‘Maar het ergerde hem toch weer: dat precieze, dat gewetensvolle, dat strikte.’ Dat zinnetje uit Oek de Jongs nieuwe roman Zwarte schuur staat op pagina 388, zo’n honderd bladzijden verwijderd van het slot. Al die tijd zat ik erop te wachten. Niet met betrekking tot de verhaalinhoud: Zwarte schuur is ondermeer een huwelijksroman en dat zinnetje geeft de blik weer van de door schuldgevoel en smeulende drift bevangen schilder Maris Coppoolse op zijn echtgenote Fran. Het verhaal begint met hun amoureuze impasse, schakelt geruisloos terug naar eerdere tijden die Maris tot de getroebleerde ziel hebben gemaakt die hij is, om na een kleine vijfhonderd pagina’s verlossing te brengen: blijven ze bij elkaar of niet? Onderwijl heel veel ‘roerloos staren’, elkaar niet aanraken en zwijgen, broeierig zwijgen. ‘Ze zwegen. Dat hadden ze geleerd: zwijgen als de agressie opvlamde.’

Oek de Jong schuwt de stevige thema’s bepaald niet: liefde, dood, schuld, geweld.

Maar in wijder...