Crypto zou ons geld bevrijden. Geen banken meer, geen bemoeizuchtige centrale bankiers, geen inflatie die spaargeld opvreet. Een digitaal muntstelsel, schaarser dan goud, transparanter dan belastingdienstsoftware, vrij van overheidsinmenging. Iedereen met een telefoon zou toegang krijgen tot een eerlijke en vrije financiële wereld. Blockchain zou het vertrouwen vervangen, decentralisatie de macht verspreiden.
En wie wil daar nu niet in geloven?
Zeker nu het rendement om van te watertanden is. Sinds de Trumpiaanse wind de cryptopoorten heeft opengeblazen, zwelgt het ecosysteem in nog meer speculatie. Wat begon als de droom van financiële inclusie, is een uitdijend cryptokoninkrijk geworden. Hier luidt maar één wet: groei, koste wat het kost. Want een systeem dat zelf niets voortbrengt behalve waardestijging, moet steeds nieuwe gebieden veroveren – nieuwe tokens, nieuwe leningen, nieuwe markten. Koloniserende extractie in een digitale jas.
Het resultaat is een munt die zich gedraagt als een rad van fortuin. Hoeveel duizendsten bitcoin voor een brood? Niemand weet het. Morgen is het weer anders, en bij de meeste bakkers kan je hem sowieso niet gebruiken. Crypto is geen betaalmiddel, maar een goktoken dat draait op sentiment en het fetisjisme van de schaarste.
Om de belofte van stabiel digitaal geld waar te maken, moet crypto leunen op datgene waar het zich tegen afzette
Om die volatiliteit te bezweren, kwamen de stablecoins: digitaal geld dat belooft één-op-één inwisselbaar te zijn met de dollar. Een brug naar stabiliteit, zo leek het. Maar onder die brug schuilt drijfzand. De reserves waarop die belofte rust zijn commercieel en ondoorzichtig. Geen centrale bank, geen garantie, geen publieke bescherming. De volumes zijn inmiddels enorm – honderden miljarden aan private ‘digitale dollars’ – maar de veiligheid is gebouwd op vertrouwen in private ondernemingen. Als dat verdampt, is er niets om de klap op te vangen.
En precies hier toont crypto zijn grootste paradox: om haar oorspronkelijke belofte van stabiel en universeel digitaal geld enigszins waar te maken, moet het leunen op datgene waar het zich tegen afzette: de stabiliteit van staatsgeld, de betrouwbaarheid van gereguleerde markten. Stablecoins bestaan bij de gratie van centrale bankvaluta’s. De digitale rebel blijkt niets zonder zijn ‘fiatvader’. Het alternatief blijkt in de praktijk een afhankelijkheidsverklaring.
Intussen worden er in de cryptosfeer leningen verstrekt met rentes tot boven de 30 procent, vaak zonder onderpand, en met hoge wanbetalingspercentages. Geen financiële innovatie, maar microkrediet op steroïden. De platforms zijn de nieuwe leenheren, de gebruikers digitale horigen. Autonomie als marketingpraatje, afhankelijkheid als verdienmodel.
Zo werkt het niet. En daarom hebben we centrale banken. Niet als bureaucratische hobbyclub, niet als organisatie die lenen voor overheden zo goedkoop mogelijk moet maken, maar als anker van stabiliteit. Zij zorgen voor prijsstabiliteit, sturen de geldhoeveelheid en springen bij als het spaargeld dreigt te verdampen. Crypto en stablecoins missen die functies volledig. Volgens internationale toezichthouders kunnen ze niet functioneren als écht geld: ze zijn niet universeel bruikbaar, niet goed aanpasbaar aan economische omstandigheden, en missen het publieke vertrouwen dat nodig is om waarde te behouden.
Toch blijft de droom leven. Crypto zou vrijheid brengen, zo zeggen in ieder geval veel cryptobezitters. Maar de enige echte vrijheid lijkt de vrijheid van verantwoordelijkheid. Want als het misgaat, weten we niet eens wie er verliest. Dat is misschien wel het enige voordeel van die anonimiteit: niemand hoeft iemand aan te kijken die zijn spaargeld verloor in een blockchainluchtkasteel.
Deze column zal ongetwijfeld weerstand oproepen. Er zullen crypto natives zijn die zeggen dat ik het niet begrijp. Dat mag. Maar aan hen dan enkele vragen: voldoet crypto aan de drie basisfuncties van geld? Is het een stabiel ruilmiddel? Een veilige manier om te sparen? Een betrouwbare rekeneenheid?
Zolang er niet een duidelijk bevestigend antwoord op die vragen komt, lijkt het me verstandiger om te vertrouwen op een geldsysteem dat op verantwoordelijkheid is gebouwd – en niet op wensdenken verpakt in code.




