Op woensdagochtend doet het hart van Amsterdam verraderlijk kalm aan. Roodfluwelen gordijnen zijn nog gesloten, net als de wokrestaurants, coffeeshops en het kantoor van de hop-on-hop-off. Hier en daar zie je een schoonmaker het vertier en de schaamte van de nacht ervoor wegpoetsen. Op de stoep van de Oudezijds Voorburgwal wordt heen en weer gehopt tegen de kou; halve sjekkies komen achter oren vandaan om opnieuw te worden aangestoken. Je hoort Nederlands, maar ook iedere andere mogelijke taal.

‘Wie is de laatste?’ Een vrouw met barse stem en zenuwachtige bewegingen is aan komen benen. Een man steekt halfslachtig zijn hand op. ‘Dan ben ik daarna,’ zegt ze in gebrekkig Engels en positioneert zich dan vlak bij de grachtengroene deur.

Alle ogen zijn op diezelfde deur gericht, nummer 12. Nu het bijna tien uur is, kan die deur elk moment opengaan. Wanneer een vrouw in witte doktersjas in de opening verschijnt om nummertjes uit te delen, dringt de groep naar voren. Op volgorde van aankomst, oftewel wie het eerst komt, het eerst maalt. Zo werkt de basiszorg voor mensen die in het reguliere zorgsysteem geen hulp kunnen vinden.

Het recht op basiszorg is er voor iedereen. Maar niet alle zorgverleners doen dat.

Binnen zit huisarts Tom Matthews (41 jaar) al klaar. Zijn gestalte, lang en robuust, vult de koffiekamer. Zijn zachte gebaren stellen gerust. Hij draagt een labjas ‘voor het vertrouwen’. Vier weken geleden is hij vader geworden. Toch zit hij vandaag weer op de Kruispost, zijn ogen lang niet zo vermoeid als je misschien zou verwachten. Naast zijn reguliere werk verschijnt Matthews een paar keer per maand als vrijwilliger op deze gezondheidspost. Dat doet hij al zestien jaar.

Over het waarom haalt hij als vanzelfsprekend zijn schouders op. ‘Waarom word je dokter? Omdat je mensen wilt helpen die hulp nodig hebben.’ En hier, bij de Kruispost, zegt hij, kun je mensen helpen met hun basisbehoeften. ‘Gewoon, zoals iedereen daar recht op heeft.’

Elke ochtend en avond staat de stoep weer vol met zorgzoekers die een huisarts willen zien. Mensen die geholpen zijn met zoiets kleins als anticonceptie of oordruppels. Het zijn stuk voor stuk mensen die er wel zijn, maar eigenlijk niet bestaan. Die hier wonen, maar op papier weinig bescherming genieten. Ze komen meestal niet uit een van de Europese arbeidsmigratielanden, zijn geen vluchteling en zitten ook niet in het asielsysteem; ze zijn er gewoon. Ze leven en werken in Nederland, maar dan zonder papieren. En dus ook zonder zorgverzekering.

‘Tuurlijk,’ zegt Matthews, deze groep zou ook door een reguliere huisarts of een regulier ziekenhuis moeten worden geholpen. In een ideale wereld is er geen Kruispost nodig. Het recht op basiszorg is er voor iedereen. Maar niet alle zorgverleners doen dat. Sommige zijn gewoon te druk, anderen kennen de speciale subsidieregeling (CAK) die voor ongedocumenteerden bestaat niet. ‘Soms bel ik op naar een collegapraktijk, om het nog maar een keer uit te leggen,’ zegt Matthews. ‘We hebben toch dezelfde eed gezworen?’

illegale schoonmakers

Moderne odyssee

De 46-jarige Ruth heeft inmiddels een wit volgnummer bemachtigd en steekt nu verlegen haar hoofd om de deur. Na enige aarzeling neemt ze plaats. Ruth maakt deel uit van de grote groep Filipijnen die gebruikmaakt van Kruispost. Net als bijna al haar landgenoten werkt ze in Nederland als schoonmaakster. Vandaag wil ze, voordat ze weer een huis moeten poetsen, de dokter even zien. Ondanks verschillende onderzoeken voelt haar buik nog altijd niet beter.

Het verhaal van Ruth leest zoals dat van zoveel van haar lotgenoten als een moderne odyssee. Een die ze best wil delen, maar dan alleen anoniem. Onopvallendheid is de modus operandi van de papierloze arbeidsmigrant.

Zes jaar geleden zette Ruth voet aan wal in Nederland. Maar haar thuisland verliet ze al veel eerder, sinds haar 23e werkte ze in Saudi-Arabië, Taiwan, Singapore en Moskou. ‘Wil een familie overleven in de Filipijnen, dan moet er iemand naar het buitenland.’

Toen de sancties tegen Rusland het leven als masseuse haar op die laatste ankerplaats te moeilijk maakten, besloot ze een vriendin naar Nederland te volgen. Ze kwam aan en liet haar toeristenvisum verlopen. Nu schrobt ze vloeren achter Hollandse voordeuren.

‘Ze zijn allemaal even vriendelijk hoor,’ haast ze zich daarbij te zeggen. ‘Sommige werkgevers helpen me af en toe met wat extra’s.’ Als ze nu haar ondergehuurde kamer uitloopt, groeten de buren haar. ‘Zo van, “goedemorgen en goedendag”!’ Grote ogen: nou, dat is wel even anders dan in Rusland. ‘Alleen al een hallo, echt, dat betekent veel voor ons.’

Schaduwkanten

De opgewekte buren ten spijt, het leven van een gemigreerde huishoudster wordt ook in Nederland getekend door schaduwkanten. Voor het eerst tijdens haar wereldwijde omzwervingen is Ruth, zoals ze zelf fluistert ‘illegaal’. In tegenstelling tot eerdere verblijfplaatsen heeft ze hier geen (tijdelijke) werkvergunning. Voor ongeschoolde arbeidsters uit ‘derde landen’, landen buiten de EU, is in Nederland zo goed als geen plek. Zorg, huisvesting of scholing, het is allemaal een strijd en moet – de ene keer gedoogd, de ander keer onder de radar – worden geregeld.

Constant op je hoede zijn wordt dan snel een tweede natuur. Ook nu houdt Ruth haar blik afgewend. Een dokter en twee journalisten; wie zegt haar dat ze niet in de problemen komt? Door rood zal je Ruth niet zien lopen, drukte en mogelijke controles vermijdt ze. ‘Ik let goed op mezelf, ik moet wel.’ Hoge Amsterdamse ramen lappen begint ze niet aan. Dat is zo zonder verzekering gewoon te gevaarlijk. ‘Wat als ik iets breek en niet meer kan werken?’ Ze beantwoordt haar vraag zelf: ‘Dan sta ik morgen op straat en zitten mijn ouders in de Filipijnen zonder eten.’

Matthews, die al die tijd heeft geluisterd, slaakt een zucht. ‘Het is die stress,’ zegt hij. Die constante spanning dat er iets mis kan gaan; dat is de voornaamste gezondheidsklacht van deze mensen. Ja, er zijn ook werkgerelateerde klachten, zeker bij schoonmakers: polsen, ruggen en schouders hebben het zwaar. Weekenden zijn er niet en achter de voordeur komt geen arbo-arts langs. ‘Maar die spanning dat is de bron.’ Geen vast woonadres, onregelmatig werk, onderbetaling, een familie ver weg die op jou leunt en nergens terecht kunnen als je uitbuiting of andere ellende tegenkomt; de opsomming stemt somber.

‘We weten toch dat deze mensen er zijn?’ Maar zolang er geen al te grote problemen ontstaan, ziet hij vooral onverschilligheid.

Hoe kwetsbaarder de mens, hoe verwoestender de stress. ‘We weten al dat daklozen deels door spanning vijftien jaar korter leven. En diezelfde kwetsbaarheid zie je ook bij deze groep ongedocumenteerden.’

Als kersverse vader vindt Matthews de hele situatie mogelijk nog moeilijker te begrijpen. ‘We weten toch dat deze mensen er zijn?’ Maar zolang er geen al te grote problemen ontstaan, ziet hij vooral onverschilligheid. ‘Ondertussen profiteren we als maatschappij van hun positie. Zo’n systeem,’ hij knikt richting de volle wachtkamer, ‘is niet houdbaar.’

Tokens van toewijding

In Nederland maken naar schatting 220.000 gezinnen gebruik van zogenoemde Migrant Domestic Workers zoals Ruth, schat de vakbond FNV. Huishoudelijke hulpen veelal uit de Filipijnen, Indonesië of Brazilië die ervoor zorgen dat bewoners de deur uit kunnen om te werken of studeren. Het is een leger van onzichtbare krachten, poetsend en zorgend, zonder visum.

‘Ik kan je zeggen dat waarschijnlijk een groot deel van de restaurants in de hoofdstad dicht zou moeten en het een vieze bende wordt als je alle ongedocumenteerden weghaalt.’

Vrouwen en mannen die allereerst trots zijn op hun bijdrage aan de Nederlandse economie. Die hun bossen met huisdeursleutels aan elkaar laten zien, soms met wel vijftien exemplaren, als tokens van toewijding. Die, zoals Marion Grace (45 jaar, 10 jaar in Nederland) het samenvat ‘worden vertrouwd met het meest kostbare dat er is: jullie huizen en kinderen’, maar die er toch niet mogen zijn.

Sinds de fameuze Koppelingswet uit 1998 zijn ongedocumenteerden illegale vreemdelingen die niet mogen werken en geen aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen en uitkeringen. Met uitzondering van onderwijs (tot 18 jaar), medisch noodzakelijke zorg en rechtsbijstand. Dat vertaalt zich in een leven in de schaduw: zonder papieren, BSN- of bankrekeningnummer, zorgverzekering of sociale bescherming. Het betekent lange dagen maken voor een minimumloon (als je geluk hebt), zuinig leven en zoveel mogelijk naar huis sturen. Het betekent een huis onderhuren – soms een kelderbox in Zuidoost of een bank in Buitenveldert – voor exorbitante bedragen, terwijl de schimmel op de muren staat en de badkamer met tien anderen wordt gedeeld. Onderbetaling, een ongewenste hand op een bil of heimwee neem je op de koop toe.

‘Tiis tiis’, zeggen ze op de Filipijnen. ‘We houden vol, we verdragen.’

illegale schoonmakers

Noodklok

Hoeveel schoonmaaksters, constructiewerkers, kokshulpjes en marktkooplui zonder visa zijn er? Zijn het er landelijk ongeveer 40.000 zoals instanties lang aanhielden, of wonen er alleen in de hoofdstad al ruim 30.000, zoals de Ombudsman van Metropool Amsterdam in 2021 ‘meer realistisch’ becijferde? ‘Ik kan je zeggen dat waarschijnlijk een groot deel van de restaurants in de hoofdstad dicht zou moeten en het een vieze bende wordt als je alle ongedocumenteerden weghaalt,’ aldus Michael Zwart, landelijk expert voor deze groep bij de politie.

Maar zicht op het aantal mensen dat zonder papieren en buiten het asielsysteem om in Nederland leeft, lijkt geen prioriteit. Kijken we voor dit artikel naar de groep Filipijnen, dan waren er volgens het CBS in 2021 vijftig van wie de illegale aanwezigheid dat jaar is vastgesteld. Cijfers van het Ministerie van Justitie en Veiligheid laten zien dat 270 Filipijnen in 2022 gedwongen of zelfstandig Nederland werden uitgezet. Deze data staan in scherp contrast met de tweehonderd Filipijnse, papierloze kinderen die alleen gemeenschapswerker Eunice de Asis al in haar netwerk heeft.

De energieke De Asis is voorzitter van de Filipijnse migrantenorganisatie Migrante Amsterdam. Als spin in het web van de hechte Filipijnse gemeenschap zet ze zich in voor de werkende migrant. Ze weet dan ook één ding zeker: sinds de coronapandemie heeft iedereen kunnen zien dat zij en haar lotgenoten niet alleen met meer zijn, maar ook onmisbaarder dan gedacht.

Plotsklaps verstoken van werk en inkomsten zagen de ongedocumenteerde arbeiders zich tijdens de coronacrisis genoodzaakt uit de schaduw te stappen en de noodklok te luiden. ‘Het was ongekend,’ zegt Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken in Amsterdam en verantwoordelijk voor de opvang van ongedocumenteerden en vluchtelingen. ‘Ineens waren er duizenden mensen die acuut voedselhulp nodig hadden.’ Terwijl de kantoormensen thuis moesten werken, mochten hun schoonmakers en een enkele nanny het zelf rooien.

Hoe ze zonder contanten de huur moesten betalen of hun gezin moesten voeden; velen hadden geen idee. ‘En die mensen stonden nu ineens voor onze neus.’

Waar het politieke debat zich eerder vooral op de groep uitgeprocedeerde asielzoekers richtte, zo analyseert Groot Wassink, kwam er met de crisis ook aandacht voor deze ‘onzichtbare, meer onder de radar-levende’ groep.

Voedselhulp en vaccinatieposten werden opgezet om waar nodig te ondersteunen, en zijn nog altijd actief.

De arbeidsmarkt voor ongedocumenteerden heeft zich nog altijd niet hersteld naar de pre-covid-situatie. Ondertussen hebben de ad-hoc hulpacties zich verankerd in meer structurele overleggen met organisaties uit migrantengemeenschappen. In verschillende grote steden staan onderwerpen als scholing voor ongedocumenteerde achttienplussers en stadsidentiteitsbewijzen op de politieke agenda. Het zijn lokale initiatieven die langs de mazen en randjes van de meer restrictieve nationale wetgeving naar oplossingen speuren.

‘Veel mensen hebben lang geprofiteerd van deze goedkope arbeidskrachten,’ zegt Groot Wassink. ‘Nu hebben we allemaal kunnen zien hoe kwetsbaar de groep is, dat er misbruik van mensen wordt gemaakt, dat sommigen worden uitgebuit. Daar moet je als stad en uiteindelijk ook als land wat mee. Al lijken ze daar in Den Haag totaal niet aan te willen.’

Kwaad, gefrustreerd

Jasmine (47 jaar, twintig jaar in Nederland) is blij dat die hele lockdownperiode achter de rug is. Nu kan ze, na een lange dag doucheputjes en gootstenen schrobben, weer samenkomen met andere vrouwen uit haar gemeenschap. Die is hecht en vrolijk. Deze vrijdagavond wordt er kip met rijst gegeten en thee gedronken op een ontmoetingsplek voor ongedocumenteerden.

Of ze al weekend heeft? Dat niet: morgenochtend nog een adresje. Vergis je niet, lacht ze, ‘vijftien euro per uur, daar kon ik als callcentermedewerker in de Filipijnen alleen maar van dromen’.

Jasmine geniet niet alleen van het gezelschap, ze lijkt ook opgelucht even weg van thuis te zijn. Op het eenkamerflatje in Amsterdam-Zuidoost (950 euro per maand) dat ze deelt met haar twee tienerkinderen is de sfeer gespannen. Onlangs hebben zoon en dochter, vijftien en dertien jaar oud, van haar gehoord dat ze wel in Nederland zijn geboren, maar als kinderen van twee ‘illegale’ Filipijnen geen verblijfspapieren hebben. Alleen met een Nederlandse vader of moeder komt de Nederlandse nationaliteit.

‘Ik wilde het ze niet vertellen,’ zegt Jasmine. ‘Ik wilde niet dat ze zich anders zouden voelen dan hun klasgenootjes. Maar nu zijn ze kwaad, gefrustreerd. Vooral mijn zoon.’ Geen ID betekent geen bijbaantje, niet mee met buitenlandse schoolreisjes en bovenal (bijna) geen kans om te studeren of een ‘witte’ baan te vinden. Tot je achttiende heb je in Nederland recht op onderwijs, ongeacht je status, daarna houdt het op. Nogal een klap voor een vijftienjarige, aan het begin van zijn toekomst.

Iedereen kent de bekende streken: ‘ik betaal je volgende maand wel’; ‘ik moet nog pinnen’; ‘ah je bent ziek, kun je toch even komen?’; ‘ik haal er een tientje vanaf, het bad was niet schoon’.

Jasmina heeft een fijn gelaat en draagt een modieuze zwarte col. Het zijn alleen haar ietwat gebogen schouders die haar 47 jaar verraden en de uitputtingsslag die haar leven is. Twintig jaar in Nederland zonder papieren en al tien acute verhuizingen achter de rug met twee kleine kinderen onder de arm. Meestal netjes betaald voor haar harde werk, soms ook niet. En toch gelooft ze, ‘weet ze’, dat ze hier een betere toekomst hebben dan thuis. ‘Ik heb ze altijd alleen maar willen beschermen.’

Niets is vanzelfsprekend

De Asis, die de kip en rijst ondertussen uitstalt, kijkt er nauwelijks van op. Als voorzitter van Migrante Amsterdam hoort ze deze verhalen dagelijks. De Asis is zo’n vrouw voor wie het woord duizendpoot lijkt te zijn uitgevonden. Eentje die rechts een knuffel uitdeelt en links een woedend telefoontje pleegt wanneer het ziekenhuis een schoonmaakster met eierstokkanker onterecht een hoge rekening presenteert. Eentje die je haar bank aanbiedt wanneer je, zoals Martina (48 jaar, 24 jaar in Nederland) overkwam, ’s nachts samen met man en kind op straat wordt gezet door de eigenaar van de sociale huurwoning die je onderhuurt omdat meneer ineens bang is voor de woningbouwvereniging.

Zorg, wonen of werk, niets is vanzelfsprekend, weet De Asis. Zelf is ze getrouwd met een Nederlander en heeft dus papieren. Toch maakt ook zij, master communicatie op zak, schoon in het informele circuit om tijd te hebben voor haar vrijwilligerswerk en een vinger aan de pols te houden. Zo kent ze de bekende streken. Iedereen kent ze; ‘ik betaal je volgende maand wel’; ‘ik moet nog pinnen’; ‘ah je bent ziek, kun je toch even komen?’; ‘ik haal er een tientje vanaf, het bad was niet schoon’.

Huisbazen of werkgevers maken er vaak misbruik van wanneer ze weten dat je als ongedocumenteerde geen kant op kunt, ziet De Asis. ‘Ze betalen niet, of te weinig. Zetten je zonder pardon op straat.’ Juist achter de voordeur, daar waar de inspectie niet komt, worden rechten met voeten getreden.

Stapeling van risico’s

In een rapport uit 2018/2019 kwam de Arbeidsinspectie tot een vergelijkbare conclusie. In een onderzoek naar arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling van werknemers in particuliere huishoudens zag de inspectie een stapeling van risico’s bij mensen met een kwetsbare arbeidspositie. ‘Beperkte werkzekerheid in combinatie met beperkte bestaanszekerheid vergroot de afhankelijkheidspositie van werknemers. Door deze afhankelijkheid bestaat het risico op onderbetaling, te lange werktijden, illegale tewerkstelling en uitbuiting.’

En dat terwijl schoonmakers, ook als ze ongedocumenteerd zijn, rechten hebben. Hoewel migranten zonder verblijfsvergunning niet in Nederland mogen verblijven, hebben zij als werknemers – in theorie althans – recht op bescherming, aldus Tesseltje de Lange, hoogleraar Europees migratierecht in Nijmegen. In een onderzoek uit 2022 naar de situatie van ongedocumenteerden schrijft ze dat iedereen, ongeacht status, recht heeft op minimumloon, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden, vakantie en pauzes. ‘Het probleem,’ zegt zij, ‘is dat in de praktijk de meeste migranten zonder verblijfsvergunning hun rechten niet kunnen realiseren.’

‘Iedereen die kan pikt ondertussen een graantje mee in de uitbuiting van deze groep.’

Want ja, een rechtszaak aanspannen terwijl je zo onopvallend mogelijk probeert te leven, ga er maar aanstaan. Hoe kom je aan bewijs? En wat als je verliest, moet je dan weg? Het zijn dit soort vragen waar velen mee rondlopen, en die het prettig maken om iemand als De Asis in je gemeenschap te hebben. Ze regelt niet alleen laptops voor de kinderen of warme winterjassen, vrolijke feestjes en filmavonden, ze organiseert ook informatiebijeenkomsten. Samen met de politie bijvoorbeeld, over het landelijke free-in, free-out-principe, dat garandeert dat ongedocumenteerden veilig aangifte kunnen doen, zonder dat de politie overgaat tot directe aanhouding en uitzetting. Ze praat met burgemeesters en beleidsmakers en lobbyt bij de stad Amsterdam voor een City-ID, naar Amerikaans voorbeeld, waarmee ongedocumenteerden meer bescherming moeten krijgen.

‘De mensen die ik ondersteun zeggen allemaal hetzelfde: erken mijn bestaan en erken mijn bijdrage aan de maatschappij,’ zegt De Asis. Een substantieel deel van de vrouwen uit haar gemeenschap heeft een diploma op zak. Dat ze nu schoonmaken is één ding, maar dat het ‘zwart’ moet, zo onder de radar. Dat vinden ze niet alleen denigrerend maar kan (in theorie) ook tot boetes leiden voor beide partijen. ‘Ze willen gewoon belasting betalen. Werkelijk, ze willen niets liever!’

Typische gedoogcultuur

Die typische Nederlandse gedoogcultuur, waarin iets officieel niet mag maar feitelijk wel bestaat, het is Arre Zuurmond, voormalig ombudsman Metropool Amsterdam, een doorn in het oog. In een begeleidend filmpje bij een onderzoek uit 2021, getiteld Onzichtbaar, spreekt Zuurmond zich ferm uit tegen de manier waarop we als maatschappij met ongedocumenteerde arbeidsmigranten omgaan.

Nederland maakt het niet echt moeilijk om binnen te komen, zegt hij daarin, en hanteert vervolgens ook geen strikt beleid om mensen weg te sturen. En zo woekert de situatie onder de radar voort. ‘Iedereen die kan pikt ondertussen een graantje mee in de uitbuiting van deze groep.’

Terwijl in Europese buurlanden het ene na het andere initiatief opduikt om tijdelijk werk voor arbeidsmigranten te legaliseren, juist in die sectoren waarin nu overal grote tekorten zijn zoals zorg, ict, transport en horeca, blijven we hier huiverig. Als het gaat over immigratie zit Nederland in vergelijking met andere Europese landen ‘in een kramp’, aldus het Ombudsman-rapport.

Fatima Aarbaj is adviseur bij de Ombudsman Metropool Amsterdam en zwengelde het onderzoek na een groeiend aantal meldingen over misstanden aan.

Een ongekende krapte op de arbeidsmarkt en duizenden mensen in Nederland die graag willen werken, voor de nuchtere Aarbaj is het niet zo ingewikkeld. Sommige ongedocumenteerden die ze sprak zijn al jaren in Nederland. ‘Dan is het toch ook gewoon niet slim om daar niets mee te doen?’ Voordat we straks mensen van elders gaan halen om onze zorg en bouwtekorten op te vangen, zou je volgens haar aan deze groep – van wie een deel is opgeleid – kunnen denken.

In het rapport daarom aanbevelingen om bij de buurlanden te kijken wat daar al speelt. Duitsland kent al sinds 2006 het Duldung-beleid, waarmee de niet-uitzetbaremigrant een gedoogstatus krijgt en scholing en werk mogelijk zijn. Spanje en Portugal hebben ook een regeling. En dan is er het Genève-model, dat voorziet in een vouchersysteem waardoor ongedocumenteerden zich onder meer kunnen verzekeren.

Voorbeelden die kunnen inspireren, aldus Aarbaj. ‘Duizenden mensen konden als gastarbeider het land helpen opbouwen; topsporters mogen komen, expats. Maar ik zeg dan: er zijn al duizenden “expats”, alleen worden die sinds 1998 als ongedocumenteerd gezien. Ze zijn er en doen ze het werk waar wij geen zin in hebben.’

illegale schoonmakers

Ontsnappen

Terug op de uitvalsbasis van de ongedocumenteerden in Amsterdam-Oost piept de telefoon van De Asis voortdurend. Tussen het afruimen van de tafel en het opzetten van de sjoelbak door zucht ze: ‘Weer een noodkreet’. Nu van een Filipijnse au pair die zegt in de problemen te zijn maar niet te weten hoe ze wegkomt of waar naartoe te gaan. ‘Please help me miss.’ Arbeidsuitbuiting, seksueel grensoverschrijdend gedrag; soms gaat het helemaal mis. ‘En dit soort berichtjes krijg ik dus elke week.’ Ze schudt haar hoofd, ook een duizendpoot wordt het weleens te veel.

Recil (37 jaar, zeventien jaar in Nederland) is zo’n jonge vrouw die hulp kreeg via het Migrante-netwerk. Jarenlang werkte ze voor een Grieks diplomatengezin in Den Haag. Dagen van minstens twaalf uur en geen weekend. Want op zondag, haar ‘vrije’ dag, moesten er ’s morgens croissantjes worden gehaald voordat de familie wakker werd. Als iedereen ’s avonds weer sliep, poetste ze de keuken. ‘Ik was hun persoonlijke bediende.’ Toen het ministerie van Buitenlandse Zaken in 2016 na klachten een onderzoek begon naar onderbetaling van diplomatiek personeel (dat wel via een visum in Nederland werkt) kreeg haar werkgever een waarschuwing. Haar baas verhoogde haar loon van 1000 naar 1250 euro, ‘maar liet me vervolgens 250 euro per maand pinnen en terugbetalen.’

Inmiddels is Recil weg bij het gezin en maakt ze schoon bij wat particuliere Haagse adresjes. Sindsdien is ze ongedocumenteerd. Met de hulp van Migrante werkt ze aan een aanvraag voor een verblijfsvergunning. ‘Maar ook al heb ik nu geen papieren of verzekering – ik heb wel mijn leven terug.’ De tijd is weer van haar, zegt ze, ‘voorheen zat ik in een gevangenis.’

Joy (50 jaar oud, achttien jaar in Nederland) kent dat gevoel, een combinatie van herwonnen vrijheid en verwarring over wat je is overkomen. Op 32-jarige leeftijd zei ze haar twee jonge kinderen in de Filipijnen gedag voor een officiële baan in Nederland. Althans, dat was haar voorgespiegeld. Aangekomen in Rotterdam en drieduizend euro fix-bedrag verder, bleek ze in de val gelopen. Slapen deed ze niet meer dan vijf uur per nacht, in een stapelbed dat ze deelde met het zoontje van de werkgever. De rest van de tijd werkte ze in het huishouden en de ‘Aziatische winkel’ van een familie. En dat voor driehonderd euro per maand. ‘Een bedrag waar ik zelfs nog van onder de indruk was.’ Na een half jaar was ze er zo slecht aan toe dat Filipijnse klanten zich zorgen begonnen te maken, en haar overtuigden om te ontsnappen.

 

Moderne slavernij

De verhalen van Recil en Joy klinken organisaties als FairWork en HVO-Querido bekend in de oren. Beide organisaties steunen slachtoffers van mensenhandel en moderne slavernij en kunnen bevestigen dat ook onder ongedocumenteerde schoonmakers situaties van arbeidsuitbuiting bestaan.

De database van FairWork laat zien dat er over de laatste jaren 122 Filipijnse cliënten zijn bijgestaan die actief waren in huishoudelijk werk. 90 van hen zijn ongedocumenteerd, 96 vrouw. Wanbetaling, het wegvallen van inkomen door Covid en oneerlijke behandeling zijn veelgehoorde klachten. In vijf van de gevallen is met hulp van FairWork ook een officiële melding gemaakt bij de Arbeidsinspectie van een vermoeden van mensenhandel.

‘En we hebben meer signalen binnengekregen,’ zegt projectleider Anna Ensing. Alleen vorig jaar had de organisatie al 396 cliënten met signalen van mensenhandel. ‘Maar mensen moeten zelf melding willen maken,’ aldus Ensing. ‘En heel veel willen dat niet omdat ze toch bang zijn voor repercussies of denken dat het toch niets uithaalt.’

Om in Nederland van arbeidsuitbuiting te spreken, een misstand die onder mensenhandel valt, moet er sprake zijn van een vorm van dwang. Je moet kunnen laten zien dat iemand de situatie niet kon verlaten. ‘En dat is soms moeilijk te bewijzen,’ weet Ensing. ‘De drempel om van mensenhandel te spreken is dan ook vrij hoog.’

Juist achter de voordeur, waar het handje contantje gaat, er geen contracten aan te pas komen en mensen geïsoleerd kunnen raken, is het lastig bewijslast verzamelen. Voor velen is de situatie benard, maar niet zo slecht dat er een onderzoek volgt. Fairwork zou daar graag beweging in zien. Ook de Rekenkamer heeft laten weten dat pogingen van de Arbeidsinspectie om arbeidsuitbuiting onder het huidige systeem aan te pakken, niet effectief zijn. Niets voor niets overlegt de Kamer later dit jaar een wetsvoorstel waarmee ook ‘ernstige benadeling’, strafbaar gesteld zou worden.

 Status aparte

De roep van de Filipijnse vrouwen in dit verhaal staat niet op zichzelf. Huishoudelijk werkers wereldwijd, formeel en informeel, met of zonder papieren pleiten al jaren voor een betere positie. Het is een roep die is verankerd in een internationaal verdrag uit 2011, ILO Conventie 189 van de Internationale Arbeidsorganisatie, dat bepaalt dat huishoudelijk werkers dezelfde rechten moeten hebben als andere werkenden.

Twaalf jaar na dato heeft Nederland dit verdrag (nog) niet geratificeerd. Niet nodig, zeggen beleidsmakers, want wij hebben de regeling dienstverlening aan huis. In Nederland heeft huishoudelijk werk sinds 2007 deze status aparte, waarmee poetswerk zonder veel gedoe ‘wit’ uit kan worden besteed. Een soort dienstverband light. De particulier heeft weinig administratie en de schoonmakers hebben wel rechten, maar beperkt. In een minimumloon, vakantiedagen en basisverzekering (zelf te regelen) zou voorzien moeten worden. Maar pensioen wordt niet opgebouwd en er ontbreken vormen van sociale zekerheid.

Een markt van ruim € 2,5 miljard per week maar geen volwaardige rechten, aldus de commissie-Kalsbeek in 2014. Het is wat Tesseltje de Lange ‘regulatory neglect’ noemt.

Joy, die aan haar uitbuiters wist te ontsnappen en sindsdien als ongedocumenteerde schoonmaker in Den Haag werkt, kan er niet bij: ‘Hoe kan een cruciale sector als schoonmaak hier zo slecht geregeld zijn?’ Het is een vraag die ze niet alleen zichzelf stelt maar ook vanaf de barricade, bij de vakbond voor Migrant Domestic Workers van de FNV, een van de weinige vakbondsplekken waar ook mensen zonder papieren welkom zijn. ‘Erkenning van het werk via ratificatie van ILO-189 en werkvergunningen, dat zijn onze belangrijkste punten.’ Want alleen zo, zegt Joy worden ze minder kwetsbaar.

Vanuit de schaduw in het licht

De vrouwen uit dit verhaal zouden niet eens direct geholpen zijn met meer rechten voor schoonmakers of ratificatie van het verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie. Want ook dan zijn Ruth, Jasmine, Joy, Martina, Recil en Marion Grace nog steeds ongedocumenteerd. Toch steunen ze de actie van FNV en hun collega’s. Want de situatie zoals die nu is, zoals zij leven, in een schaduwmaatschappij, gaat ons allemaal aan zeggen ze. ‘Het is gewoon in strijd met verdragen en afspraken over bescherming en vrouwenrechten.’

Wat doe je als het systeem je niet opvangt? Dan steun je elkaar. Als schoonmakers, vrouwen, onmisbaren of onzichtbaren. Het is een solidariteit die al lang bestond maar die sinds de pandemie zichtbaar wortel schiet.

Op de voedselafgifte in Reigersbos deelt een plaatselijke vrouwenorganisatie nog altijd volle boodschappentassen uit aan ongedocumenteerde ouders die post-corona worstelen met overleven. Op de laatste demonstraties van FNV Schoonmaak liepen ongedocumenteerden, uitgeprocedeerden, formele werksters en schoonmakers van Schiphol hand in hand.

Duizenden families vertrouwen ons, stond op een spandoek.

Helemaal comfortabel is het niet, zo vanuit de schaduw ineens in het schelle zonlicht. Van een onzichtbaar naar een zichtbaar maar nog altijd onbeschermd bestaan. Daarom gaan de voedselpakketten in Reigersbos ook via de achterdeur, ‘niet iedereen hoeft mee te kijken’. En lopen de schoonmakers in de demonstratie met grote zonnebrillen op.

Arm in arm, daar gaan ze, de vrouwen (en een enkele man) die Nederlandse vrouwen hebben bevrijd van hun huisvrouwschap. Een emancipatieslag is het genoemd. Maar het blijkt er wel een, zo laat het confronterende daglicht nu zien, waarbinnen het onzichtbare en ondergewaardeerde werk is uitbesteed aan vrouwen en meisjes van (ongedocumenteerde) migrantengemeenschappen.

Uitbesteed aan een vrouw als Joy; die haar kinderen heeft zien opgroeien via foto’s en FaceTime – terwijl ze haar liefde kwijt moet in de zorg en schoonmaak voor andere gezinnen.

Mede mogelijk gemaakt door Journalismfund Europe – Modern Slavery Grant.

Sarah Haaij deed onderzoek samen met de Filipijnse journalist Michael Beltran. Samen spraken ze verschillende experts en zeker vijftien ongedocumenteerde schoonmakers op verschillende plekken in Nederland.