Jan Rotmans, Hoogleraar Transitiekunde (Erasmus Universiteit)
‘Er zijn verschillende systeemcrises tegelijkertijd, van stikstof tot grondstoffen tot de gezondheidszorg. Op allerlei niveaus treden wezenlijke veranderingen op in inzichten, sociale normen en wet- en regelgeving. Dergelijke transities kosten algauw twee generaties.
Er zijn drie knoppen waaraan je kunt draaien: beleid, technologische innovaties en gedrag.
Het gaat te weinig over gedrag. Mensen lijden aan een illusie van machteloosheid. Toch zie je bij elke crisis het patroon dat meer mensen dan normaal denken: “Nu moet ik anders leven, wonen, werken.” Ook nu bij de energiecrisis is dat zo. Na een crisis – denk aan de coronapandemie – valt een fors deel van de mensen terug in het oude gedrag. Maar uit onderzoek weten we dat als 25 procent van een groep mensen zijn of haar gedrag verandert, dat een kantelpunt is. En dan kan het snel gaan.
Mensen letten heel erg op elkaar. Door die beïnvloeding krijg je kringen op kringen op kringen van verandering. Een crisis kan dat versterken. Je hebt verschillende groepen: van mensen die hun gedrag willen en kunnen veranderen tot mensen die niet willen en niet kunnen.
Vooral die laatste groep zal zich blijven verzetten – dat zien we nu ook bij de stikstofcrisis. Maar uiteindelijk gaat die groep ook om. Na een lange aanloopfase moeten harde keuzes gemaakt worden. Het doet pijn, en dan krijg je maximale weerstand. Dat is eigenlijk een goed teken: het laat zien dat je niet meer terug kunt.
We zitten in de westerse wereld redelijk dichtbij die 25 procent qua verduurzaming. Maar we moeten niet doen alsof we het in één à twee jaar gaan oplossen.
Juist daarom is vooruitgangsgeloof zo belangrijk. Een transitie kan nooit gestoeld zijn op cynisme, anders ben je niet bereid de pijn te dragen. Politici moeten eerlijk zeggen: “Het wordt de komende tien jaar moeilijk.” En niet, zoals Mark Rutte doet, zeggen dat we er over een aantal maanden uit zijn.
Die eerlijkheid móét er zijn, anders kan een sociale opstand uitbreken. Net zoals dat gebeurde in de negentiende eeuw. Toen ging het vooral om de onderklasse, nu gaat het ook om de middenklasse. Het wantrouwen is breder en dieper. Maar het voordeel van het nadeel is: dit dwingt ons om de langdurige radicale maatregelen te nemen die nodig zijn. In die zin helpt het wel, een polycrisis waarin alles samenkomt.’
Eline Peters, Oud-hoofd Campagnes bij De Goede Zaak en medeschrijver van Handboek voor de jonge rebel (2022)
‘Er zitten twee kanten aan deze vraag: wat er nodig is voordat je in actie komt als mens, en als beleidsmaker. Voor beleidsverandering is druk op machthebbers van buitenaf nodig, door lobby en campagnes met een heldere visie. Voor mensen zelf verschilt het. Sommigen beginnen met actievoeren vanuit een ideaalbeeld, om iets te verbeteren zonder dat het nu helemaal fout is.
‘Voor iedereen die ik ken die actievoert, geldt dat er een persoonlijk moment van ommekeer was.’
Anderen – denk aan mensen die actief zijn voor Extinction Rebellion – ervaren iets als volledig ontspoord. Zij zitten op een punt dat alle soorten actie die ze kunnen bedenken gerechtvaardigd zijn om de klimaatramp af te wenden. Maar voor iedereen die ik ken die actievoert, geldt dat er een persoonlijk moment van ommekeer was. Omdat de wachtlijsten in de GGZ voor henzelf en mensen om hen heen zo urgent waren dat er nú iets aan gedaan moest worden. Of, zoals bij mijzelf, dat ik een klasgenoot in huilen zag uitbarsten omdat ze opeens tienduizend euro moest betalen voor haar studie. Maar je hoeft niet per se ervaringsdeskundige te zijn om een bepaalde strijd te steunen als bondgenoot.’
Auke Hulst, Schrijver van o.a. De Mitsukoshi Troostbaby Company (2021) en samensteller van de dystopische verhalenbundel Als dit zo doorgaat (2017)
‘Ik denk niet dat het moet, maar ik denk wel dat het is wat gaat gebeuren. De afgelopen weken was ik op huwelijksreis in de VS, waar ik natuurlijk naartoe ben gevlogen, dus tot zover mijn eigen veranderingsbereidheid. Het bleek een niet aflatende confrontatie met klimaatverandering. We reden met de trein van Chicago naar San Francisco, langs delen van de Colorado River. Deze rivier is heel belangrijk voor de waterstand in Lake Mead, het waterreservaat voor onder meer Las Vegas. Door droogte heeft die rivier bijna een kritieke laagte bereikt.
Er wordt altijd gesproken over een omslagpunt in temperatuur: twee graden. Dat klinkt abstract en arbitrair. Maar wat geen abstract omslagpunt is, is een laagtepeil. Als er niet genoeg water in Lake Mead stroomt, wordt er geen elektriciteit opgewekt bij de Hooverdam en heb je een drinkwaterprobleem. Wat moet een stad als Las Vegas dan?
Wanneer ik het daar met Amerikanen over had, viel me iets op. Vroeger had je twee scholen: “Er is klimaatverandering en daar moeten we wat aan doen” en “Het komt niet door de mens.” Nu is er een school bijgekomen: “Er is klimaatverandering, maar mijn tijd zal het wel duren.” Wanneer alles onder druk staat, zetten mensen hun hakken in het zand. Maar die situatie is niet houdbaar.
De politieke situatie is eigenlijk ook niet houdbaar. Het kapitalistische systeem kraakt in zijn voegen, dat is duidelijk, net als de manier waarop dat samenhangt met klimaatverandering. Maar we zien in Europa en de VS dat het antwoord geen bocht linksaf is, maar juist een harde bocht rechtsaf. Alsof alles naar de sodemieter moet gaan voor er iets gebeurt.
Mensen houden er vrijwel nooit rekening mee met dat zijzelf degenen zijn die ten onder gaan. Het sneuvelen wordt altijd gedaan door de anderen. De mensen die jij niet kent, de mensen die voor jouw gevoel misschien niet eens echt mensen zijn, hooguit een abstract idee.
Er is te veel optimisme en een gebrek aan inlevingsvermogen. Ik ben daar niet vrij van. Als ik me grote sociale onrusten of oorlog voorstel, denk ik ook niet: “Ik ben een van de eersten die onder de grond wordt gestopt,” maar zie ik voor me hoe ik bezig ben met overleven. Misschien is het een goede oefening om een oude klassenfoto te nemen en je voor te stellen dat 30 procent van de mensen op die foto sneuvelt. Misschien wordt het dan tastbaarder.
Zoals ik zei: het hóéft niet te ontsporen. In Californië, de grootste automarkt ter wereld, is een strenge wet aangenomen over de verkoop van elektrische auto’s. De markt volgt, de wereld hobbelt erachter aan. Het kan gewoon. Maar we moeten willen.’
Floor Alkemade, Hoogleraar economie en bestuur van technologische innovatie (Technische Universiteit Eindhoven)
‘Na extreem weer is er telkens extra aandacht voor de noodzaak om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Maar dat leidt niet direct tot meer klimaatvriendelijk gedrag: daarvoor zijn nieuwe routines en systeemverandering nodig. Als je gewend bent geraakt om eerst een trui aan te doen als je het koud krijgt, beklijft dat.
‘Als je iets duurzaams doet, is de kans groot dat je ook op andere vlakken milieubewust handelt. Beleidsmakers kunnen systeemverandering stimuleren door een juiste mix aan maatregelen.’
Daarnaast vinden mensen een consistent zelfbeeld prettig. Als je iets duurzaams doet, is de kans groot dat je daarna ook op andere vlakken milieubewust handelt. Beleidsmakers kunnen systeemverandering stimuleren door een juiste mix aan maatregelen. Zeg niet alleen tegen mensen dat de auto slecht is voor het klimaat, maar schrap parkeerplaatsen én zorg voor goed openbaar vervoer en flexibiliteit in werktijd en -plek.
Ik zie dat er nu al, met behulp van ICT, steeds meer vormen van vervoer aan elkaar geknoopt worden. Binnen gemeenten gebeurt veel, ook door burgers. En ook Europa is ambitieus. Maar de vertaling naar nationaal niveau gaat langzaam.’
Koert van Mensvoort, Kunstenaar, technoloog en oprichter van tentoonstelling RetroFuture in museum Evoluon (Eindhoven)
‘Ik wil het hebben over het qwertytoetsenbord. Zo’n 150 jaar geleden bedacht een Amerikaanse typemachinemaker een indeling die begint met de letters Q-W-E-R-T-Y, zodat de letterhamertjes elkaar zo min mogelijk raken bij het typen. Inmiddels gebruikt vrijwel niemand meer een typemachine en zijn er allerlei toetsenborden bedacht die sneller en ergonomischer zijn. Maar we blijven typen op een qwertyplankje, ondanks alle RSI. Waarom? Dat is geen technische vraag, maar een sociale.
Ik heb op mijn twaalfde mijn typdiploma gehaald. Nu kan ik wel leren typen op een toetsenbord waarbij ik hele lettergrepen tegelijk kan intoetsen, maar zodra ik een keer achter een andere computer zit, heb ik een probleem. Je zou kunnen zeggen dat het makkelijker is je het einde van de wereld voor te stellen, dan het einde van het qwertytoetsenbord. Als er een atoomoorlog komt en bijna alle mensen zijn dood zijn en er zijn geen toetsenborden meer, zijn we in een ravijn gestort waarna we opnieuw kunnen beginnen. Maar is dat wel het einde van qwerty? Misschien krijgen we dan juist weer typemachines.
Van nature ontwikkelen mensen technologieën, en ja, dat is een beetje uit de hand gelopen. Maar mensen die zeggen dat we in een ravijn moeten vallen omdat dat de enige manier is om te veranderen, hebben het mis. Het vergt intelligentie en visie om van een glijbaan af te glijden. Door te denken: “Ik controleer de omgeving niet, maar ik probeer wel om dat wat er om mij heen gebeurt, in mijn netwerk, te sturen.” Geen twintigste-eeuws maakbaarheidsideaal en ook geen fatalisme, maar iets er tussenin.’
Anna Krijger, Campagnecoördinator bij Animal Rights
‘Is ontsporen de enige manier om een revolutie in gang te zetten? Wanneer de rechten van dieren in de wet beschermd zijn en niet meer afhankelijk van de gebruikscontext van de mens, is dat op zich al revolutionair. Voor zo’n verschuiving in ons denken hebben we veel verschillende spelers nodig, van wetenschappers tot ngo’s. Alleen iets weten leidt niet tot verandering, er moet draagvlak voor zijn. En dat wordt aangewakkerd door activisten.
Wat ik probeer aan te wakkeren, is het inzicht dat je als mens niets verliest met niet-centraal staan. Het is juist een enorme verrijking om – en dan ga je alsnog weer uit van de mens – te zien: wow, dit dier is een individu en vindt het leuk om met een bal te spelen of juist met rust gelaten te worden.
‘“We houden allebei van snacks.” Door die brug te slaan, wordt de drempel voor een revolutie kleiner.’
Je moet het op verschillende manieren aanvliegen, want niet iedereen is gevoelig voor dezelfde argumenten.
Veel mensen willen niet “inleveren” op smaak. Het bedrijfsleven heeft de belangrijke taak om voor superlekkere en voedzame alternatieven voor vlees te zorgen.
Om het doembeeld van droge crackers met humus de wereld uit te helpen, deel ik veel memes op Instagram over vegan snoep en frituur. Zo wil ik laten zien dat je iets met elkaar gemeen hebt, als vleeseter en veganist: “We houden allebei van snacks.” Door die brug te slaan, wordt de drempel voor een revolutie kleiner.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.