Londen krijgt een nieuwe burgemeester, Sadiq Khan, en daarmee wordt een moslim de hoogste bestuurder van wat je gerust de hoofdstad van de wereld mag noemen. Dat moslim zijn is niet zijn enige beroep, Khan was ook een mensenrechtenadvocaat, parlementslid en staatssecretaris en bovendien is hij een geboren Londenaar, met een Pakistaanse achtergrond. Net zoals Ahmed Aboutaleb heeft hij zich in precies een generatie opgewerkt van een laaggeschoold migrantenmilieu tot de hoogste bestuurlijke kringen. Die sociologische reuzensprong, die eerder door autochtone babyboomers is gemaakt, wordt steeds uitzonderlijker. Khan zou wel eens een van de laatsten kunnen zijn van de glorieuze zelfverheffers. Daarmee behoort hij tot een uitstervend soort, als het symbool van een meritocratie die steeds opzichtiger hapert.
Ik was veel verheugder met zijn verkiezing dat ik had gedacht en dat komt weer door Boris Johnson, die sinds 2008 burgemeester van Londen was. Als niet-Brit heb ik die Johnson altijd met een wazig maar sympathiserend oog gevolgd, want de man kan spreken, boeken schrijven, en is in zijn verschijning de minst regenteske aller regenten. Ik begrijp nu pas dat die warrige, alle kanten op springende haardos van hem deel uitmaakte van een uitgekiende marketingstrategie, want in zijn jongere jaren droeg Boris gewoon een nette scheiding. Ook nonchalance vergt blijkbaar een mediatraining.
het vanzelfsprekende geluid van de elite
Maar Boris Johnson verloor definitief zijn onschuld toen hij zich opwond over president Obama, die zich, anders dan Johnson, verzet tegen een eventueel Brexit. Johnson schreef een column die verscheen op de dag dat Obama Londen aandeed, en daarin sprak hij over ‘de geërfde afkeer van de deels Keniaanse president voor het Britse rijk.’ Ik heb de zin een paar keer overgelezen, want zoveel vuigheid, je gelooft het niet. Je moet er Johnsons stem bijhoren, dat vanzelfsprekende geluid van een elite die het al generatieslang voor het zeggen heeft, en je weet dat hier in bekakte termen gewoon het N-woord van stal wordt gehaald als laatste en definitieve afrekening.
Ga maar na: inderdaad heeft Obama een Keniaanse vader, die vooral biologisch van zich heeft doen spreken, want bij leven muntte de man uit in afwezigheid. En ja, die vader zette zich in voor de onafhankelijkheid van Kenia, de voormalige Britse kolonie. Die strijd tegen het kolonialisme is onmogelijk te vangen onder het hoedje ‘afkeer van het Britse rijk’, omdat daarmee een politieke motivatie wordt verkleind tot een hekel aan haring: een toevallige smaakkwestie. Kennelijk is die verkeerde smaakkeuze ook nog eens doorgegeven aan de zoon, en dat moet wel genetisch zijn gebeurd, want aan opvoeding deed de vader niet.
Het grote complotdenken
En dan dat subtiele ‘deels Keniaanse’ over Obama, waarmee de Amerikaanse president weer wordt opgezadeld met de on-Amerikaanse insinuatie. De overtreffende trap is die waarmee Johnson het Britse kolonialisme vergoelijkt en elke aantekening daarbij afdoet als een merkwaardige gril van een eigenaardig soort mensen: dat zijn al diegenen die aan de verkeerde kant van de streep terechtkwamen binnen het Britse Rijk. De gekoloniseerden die hun plaats niet wilden kennen – dat zijn de gekkies. En die gekte geven ze ook nog eens door aan hun nageslacht.
Dit is de formule van Johnson, nu volledig uitgeschreven. Bedenk vooral ook dat dit racistische en koloniale bombardement nodig was om een verschil in opvatting over de EU te beslechten. Ik bedoel: hoeveel heeft het een met het ander te maken?
En ineens begrijp ik ook waarom die schijnbaar achteloze opmerking van Johnson mij zo heeft geraakt. Alle clichés over institutioneel en onbewust racisme, waartegen ik me verzet, worden hier bevestigd. Het grote complotdenken, waarin blanke machthebbers uiteindelijk eerst en vooral blank zijn, lijkt hier gelijk te krijgen. Je krijgt ongevraagd een inkijkje in het Britse establishment: het stinkt er.
Hoera dus voor Sadiq Khan.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.