Het geloof in het dataïsme treedt op met de nadrukkelijkheid van een tweede Verlichting, schreef de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han in zijn boek Psychopolitiek (2015). Ja, dat klinkt een tikkeltje overdreven, zou je kunnen denken. De drang om de werkelijkheid te vangen in data wordt gretig verspreid vanuit Silicon Valley en resoneert ook best, maar onze bestuurders en directeuren hebben toch wel door dat er ergens een grens ligt? Dat sommige dingen – de innerlijke ruimte van de mens, ik noem maar wat – nu eenmaal te complex en ongrijpbaar zijn om te kwantificeren? En vooral: dat we dat ook niet moeten willen?
Achtergrond
Door datahonger is de spreekkamer voor ggz-patiënten geen veilige plek meer

Als het aan de Nederlandse zorgautoriteit ligt, die toezicht houdt op de ‘zorgmarkt’, belanden intieme, medische gegevens van 800.000 ggz-patiënten bij de overheid om de zorg te kunnen verbeteren. De actiegroep ‘Vertrouwen in de ggz’ stapte naar de rechter om deze in hun ogen onrechtmatige en ook nog eens zinloze datahonger aan te vechten.

