In maart was het dan eindelijk zover: wij, Nederland, waren een maand lang voorzitter van de VN-Veiligheidsraad in New York. Het was het hoogtepunt van een jarenlange lobby van het ministerie van Buitenlandse Zaken om een zetel in die raad te krijgen. In de media dook ambassadeur Karel van Oosterom af en toe met zijn oranje stropdas op, maar wat er in New York allemaal precies gebeurde ging vaak langs de Nederlandse televisiekijker en krantenlezer heen.
Wel zagen we premier Mark Rutte in de laatste week van het voorzitterschap in de grote zaal in New York zitten tijdens een bijeenkomst over het efficiënter maken van vredesmissies – heel terecht dat Nederland daar aandacht voor vraagt. En ook de kersverse minister Stef Blok maakte zijn opwachting en slaagde er even in de attentie op zich te richten door foto’s van de zevenjarige Syrische Noor in de raad te tonen, een meisje dat nooit anders heeft meegemaakt dan oorlog. Het beeld was er een uit een reeks indrukwekkende beelden gemaakt door fotograaf Chris de Bode.
Maar Stef Blok is – met alle respect voor zijn Haagse ervaring – toch een noviet op het internationale toneel. De voormalige fractievoorzitter van de VVD en minister van Wonen en Rijksdienst is als een kat in een vreemd pakhuis in New York, Brussel of Berlijn.
In alles het tegengestelde van Blok
Wat een tegenstelling met Sigrid Kaag, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die vorig jaar door D66-leider Alexander Pechtold als een van de verrassingen van het kabinet-Rutte III naar voren werd geschoven.

Kaag is in alles het tegengestelde van Blok. Ze leeft en ademt diplomatie en internationale politiek: ze was jarenlang diplomaat voor de Verenigde Naties, werkte voor Unicef in het Midden Oosten en Noord-Afrika, kreeg internationale roem na haar onderhandelingen met de Syrische dictator Bashar al-Assad over de ontmanteling van de chemische wapens, waarvoor ze persoonlijk werd bedankt door toenmalig president Barack Obama. Vervolgens werd ze speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Libanon, waar ze zich ontwikkelde tot een evenwichtskunstenaar die goede relaties wist te onderhouden met zowel met Hezbollah als Iran, als ook met Israël en andere partijen in het wespennest dat het Midden-Oosten is.
Ook in haar privéleven is de internationale politiek nooit ver weg. Kaag is getrouwd met een Palestijn en voormalige tandarts die bij de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO tal van sleutelfuncties vervulde. Hij was onder meer nauw betrokken bij de totstandkoming van de Oslo-akkoorden en heeft het nationale Palestijnse theater opgezet in Genève.
Kaag zou de kant kiezen van de Palestijnen, zeker nadat ze 13 miljoen euro overmaakte aan de VN-organisatie in bezette Palestijnse gebieden.
Het gezin heeft een huis in Oost-Jeruzalem dat door haar schoonvader werd gebouwd tegen een helling van de oude stad. Pal naast het huis staat de oorspronkelijke familiewoning die in 1967 werd geconfisqueerd door Israëlische kolonisten, zo vertelde ze in 2015 aan Vrij Nederland. Nadat ze aantrad als minister, kwamen er vanuit rechtse hoek onmiddellijk verdachtmakingen: Kaag zou de kant kiezen van de Palestijnen, zeker nadat ze in januari 13 miljoen euro versneld overmaakte aan de VN-organisatie in de bezette gebieden, als reactie op de halvering van de hulp door Donald Trump.
Sigrid Kaag liet zich in dat gesprek in 2015 kennen als een genuanceerd en nuchter denker, die zich zorgen maakte over kortademigheid van de politiek, maar die het ook ‘beklemmend’ noemde om te zien hoe ‘de volksmennerij’ in de Nederlandse politiek was opgerukt. Tegelijkertijd benadrukte ze de angst voor het onbekende bij de burgerij te begrijpen. Het was aan politici, zo vond ze om de burgers uit te leggen dat het in Europa nog steeds ging om relatief kleine aantallen vluchtelingen, een klein percentage van de bevolking. ‘Dat moet Nederland makkelijk aankunnen.’

Sigrid Kaag: diplomatieke vis in het water
En nu, als minister, staat ze ook haar mannetje. Dat bleek maar weer eens in de maand dat Nederland voorzitter was van de Veiligheidsraad. Kaag zat de raad voor op 8 maart, internationale vrouwendag. Veel andere landen stuurden vrouwelijke diplomaten, zodat voor de eerste keer in de geschiedenis de meerderheid van de sprekers vrouw was. Kaag zat de vergadering voor met een flair alsof ze nooit anders had gedaan, ze is in de wereld van de internationale diplomatie dan ook als een vis in het water.
Dat bleek ook tijdens een optreden in Tunesië tijdens een handelsmissie. Een filmpje waarop ze moeiteloos van vloeiend Arabisch op vloeiend Frans overging tijdens een persconferentie ging viral. Kom daar maar eens om bij Stef Blok of Halbe Zijlstra.
Maar Sigrid Kaag blijkt meer dan een superdiplomaat. Ze ontpopte zich deze maand ook als een echte politica. In de maand dat Nederland voorzitter was van de Veiligheidsraad was ze niet alleen in New York, maar reisde ze ook naar Congo met Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal van de VN voor humanitaire zaken en noodhulp-coördinator. De Verenigde Naties is al sinds 1999 met zestienduizend militairen aanwezig in Congo. Nederland doet niet mee aan de missie, maar organiseert deze maand wel met de Verenigde Arabische Emiraten een donorconferentie in Genève.
Dat Kaag Congo bezocht was een politiek statement en de timing was perfect.
Kaag bezocht er onder meer kamp Kataniga, waar tienduizend ontheemden wonen en waar de situatie snel verslechtert nu gevechten in dit deel van het land oplaaien en de regering in het verre Kinshasa onmachtig blijkt de orde te handhaven. Dat Kaag Congo bezocht was een politiek statement. Het is een vergeten conflict, en de timing was perfect: Lowcock zou aansluitend aan zijn bezoek aan Congo naar New York vliegen om bij zijn bazen van de VN verslag uit te brengen, waarna moest worden besloten of de missie van de VN in Congo zou worden verlengd. Kaag liet hier tijdens het Nederlandse voorzitterschap zien: wij vinden Congo belangrijk, we willen extra steun en hulp voor de vluchtelingen. ‘De wereld mag de Congolezen niet in de steek laten,’ schreef Kaag op haar Twitter-account.
Maar niet alleen in de internationale arena zette Kaag afgelopen maand de agenda, in de binnenlandse én Europese politiek gooide ze een flinke steen in de vijver. Ze bezocht afgelopen maand een detentiecentrum in Libië waar vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten zitten. Organisaties als Artsen zonder Grenzen pleiten al lang voor de sluiting van de kampen. Het zijn plekken waar mishandelingen en verkrachtingen plaatsvinden en waar mensen worden gerekruteerd voor verkoop op slavenmarkten.
Ondanks alle noodsignalen bleef in Den Haag en in Brussel de idee-fixe bestaan dat met Libië zaken valt te doen. Over verbeteringen aan de opvangkampen werden in november door de EU-ministers beloften gedaan, maar daarbij bleef het. De Europese Unie financiert de opvangcentra en ondersteunt de kustwacht, waardoor vluchtelingen die de Middellandse Zee op gaan kunnen worden onderschept en naar de kampen gestuurd.

Sigrid Kaag maakte met dat beleid korte metten. Als eerste Europese minister riep ze op tot sluiting van de centra. Ze noemde de situatie inhumaan en pleit voor een ‘open opvang’ waar hulpverleners toezicht kunnen houden. Ook wil ze een verdubbeling van het aantal vluchten naar de thuislanden van de migranten, zodat zij die dat willen kunnen terugkeren naar hun familie. Met haar uitspraken stelde Kaag haar Europese collega’s en haar eigen kabinet voor een dilemma: als je open kampen hebt, loop je de kans dat vluchtelingen massaal weer in de bootjes stappen, en wat dan?
Met haar uitspraken schiet Sigrid Kaag ook hier met scherp, zeker omdat vooral de VVD de Turkije-deal tot inzet heeft gemaakt voor haar migratiebeleid.
En Sigrid Kaag gaat nog verder. Natuurlijk, ze pleit voor opvang in de regio, dat is staand kabinetsbeleid. Maar tegelijkertijd stelt ze vast dat met een land als Libië geen afspraken gemaakt kunnen worden, zeker niet omdat er drie regeringen zijn en grote delen van het land oncontroleerbaar zijn. Met haar uitspraken schiet Kaag ook hier met scherp, zeker omdat vooral de VVD de Turkije-deal tot inzet heeft gemaakt voor haar migratiebeleid, waarbij opvang in de regio een van de belangrijkste bouwstenen is en waarbij desnoods met regimes die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten deals kunnen worden gemaakt.
Premier Rutte zwakte de uitspraken van Kaag een paar dagen later af: ja, de situatie is inhumaan, maar er is geen actieplan. Ze had slechts gesproken over ‘de intenties’ van het kabinet. Met andere woorden: mooi gezegd, Sigrid, maar of er echt iets gaat gebeuren?
Zo was de maand van het Nederlandse voorzitterschap van de Veiligheidsraad vooral ook de maand van Sigrid Kaag, topdiplomaat, politica, talenwonder. Eigenlijk is ze de gedroomde minister van Buitenlandse Zaken. Maar of ze die baan ooit zal krijgen? Bij de Verenigde Naties is het een goede gewoonte dat ambtenaren alleen door kunnen stoten naar de echte topbanen als ze een ministerschap achter de rug hebben. Op het hoofdkantoor in New York houden ze haar verrichtingen ongetwijfeld nauwlettend in de gaten. Grote kans dat Kaag Den Haag al snel weer vaarwel zegt als het kabinet-Rutte III op zijn eind loopt.
Bij VN, door hoofdredacteur Ward Wijndelts
Wegens ziekte is Max van Weezel een tijdje uit de roulatie. Tot Max zijn rol als politiek commentator weer oppakt, nemen Thijs Broer en Harm Ede Botje de honneurs waar. We wensen Max veel sterkte toe.
Op dinsdag 24 april organiseert Humanity House de tweede editie van de Alternatieve Veiligheidsraad, over de toekomst van oorlog en vrede onder de titel ‘de robotisering van de oorlog’. De bijeenkomst vind plaats in het Paard van Troje in Den Haag. Vrij Nederland is mediapartner van de Alternatieve Veiligheidsraad. Meer informatie hier.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.