‘Even naar de camera kijken, Steve. Ja, uitstekend zo, je staat er weer prima op. Je kunt je telefoon uit je kluisje pakken. Tot straks.’
Steve is tbs-patiënt in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag – de Van Mesdag in de volksmond. Vanmiddag gaat hij op verlof, samen met Willem, sociotherapeut op Reitdiep 2, een van de 25 afdelingen van de Groningse tbs-kliniek. Zoals alle tbs-patiënten die op verlof gaan, wordt ook Steve eerst door de beveiliging gecontroleerd en gefotografeerd, alvorens hij naar buiten mag.
‘Stel, een patiënt neemt tijdens het verlof de benen,’ legt Willem me uit, terwijl we wachten tot het protocol is afgerond, ‘dan kan indien nodig het meest recente signalement aan opsporingsdiensten worden doorgegeven. Als we straks terug zijn, gaan Steve en zijn aangeschafte spullen hier bij de ingang weer even door de scanner, alvorens hij terug mag naar de afdeling. Dat zal bij hem niet hoeven, maar als iemand onbegeleid op verlof is geweest, wordt ook zijn mobiele telefoon periodiek uitgelezen en kunnen er controles op alcohol en drugs plaatsvinden.’
Uit zijn kluisje pakt Steve zijn weer opgeladen iPhone. Die heeft hij tijdens een eerder verlof aangeschaft en mag hij buiten de kliniek gebruiken. Als we door de dubbele sluisdeuren van de kliniek zijn en de parkeerplaats op lopen, meen ik ontspanning op zijn gezicht te zien. ‘Natuurlijk ben ik blij als ik even de straat op mag, zeker als het zulk aangenaam weer is als nu.’
Op het programma staat een bezoek aan de supermarkt in het nabijgelegen winkelcentrum. Hij wil ‘enkele gezonde spullen kopen’ en als er tijd over is misschien nog wat rondwandelen. Daar krijgt hij een uur en drie kwartier de tijd voor. ‘Tik maar op mijn schouder als je wat wilt weten.’
Steve doet zijn AirPods in en zoekt op zijn telefoon naar muziek van Eminem. We zijn nog geen tien meter onderweg als hij me lachend aankijkt en één oortje uitdoet. ‘Doe jij je bezoekerspas nog even af? Die hoef je buiten niet meer te dragen.’
meelopen in een tbs-kliniek
Vittorio Busato is psycholoog, auteur en journalist. Dit is de tweede uit een reeks van vijf reportages uit verschillende tbs-klinieken. Het eerste deel lees je hier.
Julio Iglesias
Die ochtend heb ik tijdens het ontbijt kennisgemaakt met Steve. Hij verblijft op Reitdiep 2 met elf andere tbs-patiënten. Allemaal zijn ze gediagnosticeerd met psychosegevoeligheid en stemmingsstoornissen en slikken daar ook medicatie voor.
Druk is het niet bij de dagopening, waar standaard ieders gemoedstoestand en dagprogramma worden doorgenomen. Omdat er een journalist meeloopt, kijken diverse bewoners de kat uit de boom en eten liever op hun kamer, hoor ik van de drie dienstdoende sociotherapeuten.
Ook Hans ontbijt op zijn kamer. Met hem zou ik, zo had de groepsleiding vooraf ingepland, aanvankelijk meegaan op verlof. Maar zijn delict van een aantal jaar geleden had in de plaatselijke pers weer de nodige aandacht gekregen. Daarom wil hij toch ‘geen pottenkijker mee’. Wel komt hij zich voorstellen en drinkt een kopje koffie mee. ‘Dus jij bent de nieuwe Peter R. de Vries!’ Zijn hand voelt zo droog aan dat het me opvalt.
Na de dagopening geeft Steve me een korte rondleiding over de afdeling – een lange gang met aan weerszijden de kamers voor patiënten, een washok, een goed geoutilleerde keuken en een smalle woonkamer met een paar banken, een televisie, een PlayStation en diverse gezelschapsspellen. Ook staat er een computer waarop patiënten hun kliniekadministratie kunnen bijhouden, zoals de evaluatie van een verlof. Het kantoor voor de groepsleiding zit aan de kop van de gang, aan het eind bevindt zich een ruime, transparante spreekkamer. Halverwege de gang voor de keuken staan drie eettafels opgesteld. De vloer eronder is plakkerig en zal later die ochtend door een externe schoonmaakploeg extra geboend worden.
Steve vindt het jammer dat hij niet een paar keer per maand mag blowen. ‘Dat moet toch kunnen? Stoned maak ik echt betere muziek. Van blowen gaat mijn hoofd veel meer openstaan.’
Steve vertelt me over de muziek die hij maakt op zijn kamer en de apparatuur die hij daar heeft staan. Hij vindt het jammer dat hij niet een paar keer per maand mag blowen. ‘Ik doe dat al lang niet meer, maar dat moet toch kunnen? Stoned maak ik echt betere muziek. Van blowen gaat mijn hoofd veel meer openstaan, weet je, komt er veel meer inspiratie binnen.’
De antipsychotica die hij al heel lang slikt, maken hem minder creatief. Zijn muzikale talent heeft hij geërfd van Julio Iglesias, zegt hij – wat direct waanachtig overkomt. ‘Mijn vader.’ Hij hoopt nog altijd op een platencontract. ‘Misschien kan mijn vader daarbij helpen.’
Wat Steve exact op zijn kerfstok heeft, doet voor dit artikel niet ter zake. Voor tbs-begrippen is het een relatief licht delict. Daarvoor is hij door de rechter volledig ontoerekenbaar gehouden. Daarom heeft hij ook geen gevangenisstraf gekregen. ‘Ik heb mijn Wajong-uitkering behouden,’ zegt hij. ‘Elke maand 1268 euro. Ben ik zelf achteraan gegaan. Is moeilijker dan een platencontract regelen.’
Niettemin zit hij al flink wat jaren in tbs. Zijn behandelaren achten het gevaar op recidive in verband met zijn psychosegevoeligheid en wanen nog altijd te groot om hem vrij te laten, hoor ik later. Tot leedwezen van Steve gaat de rechter steevast mee in die adviezen, vandaar dat zijn tbs telkens met één of twee jaar wordt verlengd.
Verlofbewegingen
Tbs is in de allereerste plaats een beveiligingsmaatregel die wordt opgelegd als het onmogelijk is de maatschappij op een andere manier te beschermen tegen een veroordeelde die verminderd toerekenbaar is. De behandeling is erop gericht dat iemand ook weer veilig in de maatschappij kan terugkeren. Naast arbeid, educatie, sport en psychotherapie vormt verlof daarin een cruciaal onderdeel.
Een verlofaanvraag gebeurt gedegen en zorgvuldig. Diverse deskundigen binnen én buiten de kliniek zijn daarbij betrokken en er wordt gebruikgemaakt van diverse gevalideerde risicotaxatie-instrumenten. Toestemming voor verlof krijgt een patiënt pas bij voldoende vooruitgang én als de kans op herhaling van het index-delict – datgene waarvoor iemand tbs heeft gekregen – als heel klein wordt ingeschat. Voor elke ingediende aanvraag wint het ministerie van Justitie onafhankelijk advies in bij het Adviescollege Verloftoetsing TBS.
Is een verlofaanvraag goedgekeurd, dan is dat voor een periode van een jaar. Een tbs-patiënt stelt met zijn behandelaren vervolgens een verlofplan op; daarin krijgen de zogenoemde ‘verlofbewegingen’ in dat jaar vorm. Telkens als een patiënt naar buiten gaat, tekent een verantwoordelijk regiebehandelaar voor toestemming. Geeft een patiënt aan niet goed in zijn vel te zitten, of een begeleider twijfelt bijvoorbeeld aan diens lichaamstaal, dan kan een gepland verlof altijd worden ingetrokken. Bij het verlenen van verlof wordt ook rekening gehouden met wensen van slachtoffers, zoals een locatieverbod. Sowieso worden alle verloven per keer per patiënt tijdens het dagelijkse afdelingsoverleg geëvalueerd. Na een jaar volgt een formele evaluatie voor het ministerie.
Bij de Van Mesdag gaan de eerste vijf keer beveiligers van de kliniek mee met een verlofganger, vertelt psychiater Harry Beintema, bestuursvoorzitter van de Van Mesdag, me dezelfde ochtend op zijn ruime, lichte werkkamer. Dat kan bijvoorbeeld een wandeling in de buurt zijn, een fietstochtje naar het centrum. Gaat dat goed, dan komt een tbs-patiënt in aanmerking voor begeleid verlof met alleen een medewerker van de kliniek, meestal een groepsleider. Dan mag iemand bijvoorbeeld naar een supermarkt of opticien, naar de film of een concert. Of iemand krijgt heel gericht een opdracht mee: ga van A naar B en vraag onderweg aan iemand de weg. Of besteed enige tijd op de drankenafdeling van de supermarkt. De volgende stap is onbegeleid verlof onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld om werkervaring op te doen, een opleiding te volgen of ergens in het land familie te bezoeken, soms met overnachting.
Houdt iemand zich aan de gemaakte afspraken, dan volgt transmuraal verlof. Iemand is dan nog steeds in behandeling, maar woont begeleid buiten de kliniek. Daarna volgt doorgaans het proefverlof en draait iemand zo volwaardig mogelijk mee in de samenleving. De tbs-maatregel is dan nog niet beëindigd, de instelling blijft eindverantwoordelijk en reclassering houdt toezicht. De rechter besluit uiteindelijk of iemands tbs wordt beëindigd. Daar gaat altijd een jaar voorwaardelijke beëindiging aan vooraf. Een tbs-patiënt staat dus niet ‘zomaar’ buiten.
‘Verlof is een essentieel onderdeel van tbs,’ benadrukt Beintema, die naast zijn bestuurswerk bewust nog een deel van zijn tijd besteedt aan behandeling van patiënten en actief lid is van commissies voor verloftoezicht en dwangmedicatie. Verlof is volgens hem dé manier om te toetsen hoe een tbs-patiënt reageert op de vrijheid en prikkels buiten. ‘De omgeving in de kliniek is beschermd en enigszins kunstmatig. Buiten zie je pas of iemand is veranderd, hoeveel verantwoordelijkheid iemand aankan, hoe ontregeld iemand al dan niet raakt. Dat vereist dus een zo goed mogelijke voorbereiding. Als iemand eindelijk op verlof mag, dan verloopt dat eigenlijk altijd probleemloos.’
‘We kunnen nooit honderd procent garantie geven, tbs blijft mensenwerk. De positieve cijfers spreken echter voor zich.’
De landelijke cijfers van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) geven hem daarin gelijk. Jaarlijks zijn er tienduizenden verlofbewegingen die nauwkeurig worden bijgehouden. Ter illustratie: in 2021 en 2022 waren er in totaal 68.052 en 85.315 verlofbewegingen, met respectievelijk 21 en 41 onttrekkingen. Het gros daarvan bestond uit te laat terugkeren in de kliniek, bijvoorbeeld vanwege een treinvertraging. Dat zijn percentueel verwaarloosbare percentages. Maar een heel enkele keer gaat het gruwelijk mis. Zoals een tbs’er uit de Nijmeegse Pompe-kliniek die er tijdens een begeleid verlof plots vandoor ging en in Soest een vrouw neerstak en zwaar verwondde.
‘Zoiets is natuurlijk vreselijk,’ beaamt Beintema. ‘Dan kan het bij het grote publiek ook snel gedaan zijn met begrip voor tbs. Je hoort na zulke incidenten regelmatig populistische geluiden om het hele tbs-systeem overboord te gooien en geen enkel verlof meer toe te staan.’
Maar wat is het alternatief, vraagt Beintema zich af. ‘Moet je de ongeveer 1700 tbs’ers die er nu zijn na hun gevangenisstraf dan maar onbehandeld de straat op sturen? Dat leidt tot veel meer problemen. We kunnen nooit honderd procent garantie geven, tbs blijft mensenwerk. De positieve cijfers spreken echter voor zich. Het tbs-systeem met verlof gaat echt wel blijven, dat zal beslist niet zomaar veranderen.’
Samen uit, samen thuis
Na de lunch op de afdeling vertelt Willem me dat ik straks met Steve mee kan op verlof. Hij nodigt me uit erbij te zitten wanneer doel en voorwaarden voor dit verlof worden doorgenomen. Daarvoor moet Steve ook tekenen.
‘Heb je je medicatie ingenomen?’
‘Jazeker.’
‘Zijn er alarmsignalen?’
‘Nee.’
‘Heb je middelen gebruikt?’
‘Nee.’
‘Voel je je veilig en ontspannen?’
‘Ja.’
‘Heb je last van grootheidsideeën?’
‘Nee.’
‘Beloof je je te houden aan de afspraken en goed te communiceren?’
‘Ja.’
‘Je weet hoeveel je maximaal mag kopen in de supermarkt?’
‘Ja.’
‘Heb je je pinpas en cash geld bij je?’
‘Ja.’
‘Houd je zelf de tijd goed in de gaten?’
‘Ja.’
‘Samen uit, samen thuis?’ vraagt Willem na afhandeling van de formaliteiten.
‘Zeker weten,’ antwoordt Steve. Hij zet zijn handtekening op het verlofformulier, dat ook gz-psycholoog Monique als verantwoordelijk regiebehandelaar nog zal ondertekenen.
‘Oké, dan gaan we over een half uur naar buiten. Zien we je zo.’
In zekere zin is Steve slachtoffer van het tbs-systeem, zegt Willem me in het kantoor voor de groepsleiding, vlak voor de overdracht met de sociotherapeuten die hun dienst halverwege de middag beginnen. ‘Voor mensen zoals hij zijn er geen goede plekken, die vallen tussen wal en schip. Als hij alleen gevangenisstraf had gekregen, liep hij allang weer vrij rond en had hij mogelijk weer een delict gepleegd. Dan had hij alsnog of in de tbs gezeten of was hij een leven lang psychiatrie en gevangenis in- en uitgegaan. Mogelijk dat Steve in aanmerking komt voor begeleid wonen buiten de kliniek, maar voorlopig zit hij nog hier. Voor hem is op verlof gaan echt een verbetering van de kwaliteit van zijn leven. Verlof is voor elke tbs-patiënt hoop, een stip op de horizon.’
Paprika’s
Onderweg naar het winkelcentrum knikt Steve mensen vriendelijk toe. ‘Ik weet niet of ze hem herkennen,’ zegt Willem, ‘winkeliers weten wel dat er geregeld tbs’ers op verlof in de buurt rondlopen.’
Maximaal tien producten mag hij kopen in de supermarkt. Steve neemt de tijd, vergelijkt prijzen, checkt aanbiedingen, doet iets in zijn boodschappenmandje om dat later toch weer in te ruilen voor een ander product. Van een bezoekster die hij een knipoog geeft, krijgt hij een glimlach terug. ‘Volgens ministeriële richtlijnen moet ik binnen een straal van één meter blijven,’ legt Willem uit. ‘Maar dat is nauwelijks te doen en voelt nogal onnatuurlijk. Bovendien ken ik een patiënt meestal al lang en meen ik iemand goed te kunnen inschatten. Zoals je ziet, geef ik Steve wel iets meer bewegingsruimte. Een andere patiënt zou ik misschien dichter op zijn huid zitten.’
‘Of ik wel besef wat voor effect een weigering zal hebben op zijn behandeling hier. Ja, hij is manipulatief. Wat ook samenhangt met zijn stoornis.’
In de kleine twintig jaar dat hij in de tbs werkt, is het Willem nog nooit overkomen dat iemand de benen nam. ‘Maar goed, een collega overkwam dat wel. Tijdens een verlof stond een vluchtauto klaar. Zijn patiënt was in no time verdwenen, die actie was goed voorbereid. Zoiets hakt er goed in, kan ik je verzekeren, ook als zich verder geen incidenten voordoen. Je draagt als begeleider een enorme verantwoordelijkheid.’
‘Alleen dit tray’tje Red Bull is niet zo gezond,’ glimlacht Steve als hij me zijn mandje met groenten, fruit en biologisch vlees toont. ‘Je ziet zeker wel dat ik dol ben op paprika’s?’
Met Willem achter zich wacht hij geduldig in de rij voor de kassa. Zin om nog wat rond te lopen heeft Steve bij nader inzien niet.
Op weg terug naar de Van Mesdag komen we Hans tegen die met een collega van Willem buiten voor de snackbar een patatje eet. Daar krijgt Steve ook trek in. Terwijl ik een softijsje opeet, wacht Steve op zijn patat en scrolt door zijn telefoon. ‘De verleiding was te groot. Als ik Hans niet had zien zitten, was ik geen patatje gaan eten. Maar goed, ik heb ook nog tijd.’
Als we weer binnen zijn in de kliniek en Steve door de scanner is gegaan, geeft hij me lachend een boks. ‘Was leuk toch, mee op verlof? Zie ik je morgen?’
Humanitair verlof
Om de zes weken houdt elke afdeling van de Van Mesdag, onder leiding van een gespecialiseerde gespreksleidster, voor medewerkers een moreel beraad over een ethisch dilemma. Als ik de volgende dag in het kantoor van de groepsleiding bij het moreel beraad op Reitdiep 2 aanschuif, heeft gz-psycholoog en regiebehandelaar Monique een spoedeisend dilemma ingebracht. Tien collega’s gaan zich daar in alle openheid en zo min mogelijk oordelend over buigen.
‘De vader van een van mijn patiënten ligt met een beroerte in het ziekenhuis,’ steekt Monique van wal. Hij wil hem heel graag bezoeken, omdat hij het mogelijk niet redt. De tbs-patiënt, die in Groningen wel op verlof mag, heeft echter een locatieverbod voor de stad in Midden-Nederland waar het ziekenhuis staat. De enige plek waar hij in die provincie onder zeer strenge voorwaarden mag komen, is het huis van zijn vader. De nabestaanden van het tbs-delict hebben hierom gevraagd en de kliniek is daarin meegegaan. Daarnaast is bekend dat ook mensen uit zijn vroegere netwerk bang zijn om hem daar tegen te komen.
Op dit moment is niet bekend hoe ernstig de toestand van vader is. Hierop vooruitlopend, gaat Monique verder, kan het zo zijn dat op heel korte termijn zich een dilemma aandient: ‘Moet ik uit medemenselijkheid de speciale procedure voor humanitair verlof starten zodat patiënt, mocht zijn vader inderdaad stervende zijn, afscheid kan nemen?’
Op de flip-over noteert gespreksleidster Anneke de voors en tegens die collega’s inbrengen. Ze zorgt dat iedereen aan het woord komt. Iedereen gunt de patiënt op basis van humanitaire overwegingen een afscheid van zijn vader. Maar de patiënt is een bekende figuur in de stad. De kans dat hij wordt herkend, is zeer reëel en dat kan mogelijk een en ander teweeg brengen. Anoniem met een paar stevige beveiligers het ziekenhuis binnengaan zal niet lukken. Waarschijnlijk moet hij ook broekstokken dragen om het vluchtgevaar te minimaliseren. Of hij komt oude bekenden tegen in of voor het ziekenhuis en die lichten de lokale pers in?
Zelf heeft de patiënt tegen Monique gezegd dat zijn vader ‘zijn alles is’. Het is mogelijk zijn laatste kans, en niet alleen hij maar ook zijn vader heeft recht op afscheid. ‘Hij speelt absoluut in op mijn schuldgevoel,’ reageert Monique op een vraag. ‘Hoe? Of ik wel besef wat voor effect een weigering zal hebben op zijn behandeling hier! Ja, hij is manipulatief. Wat ook samenhangt met zijn persoonlijkheidsstoornis.’
‘Wat denk je dat je gaat beslissen?’ besluit Anneke het beraad.
‘Ondanks het ethische dilemma ga ik de procedure wel in gang zetten, mocht blijken dat de vader er ernstig aan toe is,’ zegt Monique. ‘Er moet in korte tijd immers ook van alles praktisch geregeld worden.’
Transmurale voorzieningen
Raymond wil graag meer verlof. Hij is een van de 32 tbs-patiënten die al buiten de vijf meter hoge muren van de Van Mesdag wonen, in een van de vier transmurale voorzieningen, waaronder de twee voormalige gevangenisdirecteurswoningen die zijn verbouwd. Hier zijn patiënten gehuisvest die al veel verder zijn in hun behandeling dan – bijvoorbeeld – de bewoners van Reitdiep 2. Ze bereiden zich actief voor op een leven na de Van Mesdag, elk met een op maat gericht behandelplan.
‘Jouw verloven en wietgebruik moeten zijn uit te leggen aan het team. En jij moet geen overlast veroorzaken doordat je gemaakte afspraken niet nakomt.’
Het beveiligingsniveau hier is laag. Allen hebben een sleutel van hun eigen kamer en van de eigen unit waarmee ze zelf binnen kunnen komen na buiten te zijn geweest. Ook beschikken ze verplicht over een mobiele telefoon, zodat ze altijd bereikbaar zijn voor het team. Deze tbs-patiënten proberen, met begeleiding vanuit de kliniek en maatschappelijk werk, weer een sociaal netwerk op te bouwen, tot een zinvolle dagindeling te komen en als het kan werk te regelen.
‘Tbs-patiënten in deze transmurale fase moeten meer eigen verantwoordelijkheid aankunnen,’ legt behandelcoördinator uitstroom Lucas me uit als ik een dag met hem meeloop. ‘Ze moeten zich aan gemaakte afspraken houden, bijvoorbeeld over hun middelengebruik. We zijn niet naïef. Er vinden geregeld urinecontroles plaats, en harddrugs zijn absoluut taboe.’ Patiënten hebben hier veel te verliezen, willen hun opgebouwde vrijheden niet kwijt, vervolgt Lucas. ‘Een open en eerlijk contact met behandelaren is essentieel om de balans tussen behandeling en veiligheid te bewaken. Patiënten moeten hun eigen frustraties en risico’s op terugvalgedrag in bijvoorbeeld verslaving niet alleen kunnen aanvoelen maar ook bespreekbaar durven maken. Lukt het een patiënt uiteindelijk niet zelfstandig te functioneren, dan wordt iemand voorbereid op een woonplek in een ggz-instelling. Blijft iemands delict-risico te hoog, dan volgt doorgaans voorbereiding op het wonen in een longstay-voorziening.’
Crisisopname
Raymond zit hier vanwege een crisisopname en valt onder toezicht van de reclassering. Die heeft hem onlangs voor een periode van drie maanden in de Van Mesdag geplaatst. Bij het dagelijkse teamoverleg, waar Lucas me mee naartoe had genomen, had sociotherapeut Richard aangegeven moeite te hebben met het gedrag van Raymond. Hij blowt naar eigen zeggen vanwege stress aanzienlijk meer dan de afgesproken twee keer dat hij dat mag in de coffeeshop in de stad (omdat Raymond onder toezicht van de reclassering valt, gelden voor hem andere afspraken, VB). En als Raymond buiten heeft gerookt, gaat hij direct naar zijn kamer en onttrekt zich aan de groep. Dat beïnvloedt het behandelmilieu op de afdeling, aldus Richard. Bovendien leidt zijn werk bij de groenvoorziening eronder. Zeker als hij in de ochtend heeft gerookt, dan mag Raymond niet aan het werk.
Na het teamoverleg nodigt Lucas zowel Raymond als Richard op zijn kamer uit voor een gesprek. Raymond geeft direct toe dat hij inderdaad meer blowt. ‘Sowieso neem ik niks mee naar binnen, daar houd ik me echt aan. Maar voordat ik hier kwam, blowde ik dagelijks. Dat minderen valt me gewoon ontzettend zwaar. Kan ik niet extra verlof krijgen om vaker naar de coffeeshop te gaan?’
Richard benadrukt dat hij te gast is en dat er in de Van Mesdag regels gelden waaraan hij zich dient te houden. Binnen de muren van de kliniek mag hij helemaal niet blowen. Raymond knikt.
‘Lukt het je anders het roken uit te stellen tot ’s avonds na het eten?’ vraagt Lucas. ‘Dan kan je daarna naar je kamer. Niet dat ik je je jointjes niet gun, maar als jij nauwelijks contact maakt op de afdeling omdat je steeds onder invloed op je kamer zit, dan stomp je toch af? Wat is er voor nodig om je wel aan de afspraken te houden?’
‘Als ik anders vier keer per week mag blowen? Of drie keer? Dat is voor mij te doen. Maandag en donderdag, en in het weekend als ik op overnachtingsverlof ben bij mijn moeder. Dan beloof ik de dagen dat ik niet blow binnen te blijven.’
‘Stel dat we daartoe besluiten, dan wil ik sowieso de afspraak maken dat je verstandig bent en zondag clean terugkomt van je moeder,’ zegt Lucas. ‘Ik denk dat het heel belangrijk is dat je meer werk gaat maken van de invulling van je dagen. Je werkt nu onregelmatig bij de plantsoenendienst. Kun je bij reclassering niet vragen om extra werk? Bijvoorbeeld bij een fietsenmaker? Of gaan sporten?’
‘Dat wil ik wel proberen,’ zegt Raymond. ‘Werken kan inderdaad helpen om minder te gaan blowen.’
‘Dat weet ik wel zeker,’ zegt Richard. ‘En dan zien we erop toe in hoeverre je je gedrag ook echt aanpast. Anders zit je hier op de verkeerde plek en zullen we contact opnemen met reclassering om je elders te plaatsen.’
‘We moeten een gulden middenweg zien te vinden,’ besluit Lucas. ‘Jouw verloven en wietgebruik moeten zijn uit te leggen aan het team. En jij moet geen overlast veroorzaken doordat je gemaakte afspraken niet nakomt. Daar moeten we toch uit kunnen komen?’
‘Zeker,’ belooft Raymond. ‘Ik laat dit gesprek nu even bezinken en kom snel met een voorstel.’
Witte Huis
’s Middags neemt Lucas me met een dienstauto mee naar Zuidlaren. Daar biedt de Van Mesdag op het vroegere Dennenoord-terrein forensische zorg aan voor diverse soorten psychiatrische patiënten. Drie jaar geleden is een groep van negen tbs-patiënten vanuit de tbs-kliniek in Groningen overgeplaatst naar het zogeheten Witte Huis, een fraaie, vrijstaande villa. Ze wonen hier beschermd onder het laagste beveiligingsniveau. Er is per dienst minimaal één sociotherapeut op de groep aanwezig, en ’s nachts draait een begeleider een wakkere nachtdienst.
Onderweg had Lucas me verteld dat het risico op recidive bij deze tbs-patiënten als laag is ingeschat. Dat is een voorwaarde; iemand moet de geboden vrijheid immers aankunnen. Zo mogen deze tbs-patiënten zelf boodschappen doen in het dorp, of een fiets- of wandeltochtje in de buurt maken. Iedereen heeft ook werk op of rond het terrein. Zij maken dus veel contact met niet-tbs’ers. De volgende stap in hun behandeling is, als het goed is, een gewone voorziening voor beschermd wonen.
Eén tbs-patiënt kon de geboden vrijheid niet aan, hoor ik van sociotherapeut Jeroen. ‘Deze patiënt zat hier twee jaar. Hij ging steeds beter functioneren en we hebben zijn traject aangepast om een goede vervolgvoorziening te zoeken. Dit is mogelijk te snel gegaan voor hem.’
Vanuit zijn psychische kwetsbaarheid was zijn vlucht wel te verklaren. ‘Het was een impulsieve daad,’ aldus Jeroen. ‘Hij had niet gedronken of gebruikt.’ Er is gelukkig niks gebeurd en hij is snel weer opgepakt. Nu heeft hij spijt, vervolgt hij. ‘Zijn opgebouwde vrijheid was hij in één klap kwijt. Hij zit weer binnen in de Van Mesdag. En ja, zoiets heeft ook effect op de groep. Zijn medebewoners namen het hem kwalijk, begrepen het niet.’
Ooit nog zelfstandig buiten de kliniek wonen ziet Peter niet meer gebeuren. ‘Maar het zou prachtig zijn als ik straks met mijn vrouw hier op het terrein zou mogen samenwonen.’
Na een rondleiding door het pand maak ik in de woonkamer kennis met de praatgrage Peter. Hij werkt zowel in de tuin als in de kringloop. Nooit had hij gedacht nog voor deze voorziening in aanmerking te komen. ‘Ik durf je bijna niet te zeggen hoe lang ik al in de tbs zit,’ vertelt hij. ‘Maar vanuit de longstay kreeg ik een nieuwe behandelingspoging aangeboden. Die heb ik met beide handen aangegrepen. Sowieso ben ik een medisch wonder. Een aantal jaar geleden heb ik een heel zware operatie vanwege kanker overleefd. Ik was eigenlijk al opgegeven.’
Het geluk lijkt hem nu weer toe te lachen. ‘Op de kringloop heb ik mijn meisje ontmoet. Zij woont elders op het terrein. We zien elkaar drie keer per week. Binnenkort neem ik haar mee naar de kermis in het dorp.’
Op Valentijnsdag zijn ze verloofd. Het plan is volgende zomer te trouwen, ‘als eerste in het Witte Huis’. Als het inderdaad doorgaat, komt er een speciale trouwambtenaar. Een personeelslid is gevraagd om haar weg te geven. Zijn oudste broer wil getuige zijn, heeft hij hem pas toegezegd, toen Peter op landelijk verlof was. ‘Mijn meisje weet van mijn geschiedenis en accepteert die ook. Mijn overleden moeder had haar zo leuk gevonden. Op onze bruiloft zal ik Somewhere between voor haar zingen, ons favoriete lied.’
Ooit nog zelfstandig buiten de kliniek wonen ziet Peter niet meer gebeuren. ‘Daarvoor ben ik te lang uit de maatschappij geweest. Maar het zou prachtig zijn als ik straks met mijn vrouw hier op het terrein zou mogen samenwonen.’
‘We zullen zien of het huwelijk er echt gaat komen,’ zegt Lucas in de auto terug naar Groningen. ‘Het is zijn wens, en het is nog niet duidelijk of die ook haalbaar is. Maar ik vind het heel mooi om te zien dat ook hier liefde kan opbloeien.’
Geluk
Ook Mariam heeft zijn stip op de horizon. Op mijn eerste dag op Reitdiep 2 had hij me tijdens de lunch laten weten het interessant te vinden dat ik journalist ben. Ik mocht hem vragen wat ik wilde. We maakten een afspraak voor de volgende ochtend om elf uur.
In bijzijn van een woordvoerster van de kliniek tref ik hem in de spreekkamer, aan het eind van de gang. Volgens protocol moeten de woordvoerster en ik met onze rug naar de deur plaatsnemen. Mariam is net op. Zijn nieuwe medicatie heeft als bijwerking dat het even duurt voor hij wakker is, excuseert hij zich. Gisteren had hij me gezegd er bewust voor te kiezen niet te veel mee te krijgen van de oorlog tussen Israël en Palestina. Zijn wortels liggen daar, en dat conflict speelt al zo lang. ‘Bovendien heb ik genoeg problemen met mezelf op te lossen.’
Als ik nu op die problemen doorvraag, vertelt hij dat hij zijn psychotische stoornis lang heeft ontkend. ‘Ik zit pas kort in de tbs. Na jaren ben ik overgeplaatst vanuit een huis van bewaring. Hoezo zou er iets met mij aan de hand zijn? Ik geloofde de gevangenispsychiater gewoon niet. Daarom was ik dus ook lang niet bereid aan mezelf te werken, laat staan medicatie te nemen.’
In de gevangenis hoorde hij positieve verhalen over tbs, met name over de Van Mesdag. ‘Dat je daar goed aan jezelf kunt werken, dat in vergelijking met andere klinieken relatief veel patiënten weer doorstromen naar de maatschappij. Dat vond ik steeds aanlokkelijker klinken. Langzaam begon ik te beseffen dat mijn interpretatie van mijn toestand niet de enige juiste was.’
Hoewel enige sociale wenselijkheid in zijn relaas niet is uit te sluiten, wilde Mariam weten of hij in aanmerking kon komen voor tbs. Voorwaarde was dat hij dan antipsychotica zou nemen. In goed overleg met de gevangenispsychiater is hij gaan experimenteren met wat voor hem de beste medicatie was en in welke dosering. ‘Letterlijk aan den lijve heb ik zo het profijt ervan leren ervaren. Bijwerkingen zoals gewichtstoename en vermoeidheid neem ik inmiddels voor lief. Omdat ik me weer zo goed voel in mijn hoofd.’
Na een intake kreeg hij een tbs-advies en de rechter is daarin meegegaan. ‘Nee, ik ben niet onderzocht in het Pieter Baan Centrum.’ Zijn leerdoelen in de Van Mesdag zijn helder voor hem: trouw therapie volgen en nuttige dagbesteding doen. Op verlof mag hij nog niet. ‘Daar werk ik wel naar toe. Dat zal eerst in een prikkelarme omgeving zijn. En vandaaruit langzaam weer verder opbouwen.’
Uiteindelijk hoopt Mariam zijn eigen boontjes weer te kunnen doppen. ‘Ik wil buiten weer gelukkig worden, een zo normaal mogelijk leven leiden. Met acceptatie van mijn psychotische kwetsbaarheid.’
Later die dag sluit ik in het kantoor van de groepsleiding aan bij de verlofplanbespreking. Steve heeft de evaluatie van zijn verlof opvallend rap ingeleverd, zegt regiebehandelaar Monique. Alles was goed gegaan, er hadden zich geen bijzonderheden voorgedaan, hij was de hele tijd rustig gebleven. Voor zijn goede gedrag verdient hij extra credit. En, fijn voor mij: ‘De journalist was niet opdringerig geweest,’ had Steve genoteerd.
Willem had ik gisteren gevraagd of ik Steve als dank iets mocht geven. ‘Koop een leuk kaartje voor hem. Dat hangt hij vast als aandenken ergens op. Hij krijgt niet veel bezoek.’
In een boekwinkel in de binnenstad had ik een kaartje uitgezocht met in grote letters ‘Veel geluk’. Op de achterkant schrijf ik: ‘Dank dat ik met je mee mocht op verlof. Een volgende keer trakteer ik je op een Italiaans ijsje.’
‘Daar houd ik je aan,’ lacht Steve als ik het hem geef.
Als ik eind van de middag voor het laatst over de afdeling loop, hangt het kaartje op de deur van zijn kamer.
Omwille van onherkenbaarheid en onherleidbaarheid zijn de voornamen van de tbs-patiënten gefingeerd. Om privacyredenen zijn ook de voornamen van de opgevoerde medewerkers van de Van Mesdag pseudoniemen. Bestuursvoorzitter Harry Beintema is wel onder eigen naam opgevoerd.
De Van Mesdag
FPC Dr. S. van Mesdag is met zo’n 260 patiënten en vijfhonderd medewerkers de grootste tbs-kliniek van Nederland. Het karakteristieke gebouwencomplex dateert uit 1883 en heeft als voormalige strafgevangenis een monumentale status. De kliniek is vernoemd naar arts Synco van Mesdag (1861-1941), die zich als gestichtsgeneesheer begin vorige eeuw inzette voor het verbeteren van de leefomstandigheden van gedetineerden. In de Van Mesdag zitten alleen mannelijke tbs’ers (met zo’n 90 procent sowieso nogal oververtegenwoordigd in de tbs-populatie) met dwangverpleging. Tbs-patiënten hebben een misdrijf gepleegd waarop minimaal vier jaar gevangenisstraf staat (zoals (poging tot) moord of doodslag, brandstichting, mishandeling en bedreiging of bepaalde zedendelicten). Een verzachtende omstandigheid kan zijn dat iemand het gepleegde delict niet (volledig) kan worden toegerekend door een psychische aandoening. Gedragsdeskundigen, vaak van het Pieter Baan Centrum (PBC), hebben dan middels uitgebreid onderzoek een oorzakelijk verband aangetoond tussen delict en stoornis. Rechters nemen die adviezen vrijwel altijd over. Wie volledig ontoerekenbaar wordt bevonden, mag volgens het Wetboek van Strafrecht niet worden veroordeeld tot gevangenisstraf.




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.