Toen van de week reusachtige rumoer in de media ontstond over de onthulling van GeenStijl dat D66 en het ministerie van Buitenlandse Zaken hebben geprobeerd de documentaire Sigrid Kaag. Van Beiroet tot het Binnenhof op allerlei punten aan te laten passen, gebeurde het tegenovergestelde van wat je zou mogen hopen.

Terwijl zo’n onthulling bedoeld zou moeten zijn om licht te werpen op de onderhandelingen tussen voorlichters en journalisten waarmee sommige producties gepaard gaan en de journalistieke mores die daarbij zouden moeten gelden, leidde de publicatie in de media juist tot het tegenovergestelde: een nog veel grotere stroom aan misvattingen en gemakzuchtige oordelen over het gekonkelfoes in de Hilversumse en Haagse achterkamers, en zelfs de zotte suggestie dat de gehele omroep in handen zou zijn van D66 omdat NPO-bestuurder Shula Rijxman wel eens D66 heeft gestemd en VPRO-directeur Lennart van der Meulen ooit campagneleider van de partij is geweest. Alsof er vanuit de top van de omroep documentairemakers op pad worden gestuurd om zonder enig journalistiek geweten hagiografische films over Kaag te gaan maken.

Ook het hardnekkige idee dat D66 niets anders dan een cynische, geoliede marketingmachine zou zijn, lijkt me een fabel: dan zouden de spindoctors van de partij op het moment dat Kaag lijsttrekker werd, wel het filmen voor de documentaire hebben beëindigd om ieder risico tijdens de campagne te vermijden.

Lees ookHoe Rutte toch nog het voortouw kreeg in de formatie25 juni 2021
voet bij stuk

De toon werd al gezet in december, toen Martin Bosma van de PVV er lucht van kreeg dat de VPRO begin januari – twee maanden voor de verkiezingen – een documentaire over Sigrid Kaag zou uitzenden, waarvan de werktitel ooit Sigrid Kaag. Minister van hoop luidde. Gefundenes Fressen voor de PVV’er, die zich al jaren laat gelden als verklaard vijand van D66 en de publieke omroep. Wat was dit voor schandelijke propaganda op kosten van de belastingbetaler? In antwoord op Kamervragen van Bosma stelde minister Arie Slob van mediazaken: ‘In het geval van de documentaire Van Beiroet tot het Binnenhof is er sprake van een onafhankelijke maker. D66 heeft geen betrokkenheid bij of invloed gehad op de documentaire.’ Daarmee leek de kous af.

De enige scène in de tamelijk gemoedelijk voortkabbelende documentaire die na uitzending tot enig rumoer leidde was een shot van Sigrid Kaag die op de achterbank van de dienstwagen met haar toenmalig politiek assistent babbelt over de onverwachte populariteit van Forum voor Democratie: ‘Wie zíjn die mensen die daarop stemmen?’ Prompt zagen allerlei critici hun beeld bevestigd van een elitaire diplomate die na tientallen jaren in het buitenland de natie wil komen redden met ‘nieuw leiderschap’ maar eigenlijk geen idee heeft wat er leeft in Nederland.

Maar uitgerekend die scène leidde afgelopen week tot nog veel grotere ophef, toen Bart Nijman van GeenStijl na een WOB-verzoek tweehonderd pagina’s aan emailwisseling tussen de makers van de documentaire, voorlichters van Buitenlandse Zaken en campagnemensen van D66 onthulde. Daaruit bleek niet alleen dat campagneleider Sjoerd Sjoerdsma na het zien van de ruwe versie tevergeefs had gevraagd of er meer aandacht kon worden besteed aan de idealen van Sigrid Kaag, dat er op aandringen van Buitenlandse Zaken beelden waren geschrapt van champagnedrinkende medewerkers van Kaag in het straatarme Niger, en dat op verzoek van D66 een paar onhandige uitspraken van de lijsttrekker waren verwijderd – onder andere over een Kamerlid dat als ‘dat mens’ wordt aangeduid –, maar ook dat Buitenlandse Zaken de makers zwaar onder druk had gezet om alle scènes waarin Kaag op de achterbank van de dienstwagen geen autogordel draagt, waaronder bovengenoemde, te schrappen.

De VPRO hield bij verreweg de meeste voorstellen van het ministerie en de partij wel degelijk voet bij stuk, zoals dat hoort.

‘Mijn voorspelling is dat bij uitzending de hele documentaire wordt gereduceerd tot “maar ze had geen autogordel om”,’ schreef een voorlichter. ‘En dat is doodzonde van jullie jarenlange werk, en ook niet goed voor de minister. (…) Kortom: het is heel vervelend, maar die shots moeten eruit.’

Op zichzelf is het volkomen logisch dat er werkafspraken worden gemaakt bij het maken van een documentaire waarbij een politicus jarenlang wordt gevolgd, en geregeld hele dagen met een open microfoontje rondloopt, zoals ook hier gebeurde, en dat er kan worden overlegd over feitelijke onjuistheden, privacygevoelige informatie en uitspraken die niet van noodzakelijke context zijn voorzien.

De door GeenStijl en de PVV gewekte suggestie dat de makers van de documentaire zich tijdens het maken van de hele film als slaafse lakeien voor het karretje van D66 hebben laten spannen, een suggestie die gretig werd overgenomen door talloze andere media, doet de makers en D66 weinig recht, al was het maar omdat de afspraken over de documentaire niet met D66 werden gemaakt maar met Buitenlandse Zaken. D66 raakte pas betrokken toen er al jaren aan de film was gewerkt en Kaag lijsttrekker werd. De meeste suggesties voor aanpassingen, en de zwaarste druk, kwam ook van Buitenlandse Zaken: die shots moeten eruit. Bovendien hielden de makers – getuige de gewobte stukken – bij verreweg de meeste voorstellen van het ministerie en de partij wel degelijk voet bij stuk, zoals dat hoort.

controledwang

Waar het wél misging – en daar zou de discussie over moeten gaan – is dat de makers op een paar punten wel héél ijverig met het ministerie en de partij hebben meegedacht toen er over de definitieve versie werd gesproken. Toen Buitenlandse Zaken de VPRO onder druk zette om de scènes zonder autogordel te verwijderen, besloten de makers eigener beweging om een paar bedrijfjes te polsen of de scènes niet konden worden geretoucheerd, plat gezegd: of er geen autogordels in konden worden gephotoshopt. Pas toen dat te bewerkelijk bleek, kreeg het ministerie te horen dat de scènes in stand zouden blijven.

Het feit dat het manipuleren van de beelden alleen al is overwogen, lijkt me een journalistieke doodzonde, waar de uiteindelijk beslissing de scènes te handhaven weinig aan afdoet. De suggestie van het productiebedrijf in één van de gewobte mails dat Kaag bij de uitzending zou moeten doen alsof ze de film nog niet had gezien, is van hetzelfde bedenkelijke niveau: mogen we éven met u meedenken?

De vraag is nu wat er van deze affaire te leren is als het stof straks is gaan liggen.

Te vrezen valt dat de ophef op de voorlichters en de campagnemensen een averechts effect zal hebben. Nog meer controledwang, nog meer risicomijdend gedrag. Omineus is de verklaring van Sigrid Kaag toen de affaire in de media was opgevlamd: ‘Ik heb er al spijt van gehad dat ik “ja” heb gezegd. Dat is sowieso één les: dit doe ik nooit meer.’

Terwijl je zou hopen op het tegenovergestelde. Juist méér openheid, en mínder bangige controledwang. Want de ironie wil dat de pogingen om de documentaire aan te laten passen, tot veel meer ophef en schade voor Sigrid Kaag, D66 en Buitenlandse Zaken hebben geleid dan de scènes waar de voorlichters zo bang voor waren. Deze kwestie zou een wake-up call kunnen zijn: bemoei je er de volgende keer niet meer zo krampachtig mee, laat zo’n Kaag lekker een glaasje champagne drinken in Niger, laat haar gewoon praten over een Kamerlid als ‘dat mens’, ga achteraf niet klagen dat er meer ‘idealen’ in de film zouden moeten zitten en laat de minister onbekommerd zonder gordel rondrijden.

De controledwang van de voorlichters, is wel gebleken, leidt alleen maar tot grotere ellende.