Wat dóen ze daar eigenlijk?

Met deze vraag gingen onderzoekers Mendeltje van Keulen en Chris Aalberts vijf jaar geleden langs Nederlandse Europarlementariërs. Wat volksvertegenwoordigers daar in Brussel (of Straatsburg) uitspoken, is voor de gemiddelde kiezer volstrekt onduidelijk. Tijdens de Europese verkiezingscampagnes wordt het er niet veel helderder op. Zo schuiven Nederlandse lijsttrekkers van nationale partijen aan om te discussiëren over allerlei zaken, zoals wel of geen Europees leger, waar het Europarlement niets over te zeggen heeft.

‘Er is een heel sterke nationale dimensie,’ constateert Mendeltje van Keulen, lector Europese politiek aan de Haagse Hogeschool. ‘En dat zie je terug in de campagne, zo van: wij gaan Europa veranderen. Hierdoor bestaat er een groot verschil tussen wat politici zeggen wat ze in Brussel gaan doen, en wat ze daadwerkelijk doen.’ 

De discussie in Nederland blijft heel vaak hangen in een vijfjaarlijks debat over de Europese Unie op zichzelf. Wat wij van Europa vinden, in plaats van wat we ermee kunnen bereiken.

Wat politieke partijen kunnen doen in het Europees parlement, hangt sterk af van de fractie waarin ze zitten. Deze fracties zijn een weerspiegeling van de ideologische verhoudingen in alle Europese lidstaten, en wijken dus af van de Nederlandse situatie in het parlement. Waar bijvoorbeeld het CDA de afgelopen verkiezingen te maken kreeg met verlies, is de christendemocratische fractie in het Europese parlement (met 180 van de 720 zetels, volgens de laatste peilingen) nog altijd de grootste. D66 en de VVD zijn in Nederland electorale concurrenten, maar nemen in het Europees parlement plaats in dezelfde liberale Renew-fractie. ‘Er zitten altijd verschillen in zo’n fractie, dat maakt het soms ingewikkeld, maar we hebben bijvoorbeeld met de liberale fractie een algemeen verkiezingsmanifest,’ zegt D66-lijsttrekker Gerben-Jan Gerbrandy. Een EU-breed verkiezingsprogramma ligt gevoelig, tegelijkertijd zijn er wel afspraken tussen de partijen onderling: ‘Qua verduurzaming wordt het dan wat minder radicaal dan D66 graag zou willen, maar daar ontkom je niet aan.’

Het politieke spel kenmerkt zich, kortom, veel meer door het zoeken naar waarover je het wél met elkaar eens kunt zijn. ‘Je bent niet bezig met de ander te overtuigen van je gelijk, maar met het zoeken naar een compromis dat ook in andermans belang is,’ vat CDA-lijsttrekker Tom Berendsen het samen. ‘Dat is echt wezenlijk anders dan je in politieke debatten in de Tweede Kamer ziet gebeuren.’

Wheelen and dealen

Het is precies deze onderlinge afhankelijkheid die tot wheelen and dealen leidt. Op papier hebben de volksvertegenwoordigers alle vrijheid. Er bestaan in het Europarlement geen oppositie en coalitie, en parlementariërs mogen ook iets anders stemmen dan hun fractiegenoten. Dat gebeurt dan ook met enige regelmaat. De Partij voor de Dieren en de SP stemmen eurosceptischer dan hun Europese fractiegenoten. Hoewel de SGP en de ChristenUnie tot 2019 in dezelfde conservatieve christenfractie (ECR) zaten, verraadde het stemgedrag afwijkende posities: de SGP zat precies in het midden, de ChristenUnie meer ter linkerzijde. Toen na de vorige verkiezingen Forum voor Democratie zich aansloot bij de ECR werden de ideologische verschillen te groot. De ChristenUnie sloot zich aan bij de christendemocraten, de EVP, waar ook het CDA in zit, en waarbij zowel BBB als NSC na de verkiezingen hoopt aan te schuiven.

‘Als je aan de onderhandelingstafel zit, maar de andere fractierapporteur weet dat het qua stemgedrag altijd alle kanten opschiet, sta je minder sterk.’

Toch is er wel degelijk zoiets als fractiediscipline. Onderzoek naar het stemgedrag van Europarlementariërs door politicologen Simon Otjes en Harmen van der Meer liet zien dat fracties vaak hetzelfde stemmen. ‘Het verstevigt je onderhandelingspositie als je namens een hele fractie kunt spreken’, licht GroenLinks-PvdA lijsttrekker Bas Eickhout toe. Zo kunnen Europarlementariërs namens hun fractie “rapporteur” worden op een specifiek onderwerp, en daarover namens hun fractie onderhandelen met andere partijen. Eickhout: ‘Voor de Groenenfractie is die discipline een bewuste keuze. Als je aan de onderhandelingstafel zit, maar de andere fractierapporteur weet dat het qua stemgedrag altijd alle kanten opschiet, sta je minder sterk.’

Familiebanden

In welke Europese fractie de nationale partijen zitten – en wat de gevolgen daarvan zijn – blijft tijdens de campagne buiten beeld. Sterker: de verkiezingen worden gezien als lakmoesproef voor de nieuwe coalitie. Bij Op1 schoven begin deze week nationale lijsttrekkers aan (géén Europese) om te vertellen hoe belangrijk ze Europa vinden. 

Hoewel VVD en D66 in Nederland los van elkaar campagnevoeren, komen ze na de verkiezingen in dezelfde fractie. Bij GroenLinks-PvdA is dat precies andersom. De partijen trekken nu samen op, maar de GroenLinks-kandidaten zullen bij de Groenen terechtkomen, de PvdA’ers in de sociaaldemocratische fractie. Dit laatste is overigens een bewuste keuze: de linkse partijen hopen de Europese familiebanden op links te versterken: ‘Het zou erg zonde zijn om de invloed die we de afgelopen jaren in de twee fracties hebben opgebouwd, weg te gooien,’ aldus Eickhout. Hij ziet namelijk vooral kansen in het aanjagen van ‘een nauwere samenwerking tussen de groene en sociaaldemocratische partijen’. Oftewel: het aanhalen van Europese familiebanden op links.

De opkomst van radicaal-rechts zet namelijk de traditionele familiebanden onder druk. Voor het eerst in de geschiedenis van het parlement staat de meerderheid van de christendemocraten, de sociaaldemocraten en de liberalen onder druk. Zij zullen mogelijk op zoek moeten gaan naar een derde bloedgroep om tot een meerderheid te komen. De Groenen zien juist mogelijkheden: de kans dat er wordt aangeklopt bij radicaal-rechts is tenslotte klein.

pro-russische retoriek

Vlak voor de verkiezingen braken er familiedinerpraktijken uit op radicaal-rechts. Deze partijen zijn verdeeld over twee fracties: Identiteit & Democratie (I&D) en de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR). Deze laatste bestaat uit christen-conservatieven, zoals de SGP, maar ook Fratelli d’Italia, van de Italiaanse premier Meloni, en de Belgische rechts-liberalen van de NVA. De tweede fractie bestaat uit nationalistische partijen, zoals Lega Nord en Rassemblement National van Marine Le Pen. 

Anders dan het vage standpunt ‘tegen de Europese Unie’ delen de radicaal-rechtse partijen weinig waarden, en zijn het de politici zelf die voor verbinding moeten zorgen.

Onder deze fractieleden bevond zich ook PVV-Europarlementariër Marcel de Graaff, maar deze werd twee jaar geleden uit de I&D-groep gegooid vanwege zijn pro-Russische retoriek. Zo schilderde hij Oekraïne in het Europees Parlement af als ‘de grootste leverancier van kinderen voor pedonetwerken, mensensmokkel en orgaanhandel’. Hij vond onderdak bij Forum voor Democratie, die nu een fractieloze vertegenwoordiger heeft in het Europees Parlement. Overigens bleek niet alleen Marcel de Graaff te radicaal voor de I&D-groep: ook de geradicaliseerde partij Alternative für Deutschland werd de deur gewezen. Nadat de Europese lijsttrekker Maximilian Krah in een interview had geopperd dat niet iedere SS’er per se een oorlogsmisdadiger was, distantieerde de Franse Rassemblement National van Marine Le Pen zich en weigerde nog met AfD samen te werken. Hierin werd ze gesteund door de meerderheid van de I&D-fractie.

elke vijf jaar in een andere fractie

Het gehakketak blijkt typerend voor partijen op radicaal-rechts. Hoewel er voldoende nationalistische en eurosceptische partijen op rechts te vinden zijn – zoals Alternative für Deutschland, Front National, Lega Nord, Vlaams Belang – blijken ze zich in de praktijk niet goed te kunnen organiseren. Anders dan het vage standpunt ‘tegen de Europese Unie’ delen de partijen weinig waarden, en zijn het de politici zelf die voor verbinding moeten zorgen. En die kunnen het niet altijd even lekker met elkaar vinden. De Franse Jean-Marie le Pen en Oostenrijkse Jörg Haider konden niet door één deur, en dus kwam een Europese samenwerking tussen deze twee populisten nooit van de grond. Het Britse Ukip van Nigel Farage zat tussen 1999 en 2019 elke vijf jaar weer in een andere fractie, zo turfde onderzoeker Chris Aalberts. Hij constateerde dat radicaal-rechtse partijen – in tegenstelling tot de andere fracties in het Europees parlement – zich niet structureel weten te organiseren en daarmee niet verder komen dan symbolisch kritiek leveren.

Hoewel in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst bieden, is het nog maar de vraag of de PVV met negen zetels een deuk in een Brussels pakje boter zal slaan. Bij het in kaart brengen van de activiteiten van PVV-Europarlementariërs constateerde Aalberts dat ze nooit hebben opgetreden als rapporteur. ‘Over het wetgevende werk hoeven we het dus niet te hebben.’ 

Wel zijn er speeches, moties, vragen en resoluties te vinden bij voormalig PVV-Europarlementariërs zoals Lucas Hartong, maar die leverden weinig publiciteit of beleid op. Aalberts: ‘Europese wetgeving verander je door te onderhandelen, niet door speeches te geven of vragen te stellen.’ PVV-kandidaat Auke Zijlstra laat weten van plan te zijn om, net als in zijn vorige termijn, wel ‘aan te schuiven als schaduwrapporteur en in commissies’, maar ook zich te mengen in het publieke debat via columns en artikelen.

Afgezien van wat pro-Russisch tromgeroffel in speeches liet Marcel de Graaff hoegenaamd niets zien: ook hij was in al die jaren geen enkele keer rapporteur, sprak niet mee over voorstellen, en deed geen advies- of ander werk in parlementaire commissies. Op de vraag aan de PVV of zij de nieuwe termijn met mogelijk negen zetels net zo zal invullen als de afgelopen periode, of na de ervaringen met Marcel de Graaff tot nieuwe inzichten is gekomen, volgt geen antwoord. ‘Vanuit Den Haag kregen ze zelfs geen contact met De Graaff,’ zegt Mendeltje van Keulen. ‘Hij heeft alleen geld op zitten strijken.’ Doordat het werk van Europarlementariërs zo onzichtbaar is, betoogt ze, hebben kiezers eigenlijk amper een beeld van welke parlementariërs hard werken en welke er de kantjes vanaf lopen.

afstand van extremisten

In de praktijk staan de radicaal-rechtse partijen grotendeels buiten het Brusselse spel. ‘Het zijn onbetrouwbare partners om beleid mee te maken,’ constateert NSC-lijsttrekker Dirk Gotink. ‘Daar zijn heel weinig uitzonderingen op.’ Hij draait al sinds 2007 mee in Brussel: eerst als beleidsmedewerker voor het CDA, later als woordvoerder van Manfred Weber, de fractievoorzitter van de christendemocraten in het Europees parlement. ‘Radicaal-rechtse partijen komen niet opdagen voor onderhandelingen, stemmen structureel tegen alles tenzij er iets af te breken is. Dan komen ze ineens wel.’

Het duidelijk afstand nemen van extremisten in de Europese fractie zal de liberale electorale tegenstander wind uit de zeilen nemen.

Overigens rommelt het niet alleen binnen de radicaal-rechtse partijfamilie, ook de liberale Renew-fractie is plotsklaps strepen in het zand aan het trekken. Rode draad hier zijn de Franse presidentsverkiezingen van 2027, waarvan de Europese verkiezingen worden gezien als voorproefje. Rassemblement National van Marine le Pen peilt op ruim een derde van de verwachte stemmen, bijna twee keer zoveel als de liberale Renew-fractie waar de partij van Emmanuel Macron deel van uitmaakt. Het duidelijk afstand nemen van extremisten in de Europese fractie zal de liberale electorale tegenstander wind uit de zeilen nemen.

Tegelijkertijd hebben de Franse liberalen er baat bij alles wat radicaal-rechts is of het normaliseert, neer te zetten als verdacht. Zo heeft de Franse president Macron vorige week gezegd dat hij zich zal inzetten om de ideeën van het Rassemblement National te ontmaskeren. ‘Ik zal niet wennen aan het idee dat het RN een normale partij zou zijn.’ Een regelrechte sneer aan politici in Frankrijk en elders in Europa die samenwerkingen aangaan met radicaal-rechts, zoals die van de Nederlandse VVD met de PVV. Fractievoorzitter en partijgenote van Macron, Valérie Hayer, liet vorige week weten daarom de VVD uit de Renew-fractie te willen zetten. Hayer noemt het onbegrijpelijk om bondgenoten te blijven met de VVD nu die partij ‘onze waarden niet respecteert door deze alliantie te sluiten’. Zo werd VVD-lijsttrekker Malik Azmani vakkundig door zijn eigen fractievoorzitter onder de bus gegooid.

goodwill

Normaal gesproken is ook de coalitieconstructie van een nationale partij niet iets waar Brussel van wakker ligt: de Finse en Zweedse premier zijn christendemocraten die samenwerken met radicaal-rechtse populisten. Het is nu vooral onderwerp van discussie omdat bepaalde (Franse) partijen er belang bij hebben het aan te kaarten – in verkiezingstijd. 

Of de VVD echt de fractie uit zal worden geknikkerd, is nog maar de vraag: de sociaaldemocraten en de christendemocraten zullen de liberalen nodig hebben voor een (krappe) meerderheid. En de liberalen helpen hen daar maar al te graag aan. Bovendien heeft de VVD voldoende goodwill opgebouwd bij de Europese fractiegenoten door steevast op te komen dagen voor het parlementaire handwerk. Niet per se dankbare klussen: onderhandelingen onder systeemplafonds zijn een stuk minder spannend dan speeches houden. Moties zijn minder snel in elkaar gedraaid dan in de Tweede Kamer. 

‘Het is heel juridisch werk, je loopt met een stapeltje amendementen rond om te kijken of het past. Onderhandelt wekenlang om het woordje “could” te veranderen in “should”,’ aldus EU-expert Van Keulen. Een proces waarbij de radicaal-rechtse partijen het regelmatig laten afweten – ook op onderwerpen waar ze nu campagne op voeren: ‘Toen de pulsvisserij werd afgeschaft of de Natuurherstelwet werd geschreven, heb ik ze niet gezien. Pas toen het zover was werd er ineens stampij gemaakt,’ zegt Gotink.

Niet aan tafel zitten, betekent in Brussel botweg niets voor elkaar krijgen.