Het zijn ‘enorme’ asocialen, die elektrische rijders met hun ‘stroom-slurpende’ bolides. Zij veroorzaken een hoge energierekening omdat de budgetten voor de gigantische toevloed aan laadpalen ergens vandaan moet komen. ‘Voor elke Tesla zitten honderden bejaarden met fleecedekens kou te lijden.’
Was getekend Ronald Plasterk, oud-minister van de PvdA.
Over dat klimaat gesproken. Het Europees Parlement heeft ‘nul gezag om voor anderen een klimaatcrisis uit te roepen’ aangezien het zelf niet zo duurzaam heen en weer verhuist tussen Brussel en Straatsburg om te vergaderen. Die klimaatcrisis is trouwens, aldus de columnist, alleen door kernenergie op te lossen, want die reusachtige windmolens zijn ‘slechts kerktorens van het groene geloof’.
Met een column in De Telegraaf en een flink aantal gepeperde tweets timmert professor Plasterk stevig aan de weg in mening-producerend Nederland. Het leverde hem dit voorjaar een eervolle nominatie op voor de Pim Fortuyn Prijs, de prijs voor opiniemakers, bestuurders of politici die strijden voor het vrije woord. ‘Plasterk,’ aldus de jury, ‘zwemt tegen de stroming in. Zo bracht hij een nieuwe dimensie in het klimaatdebat, door de noodzaak van kernenergie te verdedigen.’
Kosmopolitische fratsen
Helemaal nieuw is die dimensie natuurlijk niet. De VVD roept al langer dan een decennium dat kerncentrales dé oplossing zouden zijn voor de klimaatcrisis. Opiniemaker Plasterk zwemt niet zozeer tegen de stroom in van politiek Nederland, het land dat overwegend rechts stemt, hij verzet zich juist tegen de veel kleinere progressieve stroom, en dan vooral tegen die stroom binnen de PvdA, zíjn PvdA die al jaren hopeloos worstelt met de koers.
Na deelname aan het kabinet Rutte II, waarin Plasterk minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was, werden de sociaaldemocraten tijdens de verkiezingen van 2017 gedecimeerd: van 38 zetels naar een schamele negen. Politicoloog Sarah de Lange (Universiteit van Amsterdam) analyseerde dat verlies destijds voor de Wiardi Beckman Stichting, de wetenschappelijke club van de partij. De meeste verloren PvdA-stemmen gingen in 2017 naar GroenLinks (19 procent), D66 (13 procent) en de SP (12 procent). Ongeveer 4 procent ging naar de PVV, eenzelfde percentage kreeg 50Plus.
Een kwart van de stemmers bleef trouw aan de sociaaldemocraten, alleen is die toch al kleine groep ook nog eens vergrijsd. De helft van alle PvdA-stemmers is 65-plus, aldus het politicologen-blog Stukroodvlees in de rubriek ‘Plaatjes van de electoraatjes’, en daarmee is de Partij van de Arbeid tegen wil en dank een heuse boomer-partij geworden die zeer voorzichtig moet zijn met al te modieuze en kosmopolitische fratsen en plannen om te voorkomen dat de loyale harde kern wordt weggejaagd.
Mopperende overblijver
Ronald Hans Anton Plasterk (64) is zo’n typische representant van de harde kern, een mopperende overblijver die intens van zijn partij houdt. In de jaren tachtig was hij raadslid in Leiden voor de PvdA, in 2007 werd hij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Balkenende IV. Vanaf 2010 voerde hij met evenveel liefde oppositie als lid van de Tweede Kamer om vervolgens toch weer een ministerspost te bemachtigen, dit keer Binnenlandse Zaken.
Oud-collega’s en vrienden omschrijven Plasterk als een ‘traditioneel’ of ‘ouderwets linkse’ sociaaldemocraat.
De zoon van een televisiebuizengieter groeide op in een Haagse arbeiderswijk en voelt zich meer thuis bij de SP-hoek van de partij dan bij de kosmopolitische GroenLinks-hoek. In zijn columns verbloemt hij die liefde allerminst. Als de PvdA − die de afgelopen verkiezingen in maart wéér slechts negen zetels haalde − al in de regering komt, dan met de SP, schrijft hij steeds, want die partij ‘levert in gemeenten uitstekende bestuurders en is gewend zich aan afspraken te houden. Anders dan de rest van links staat men niet te trappelen om alle regeermacht zo snel mogelijk aan Brussel over te dragen.’
Bovenal benadrukt Plasterk dat ‘de halve linkse oppositie binnenboord halen’ geen recht doet aan de verkiezingswinst van rechts. Een regering van VVD, CDA en D66 met de PvdA en GroenLinks is voor hem een gruwel. Sowieso omdat de sociaaldemocraten zich eerst eens ‘diep moeten beraden over de eigen toekomst’ en wat hem betreft ligt die in de thema’s immigratie (‘Nederland moet altijd openstaan voor vluchtelingen in levensgevaar, maar de huidige migrantenstroom kan zo niet verder door’), de macht van Europa en het klimaat − of beter gezegd: het omarmen van kernenergie.
‘Ik geloof niet dat hij radicaal van gedachten is veranderd.’ Plasterk is altijd een charmante dwarsligger geweest.
Een serieus nadeel voor de PvdA om samen met GroenLinks in een regering te stappen, schrijft hij in zijn column, is dat je daardoor óók geassocieerd wordt met die partij. ‘Wat in feite een collectie mafkezen geworden is. Ze willen Borssele sluiten, wat een enorme extra CO2-uitstoot zou opleveren, en ze zijn volledig op de “woke”-lijn, waar je als verstandig links afstand van zou willen houden.’
Charmante dwarsligger
De wijze lessen die Plasterk zijn partij nu via De Telegraaf geeft, staan lijnrecht tegenover het advies dat hij vier jaar geleden gaf in een opiniestuk in de Volkskrant. Toen vond hij net zo stellig dat de linkse partijen moesten fuseren en GroenLinks-leider Jesse Klaver die linkse fractie in de Tweede Kamer moest gaan leiden.
Het is precies die parmantige houding die ervoor zorgt dat menig sociaaldemocraat Plasterks columns knarsetandend leest.
‘Je vraagt je bij de nieuwe Plasterk wel af of hij niet te gretig negeert waar de oude Plasterk voor heeft getekend,’ schreef NRC-columnist Tom-Jan Meeus nadat hij de zoveelste pro-kernenergiecolumn van de oud-politicus las. Plasterk tekende immers voor het verkiezingsprogramma van de PvdA, dat tégen kernenergie was. Hij steunde ook het regeerakkoord − dat niet repte over kernenergie − en accepteerde geruisloos de daaruit voortvloeiende akkoorden die nieuwe energiebronnen als zon en wind steunden. ‘De meeste politici die zich bekeren,’ analyseerde Trouw, ‘schuiven aan bij de populisten.’
Sociaaldemocratische geestverwanten van Plasterk, die zichzelf karakteriseren als de oud-linkse hoek van de PvdA, moeten smakelijk lachen om het verwijt dat hij uit een rechts vaatje is gaan tappen. Ministers zijn nou eenmaal trouw aan het kabinetsbeleid en dus ook aan het regeerakkoord, verdedigen ze hem. ‘Dat is niet eens een onderwerp van discussie,’ zegt goede vriend Paul Bordewijk, publicist en voormalig PvdA-wethouder in Leiden. ‘Dat doe je nou eenmaal zo.’
Filmmaker en geestverwant Eddy Terstall, ‘al meer dan 25 jaar’ lid van de PvdA, noemt het ‘heel logisch dat je wat meer ongefilterd kunt zeggen wat je wilt wanneer je uit het keurslijf van de politiek bent’. ‘Ik geloof niet dat hij radicaal van gedachten is veranderd.’
Plasterk is altijd een charmante dwarsligger geweest. Zo’n veertig jaar geleden al, vertelt Bordewijk, diende hij als afgevaardigde op een PvdA-congres een amendement in waarin werd gesteld dat de partij weliswaar tegen kernenergie was, maar niet zozeer tegen het wetenschappelijk onderzoek naar de toepassingen ervan. ‘Dat werd natuurlijk door het partijbestuur met veel vertoon verworpen,’ herinnert Bordewijk zich. ‘Want ja,’ voegt hij daar gniffelend aan toe, ‘als je er onderzoek naar doet, dan zou er wel eens uit kunnen komen dat het redelijk veilig is en dan moet je er wat mee.’
Aversie tegen windmolens
Partijgenoot Bordewijk leerde Plasterk begin jaren tachtig kennen door de gemeenteraad van Leiden. Bordewijk was wethouder, Plasterk van 1982 tot 1984 raadslid. Nadat hij promoveerde op genetisch onderzoek naar de platworm, ging hij onderzoek doen in Amerika.
Daarna ging hij leidinggeven aan het Nederlands Kanker Instituut, werd bijzonder hoogleraar moleculaire biologie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam) en vervolgens hoogleraar genetica aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1995 ging hij ook columns schrijven, eerst voor het carrièreblad Intermediair en later voor de Volkskrant. En nu dus voor De Telegraaf. Tot op de dag van vandaag leest vriend Bordewijk even mee voordat Plasterk een column inlevert.
Wie denkt dat Plasterk zijn aversie tegen windmolens wel heel vaak gebruikt als inspiratie voor zijn columns, moet zijn oude werk uit de Volkskrant of het tv-programma Buitenhof er eens bij pakken. In de aanloop naar het referendum over een grondwet voor de Europese Unie hield hij in 2005 wekenlang volhardende tirades tegen die grondwet. In zaaltjes nam hij het ondertussen op tegen Kamerlid en partijgenoot Frans Timmermans (tegenwoordig Eurocommissaris) die de grondwet juist hartstochtelijk verdedigde.
Door zijn column in het programma Buitenhof − waar altijd stevig werd geluncht met de gasten − leerde hij steeds meer politieke hotemetoten kennen. Presentator Paul Witteman vertelde in Elsevier hoe Plasterk zich achter de coulissen langzaam maar zeker warmliep voor de politiek. ‘Het oog van de PvdA is op hem gevallen door zijn optredens. Zo mocht hij in 2006 meeschrijven aan het verkiezingsprogramma, al stond hij niet op de lijst.’ De PvdA haalde tijdens die verkiezingen 33 zetels, genoeg voor een plek in de coalitie.
En zo werd de wetenschapper Plasterk plots minister van Onderwijs en Cultuur. Hij werd op een maandagavond gebeld door PvdA-leider Wouter Bos met de vraag ‘ben je beschikbaar?’, vertelde Plasterk later in een interview met de Volkskrant. ‘Zat ik daar in een laboratorium. Ik heb mijn vrouw gebeld. Al pratend kwamen we tot de conclusie dat de kans dat ik “nee” zou zeggen nul was.’
Flamboyante hoedendrager
Op het Binnenhof ontpopte Plasterk zich tot een flamboyante hoedendrager (na zijn ministerschap is hij nauwelijks meer met een hoed gesignaleerd) die zich vooral bezighield met de leuke zaken op zijn departement. De stevige dossiers op Onderwijs liet hij over aan zijn staatssecretarissen Marja van Bijsterveldt (CDA) en partijgenoot Sharon Dijksma. Zelf hield hij zich bezig met het hoger onderwijs, media en cultuur. Hij dook op bij premières en feestelijke openingen, geflankeerd door zijn vrouw Els, en zijn portret werd bijna wekelijks afgedrukt in het Stan Huygens Journaal, de societyrubriek van De Telegraaf.
Diezelfde krant noemde hem ‘makkelijk in de omgang’. ‘Maar hij is tevens iemand die te boek staat als ijdeltuit, met harde hautaine kantjes.’
Zijn grootste wapenfeit werd het toelaten tot het omroepbestel van de twee rechtse nieuwkomers WNL (toen nog van De Telegraaf) en Powned (toen nog van GeenStijl). Hij zag het weblog niet als rechts. ‘Ik vind hun anti-autoritaire houding leuk zoals veertig jaar geleden de VPRO leuk was met programma’s als Hoepla (dat als eerste een naakte vrouw op het scherm toonde, red).’
De liefde was wederzijds: toen tv-zender Powned datzelfde jaar een feit was, werd de PvdA-minister onthaald in de eerste aflevering van House Ibiza. Op het feesteiland werd hij door presentator Rutger Castricum in een hummer opgehaald. ‘Ik vind het ontzettend leuk hier te zijn,’ aldus de minister. Al werd-ie wel wat ongemakkelijk toen de presentator een fles champagne uit het raam van de rijdende wagen gooide. ‘A joh, kan allemaal, dit,’ lachte Castricum. ‘Dankzij jou, ome Roon!’
Terwijl zijn staatssecretarissen stevige debatten voerden, was de minister vooral in beeld. De PvdA-bewindsman knuffelde met Powned-presentator Rutger Castricum en Henny Huisman op een Gay Pride-boot. Hij babbelde ontspannen aan tafel bij Pauw & Witteman en werd breed lachend met zwierige borsalino op de rode lopers gefotografeerd. Diezelfde hoed gebruikte hij dikwijls voor een tweede rondje flaneren langs de patatbalie, waar de pers zich altijd verzamelt. De camera houdt van Plasterk, en Plasterk ook zeker van de camera’s.
‘Plasterk was echt representant van slechts één deel van het onderwijs: het wetenschappelijke deel.’
Dat wekte ergernis in Den Haag. VVD-Kamerlid Halbe Zijlstra doopte Plasterk om tot de ‘minister van Feesten en Partijen’. De kritiek kwam ook uit de sector: ‘Plasterk is overal en toch nergens,’ schreef het magazine voor hoger onderwijs Scienceguide als begeleidende tekst bij de lage notering van de minister in de ranglijst van invloedrijke figuren in de sector. ‘De bètawetenschapper die de prins carnaval van het Binnenhof werd,’ sneerde dagblad Trouw.
Bestuurlijk dedain
De minister deed wel een paar dingen op onderwijsgebied. Hij haalde, tot woede van de universiteiten, 100 miljoen euro weg bij de universiteiten om het talentenprogramma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek (NWO) te bekostigen. Deze onderzoeksfinancier zou dat budget verdelen onder de beste wetenschappers van Nederland. Het was een stimulans tot excellentie, vond Plasterk, want de universiteiten met de beste onderzoeksvoorstellen konden het geld gewoon terugverdienen. Hij stelde ook een harde knip in tussen de bachelor- en masteropleidingen. ‘Dat schept duidelijkheid en dat vinden we prettig. Zoals je zonder vwo-diploma niet aan een bachelor kunt beginnen, kun je straks zonder bachelor niet met een master van start.’
Het typeert het beleid van Plasterk als minister van Onderwijs, herinnert Doekle Terpstra − destijds voorzitter van de HBO-raad − zich: ‘Als minister wilde hij de exclusiviteit van academia bevestigen en had hij weinig oog voor emancipatie via het HBO. Daar zitten toch veel kinderen van migranten die zich op deze manier omhoog konden werken in de maatschappij.’
Terpstra betreurt de knip. ‘Ik had juist verwacht dat een sociaaldemocraat − vanuit het verheffingsideaal − dit zou inzien, maar er was juist een bestuurlijk dedain richting het HBO. Plasterk was echt representant van slechts één deel van het onderwijs: het wetenschappelijke deel.’
Het hoogst haalbare
Plasterk, vertellen oud-collega’s, redeneert altijd vanuit zichzelf en dus verbeterde hij als minister de voorwaarden voor excellente wetenschappers, zoals hijzelf. ‘Streven naar excellentie, juist daarin herken je het verheffingsideaal,’ stelt Eddy Terstall. ‘Je moet het hoogst haalbare stimuleren, anders komt er nooit echte verheffing, dan krijg je nooit die speciale sprong.’
Plasterk − die zelf tussen de arbeidersgezinnen opgroeide in een Haagse portiekflat − noemde biologie bij uitstek ‘een plek voor sociale stijgers. Ik heb altijd een zwak gehad voor mensen in de biologie die zo van de boerderij kwamen. Die hadden niets anders meegekregen dan een goed stel hersens en ambitie: werk er maar hard voor.’ Kortom: mensen zoals hijzelf.
Als wetenschapper én als minister had hij geen geduld met middelmatigheid. Ambtenaren die niet konden meepraten op zijn niveau of speeches volpropten met jargon en Engelse kreten telden niet meer mee. ‘Dan gaat hij neerbuigend doen,’ klaagde een ambtenaar tegen NRC.
Zijn stijl zorgde voor geïrriteerde ambtenaren, maar ook voor geamuseerde Kamerleden: debatteren met Plasterk was vaak verrassend, niets werd opgedreund vanaf een voorgekookt A4’tje, zoals zoveel bewindspersonen doen.
Hij is slim, vaak zelfs de slimste in de kamer, maar juist daardoor ook vaak te snel. Als minister stond hij niet bekend om zijn doorwrochte dossierkennis: hij wist het zo ook wel.
Ook hier kwamen zijn antiautoritaire trekken naar boven: hij had niets met de ministeriële hiërarchie, de zogeheten ‘ambtelijke lijn’. Als hij het idee had dat een hoge ambtenaar niet voldoende op de hoogte was, vroeg hij naar de ondergeschikte die meer wist. Tijdens debatten pauzeerde hij nooit voor overleg met ambtenaren.
Onregelmatigheden
Maar hij accepteert ook niet dat hij fout kan zitten.
Al in 2015 ontdekte beelddetective en microbiologe Elisabeth Bik onregelmatigheden in een wetenschappelijke publicatie van Plasterk. In 2007 publiceerde hij in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Science over een nieuwe vondst in het onderzoek naar RNA (stukjes genetische code) van de rondworm C. elegans, samen met drie andere auteurs die waren verbonden aan het Hubrecht Instituut in Utrecht. Het artikel is sindsdien ruim driehonderd keer aangehaald door andere wetenschappers. Alleen ontdekte Bik acht jaar later, toen Plasterk minister van Binnenlandse Zaken was, dubbelingen in gebruikte afbeeldingen in dat onderzoek. ‘Het zou hetzelfde zijn als een foto presenteren van een meeting met twintig mensen, maar hetzelfde groepje van drie personen is twee keer zichtbaar in dezelfde foto.’
‘Dit kan niet zomaar een foutje zijn, dat is gedaan met de bedoeling om te misleiden.’
Bik publiceerde haar bevindingen op de website PubPeer en stelde Science op de hoogte. Reactie bleef uit, ook van het Hubrecht Instituut. Pas toen ze − uit frustratie over het uitblijven van actie − in maart vorig jaar twitterde over ‘een paper van een voormalig Nederlands minister van Onderwijs’ en journalisten daarop aansloegen, kwam de boel in beweging. Het artikel werd toen, vijf jaar na de melding, wél teruggetrokken door Science.
Bik ergert zich aan de manier waarop ook Plasterk zelf de kwestie ‘wegwuifde’. Er was, zo zei hij in Het Financieele Dagblad, ergens een fout gemaakt. ‘Dat kon toen niet door iemand, zoals referenten, gezien worden, maar dankzij de recente software van PubPeer kan dat nu wel,’ suste hij.
Maar Bik ontdekte de manipulatie helemaal niet met moderne technieken, ze achterhaalde het met het blote oog. Ze zegt dat hij met knippen en plakken intentioneel handelde. Zeker omdat zonder dit beeldmateriaal de conclusies van de wetenschappelijke publicatie niet overeind blijven. ‘Dit kan niet zomaar een foutje zijn, dat is gedaan met de bedoeling om te misleiden.’
Plasterk laat desgevraagd weten te hebben gesproken met de medeauteurs die verantwoordelijk waren voor de afbeeldingen. ‘Zij hebben, zeggen ze, kennelijk slordig beeldmateriaal samengesteld en weten niet meer hoe dat is gebeurd. Hoewel deze fout de conclusie van het experiment niet aantast, is zo’n samenvoeging niet toegestaan, dus ik heb het mooie artikel met spijt in het hart ingetrokken.’
Wetenschapsfraude
Aan Plasterk zelf ligt het niet, vindt Plasterk zelf. Maar er zijn nóg drie papers waaraan hij heeft meegeschreven die vragen opwerpen. Zo is een afbeelding van wormpjes mogelijk vervormd, en is er een niet-originele foto van embryo’s die wel als zodanig is gepresenteerd. ‘De andere genoemde artikelen zijn met oud-collega’s van het Hubrecht besproken,’ zegt Plasterk nu. ‘Bij het artikel uit 2004 is reeds een voetnoot geplaatst. De corresponderende auteurs van de overige twee artikelen hebben contact met de redacteuren van de betreffende tijdschriften over een correctie.’
Bik heeft haar bedenkingen bij het terugtrekken van een artikel als hoogste sanctie. Zeker omdat dit soort onderzoek vaak wordt gefinancierd met belastinggeld. ‘Voor zover ik weet, staat er geen gerechtelijke straf op wetenschapsfraude, maar je kunt je afvragen of het sjoemelen met geld van bijvoorbeeld de NWO en de Europese Unie niet strafbaar zou moeten zijn.’
Het NWO laat desgevraagd weten dat zij pas overgaat tot actie als een onderzoeksinstituut dat zelf doet, en deze instituten gingen er pas serieus mee aan de slag toen er media-aandacht kwam, niet toen een mede-wetenschapper ze wees op onvolkomenheden.
Het is dezelfde NWO die Plasterk als wetenschapper financierde en ook de Spinoza-prijs toekende. Plasterk op zijn beurt vergat de NWO niet toen hij minister werd: hij schoof immers 100 miljoen euro naar het zelfstandige bestuursorgaan zodat excellente wetenschappers dat geld konden terugverdienen door gewoon goede voorstellen te schrijven. Een constructie die de laatste jaren onder toenemende druk staat: een voorstel schrijven kost maanden tijd, en het merendeel (85 procent) van de aanvragers vist achter het net. Terwijl het wel of niet ontvangen van een NWO-onderzoeksbeurs − zeker voor beginnende wetenschappers − grote gevolgen kan hebben voor hun carrière.
Even wennen
Voor de minister was het wel even wennen toen hij in 2010 ineens Kamerlid werd. Het kabinet was gevallen, en na de verkiezingen kwam de PvdA aan de zijlijn van Rutte I te staan. ‘Ineens zat ik op een kamertje met een parttime hulp en een ov-kaart in plaats van dat ik een grote staf en een auto met chauffeur had. Ik moest het maar uitzoeken. Dan kwam mijn vrouw me ’s nachts na een laat debat wel eens ophalen en steunde ze me warm,’ zei hij hierover in Intermediair.
Als oppositie-Kamerlid sprak hij over financiën, midden in de economische crisis. Om er zeker van te zijn dat hij als biochemicus de juiste papieren had voor een later ministerschap van Financiën, regelde hij voor de zekerheid een onbetaald hoogleraarschap aan de UvA voor een dag in de week. Zo ingewikkeld was die economische crisis niet, de financiële sector was tenslotte ook maar een bedrijfstak. Als je enkele basisprincipes kent, spreek je op gelijk niveau met bankiers − zo pochte Plasterk volgens de Volkskrant. Met de titel professor in de ‘politiek economische omgeving’ zou hij dé perfecte kandidaat zijn voor de post van minister van Financiën en die zou − net als bij PvdA’er Wim Kok − de opmaat zijn naar het hoogste ambt, dat van premier.
Zichzelf in het zonnetje
Het mocht niet zo zijn. Rutte I viel in 2012 en de PvdA deed het onder leiding van Samsom uitmuntend (38 zetels) in de verkiezingen die daarop volgden. Samsom nam Jeroen Dijsselbloem mee om te onderhandelen tijdens de formatie, en die werd beloond met een ministerschap op Financiën in Rutte II. ‘Ronald had zich voor de verkiezingen uitgesproken als Keynesiaan (in tijden van economische crisis moet de overheid meer besteden om de vraag te vergroten, red). Samsom en Dijsselbloem waren dit absoluut niet, zij zaten veel meer op de lijn van bezuinigingen in economisch zware tijden,’ analyseert partijgenoot Paul Bordewijk als reden voor de klik tussen Samsom en Dijsselbloem.
Plasterk kreeg het minder populaire ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Als minister binnen het openbaar bestuur moet je een oliemannetje zijn tussen de gemeenten, waterschappen en provincies. Bescheiden, dienstbaar en vooral jezelf niet op de voorgrond zetten,’ zegt voormalig SP-Kamerlid Ronald van Raak. Eigenschappen die allemaal niet van toepassing zijn op Plasterk, zeggen oud-medewerkers, partijgenoten én volksvertegenwoordigers.
Draagvlak creëren is nou eenmaal niet een van de sterkste kanten van de ongeduldige Plasterk.
In plaats van de lokale bestuurders, had de minister van Binnenlandse Zaken de neiging zichzelf in het zonnetje te zetten. Zijn ‘fusietour’ waarmee hij lokale bestuurders uit de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland moest charmeren tot ze akkoord gingen met een fusie, liep uit op een fiasco. Na elk bezoek aan de provincie werd de weerstand alleen maar groter. Plasterk voerde de druk op: provincies zouden zonder fusie worden overlopen door grote steden en zichzelf overbodig maken. Het was buigen of barsten, zei hij.
Uiteindelijk joeg Plasterk heel bestuurlijk Nederland op de kast door in Pauw & Witteman te stellen dat de tegenstribbelende provinciale bestuurders alleen maar uit waren op ‘eigen dienstauto en handelsmissies naar China’.
Draagvlak creëren is nou eenmaal niet een van de sterkste kanten van de ongeduldige Plasterk. Het plan voor een superprovincie strandde uiteindelijk in de Eerste Kamer.
‘Minister van Lege Dozen’
In de zomer van 2013 zette Plasterk zichzelf weer in de schijnwerpers. Wereldwijd was iedereen in de ban van de voormalige NSA- en CIA-medewerker Edward Snowden, die onthulde hoe de Amerikaanse regering jarenlang illegale en grootschalige spionage op de eigen burgers pleegde. De NSA zou − meldde het Duitse Der Spiegel in augustus − ook in Nederland telefoongesprekken hebben getapt: maar liefst 1,8 miljoen in een maand tijd. ‘Nederland heeft dit niet gedaan,’ suste Plasterk, het waren de Amerikanen.
Hij besloot in Nieuwsuur nog maar eens een toelichting te geven − ook al raadde minister Jeanine Hennis (VVD) van Defensie hem af hierover met de media te praten. In de studio pakte hij demonstratief een opgevouwen A4tje uit zijn binnenzak. ‘Ik heb hier een verklaring van de NSA. Hier wordt eigenlijk bevestigd dat die 1,8 miljoen gesprekken niet door de Nederlandse dienst zijn verzameld.’ Laat staan dat Nederland gegevens leverde aan de NSA, benadrukte hij. Hij noemde het ‘niet acceptabel’ dat Amerikanen Nederlandse wetten overtraden.
Maar toen kwam er ineens een brief aan de Kamer van Plasterk én Hennis. Niet de NSA maar de Nederlandse Sigint Organisatie (NSO), die onder het ministerie van Defensie valt, had metadata verzameld. Deze dienst verzamelde satelliet- en telefoonverkeer in missiegebieden bestemd voor de Militaire Inlichtingendienst. Het ging niet om Nederlandse telefoonnummers maar het werd wél door Nederlandse diensten gedaan. In een debat moest Plasterk diep door het stof. ‘Eerst zei de minister: “Zulke dingen doen wij in Nederland niet.” Toen zei hij: “Het waren de Amerikanen.” Nu zegt hij: “We zijn het toch zelf.” Blijkbaar weet de minister die verantwoordelijk is voor de geheime diensten zelf niet wat zich daar afspeelt. Dat is heel verontrustend,’ fulmineerde SP-kamerlid Ronald van Raak.
Plasterk overleefde een motie van wantrouwen. Na het debat beloofde hij wat minder op tv te komen, maar de zaak bleef aan hem kleven. Al zijn zwakheden kwamen erin samen: niet luisteren naar collega’s, bij gesprekken met experts na een minuut al weten hoe de vork in de steel zit en er altijd een eigen communicatiestrategie op nahouden. In de media werd geanalyseerd hoe hij was afgegleden binnen de Haagse pikorde en al snel kreeg de ooit zo populaire − en altijd toegankelijke − bewindsman de bijnaam ‘minister van Lege Dozen’. Zijn politieke ambities verdwenen als sneeuw voor de zon.
Nadat hij in de zomer van 2016 tijdelijk helemaal uit de roulatie was omdat hij een operatie onderging wegens hartklachten, was de liefde tussen Plasterk en het Binnenhof ook officieel over. Hij maakte bekend niet meer terug te keren op de kieslijst van de PvdA.
Snelle wereld
Na zijn laatste ministerschap ging Plasterk aan de slag bij MyTomorrows, een start-up die via een platform patiënten die uitbehandeld zijn toegang biedt tot geneesmiddelen die nog ontwikkeld worden – zeg maar een soort Uber voor experimentele medicijnen. De oud-minister kreeg de titel Chief Scientific Officer en onderhield namens het bedrijf contact met onderzoeksinstituten.
MyTomorrows is van Ronald Brus, een van de oprichters van Crucell, het bedrijf dat in 2011 voor drie miljard euro werd overgenomen door de Amerikaanse farmaceut Johnson & Johnson en wordt gezien als het succesvolste biotech-avontuur van Nederland. Plasterk gebruikte zijn tijd bij de start-up om zich te oriënteren op het gebied van immunotherapie tegen kanker. Met Dinko Valerio, medeoprichter van Crucell, zocht hij kapitaal en in december 2018 richtte hij Frame Therapeutics op, een biotechbedrijf dat een kankervaccin wil ontwikkelen. In het bestuur zit nog een Crucell-oprichter: Bob Löwenberg. Plasterk wordt er omringd door succesvolle, commerciële wetenschappers.
En in die snelle wereld, waarin niet zelden wordt gebluft, voelt hij zich thuis.
Geen blad meer voor de mond
De historische nederlaag van de PvdA in 2017 – met 29 zetels verlies de grootste uit de geschiedenis bij welke partij dan ook − is hem bespaard gebleven.
PvdA-burgemeester Paul Depla kwam in een intern advies tot de conclusie dat de PvdA van ‘klassieke bestuurderspartij’ weer omgevormd moest worden tot ‘brede progressieve volkspartij’.
De overblijvers worstelen er nog steeds mee. ‘We zitten tussen GroenLinks en SP in, maar moeten uitkijken niet in de mini-niche van rijk links terecht te komen waar D66 en GroenLinks al in zijn verdwaald,’ zegt Eddy Terstall, die ook is betrokken bij het platform VrijLinks dat ‘het debat over progressieve en vrijzinnigen waarden faciliteert’.
Het is een debat waar Plasterk zich graag in mengt als publicist die geen blad meer voor de mond hoeft te nemen. ‘Hij ergert zich altijd heel erg aan elite-netwerken waarin niet duidelijk is wie er met welk mandaat en welke belangen zit − zoals je bijvoorbeeld zag bij de klimaattafels,’ zegt Terstall, die ook columnist is bij De Telegraaf.
De PvdA-stroming van Plasterk is meer dan welkom bij de rechtse krant van wakker Nederland. Met alle liefde wast Plasterk VVD’er Ed Nijpels de oren wegens het opleggen van ‘dictaten’ aan burgers via ‘de niet-transparante en niet-representatieve klimaattafels waar nul inspraak bij kwam kijken’ − ‘alsof mensen gek zijn’.
De rechts-liberale klimaatpaus Nijpels las dit ‘met grote verbazing’ in ‘zijn’ Telegraaf en deed hierover zijn beklag in nota bene de Volkskrant: ‘Slikt ‘ie de verkeerde pilletjes?’
Elitaire verwarring alom. Een kolfje naar de hand van de man die het debat graag op het scherp van de snede voert.


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.