In deze longread ontleedt VN-veteraan Rudie Kagie de SP tot de rafels erbij hangen. Dit zijn de belangrijkste punten:

  • Sinds 2017 ziet elke verkiezingsuitslag er beroerder uit dan de vorige. De SP verliest in achtereenvolgende verkiezingen respectievelijk 7, 33, 50, 56 en 100 procent van zijn zetels in de Tweede Kamer, de gemeenteraden, de Provinciale Staten, de Eerste Kamer en het Europees Parlement.

  • In de gloriejaren werd het succes van de SP primair toegeschreven aan Jan Marijnissen, de charismatische partijleider en fractievoorzitter die zijn ongenoegen altijd zo vindingrijk wist te serveren.

  • Marijnissen werd op zijn 21ste afdelingsvoorzitter in Oss en bewaakte tot 2015 de landelijke partijlijn. Op een verkiezingsaffiche uit 1989 poseert hij samen met zijn dan 4-jarige dochter Lilian. ‘De naam van Marijnissen is hecht verbonden aan succes,’ jubelt partijblad De Tribune.

  • Maar Marijnissen was al die tijd omstreden. ‘Er gebeurde niets zonder Jan, er bestaat niets zonder Jan. De meest dominante man die ik ooit heb ontmoet’, zegt een betrokkene. Zijn opvolgers Agnes Kant en Emile Roemer krijgen, mede doordat Marijnissen op de achtergrond actief bleef, nauwelijks kans een eigen koers te varen.

  • Onder leiding van Lilian Marijnissen is de SP een nationalistische koers ingeslagen, tot ongenoegen van veel (ex-)partijleden. ‘Op het punt van migratie is de SP een soort PVV-light geworden,’ zegt een voormalig Statenlid. En de Rotterdamse afdelingsvoorzitter Pieter Schol omschrijft zijn partij als ‘doodsbenauwd om stemmen te verliezen’.

  • Aan het eind van dit jaar stapt partijleider Ron Meyer op. Volgt Schol hem op? ‘Dat is voorlopig niet aan de orde.’

De driemansfirma Submedia is gevestigd in een bedrijvencomplex op loopafstand van station Heerlen, de thuishaven van SP-voorzitter Ron Meyer. De SP is gretig afnemer van Submedia-filmpjes, waarin een geoefend oog direct de signatuur van de makers herkent. Emotie is het uitgangspunt, en het mag bombastisch zijn. Op een promo uit 2013 scheuren binnen anderhalve minuut zowel Ron Meyer als de lokale problematiek voorbij, begeleid door de score van een melodramatische film noir.

De jonge, toen nog veelbelovende politicus wandelt door het tunneltje dat vroeger op zijn fietsroute naar school lag. Destijds was dit het domein van ‘heroïnehoertjes en zwervers’, nu is het er schoon en fluiten er vogels, zegt hij. Die overwinning komt op het conto van de SP, de partij die Ron weldra als fractieleider in de gemeenteraad zal vertegenwoordigen. Het spotje rondt af met scheidend SP-wethouder Riet de Wit. Vanaf een bankje in het Stadspark priemt ze haar vinger in de richting van de camera: ‘Kom maar op, Heerlen!’

Een enkele keer schieten de filmmakers volkomen door. Gekleed in een groene jurk spreekt fractievoorzitter Lilian Marijnissen in september 2018 op de Rotterdamse Wilhelminapier haar Rede voor Rechtvaardigheid uit. ‘Laten we ons eens voorstellen hoe ons mooie land eruit zou zien als we de rechtvaardigheid zouden kunnen terugbrengen,’ roept ze uit en heft de armen ten hemel. De retoriek in combinatie met de sociaal-realistische cinematografie is te veel van het goede, oordeelt het campagneteam.

Het SP-communicatieteam heeft weer wat geleerd: realiteit die zich lastig in beelden laat vangen, kun je beter als fictie presenteren.

Lilian in slowmotion, blonde lokken wapperend, één brok wilskracht met dreigende wolken op de achtergrond, panorama van het spektakel gezien vanuit een drone, strak georkestreerd met aanzwellend Wagneriaans kabaal, een vent op het dak die met de SP-vlag staat te zwaaien, een tanige oma die in snikken dreigt uit te barsten – en dat gemonteerd in het tempo van een hogesnelheidstrein.

De redevoering en het filmverslag worden na twee dagen schielijk van de SP-site gehaald. (Het staat nog wel op YouTube.) Op de site verschijnt enkel een sobere samenvatting en drie foto’s van het evenement. Het SP-communicatieteam heeft weer wat geleerd. Realiteit die zich lastig in beelden laat vangen, kun je beter als fictie presenteren.

In onderbroek door de woonkamer

En dus gaat twee weken voor de Europese Verkiezingen in mei dit jaar Submedia’s ‘Hans Brusselmans’-filmpje viraal: venijnige satire met in de hoofdrol Frans Timmermans-dubbelganger Jos Jonkers. Je ziet de acteur op de achterbank van een dienstauto gewichtig in documenten bladeren, terwijl in de ondertiteling de op gedragen toon uitgesproken volzinnen over het scherm rollen.

‘Dit is Hans Brusselmans. Hans wil één Europese superstaat. Eén groot en machtig Brussel dat heerst over heel Europa. Groot. Groter. Grootst. Dat is het motto van Hans.’ (‘Hans’ inmiddels gearriveerd in een klassiek ingerichte villa waar hij kennelijk woont; hij trekt z’n schoenen uit, laat z’n broek zakken en loopt in onderbroek door de woonkamer.)

‘Waarom zou je die boerenpummels zelf laten beslissen? Ook als de Fransen en de Nederlanders zijn Europese grondwet afwijzen, vindt Hans met zijn maatjes in Brussel steeds weer een manier om die alsnog door te duwen.’ (Daar werpt hij, nog steeds in boxershort, met een vals lachje een dikke envelop met het opschrift ‘Referendum Results Netherlands’ in de vlammen van zijn open haard.)

‘Andere kaft, andere naam, zelfde inhoud. Dat is Hans. Wij in Brussel weten wat het beste voor ze is.’ (Waarop Hans, van de achterkant gefilmd, gaat pissen. Begeleid door ‘Beethovens Negende’ klatert een flinke straal in de pot.)

‘Hans en zijn maatjes cashen 30.000 euro. Per maand! Dat is toch heerlijk!’ (Aan de keukentafel schrokt Hans met vlaggen van Europese landen versierde taarten naar binnen.) ‘Hans doet het niet voor kruimels, hij wil Nederland opslokken.’

Tijdens de opnamen van hun drie minuten durende aanval op de vuile streken van Brusselmans rollen filmcrew en hoofdrolspeler Jos Jonkers bijkans over de grond van het lachen. Partijvoorzitter Ron Meyer en Kamerlid Peter Kwint, de bedenkers van het filmpje, zijn ervan overtuigd dat hun on-Nederlandse attack ad-strategie (in het openbaar ridiculiseren van een politieke opponent) een overwinning in de stembusstrijd gaat opleveren. Dit is geestig, dit is iets nieuws, hier gaat zeker over gepraat worden.

SP

Op de man spelen loont

De makers bedienen zich van de vaardigheden die ze in hun vorige functie hebben opgedaan. Als voormalig FNV-bestuurder dweept Meyer met de strategie van keiharde acties waarmee Amerikaanse vakbonden recht op hun doel afgaan. Demonstranten verzamelen zich met spandoeken op de stoep thuis bij meneer de directeur, spreekkoren delen de buurt luidkeels mede dat op dit adres een schoft woont die te belabberd is om zijn personeel fatsoenlijk te behandelen. Op de man spelen loont in die wereld vrijwel altijd.

Niemand hoeft Meyer en het door hem uitverkoren clubje generatiegenoten te vertellen hoe ze het jeugdige electoraat kunnen bereiken. ‘Als er één ding is waar we goed in zijn, dan is dat campagne voeren.’

Ook Peter Kwint weet de massa te bereiken. Het Kamerlid posteert zichzelf bij voorkeur in mouwloos shirt achter de interruptiemicrofoon, de tatoeages goed zichtbaar.

Kwint begon als persvoorlichter bij de partij, deed drie jaar simultaan ervaring op bij campagnebureau BKB en de Amsterdamse gemeenteraad alvorens in 2017 als parlementslid toe te treden. Beide dertigers schieten in de partijhiërarchie omhoog nadat veteraan Jan Marijnissen zijn functies had neergelegd en de roep om verjonging steeds luider klinkt. Niemand hoeft Meyer en het door hem uitverkoren clubje generatiegenoten te vertellen hoe ze het jeugdige electoraat kunnen bereiken: ‘Als er één ding is waar we goed in zijn, dan is het campagnevoeren.’

Lees ook ons interview met o.a. Peter KwintDit is de nieuwe oppositie: jong, links en klaar voor de strijd19 juli 2018

Toch zijn de gevolgen van het Brusselmans-filmpje rampzalig.

Puberaal en populistisch

Los van de 8500 euro schadevergoeding die cartoonist Ruben Oppenheimer incasseert omdat de SP zonder zijn toestemming een prent van hem in het filmpje had verwerkt, betaalde de partij een veel hogere prijs dan ze gewend is om in een campagne te investeren. En dat terwijl de SP in de aanloop naar verkiezingen toch al altijd fors in de bus weet te blazen; alleen al in 2017 (Tweede Kamerverkiezingen) sloeg de zelfpromotie een gat van 1,5 miljoen euro in het budget.

Dit jaar kocht de SP in de aanloop naar de Europese verkiezingen voor 175.000 euro zendtijd bij elf tv-stations; in totaal werd een kwart miljoen uitgegeven. Ter vergelijking: de VVD investeerde 20.000 euro en steeg in Brussel van 3 naar 4 zetels. De SP spendeerde ruim tien keer meer dan de liberalen en zakte van 2 naar 0 zetels.

De verslagenheid bij het partijkader en de achterban is enorm. ‘We gaan hier naar kijken. Onszelf bekijken. En elkaar helemaal de tering schelden als dat nodig is,’ twittert campagnestrateeg Kwint.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

De oorzaak van de nederlaag werd in krantenanalyses en door de achterban deels bij het Brusselmans-filmpje gelegd. Onderbroekenlol. Puberaal en populistisch. Dit hadden ze nooit moeten doen. Bovendien politiek nogal onnozel om niet naar de rechterflank uit te halen, zoals je van de SP zou verwachten, maar naar een sociaaldemocraat – en dat in een tijd waarin het volgens optimisten met die linkse samenwerking eindelijk de goede kant op zou kunnen gaan.

Pak de macht

Maar er broeit duidelijk meer ongenoegen dan uitsluitend ergernis over een mislukt spotje. Het is evident dat de SP al jaren in een ernstige identiteitscrisis verkeert – en het is de vraag of genezing mogelijk is. Sinds 2017 (van 15 naar 14 Kamerzetels) ziet elke verkiezingsuitslag er beroerder uit dan de vorige. De vertegenwoordiging van de partij in de gemeenteraden kelderde vorig jaar met 33 procent (van 459 naar 306 zetels), in de Provinciale Staten dit jaar met 50 procent (van 70 naar 35 zetels), in de Eerste Kamer – eveneens dit jaar – met 56 procent (van 9 naar 4 zetels) en als dieptepunt het verlies van 100 procent van de zetels in het Europees Parlement.

Voor het grootste mirakel uit de historie van de SP moeten we terug naar 2006, toen de voorheen marxistisch-leninistisch-maoïstische splinterpartij aartsvijand VVD met 3 zetels wist te verslaan. De SP belandde met 25 zetels in de Kamer en werd de derde partij van Nederland. Hoe hadden Marijnissen en de zijnen het geflikt om zichzelf van obscuur clubje om te vormen tot hét alternatief ter linkerzijde van de PvdA?

En waarom lukte het vervolgens niet om de slogan ‘pak de macht’ om te zetten in daden? De zilvervloot was binnen, maar de triomf werd niet bestendigd. De SP bleef liever oppositie voeren (‘we weten namelijk niet welke bomen in het Bos van Wouter staan’) dan dat ze toetrad tot de coalitie die uit CDA, PvdA en CU ging bestaan. Menigeen legde de positie van de SP in de zijlijn uit als lafheid. Bij de volgende verkiezingen in 2010 maakte de partij een vrije val van 25 naar 15 zetels.

SP

Persoonlijkheidsverheerlijking

In haar gloriejaren werd het succes van de SP primair toegeschreven aan de wervende kracht die Jan Marijnissen uitstraalde, de charismatische partijleider en fractievoorzitter die zijn ongenoegen altijd zo vindingrijk wist te serveren. Op tv kwam hij optimaal tot zijn recht, de camera hield van hem. In het parlement bezigde hijt de taal van de gewone man (zijn ‘effe dimmen’ tegen Kamervoorzitter Weisglas haalde de Dikke Van Dale) en hij ging geen kwinkslag uit de weg: ‘Ik heb liever Zalm op m’n bord dan in het kabinet.’

Aan Marijnissens landing op het Haagse pluche is een langdurige carrière als ijsbereider, worstendraaier bij Unox en lasser voorafgegaan

Indachtig het woord van Mao (‘Waar komen de juiste ideeën vandaan? Uit de praktijk!’) was aan zijn landing op het Haagse pluche een langdurige carrière als ijsbereider, worstendraaier bij Unox en lasser voorafgegaan. Marijnissen komt uit Oss; Het geheim van Oss was in 2001 dan ook de titel die voormalig VPRO-coryfee Kees Slager op zijn hagiografische geschiedschrijving van de SP plakte. De partij knorde van tevredenheid over het brave resultaat, met als gevolg dat Slager in 2007 een SP-zetel in de Eerste Kamer werd toebedeeld. Slechts een enkele oudgediende mopperde dat de publicatie neerkwam op een staaltje persoonsverheerlijking en verdraaiing van feiten.

Marijnissen mocht dan in Oss zijn geboren, maar dat gold niet voor de partij zelf: die werd op 22 oktober 1972 opgericht te Rotterdam en had daar 40 jaar haar hoofdkantoor. Ook in Nijmegen zat de SP traditioneel sterk in het zadel, maar dat lees je evenmin bij Slager. ‘Wij gingen vanuit Nijmegen naar Oss om die jongens marxistische scholing te geven,’ zegt voormalig hoofdbestuurslid Herman Beekers. Het geheim van Rotterdam zou de geschiedenis meer recht hebben gedaan, Het geheim van Nijmegen had ook gekund.

Monjé op een zijspoor

De naam van de Rotterdamse pijpfitter Daan Monjé (1925-1986) is weggepoetst uit de annalen van de partij, met een meedogenloosheid die kan tippen aan die van de bolsjewisten die Trotski uitgumden op de foto uit 1920 van Lenin die het volk toesprak. Oprichter Monjé was gedurende 15 jaar de spil waar de SP om draaide, al verstopte hij zich als ‘organisatiesecrectaris’ liefst achter een gordijn; Hans van Hooft was formeel ‘voorzitter’ en het gezicht naar buiten.

Dat veranderde toen hoofdbestuurslid/hoofdredacteur Tiny Kox kameraad Marijnissen in 1985 overhaalde om drie dagen per week op het partijkantoor in Rotterdam te werken. Zodra ze de kans kregen, wisten de twee Monjé op een zijspoor te manoeuvreren, omdat het alleen zonder zijn bemoeienis zou lukken om de SP om te vormen tot de sterke, open, eigentijdse, radicaal-linkse partij die hun voor ogen stond.

‘We hadden Marijnissen en Kox nooit moeten vrijstellen. Ze zitten met hun kont op de kas en willen straks met hun kont in de Tweede Kamer hangen.’

Dochter Cornelia Monjé kan er nog steeds giftig over worden. ‘Mijn vader zei: we hadden Marijnissen en Kox nooit moeten vrijstellen. Ze zitten met hun kont op de kas en willen straks met hun kont in de Tweede Kamer hangen.’ De visionaire SP-oprichter voorzag een ‘staatsgreep’: de machtsovername die Marijnissen en Kox inderdaad in petto hadden. Het hoofdbestuur bestond in voorjaar 1985 uit Daan Monjé, Hans van Hooft, bureaumedewerker Joke Riem en de aanstormende dertigers Tiny Kox en Jan Marijnissen. De drie laatsten deden lacherig over de dadendrang en inzichten van de onvermoeibare Monjé.

Monjé was een communist van de oude stempel, had bij Knokploeg Spangen zijn leven op het spel gezet in het verzet, leverde zijn lintje (opgeprikt door Prins Bernhard wegens heldenmoed in oorlogstijd) in bij de rechter die hem tot twee jaar cel veroordeelde wegens desertie. (Monjé verdomde het om de wapens op te nemen tegen vrijheidsstrijders in Indonesië.) Toen de verkettering van Stalin door Chroesjtsjov in 1961 een wig dreef tussen de Sovjets en de Chinezen, koos Monjé onverwijld voor het gelijk van de Chinese Volksrepubliek. Dat kostte hem een royement bij de Communistische Partij Nederland, wat hem na omzwervingen in het marxistisch-leninistische milieu deed besluiten om de partij te stichten die zou uitmonden in de huidige SP.

Monjé had humor en was een te gezellig mens om dogmatisch uit de hoek te komen. Hij wendde zijn handelsinstinct aan om goedkoop balpennen met het partijlogo te ritselen en was in 1979 de begenadigde coördinator die de steun aan een wilde staking van Rotterdamse sleepbootwerkers organiseerde. Drie weken lang konden de stakers op vrijdagmiddag 250 gulden en een voedselpakket ophalen bij het partijkantoor.

‘Ik weet nog dat mijn vader serieus de Story en de Privé zat te bestuderen,’ vertelt Cornelia Monjé. ‘Hij wilde weten hoe die bladen gemaakt werden, want zo’n hoge oplage wilde hij met De Tribune (het partijblad van de SP, red.) ook.’

DE SP gekaapt

Kox en Marijnissen ergerden zich. Een kledinginzamelingsactie die de SP was begonnen om stakende mijnwerkers in Engeland te helpen, vonden ze heilloos. Die staking was in augustus 1984 uitgebroken, maar binnen een jaar hadden de Britse mijnwerkers zich verzoend met het vooruitzicht van hun werkloosheid. Wie stookte er nou nog steenkool? De mijnen gingen dicht, de stakers gaven het op, maar Monjé bleef hameren op het belang van de inzamelingsactie, een strategisch wapen dat nieuwe leden kon opleveren. Voedselpakketten en dozen vol kleding die niemand wilde hebben stapelden zich op in de gang van het partijkantoor.

In maart 1986 werd Daan Monjé tijdens zijn vakantie op Gran Canaria tweemaal getroffen door een hartaanval. In mei werd kanker geconstateerd, op 13 augustus kwam het bericht dat hij was uitbehandeld. Vanaf zijn ziekbed schreef hij een geëmotioneerde brief, met het verzoek om die te behandelen in de vergadering van het ‘Centraal Komitee’ (later omgedoopt in landelijk bestuur) van 5 oktober 1986.

Er zat hem veel dwars. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er wordt geprobeerd om mij buiten de gang van zaken in de partij te houden, onder verwijzing naar mijn gezondheidstoestand, en dit alles in een tijd waarin zich zeer belangrijke politieke ontwikkelingen voordoen. Ik wil er wel op wijzen dat ik volledig in staat ben om aan de partijdiscussies deel te nemen en dat ik er dan ook van uitga dat ik van die discussies zonder meer volledig op de hoogte word gehouden.’

Het memorandum werd niet meer behandeld: Daan Monjé overleed in de nacht van 1 op 2 oktober 1986.

‘Gierend van de lach vertelde mijn moeder dat binnen een week na het overlijden van pa de gratis toezending van De Tribune werd stopgezet,’ zegt Cornelia Monjé. ‘In de weken voor zijn dood lag hij met kanker in bed te wachten op een discussie over hoe het verder moest, maar de partij was toen eigenlijk al gekaapt door Marijnissen en Kox. Het is echt ongelooflijk wat zich in die dagen heeft afgespeeld. Zelfs de meest trouwe kameraden konden alleen heimelijk aan mijn vaders ziekbed verschijnen. Leden die het contactverbod negeerden, riskeerden dat ze op beschuldiging van fractievorming uit de partij werden geflikkerd.

Voor ons als familie was dit alles buitengewoon pijnlijk. Mijn vader was een man met ideeën, en een geweldige organisator. Hij had de partij vanaf de grond af opgebouwd, het hele apparaat met drukpers, acties, afdelingen, het partijgebouw aan de Vijverhofstraat – en dan zó te moeten sterven: schandalig. Ook tegenover ons. Normaal kun je afscheid nemen als een dierbare doodgaat, maar dat was ons niet gegund. In zijn sterfbed lag mijn vader alleen maar te tobben over de partij, zijn levenswerk.’

SP

Abrupte liquidatie

Zo is het inderdaad gegaan, verzekeren vier mannen rond een tafel in Enschede. ‘De naam Jan Marijnissen roept bij ons bepaald geen warme gevoelens op,’ zegt Jan Kater, in 1986 afdelingsvoorzitter van de SP, tegenwoordig bestuurslid van de Daan Monjé Stichting die jaarlijks geld doneert aan goede doelen. Motto: wie de wereld wil veranderen, moet haar begrijpen. Volgens de stichtingsakte beschouwen de oprichters zich ‘als de politieke erfgenamen van het ideaal zoals dat werd uitgedragen door de man naar wie de stichting genoemd is’.

Wat is het geval? De besturen van de SP-afdelingen Enschede en Almelo keerden zich in de herfst van 1986 tegen de herziening van statuten en beginselprogramma, die met een minimum aan overleg was doorgedrukt. Oude vormen en gedachten waren geruisloos ten grave gedragen en vanaf dat moment waren de lijntjes erg kort. Zoals ook bleek uit de strakke formulering waarmee het dagelijks bestuur de teleurstellende stembusuitslag in mei 1986 (0 zetels, 12.000 minder stemmen dan in 1982) evalueerde: ‘Het resultaat voor de Socialistiese Partij bij deze Kamerverkiezingen werd veroorzaakt door omstandigheden van buitenaf. De mensen die dat anders zien en kritiek hebben op de aanpak van de Tweede Kamerverkiezingen zijn op de verkeerde weg.’

Toen Enschede en Almelo dit punt met nog wat andere netelige onderwerpen aan de agenda wilden toevoegen en aandrongen op ‘rehabilitatie’ van Monjé, besloot het bestuur om beide afdelingen te royeren. Zwolle en Meppel protesteerden tegen de abrupte liquidatie, waarop deze afdelingen uit de SP werden gegooid. Op de kaart van het actieve district Overijssel bleef speldenknop Hengelo eenzaam achter.

Wim Kuut was in 1986 lijstaanvoerder van de SP bij de gemeenteraadsverkiezingen in Enschede, maar hij zag zijn lokale ambities in rook opgaan nadat ‘Rotterdam’ de stekker eruit had getrokken. ‘Daarna was het alsof we nooit hadden bestaan,’ verzucht Kuut. ‘Zo’n 15 jaar later werd een nieuwe SP-afdeling in Enschede opgericht. Ik vroeg aan een jongen die op de markt stond te folderen sinds wanneer de partij in onze stad actief was. Sinds een paar maanden, zei hij. Dat wij al in de jaren tachtig voor de SP het vuur uit de sloffen liepen, wist hij niet.’

Lilian in het kinderzitje

Jan Marijnissen wilde in 2002 niet meewerken aan de aflevering die het tv-programma Andere Tijden over Daan Monjé maakte. Diens staat van dienst was ‘niet dusdanig belangrijk’ geweest dat hij aandacht verdiende. Daar zal Marijnissen anders over hebben gedacht in 1974, toen ‘de 21-jarige voorzitter van de Socialistiese Partij in Oss en aktief in Arbeidersmacht’ voor het eerst opdook in de kolommen van De Tribune, waar de strijdbare koppen van Marx, Lenin, Stalin en Mao de lezers maandelijks vanaf de voorpagina verwelkomden.

Veertien jaar later was het Jan Marijnissen zélf die in de lens van de fotograaf van het partijorgaan blikte. Vanaf 1 januari 1988 mocht hij zich de nieuwe voorzitter van de Socialistiese Partij noemen. Jan stelde zich voor: ‘Wie ik ben? Van beroep een bankwerker/lasser. Getrouwd en vader van een dochtertje. En lid van de partij vanaf de oprichting.’

Een uitvoeriger kennismaking volgde anderhalf jaar later, toen voorzitter Marijnissen de SP als lijsttrekker bij de verkiezingen van 6 september 1989 eindelijk aan de begeerde zetel in de Tweede Kamer hoopte te helpen. Op het affiche kwam de leider aanfietsen (‘eerlijk & aktief’) met de 4-jarige Lilian in het kinderzitje. ‘De naam van Marijnissen is hecht verbonden aan succes,’ trompetterde De Tribune in een portret van de kandidaat. ‘Hij is de stuwende kracht achter het nieuwe elan dat de partij landelijke bekendheid heeft gegeven.’ Zelfs de secretaris van zijn tafeltennisclub uit Oss struikelde over de superlatieven: ‘Kijk, Jan is natuurlijk een doordrammer in alles wat hij doet. Hij geeft zich in het spel voor honderd procent of méér nog. Eigenlijk is het puur zijn inzet en zelfbeheersing waar hij het mee doet.’

De poging in 1989 faalde, maar in 1994 lukte het de SP om twee zetels in het parlement te bemachtigen. Met aan het roer Jan Marijnissen, de omnipotente partij- en fractievoorzitter die tot 2008 behendig met zijn dubbele pet bleef jongleren.

Tiny Kox verkoos de luwte en concentreerde zich op zijn rol als organisator annex buikspreker van zijn extraverte kompaan. Sinds 2003 combineert hij zijn lidmaatschap van het hoofdbestuur met dat van de Eerste Kamer. De Tilburgse SP-senator beschikt over het taaiste zitvlees van politiek Den Haag en omstreken.

Kouwe vis

Er was een tijd dat de arts Paul Pollmann (1946) zijn naam groot afgedrukt tegenkwam in vrijwel elk nummer van De Tribune. In de jaren zestig was hij tijdens zijn medicijnenstudie in Nijmegen lid geworden van de voorloper van de SP en geleidelijk doorgestoomd in het partijgebeuren. Toen hij de hand drukte van Daan Monjé, realiseerde deze zich in een flits wat een jonge dokter voor de SP zou kunnen betekenen.

Samen smeedden ze het plan dat in 1975 leidde tot de oprichting van Ons Medisch Centrum, de eerste groepspraktijk op marxistisch-leninistische grondslag in Nederland. Als plaats van vestiging viel de keus op Oss, waar initiatieven op meer publiciteit kunnen rekenen dan in de dynamische Randstad. 45 jaar later woont Pollmann er nog steeds, maar hij haakte in een grijs verleden al af bij de partij waarvoor hij zich tegen betaling van een hongerloontje uit de naad werkte. Geroyeerd en afgeknapt op Marijnissen – of was het andersom? De volgorde van de gebeurtenissen is hem ontschoten.

Jan Marijnissen opende de bijeenkomst, verfrommelde demonstratief mijn bijdrage en gooide de prop op de grond.

Thuis op de bank vertelt hij: ‘Ik was de lijfarts van Monjé, ik was gesteld op dat arbeideristische dat in hem zat. Ik had veel meer schik in die man dan in Marijnissen, die ik van begin af aan een kouwe vis vond. Dat gekoketteer met dat hij uit de metaalsector kwam, daar kon ik niet goed tegen. Jan zat meer in de ziektewet dan dat hij aan het lassen was. Begrijp ik, het partijwerk ging voor. In die tijd was Jan binnen de SP in Oss de spin in het web.

Er gebeurde niets zonder Jan, er bestond niets zonder Jan. Intriges, gekonkel, troebele zaken – Jan was van alles op de hoogte. Intelligent, maar vreselijk fanatiek en na Monjé de meest dominante man die ik ooit heb ontmoet. Toen ik in Oss kwam wonen om Ons Medisch Centrum op te zetten, begon Jan al vóór ik mijn spullen had uitgepakt over de verplichting met De Tribune te colporteren. Hij bood aan me te helpen bij het schilderen van de trap. Dat heeft hij anderhalf, hooguit twee uur gedaan. Zodat hij daarna kon rondbazuinen dat hij bij mij de trap geschilderd had.’

Bakkies voor Nicaragua

Aan zijn werk bij Ons Medisch Centrum ontleende Pollman veel voldoening, maar via Memisa kon hij in 1980 als medicus aan de slag op het platteland in het noorden van Nicaragua, waar het volk vanwege de zojuist ontketende sandinistische revolutie in een hoera-stemming verkeerde. De SP maakte daar natuurlijk van dat ze de arts in het kader van de internationale solidariteit naar Midden-Amerika had gestuurd. Via artikelen in De Tribune hield Pollmann het thuisfront op de hoogte.

De problemen met de partij ontstonden pas toen hij in 1982 na zijn terugkeer in Oss de actie ‘Bakkies voor Nicaragua’ begon, ter inzameling van 27 MC-zendapparatuur. Pollmann streefde naar een breed draagvlak voor zijn actie; hij was al bezig om de Vara en het CDA erbij te betrekken. De SP eiste echter dat Bakkies voor Nicaragua exclusief onder de vlag van de partij zou verlopen. Pollmann sputterde nog tegen dat het in het belang van de sandinisten prettig zou zijn als zoveel mogelijk groepen meededen.

‘Vervolgens gebeurde iets ongelooflijks,’ zegt hij.

‘De kwestie zou op 5 januari 1983 worden besproken op een ledenvergadering van de afdeling Oss. Voor de discussie had ik op een A4’tje samengevat waarom ik vond dat het een brede actie moest worden. Jan Marijnissen opende de bijeenkomst, verfrommelde demonstratief mijn bijdrage en gooide de prop op de grond. Dit soort dingen, daar gaan we het nu niet over hebben, zei hij. We hebben erover gesproken in het afdelingsbestuur, jij moet gaan colporteren. Ik zei: dat ga ik niet doen, ik heb het te druk met andere dingen. Vervolgens wist Jan de discussie zo te draaien dat het alleen nog ging over mijn weigering om met de Tribune langs de deuren te gaan. Op die manier werd verhinderd dat ik mijn verhaal kon doen. Niemand heeft de tekst gelezen die ik had opgesteld, die werd meteen weggegooid.’

Een ruime meerderheid stemde voor het royement van Pollmann, die kort daarop ook bij Ons Medisch Centrum vertrok waar het arbeidsklimaat vanwege het conflict tot beneden het nulpunt was gedaald. Andere artsen wilden niet meer met hem praten.

Wie denk je wel niet dat je bent?

Joke van Ballegooijen, sinds 1976 werkzaam als derde arts bij Ons Medisch Centrum, was al vertrokken toen Pollman in ongenade viel. Met echtgenoot Koos Aard­oom verhuisde ze in 1983 naar Den Haag en keerde de partij de rug toe.

‘Marijnissen is een charismatisch leider met bijzondere eigenschappen. Grote spreekvaardigheid en zeer alert, maar hij gaf weinig ruimte aan anderen. Hij wilde altijd gelijk hebben en anders zorgde hij er wel voor dat hij het kreeg,’ vindt Aardoom. ‘Als er niet een duidelijk, direct politiek voordeel te halen was, werd er niet samengewerkt of lieten we acties doodbloeden. Vooral in het geval van Paul Pollmann druiste dat erg tegen ons gevoel in.’

Het patroon in Marijnissens gedrag werd in zijn omgeving steeds duidelijker herkend. Zoals hij het in z’n kop had, moest het gebeuren – anders hoefde het niet. Eind jaren tachtig woonde Herman Beekers in Nijmegen en werkte bij de SP in Rotterdam. Hij pakte dagelijks de trein naar Oss, stapte daar bij collega Jan in de auto en dan reden ze samen naar het partijkantoor. Tijdens het carpoolen werd de wereld doorgenomen.

Beekers: ‘Ik vroeg hem waarom hij zeer waardevolle partijleden als Paul Pollmann, Joke van Ballegooijen en een rits anderen uit de afdeling wegjoeg. Hij antwoordde toen letterlijk: omdat je geen twee kapiteins op het schip kunt hebben. Zo simpel is dat. Als iemand een te grote mond krijgt, dan moet hij óf terug in het hok óf hij vliegt eruit. Jan heeft moeite met mensen die slimmer zijn dan hij, maar hij beseft ook dat je een Tweede Kamerfractie niet kunt draaien zonder knappe koppen. Hij heeft sterke mensen als Ronald van Raak en Hans van Heijningen persoonlijk binnengehaald, maar die werden vanaf dag 1 direct op hun nummer gezet. Zo van: wie denk je wel niet dat je bent? Ik doe dit al 35 jaar! Terug in je hok! Effe dimmen!’

SP

Schrikbewind

Sharon Gesthuizen geeft in haar boek Schoonheid, macht, liefde in het leven en de politiek een plastische beschrijving van het ‘schrikbewind’ dat Marijnissen losliet op de Tweede Kamerfractie, waarvan ze van 2006 tot 2017 deel uitmaakte. In 2015 stelde ze zich kandidaat voor het partijvoorzitterschap. Een moedige daad, gezien de voorkeur van het bestuur: Ron Meyer, die met 59 procent door het congres werd uitverkoren. Zij was begaan met het lot van vluchtelingen, hij wilde de grenzen dichtgooien – denkwerelden die onmogelijk konden samengaan.

Uit het boek van Gesthuizen rijst bepaald niet het beeld van een gezellige club – en dat terwijl de schrijfster zich volgens ex-SP-parlementariër Farshad Bashir nog mild over de stijl van roerganger Marijnissen had uitgelaten, zo zei hij tegen De Telegraaf: ‘Hij was een bullebak.’ ’s Mans werkdrift, bevlogenheid en visie worden door vriend en vijand geprezen, maar keren zich nogal eens tegen hun bezitter. Zijn levenswerk loslaten is niet zijn sterkste kant.

Toen Marijnissen in juni 2008 het voorzitterschap van de Tweede Kamerfractie wegens gezondheidsreden neerlegde en werd opgevolgd door Agnes Kant, bleef hij doodleuk deel uitmaken van de fractie – een standvastigheid die niet alom werd gewaardeerd en zonder precedent was in de parlementaire geschiedenis. Een onzekere Kant moest erkennen dat haar politieke performance nogal bleek afstak tegen die van de ervaren Jan. Daags voor de verkiezingen van 2010 trok ze zich terug als lijsttrekker.

Emile Roemer nam de fakkel over, maar deze beminnelijke oud-onderwijzer was geen terriër. Toen Rutte in een verkiezings­debat blufte dat de VVD niet van zins was om de eigen bijdrage in de zorg te verhogen, had Roemer de papieren waaruit het tegenoverstelde bleek in z’n binnenzak zitten, maar het ontbrak hem aan de tegenwoordigheid van geest om zijn jokkebrokkende opponent op zijn nummer te zetten.

De SP-fractie had weinig fiducie in zijn leiderschap, zo moest Roemer op basis van anonieme bronnen in het AD lezen. Hij hield stand tot 13 december 2017 – de datum waarop hij aftrad als Kamerlid en met onmiddellijke ingang werd opgevolgd door Lilian Marijnissen die sinds maart dat jaar op het pluche zat.

Lees ookWéér een Marijnissen: de tomaat valt niet ver van de boom11 december 2017

Gouden greep. Lilian had net als Meyer (die Jan Marijnissen in 2015 was opgevolgd als SP-voorzitter) een FNV-achtergrond; zij in de zorgsector, hij in de schoonmaakbranche. Meyer ontfermde zich bij de verkiezingen van 2017 over de samenstelling van de kandidatenlijst, waarin zijn FNV-netwerk goed zichtbaar was. Ruud Kuin, sinds april 2018 hoofd van het wetenschappelijk bureau van de SP, is niet de gelauwerde academicus die je op die post zou verwachten, maar een voormalig FNV-bestuurder met een bachelordiploma.

Afdrachtregeling

Jan Marijnissen treedt sinds zijn aftreden nauwelijks meer in de openbaarheid, maar bleef tot zijn pensioen wel als adviseur van het wetenschappelijk bureau op de loonlijst van de partij staan.

‘Jan heeft altijd gedaan alsof de SP van hém is,’ zegt voormalig lokaal fractieleider, ex-scholingsmedewerker en ex-Provinciale Statenlid Veerle Slegers in haar woonplaats Tilburg. Ze leerde Marijnissen kennen toen ze tien jaar geleden werd uitverkoren voor het ‘klasje’ waar jong talent werd klaargestoomd voor een politieke carrière. Sommige cursisten schopten het naderhand tot Kamerlid of fractiemedewerker, anderen kwamen in regionale of lokale partijfuncties terecht.

Slegers: ‘Jan doceerde uitsluitend vanuit zijn persoonlijke referentiekader. Het belang van goede samenwerking demonstreerde hij aan de hand van een documentaire over The Rolling Stones, zijn favoriete band. Hij heeft een soort derde oog voor de zwakke plek waar hij iemand op kan pakken – en hij zal niet aarzelen dat te doen als hem dat nodig lijkt. In een vriendelijk gesprek kan hij ineens onaangenaam uit z’n slof schieten.’

‘Voor mij was socialisme altijd synoniem aan internationalisme, maar op migratie is de SP een soort PVV-light geworden.’

De problemen met de partij ontstonden toen Slegers financieel vastliep: ze had een prachtbaan in het onderwijs opgegeven om zich fulltime aan de SP te wijden, ze was kostwinner, met een man in de WAO en kinderen die bákken met geld kostten, de hypotheek moest afgelost, het was écht niet meer te doen.

Slegers: ‘Met medeweten van de Staten- en de gemeenteraadsfractie heb ik de verplichte afdracht aan de partij opgeschort; het ging om 75 procent van mijn inkomen. De ledenvergadering van afdeling Tilburg steunde me. Ik sta in principe achter die afdrachtregeling, maar nu het niet meer ging, had ik gedacht dat ik met de partij een oplossing zou kunnen vinden. Dat lukte niet, ik moest afdragen of stoppen. Tiny Kox zei tegen me: je steelt van de partij, de SP is geen bank van lening. Keihard. Dat is dan het sociale gezicht van de SP. Ik dacht: practice what you preach.’

Nadat ze in 2012 gedwongen uit de gemeenteraad was gestapt, ging ze verder als Statenlid, maar als gevolg van het slepende conflict stond ze in 2015 niet meer op een verkiesbare plaats. Toch bleef ze nog tot 2018 lid van de partij. ‘Ik haakte af toen ik zag dat xenofobie de overhand kreeg,’ zegt ze. ‘Voor mij was socialisme altijd synoniem aan internationalisme, maar op migratie is de SP onder Lilian Marijnissen en Ron Meyer een soort PVV-light geworden.’

Migratiedeals

Het partijlied (tekst Karel Glastra van Loon, compositie Bob Fosko) waarmee de SP sinds 2001 haar congressen afsloot, bevat de strofe: Het rijke Westen is geen eiland en Europa geen fort / Wie bang is voor wat vreemd is, doet vooral zichzelf tekort. Het lied staat niet meer op de SP-site – al staat de tekst nog wel online – en klinkt evenmin nog uit kelen van congresgangers. De partij wil arbeidsmigratie binnen de EU een halt toeroepen ‘en dat betekent dat het verdrag zal moeten worden opengebroken’.

Tijdens de partijraad in juni 2018 ontvouwde Kamerlid Jasper van Dijk (migratie) zijn ideeën over een ‘rechtvaardig, beheersbaar en rechtvaardig asielbeleid’. Hij zei veel te verwachten van ‘migratiedeals’ met landen waar het gros van de vluchtelingen vandaan komt. Met aanmeldcentra’s in de regio waar de gegadigden zich moeten vervoegen, zouden bij voorbaat kansloze ‘gelukzoekers’ (zoals economische vluchtelingen) zichzelf de riskante oversteek in wankele bootjes naar Italië kunnen besparen.

SP-Kamerlid Sadet Karabulut (met Buitenlandse Zaken in haar portefeuille) was het pontificaal oneens met Van Dijk. ‘Deze deals zullen het migratiebeleid alleen maar verder aanscherpen, terwijl de grondoorzaken van migratie onaangetast blijven,’ waarschuwde ze. ‘We maken onszelf chantabel voor dictatoriale regimes. Ze krijgen middelen om hun bevolking nog meer te onderdrukken.’

Op één lijn met de Centrumpartij

In september 2018 schoof SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen bij de aftrap van het parlementaire jaar de twee speerpunten van de partij naar voren: klimaat en migratie. ‘Toen ik het stokje overnam van Emile Roemer hebben velen mij meegegeven dat ze veel potentie zien voor de SP op deze twee thema’s,’ zei ze. ‘Zo lang kapitalisme wereldwijd groeit, zal migratie blijven toenemen. Mensen gaan op zoek naar een betere toekomst.’

Marijnissen vertelde dat ze in de afgelopen maanden het onbehagen over economische onrechtvaardigheid in een rap tempo had zien toenemen. ‘We zullen duidelijk moeten zijn. Mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, geweld of onderdrukking zullen we opvangen. Maar voor mensen die hier naartoe komen met een puur economisch motief is hier geen toekomst.’ Aldus zou worden verijdeld dat ‘onze armste steden en wijken’ nog zwaarder worden belast.

In deze verwijzing klonk de echo door van de geruchtmakende brochure Gastarbeid en kapitaal, waarmee de SP zichzelf in 1983 ernstig in de problemen bracht. De partij bepleitte toen een ‘steunpremie’ van 75.000 gulden voor allochtonen die ervoor kozen terug te keren naar het land van herkomst. Ook toen zouden vooral ‘oude wijken’ veel hinder van de nieuwkomers ondervinden. Villabewoners hadden geen reden om zich druk te maken over de multiculturele samenleving; het stadsproletariaat waar de SP zich op richtte was de dupe.

Zo zouden hun Turkse en Marokkaanse buren zich volgens de brochure vaak geen raad weten met modern comfort als gas en elektriciteit. ‘Er komen – meestal tweedehands – gaskachels, geisers, wasmachines, douches en elektrische strijkijzers. Allemaal apparaten waar zij niet goed mee overweg kunnen. (…) Het gebeurt ook dat een tweedehands verkoper aan een Turk of Marokkaan een wasmachine verkoopt, maar dat die machine op een dusdanige wijze wordt aangesloten dat het spoelwater, zonder afvoer, wordt geloosd op de vloer. Men kan zich voorstellen dat dat moeilijkheden geeft met de mensen die daar onder wonen.’

De verhandeling leidde ertoe dat critici de SP op één lijn stelden met de Centrumpartij, de rechts-populistische voorloper van de PVV. Kraampjes van plaatselijke SP-afdelingen die de brochure hadden uitgestald, werden omver gegooid door linkse activisten.

Opgejaagd door rechts-populisme

Het duurde minstens tien jaar voordat de commotie was geluwd en SP weer alom werd toegelaten tot het linkse kamp, al zou ze nooit uitgroeien tot ’s lands meest migrantvriendelijke partij.

In geen van de tien boeken die Jan Marijnissen schreef verwijst hij naar de multiculturele samenleving. In 2007 kwam hij in opspraak toen hij zich liet ontvallen dat het een ‘extra dikke plus’ zou zijn als de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak hun oorspronkelijke nationaliteit opgaven. Het werd er niet beter op toen Marijnissen, daartoe uitgedaagd door twee jonge tv-journalisten van Marokkaanse afkomst, op de vraag waarom de SP weinig allochtone leden heeft, antwoordde: ‘Marokkanen sluiten zich nergens bij aan. Die profiteren alleen maar.’ Op Facebook kapittelde Jan Marijnissen een vriend die het pas gekozen SP-Kamerlid Cem Laçin in het Turks met diens benoeming feliciteerde: ‘Wel fijn als ook de Turkse Nederlanders Nederlands gebruiken in plaats van Turks. We zijn hier in Nederland.’

Een ‘petitiegroep’ vergaarde meer dan tweehonderd handtekeningen van verontruste SP’ers onder de oproep begrippen als ‘internationale solidariteit’ en ‘opkomen voor de meest kanslozen in onze maatschappij’ (anno 2019 zijn dat asielzoekers) te doen terugkeren in het partijprogramma.

Dochter Lilian lijkt zich te spiegelen aan de progressieve Duitse politica Sahra Wagenknecht, die in 2007 met haar latere echtgenoot Oscar Lafontaine Die Linke oprichtte, die ze nu als fractievoorzitter in de Bundes­tag vertegenwoordigt. Ze combineert een links sociaal-economisch programma met een rechtse identiteitspolitiek. Tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 hekelde ze het ruimhartige beleid van bondskanselier Merkel. Voor haar pleidooi om minder vluchtelingen op te vangen, kreeg Wagenknecht in 2016 een chocoladetaart. Midden in het gezicht. Haar toegeworpen door een woedende congresganger die de partijleider adviseerde om haar heil te zoeken bij de rechts-populististische AfD.

De top van de SP is in paniek, opgejaagd door het rechts-populisme van PVV en FvD. Maurice de Hond zegt het ook: als de SP weer wil groeien, zal ze zich ferm tegen migratie moeten uitspreken.

De verworpenen der aarde

Leo de Kleijn zat twaalf jaar voor de SP in de gemeenteraad van Rotterdam, waarvan vijf jaar als fractievoorzitter; in 2010 werd hij uitgeroepen tot raadslid van het jaar. Indien nodig is hij een felle drammer, maar hij heeft zich bewezen als man die dingen voor elkaar weet te krijgen.

Met zo’n massieve tegenstander als stadspartij Leefbaar Rotterdam (met meer dan een kwart van de raadszetels) geloofde De Kleijn heilig in de noodzaak van het Links Verbond. Zes weken voor de raadsverkiezingen van 2018 werd het initiatief gelanceerd. GroenLinks, SP, PvdA en NIDA zouden samen ten strijde trekken tegen rechts. NIDA omschrijft zichzelf als een ‘door de islam geïnspireerde emancipatiebeweging die zich heeft ontwikkeld tot een Rotterdamse politieke partij. Nida is een begrip uit de Koran en betekent oproep en steun.’

Geen fundamenta­listische club, oordeelde De Kleijn na bestudering van het progressief ogende partijprogramma. Zeker, NIDA juicht de komst van meer gebedsfaciliteiten in openbare ruimten toe, maar verder stelt de partij zich tolerant en vooruitstrevend op, ook waar het bijvoorbeeld LHBTI-rechten betreft. Met 16 zetels in de peilingen leek het erop dat het Links Verbond vorig jaar als winnaar in de Rotterdamse verkiezingsstrijd zou triomferen.

Alles liep anders doordat anderhalve week voordat de stemlokalen opengingen het tv-programma Nieuwsuur een vier jaar oude tweet openbaarde waarin NIDA Israël met ISIS vergeleek: twee illegaal, onder het mom van religieuze rechtvaardigheid gecreëerde staten. Adieu Links Verbond, de samenwerking was prompt van de baan. Wat het meest stak, was de krasse taal waarin Lilian Marijnissen en parlementariër Jasper van Dijk zich bij PowNed distantieerden van het Rotterdamse initiatief. De SP’ers daar hadden nooit met islamitische gekkies in zee mogen gaan!

‘Bizar,’ vindt De Kleijn. ‘Iedereen viel over ons heen, we werden alom verketterd. Ook in Den Haag hadden ze hun oordeel direct klaar zonder dat ze wisten hoe het precies zat. Ze hebben nooit contact met ons gezocht.’

‘Tekenend voor zoals het er momenteel in de partij aan toe gaat,’ zegt Pieter Schol, sinds acht maanden voorzitter van de afdeling Rotterdam. ‘De SP is als de dood om geassocieerd te worden met alles wat moslim, allochtoon of vluchteling is. Wat in een migrantenstad als Rotterdam moeilijk valt te verkopen. Er heerst een benepen sfeertje. Iedereen is bang. Persoonlijk zag ik dat Links Verbond overigens niet zitten, ik vond dat de SP het op eigen kracht moest doen.’

Schol en De Kleijn zitten in hun stamcafé aan de Nieuwe Binnenweg. ‘We hebben te maken met een partij die er ooit was voor de mensen en nu vooral bezig is om zichzelf in stand te houden,’ zegt De Kleijn.

‘Dat is de essentie. Doodsbenauwd om stemmen te verliezen,’ zegt Schol.

De Kleijn: ‘Toch ben ik nog steeds lid omdat ik op het moment dat de gelegenheid zich aandient om de partij weer de goede kant op te krijgen, daar deel van wil uitmaken. Pieter doet het heel goed als afdelingsvoorzitter van een club waarvan ik me afvraag of die toekomst heeft. Ik denk dat er nog steeds ruimte is voor een antikapitalistische partij die mensen met verschillende achtergronden met elkaar verbindt en opkomt voor het proletariaat, inclusief de Polen, Roemenen, Somaliërs, Syriërs…’

Schol: ‘Waar het ooit om was begonnen. De verworpenen der aarde.’

De Kleijn: ‘De partij is een middel en geen doel.’

Schol: ‘Ik roep al jaren dat ze elke Club Med moeten openstellen voor vluchtelingen. De partij vindt dat opvang in de regio moet kunnen, maar dat is op dit moment godsonmogelijk. Libië is niet stabiel, Libanon niet, geen van die landen.’

De Kleijn: ‘Ik voorspel dat de SP op deze manier over vijf jaar niet meer bestaat.’

Schol: ‘De partij heeft characters nodig als jij die vasthouden aan een stevige linkse koers.’

De Kleijn: ‘Ron Meyer stapt aan het einde van het jaar op als voorzitter. Waarom stel jij je niet kandidaat? Als er iemand is die de kar kan trekken, ben jij het. Er rouleren andere namen, maar daar heb ik totaal geen vertrouwen in.’

Schol: ‘Je bent niet de eerste die zoiets roept, maar dat is voorlopig niet aan de orde. Ik wil wel alles doen wat binnen mijn vermogen ligt om te helpen, omdat ik niet kan aanzien dat al het moois dat de partij heeft opgebouwd naar de verdommenis gaat.’

Correctie: In een eerdere versie van dit verhaal stond dat het partijlied niet meer op de website van de SP is te vinden. De tekst staat echter nog wel online.