Salsaleraar was hij. Althans, zo deed hij zich voor online, waar ze hem had ontmoet. Zij, een jonge vrouw uit Noorwegen, zocht een slaapplaats in Amsterdam. Hij bood er een aan. Ze maakten een afspraak. Een dag later stonden ze naast elkaar op de Dam en nam hij haar mee naar zijn containerwoning. Ze weet nog dat ze een biertje en twee glazen wodka van hem kreeg. En dat ze dansten. Daarna werd het wazig en herinnert ze zich slechts flarden van wat er die avond met haar gebeurde. ‘Ik verloor mijn bewustzijn en belandde op mijn rug in zijn bed,’ vertelde ze de zedenrecherche twee dagen later. ‘Het volgende moment lag hij bovenop mij. Ik was halfnaakt. Mijn broek was uit. Hij zat in mij. Ik wilde weg, hem van mij afduwen, maar het was alsof ik de controle over mijn lichaam was kwijtgeraakt en lag als verdoofd, levenloos onder hem.’

Medisch onderzoek toonde aan dat ze in staat van shock verkeerde. De blauwe plekken bij haar hals en de verwondingen aan haar geslachtsorgaan wezen op seksueel geweld. In haar baarmoederhals werden zaadcellen gevonden met het dna-profiel van de verdachte.

De zaak kwam voor de rechter. Samen met de aangifte van een tweede vrouw, die een soortgelijke ervaring met de salsadanser had gehad. Aanvankelijk kregen de jonge vrouwen gelijk en werd de man veroordeeld voor verkrachting. Hij ging in hoger beroep, en werd – vijf jaar na de aangifte – vrijgesproken.

sekswet-tweeluik

Dit is het eerste deel van een tweeluik over de nieuwe zedenwet. Wil je er zeker van zijn dat je het tweede deel niet mist? Abonneer je dan op een van onze nieuwsbrieven.

Consent

Verkrachting wordt in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht gedefinieerd als seksuele binnendringing (met penis, vinger of voorwerp) onder dwang. Het hof oordeelde dat de dwang niet zo groot was geweest dat de vrouwen zich daar niet tegen hadden kunnen verzetten. Dus nee: ze waren niet verkracht. Ook het binnendringen bij iemand die onmachtig is, is strafbaar. Maar een paar biertjes zorgen er niet voor dat je geen weerstand meer kan bieden, dus nee: ook geen onmacht. Het hof vond wel dat de verdachte de grenzen van het fatsoen had opgezocht. ‘Het dossier schetst een beeld van een man die regelmatig afspreekt met vrouwen om zijn seksuele behoefte te bevredigen, en daarbij weinig interesse toont voor een duidelijke instemming van die vrouwen.’ Maar dat is in de huidige wet niet strafbaar.

De Nederlandse wet voldoet niet aan het verdrag van Istanbul, een internationaal instrument om geweld tegen vrouwen uit te bannen.

‘Slachtoffers van verkrachting worden in Nederland onvoldoende beschermd,’ zegt Martine Goeman van Amnesty International. ‘Uit onderzoek blijkt dat zeventig procent uit angst “bevriest” en zich niet verzet, waardoor dwang niet altijd kan worden bewezen en er juridisch gezien geen sprake is van verkrachting.’

Daarmee voldoet de Nederlandse wet niet aan het verdrag van Istanbul, een internationaal instrument om geweld tegen vrouwen uit te bannen. Hierin is afgesproken dat landen strafrechtelijke bescherming moeten bieden tegen seks zonder wederzijdse instemming (consent). Zestien Europese landen gaven daar gehoor aan en voerden het zogenoemde ‘consent-model’ in; waarin niet dwang, maar het ontbreken van instemming centraal staat.

Doodnormale handelingen

Met de komst van een gloednieuwe zedenwet in 2024 zal dat straks ook in Nederland zo zijn. Goeman ziet dat als een overwinning. Niet alleen omdat er mogelijk meer veroordelingen kunnen plaatsvinden, maar vooral voor de erkenning van slachtoffers en de preventieve werking die ervan uitgaat. ‘Bij verkrachtingen denken mensen vaak aan een vreemde die je de bosjes in sleept. De praktijk is anders: 80 procent van de verkrachters is een bekende. Dat maakt het onderkennen ervan ingewikkelder. In de uitzending van BOOS (over het misbruik bij tv-programma The Voice, red.) vroeg een slachtoffer zich af of ze eigenlijk wel was verkracht. Want wat is dat eigenlijk? Door de nieuwe wet wordt die twijfel weggenomen. Iedereen weet straks: als er geen instemming is, heet het verkrachting.’

De rechter krijgt daarmee meer ruimte om strafbaar te stellen wat hij nu nog als ‘onfatsoenlijk’ moet omschrijven. De meeste experts die Onderzoekscollectief Spit sprak, vinden dat een prima ontwikkeling.

Maar de wet introduceert ook een nieuw zedendelict: de schuldverkrachting. Bij iedere vrijpartij bestaat straks aan beide kanten de zorgplicht om steeds te toetsen of de ander (nog) wel wil. Is dat niet het geval en de ander gaat toch door, dan kan die voor opzetverkrachting worden veroordeeld. Ook als hij of zij niet wist dat de ander niet (meer) wilde, maar dat wel had kunnen weten ­– bijvoorbeeld bij passiviteit door bevriezing – kan een veroordeling volgen. Alleen heet het dan geen opzetverkrachting maar schuldverkrachting.

En daar is meer verdeeldheid over. Waar de één vindt dat het nodig is om slachtoffers de maatschappelijk gewenste juridische bescherming te geven, vreest de ander een tsunami aan valse beschuldigingen. Met als gevolg dat mensen (vooral jongeren) seks gaan beschouwen als te risicovol om je mee bezig te houden. Omdat straks bij iedere vrijpartij een toga als een soort zedenmeester in de hoek van je slaapkamer mee loert.

Onderzoekscollectief Spit beet zich vast in de nieuwe sekswet en zocht uit waarom een wet waarvan experts de komst toejuichen, tegelijkertijd de vraag oproept of die straks niet ook ‘doodnormale’ seksuele handelingen strafbaar maakt.

Maatwerk

De huidige zedenwet is een oudje, ze stamt uit 1886. Om haar bij de tijd te houden, moest er door de jaren heen veel aan worden versleuteld. Zo werd in 1991 verkrachting binnen het huwelijk strafbaar gesteld. En mag je sinds 2002 geen seksshows meer bijwonen waar minderjarigen aan meedoen. Inmiddels lijkt de rek eruit. De oude wet piept en kraakt en kan de maatschappelijke, technologische en juridische ontwikkelingen niet meer bijbenen. Neem het eerder genoemde verdrag van Istanbul waarin staat dat er sprake moet zijn van wederzijdse instemming. Rechters proberen daar wel aan te voldoen door creatief met de huidige wet om te gaan. Maar dat leidt – volgens onderzoek van Amnesty International – bij vergelijkbare gevallen tot verschillende uitkomsten.

Het ministerie van Justitie erkent de problematiek en gaf hoogleraar strafrecht Kai Lindenberg in 2014 opdracht de sekswet onder de loep te nemen. Zijn conclusie: de wet is over datum en moet op de schop. ‘Ze is te ingewikkeld geworden voor haar gebruikers (officieren, rechters, advocaten, politie). En dat gaat ten koste van de rechtszekerheid,’ zegt hij vanuit zijn kantoor in Groningen.

In zijn 744 pagina’s dikke onderzoeksrapport laat hij een aantal gebruikers aan het woord die met voorbeelden komen waarbij naar voren komt hoe rechters soms maatwerk moeten toepassen met de huidige wet. Een officier van justitie: ‘Ik had een zaak van een enorme charlatan die zijn cliënten vertelde dat alle problemen lagen aan de seksuele chakra. Drie keer raden hoe dat moest worden opgelost: door seks met hem, ja.’ De rechter besloot dat het hier om een geneesheer ging. Daarmee was sprake van een medische relatie en dus een machtsverhouding. Zo kon de man worden veroordeeld voor het gebruiken van dwang door misbruik te maken van zijn gezag. De uitspraak verraste de officier. Zedenrechercheurs sturen slachtoffers van dergelijke zaken meestal gewoon weer naar huis, omdat ze denken dat die in de rechtszaal geen kans maken. ‘Het is soms mijn eigen, persoonlijke indruk dat er een groot verschil is tussen rechters die zijn opgegroeid tijdens de seksuele revolutie en rechters van latere decennia. Je zou willen dat de wetgever in dit soort gevallen eenduidiger is.’

Doodsbang

Een tweede officier van justitie kwam met een tegenovergestelde verbazing. ‘We hadden een geval van een meisje van veertien à vijftien en hij had een sm‐relatie met haar. We hadden beelden en het kind was doodsbang. Maar ze lag daar gewoon en was niet vastgebonden. Ze werd geslagen, niet heel hard, gewoon zo’n tik. Ik heb toen beargumenteerd dat je de hele constructie en de dingen die hij deed onder dwang zou moeten scharen. De rechtbank ging daar niet in mee. Die beargumenteerde dat ze daar vrijwillig lag.’

‘Als er voor een bepaald delict geen toegespitste begripsomschrijving in de wet bestaat, staat de rechter voor een dilemma: schaart hij het eronder of niet,’ legt Lindenberg uit. ‘Is het antwoord “nee”, dan krijgen slachtoffers van dit soort vergrijpen niet de juridische bescherming die je maatschappelijk gezien misschien zou wensen. Is het antwoord “ja”, dan rekt hij de wet op en kunnen er verschillende omschrijvingen en strafmaten voor eenzelfde soort misdrijf ontstaan.’

‘Wij hebben nu totaal tegenstrijdige uitspraken. Dat is echt een probleem.’

Voor wetgebruikers wordt het zo steeds lastiger om te bepalen of iets strafbaar is. En als dat zo is, welke strafmaat daar dan op staat. Die onduidelijkheid leidt tot rechtsongelijkheid en kan grote gevolgen hebben voor verdachten en slachtoffers.

Niet alle gebruikers van de wet kunnen zich vinden in de analyse van Lindenberg. Landelijk woordvoerder strafrecht van de raad voor de rechtspraak, de 55-jarige Rotterdamse strafrechter Jacco Janssen, denkt dat het met de ingewikkeldheid van de wet nog wel meevalt. ‘Dat geldt vooral voor burgers. Rechters kunnen er nog wel mee uit de voeten.’ Ook het gevaar van rechtsongelijkheid nuanceert hij: ‘Je kunt nieuwe omstandigheden uitleggen naar de oude wet. Dat heet maatwerk. Daartoe zijn rechters prima in staat.’

Toch staat ook Janssen achter de komst van de nieuwe wet. ‘Omdat er natuurlijk een grens zit aan het geven van maatwerk. Daarom is het goed dat de wetgever in actie komt.’

Cyberseks

De problemen met de oude wet komen volgens Lindenberg het duidelijkst naar voren bij het betrekkelijk nieuwe fenomeen cyberseks. Stel, je woont als toeschouwer een online seksshow bij, waarbij je een derde opdracht geeft een kind seksueel te misbruiken. ‘Het hangt dan van de rechter af of dat onder kinderporno valt,’ zegt een officier van justitie in het onderzoeksrapport. ‘Wij hebben nu totaal tegenstrijdige uitspraken. Dat is echt een probleem.’

De wet maakt niet duidelijk of het streamen van beelden onder het begrip afbeelding valt. Dat komt doordat ze het in ‘de jaren tachtig echt nog hadden over videobanden en plaatjes; het moet iets zijn wat kan worden verspreid,’ legt de officier uit.

Een zestienjarige jongen was om die reden juist wel de klos. Zijn veertienjarige vriendin had hem naaktfoto’s gestuurd. Dat vertelde hij een vriendin. Die dat niet geloofde. ‘Dus hij pingde haar zo’n foto, en dat meisje stuurde die door naar de hele school. Dat werd de jongen aangerekend,’ legt zijn advocaat uit. Het fenomeen sexting ­– het zenden van naaktfoto’s – valt namelijk wel onder kinderporno. De jongen kreeg een veroordeling aan zijn broek en heeft nu een strafblad. ‘Hij wilde naar Amerika emigreren. Dat lukt nu niet meer.’

Het is een trend die vooral door de VVD is ingezet. ‘We verbeteren de positie van slachtoffers voor, tijdens en na afloop van het strafproces,’ schreven de liberalen in het verkiezingsprogramma en het daaropvolgende regeerakkoord van 2012, waarin ze kozen voor een harde lijn tegen verdachten. In het visiedocument ‘Recht doen aan slachtoffers’ stelde toenmalig staatssecretaris van Justitie Fred Teeven (VVD) dat het strafrecht niet zo ver moest gaan in het beschermen van verdachten tegen de macht van de overheid dat bestraffing een papieren werkelijkheid werd, waarin ‘daders’ wegkomen met normoverschrijdend gedrag.

De VVD speelde daarmee in op de maatschappelijke roep om slachtoffers van bijvoorbeeld seksdelicten meer juridische bescherming te bieden. Zeker als het om minderjarigen gaat, is dat heel goed te begrijpen, stelt Lindenberg. Probleem is alleen ‘dat die bescherming voor (jonge) slachtoffers evengoed geldt tegen jongeren als verdachten. Daar is weinig oog voor.’

Steeds toetsen

Vanuit het idee dat je verkrachtingsslachtoffers die bevriezen moet beschermen, is de schuldverkrachting goed te begrijpen, stelt Lindenberg. ‘Maar tegenover de bescherming van de een staat de zorgplicht van de ander. En je kunt je afvragen of bijvoorbeeld adolescenten wel beseffen dat ze die zorgplicht hebben.’

Het strafbaar stellen van die onvoorzichtigheid (bij schuldverkrachting) is nieuw in het zedenrecht. We kennen het al wel in het verkeersrecht, bijvoorbeeld dood door schuld. Maar er is een lange lijst van verkeersregels die bij die strafmaat helpen: rechts houden, stoppen bij rood licht, niet drinken. ‘Bij seksueel verkeer zijn die regels veel lastiger te bepalen,’ zegt Lindenberg.

De kern van het probleem met de nieuwe wet: de spelregels over wat straks wel of niet mag, zijn onduidelijk.

En daar lijkt de kern van het probleem van de nieuwe wet te liggen: de spelregels over wat straks wel of niet mag, zijn onduidelijk, zegt Lindenberg. ‘Er zijn wel contexten geschetst. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van meerdere mannen, als het om een eerste contact gaat, op een afgelegen plek plaatsvindt. Maar als je alles naast elkaar legt, ontstaat er geen concreet beeld van de ondergrens. Het zal straks per strafrechter verschillen hoe ze dat doen. Met als gevolg dat we, als we de wet met de huidige onduidelijkheid introduceren, op het gebied van rechtsongelijkheid weinig zijn opgeschoten.’

Dat zal volgens de hoogleraar ongetwijfeld tot ongelukken leiden. ‘De eerste vijf tot tien jaar zullen er verdachten zijn van wie we achteraf zeggen dat ze onterecht werden veroordeeld. Je moet je als maatschappij afvragen of je dat ervoor over hebt.’ Dat betekent niet dat Lindenberg tegen de nieuwe wet is. ‘Die is systematisch inzichtelijker geworden en zal meer bescherming bieden aan slachtoffers die dat volgens internationale verdragen en maatschappelijke moraal ook moeten krijgen.’ Maar, zo besluit hij: ‘De haast om de nieuwe wet in werking te laten treden is ten koste gegaan van duidelijkheid over een heel ingewikkeld misdrijf.’

Binnenkort verschijnt het tweede deel in dit tweeluik. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.