Dat Abdul Karim Albrem nachtmerries heeft, is niet verwonderlijk.

Op een zomerdag in 2015 zat hij, negentien jaar oud, met zijn moeder en elfjarige broertje in de keuken van hun appartement in Aleppo. Ze wilden net gaan lunchen – kip, rijst, aardappelen en dolmades – toen ze een ijzingwekkende fluittoon hoorden aanzwellen. Na de klap van de inslag leek het even helemaal stil. Daarna drong zijn moeders geschreeuw Albrems bewustzijn binnen en zag hij het bloed dat uit het hoofd van zijn broertje gutste.

Het zijn pijnlijke herinneringen, maar Albrem moedigt aan om door te vragen. Want hij heeft een doel voor ogen: hij wil de zorg voor vluchtelingen radicaal veranderen en door te vertellen over zijn trauma’s, hoopt hij anderen voor zijn zaak te winnen. Als jongerenvertegenwoordiger van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR doet hij zijn verhaal vandaag, maandag 7 oktober, ten overstaan van een zaal vol ministers, leiders van hulporganisaties en donateurs. Zelfs koningin Máxima...