderde Maggie Nelson zegt Harry tegen Maggie: ‘Ik ben niet op weg ergens naartoe.’ Nelson vraagt zich af: ‘Hoe valt uit te leggen in een cultuur die erom schreeuwt positie in te nemen dat het soms gewoon een rommeltje blijft?’

‘Ik zie mezelf wel als “onderweg” al heb ik nog niet heel precies voor ogen waar naartoe. Maar een “rommeltje” dat vind ik wel weer een heel goed gekozen woord, want dat is het soms wel.’

Sinds kort ben je columnist bij LINDA.Meiden. In een introducerend interview gaf je aan dat lesbische representatie in de media belangrijk voor je was en je graag positieve queer verhalen wilt vertellen. Dan word je toch een soort rolmodel?

‘Zelf had ik geen voorbeelden. Ik had wel een docente Literatuurwetenschap op wie ik verliefd werd en van wie ik dacht: ja, zo wil ik zijn. Verder heb ik nooit naar voorbeelden gezocht, maar het zou ook niet zo moeten zijn dat je ernaar moet zoeken.

Voor veel van die lezers van LINDA.Meiden ben ik denk ik wel een heel ander soort iemand dan zij zijn. Dit kan ik wel uitleggen, of nee, ik moet het misschien niet zeggen. Nou ja, fuck it. De nieuwe hoofdredactrice had commentaar op de column die ik inleverde voor het maart-nummer. Die ging over een datesituatie van een tijd geleden. Ik was al langere tijd aan het daten met een vrouw, maar begon ondertussen ook te daten met een fotomodel die op de cover van de Vogue stond. Daar was ik nogal van onder de indruk. Ik vertelde die vrouw dat ik ook aan het daten was met dat model, en toen zette ze me de deur uit.

Van de hoofdredactrice moest ik erachteraan schrijven dat ze daarin gelijk had. Zij zei dat ik over de gevoelens van die vrouw heen walste. Tja, het moet allemaal erg correct en luchtig blijven. Ik vind het heel leuk om deze column te proberen, maar ik weet niet of die durf, die zogeheten mannelijke schrijfstijl die ik heb, past bij het blad.’

Je kunt beter een column voor Voetbal International schrijven, daar zit je doelgroep, die wordt gelezen door vrouwen als jij.

Lacht: ‘Ik heb ongelooflijk veel mails aan Pieter Zwart gestuurd waarin ik aangeef dat ik graag voor hem zou willen schrijven. Maar zonder dollen: ik vind schrijven voor een blad als LINDA.Meiden eigenlijk veel waardevoller dan schrijven voor een blad dat al geënt is op mensen zoals ik.’

In Volkskrant Magazine heeft actrice Joy Delima, een leeftijdsgenoot van je, een column over haar problemen met klaarkomen. Ik kan me soms niet aan de indruk onttrekken dat voor jouw generatie seks en seksualiteit meer worden geproblematiseerd.

‘Ik lees haar columns graag! Ik vind het niet erg dat seks wordt geproblematiseerd. Het is leuker om dat te bespreken, dan om te doen alsof het allemaal maar vanzelf gaat. Ik heb die ervaring zelf ook nooit gehad.’

Ik ben tien jaar ouder dan jij en van de generatie die naar Sex and the City keek. In die serie wordt het idee gepromoot dat vrouwen zich meer opstellen als mannen en seksueel genot najagen. Jouw generatie keek naar de populaire HBO-serie Girls (2012-2017) waarin seks niet bepaald een bron van vreugde is.

‘Ik zag Sex and the City laatst voor het eerst en ik schrok me kapot: dat is toch ontzettend onrealistisch? Ik ben niet tegen de vrolijkheid die de serie uitstraalt, maar het gaat wel over een heel klein groepje: hetero, wit, geprivilegieerd. Nu de machtsverhoudingen meer worden bevraagd, stuit je ook op meer problemen. Van Girls heb ik alle seizoenen gekeken, omdat ik het grappig geschreven vond, maar ook die serie vond ik niet realistisch: daar heeft nooit iemand leuke seks, alsof dat helemaal niet bestaat. Ook stoorde ik me erg aan de vervelende grappen die de personages maken over lesbische vrouwen. Zolang je geen volwaardige lesbische personages in je serie hebt, mag je er ook geen grappen over maken.’

Je bent lesbisch en zal misschien op den duur een geslachtsveranderende operatie ondergaan. Heb je erover nagedacht wat dat gaat betekenen voor je seksuele voorkeur?

‘Tijdens het uitgaan word ik vaak aangezien voor een jongen. Dat zorgt ervoor dat ik soms ook word versierd door gays in De Trut. Ik merk dat ik met name de wat meer feminiene homo’s wel aantrekkelijk vind. Die aantrekkingskracht zou ik dan misschien wel gaan verkennen.’

Wat zou je het meest missen als je geen vrouw meer bent?

‘Mijn voetbalteam. O, daar moet ik echt niet aan denken, dat ik dan naar een mannenteam moet…’

In dit stuk heb ik naar je verwezen met ‘hij’, ‘hem’ en ‘zijn’. Hoe vind je het om dat terug te lezen?

‘Gruwelijk! Maar dat is positief hoor! Dat is straattaal.’