Het ‘nieuws’ dat ik de Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis wilde interviewen, verspreidde zich als een bosbrand over het piepkleine eilandje Hydra, anderhalf uur met de draagvleugelboot van Athene. Bewoners die ik nog nooit had gesproken – ik kom er al dertig jaar, mijn kinderen zijn er geboren en erfden er hun vaders huis – blijken voor het overgrote deel fan van hún minister van Financiën en renden me achterna met persoonlijke boodschappen voor ‘hun’ mangkas (flinke kerel) of palikari (topknul): ‘vertel Yanis dat we van hem houden’, ‘zeg Yanis dat-ie niet moet buigen’, ‘we staan achter hem, zelfs als er een Grexit van komt’ en vooral ‘we willen dat hij ochi (nee) blijft zeggen’.
Griekse vrouwen, jong en oud, vallen collectief in katzwijm bij het horen van Zijn Naam.
De beide eilandkapsters wedijverden met elkaar om mijn haar te mogen doen ‘voor Yanis’ en toen ik in het kader van ‘interactieve journalistiek’ via Facebook vroeg wat Griekse of andere burgers zélf aan de minister Yanis Varoufakis zouden willen vragen in deze tijd waarin Griekenland aan een zijden draadje hangt, kreeg ik honderden privéberichten van vooral Griekse, maar ook Nederlandse en Engelse vrouwen die niets anders dan zijn mobiele nummer van hem wilden hebben.