opnieuw relevant, want

Architect en Rijksbouwmeester Floris Alkemade opent op 18 juli het nieuwe seizoen van VPRO Zomergasten.

Het werd zomaar ineens gebruikt en nestelde zich meteen met een vleugje ironie in het taalgebruik. Door de maatregelen tegen het coronavirus een ‘intelligente lockdown’ te noemen werd intelligentie, slimmer nadenken, zomaar in ere hersteld. Niet meer maar wat voor je uit bazelen, maar alle krediet voor het wikken en wegen, dubben, twijfelen, met de nuances rekening houden, niet de botte bijl gebruiken, niet met het voor de hand liggende genoegen nemen. Vooral niet rechtlijnig te werk gaan. Er nog eens twee keer over nadenken. Kenners raadplegen. Misschien moet er nog iets verfijnd worden?

Het woord ‘intelligent’ had onder normale omstandigheden niet gebruikt kunnen worden: veel te pretentieus, niet plat genoeg. Nu glipte het er door. Het herinnerde aan een oud gebruik. Intelligent te werk gaan is immers met zoveel mogelijk gevoelens en omstandigheden rekening houden. Het is niet langs de lineaal denken, en zoveel mogelijk zoekend, aftastend, experimenteel, proberend te werk gaan, tot iets geschikt lijkt. Niet denken in formules. Maar wel met kennis van zaken, niet in het wilde weg. De kern van slim nadenken is dat niets op zichzelf staat, altijd op een of andere manier met iets anders verbonden is. De dingen zijn niet mono, maar poly, niet een, maar meer.

Bij intelligentie gaat het om inzicht en om het zien van vertakte samenhangen. Vitaal onderdeel daarvan is altijd de menselijke maat. Met het coronavirus is dat voortdurend aan de orde. Wat betekent dit plan of project voor de mensen die ermee moeten leven? Intelligent wil zeggen dat iets doordacht is. Er is getwijfeld, er is gewogen, er is hier en er is daar nog aan gedacht. Er is met verbeeldingskracht te werk gegaan: men heeft ook los, vrijzwevend gedacht en even niet aan de gestelde eisen gedacht, even voor zich uit gefantaseerd. En dan kan het ook nog mis gaan bij alle goede, slimme bedoelingen.

de toekomst van nederland

Speciaal slim en intelligent te werk willen gaan doet zich, afgezien bij de actuele intelligente lockdown, vaker voor. Zoals in De toekomst van Nederland, een mooi geïllustreerd boek van bescheiden formaat waarin Rijksbouwmeester Floris Alkemade zijn aantekeningen heeft verwerkt voor de lezingen die hij sinds zijn aantreden in 2015 geeft. De Rijksbouwmeester is, zo begrijp ik uit het brede terrein dat Alkemade in het boek bestrijkt, niet iemand die zich in rijksgebouwen ophoudt. Hij bemoeit zich met de hele inrichting van Nederland, want alles heeft op dit niveau volgens hem met alles te maken, of het nu om de verhoging van de zeespiegel, de vergrijzing of de energietransitie gaat, het is allemaal onderling afhankelijk van elkaar, ‘interdependent.’

In De toekomst van Nederland gaat het om de monumentale vraagstukken waarin de komende vijftig of honderd jaar drastische veranderingen plaatsvinden. Die veranderingen zijn zo ingrijpend dat het publiek daar niet zo maar begrip voor heeft. Het moet er vertrouwd mee worden gemaakt, het moet er in groeien. Het zijn langdurige, chronische kwesties (de energie, de zeespiegel, de biodiversiteit, de vervuilende landbouw, klimaat) die allemaal diepe wortels hebben in gewoontes, in systemen, in tradities.

Alkemade schrijft over langdurige, chronische kwesties, die allemaal diepe wortels hebben in gewoontes, in systemen, in tradities.

Volgens de ondertitel van Alkemade’s boek gaat het om De kunst van richting te veranderen. Het zijn vraagstukken als gigantische olietankers die honderdtachtig graden moeten draaien. Iets heel logs moet in beweging komen.

Het slimme van Alkemade is dat hij de lezer niet bot voorhoudt dat hij/zij zich maar heeft aan te passen aan de ophanden nieuwe omstandigheden. Bewustzijn creëren voor de problemen gaat niet zomaar. Alkemade houdt het voor een hele kunst om als samenleving met die gigantische veranderingen om te gaan. We worden er als iets onvermijdelijks mee geconfronteerd.

Je ziet het aan de grote woorden die nodig zijn om het kruispunt waarop we ons bevinden te typeren: we staan volgens Alkemade voor ‘een beslissende wending’, we leven in ‘een revolutionaire tijd’, we moeten ‘een heel ander waardestelsel bouwen’, ‘economische, sociale en technologische structuren moeten radicaal worden herzien’. ‘Ons dagelijks leven moeten we opnieuw uitvinden.’ We worden ‘met vragen geconfronteerd die misschien te groot zijn voor een klein land.’ Een ‘hele cultuur zal zich moeten herpositioneren.’ Niet het volk roept dit keer om een revolutie, maar de wetenschap. We leven in een ‘transitietijd’.

200 verschillende staafmixers

Verandering aanbrengen in de omgang met gas, olie, klimaat, wind, natuur, water en consumptie is in de breedste zin iets structureels, iets dat de fundamenten betreft, de basis. Die veranderingen zouden ons ‘onwaarschijnlijk comfortabele’ leven wel eens heel anders kunnen maken, minder, zoals Alkema zegt. Het zou kunnen inhouden dat we, om een pesterig voorbeeld te noemen, bij Bol.com niet meer kunnen kiezen uit 200 verschillende staafmixers. Het zou ook kunnen dat er met ‘diep ingesleten gewoontes’ gebroken moet worden – wat een hele kunst is.

Het is niet slecht dat Floris Alkemade op zijn kloosterschool heeft geleerd dat de werkelijkheid er niet is, maar dat hij er pas is wanneer je er een verhaal van maakt: ‘het verhaal vormt de wereld, niet andersom.’ Dit betekent dat wij mensen de werkelijkheid met ideeën vormgeven, dat hij tot op zekere hoogte maakbaar is, naar ons inzicht, niet door wat dan ook gedetermineerd – hoe weerbarstig de werkelijkheid in de praktijk ook zal blijken te zijn. ‘Ook nu het moeilijk lijkt te gaan worden staan we niet machteloos, dankzij onze verbeeldingskracht houden we een keuze.’

renovatio in melius

Het ‘verhaal’ dat Alkema vertelt over de onvermijdelijke veranderingen moet mensen zo bewust maken dat ze het algemeen belang gaan zien ‘als intelligentere vorm van eigenbelang’. Dat zal misschien nog wel lukken als het gaat om de verhoging van de dijken bij stijging van de zeespiegel. Maar zal dat ook het geval zijn als het om maatregelen gaat die de sterfte van insecten tegengaan, of om het terugdringen van landbouwgrond ten behoeve van de natuur? ‘Intelligente’ leidraad bij al die veranderingen is voor Alkemade ‘renovatio in melius’, vernieuwing tot iets beters.

Een van Alkemade’s concrete ideeën is dat er heel anders gekeken moet worden naar ouderen. Bij ouderen valt voortdurend het woord ‘zorg’. Hoe zorgzaam er ook met ze wordt omgegaan, het is ‘zorg’ en dat is gelijk aan hulpbehoevend, terwijl dat voor het grootste deel van de ouderen niet aan de orde is. Vergrijzing moet volgens Alkemade niet worden gezien als een aflopend leven, maar als een extra levensfase. Oud worden is volgens Alkemade ‘een vorm van verworven luxe, iets waar we veel plezier aan kunnen beleven.’

Oud worden is volgens Alkemade ‘een vorm van verworven luxe, iets waar we veel plezier aan kunnen beleven’.

Bovendien met ‘een grote maatschappelijke potentie’. Een groeiende groep ouderen met veel levens- en andere ervaring heeft zo meteen alle tijd van de wereld om zich in te zetten voor de maatschappij. Alles moet gericht zijn op actief mee blijven doen. Daar, zoals naar opleidingsmogelijkheden, moeten zorggelden naar toe. De omgang met ouderen is voor Alkemade, in de geest van Simone de Beauvoir, de lakmoesproef voor al ons handelen.

parallelle wereld

Tot het ‘verhaal’ van Alkema hoort ook dat hij niet wil dat de virtuele wereld van internet, YouTube, games en de sociale media een parallelle wereld wordt die de gewone werkelijkheid verdringt. Volgens Alkemade is ‘er een epische strijd gaande tussen de reële en de virtuele wereld.’

Nu al kijken we gemiddeld 500 minuten (meer dan 8 uur) per dag naar een scherm. Dat heeft allerlei ingrijpende consequenties, zoals het ontstaan van dode binnensteden door het verdwijnen van winkels omdat steeds meer per internet wordt gekocht. Mensen hebben geen idee wat ze aanrichten door zo gedachteloos digitaal te winkelen.

Een Rijksbouwmeester moet ook een visie (een verhaal zou Alkemade zeggen) hebben over de woningbouw van de toekomst, zeker in een dichtbevolkt land als Nederland. Alkemade strooit niet met cijfers, maar soms kan een cijfer helpen. Zoals: dat in bijna 40 procent van de huizen tegenwoordig nog maar 1 persoon woont. Intelligent bouwen, dus rekening houden met zoveel mogelijk factoren die voor mens en samenleving essentieel zijn, wil voor Alkemade zeggen dat er in de ‘periferie’ gebouwd moet worden: in de randen van de steden, in de nabijheid van openbare vervoersknooppunten. De open weilanden kunnen dan met rust gelaten worden bij het realiseren van de miljoen huizen die op de wenslijst staan.

Alkemade wil van ‘de urgentie om te veranderen’ gebruik maken om door ‘vernieuwen tot iets beters’ te komen. Dat klinkt alsof hij aan de coronacrisis denkt. Maar zijn urgentie betreft de monumentale vraagstukken die er al waren vóór de coronacrisis. De zeespiegel, het klimaat, de insecten, het oprukkende water, de coronacrisis, Alkemade is iemand die er niet vanaf te brengen is ‘dat we veel plezier aan het inslaan van andere wegen kunnen gaan beleven’.

De toekomst van Nederland. De kunst van richting te veranderen door Rijksbouwmeester Floris Alkemade is uitgegeven door Thoth.