Liever luisteren dan lezen? Millennial Lou-Anna Druyvesteyn sprak dit artikel voor je in.

‘Burn-out?’ Khalid Boukhima stond in djellaba voor de ingang van zijn herberg. Hij runt een kleine retreat in het Marokkaanse Atlasgebergte waar Europeanen rust komen zoeken. Achter hem kolkte het smeltwater uit de bergen langs de platte, rozerode keien het dal in.

‘Burn-out,’ herhaalde hij peinzend. ‘Ik denk niet we dat woord hier kennen. In Casablanca misschien, of Rabat.’

De dagen die ik in Marokko doorbracht, viel het me op dat mensen gewoon een hele tijd zonder telefoon konden stilzitten. Jongens, meisjes, ouderen zaten rustig voor zich uit kijkend, herdersstok in de hand, bij wat schapen of geiten in het veld. Vrouwen en kinderen konden onafgebroken samen over een muur staan kijken, de vallei in. Khalid verklaarde het met termen als ‘berusting’ en ‘vertrouwen in het universum’.

Minder moeten, meer levenDit is het zevende deel van Annemieks serie over ontploeteren. Lees hier de voorgaande delen!8 februari 2019
Hoe dat moest: niksen

Je moet de romantisering van armoede altijd wantrouwig bekijken, maar dat simpelweg niksen is in onze burn-outmaatschappij uitzonderlijk geworden. In het vliegtuig naar Marrakesh zat ik naast een dertigjarige accountmanager die vertelde over haar twee vriendinnen van eind twintig die burn-out waren geraakt. Een van de twee, werkzaam bij een multinational, werkte lange dagen, ging daarna uit, sportte fanatiek. Uitvalsverschijnselen, zoals handen en vingers die niet meer wilden, waren niet genoeg om terug te schakelen. Pas toen ze met haar auto ergens tegenaan geknald was, moest ze zich van haar vriend ziek melden. Ze leerde nu van een psycholoog hoe dat moest: niksen. Ze mocht een half uurtje rennen, ’s ochtends, als ze daarna maar een uur niks deed. Na het boodschappen doen volgde weer minstens een uur nietsdoen. Ze vond het erg lastig.

Haar eigen ouders, vertelde de accountmanager, hadden een succesvol bedrijf gehad die ze net hadden verkocht. Haar vader had ook wel eens tachtig uur per week gewerkt, maar overspannen was hij nooit geraakt. Hij vond het een beetje moeilijk, die verhalen over burn-out, zei ze. Een beetje aanstellerij, eigenlijk. De accountmanager ging met een groep collega’s een lang weekend naar Marokko. Ze zagen eruit als filmsterren.

De oranje zone

Dat maar doorgaan en doorgaan: arbeidscoach Sandra Le Poole somde in de vorige aflevering van deze serie de gevaren op van ‘de oranje zone’. ‘Eerst zit je hier,’ zei ze, staand voor een flipover met een vierkant verdeeld in vier kleuren, en wees op het vlak rechtsboven. ‘Dit is de groene zone, in de sport noemen we dat de prestatiezone. Als de prestatie eenmaal is geleverd, moet je terug hier naartoe,’ – ze wees naar het blauwe vlak eronder waarop ‘herstelzone’ stond. Om te ontspannen, zei ze, moesten we sporten, slapen, lieve mensen opzoeken en iets leuks gaan doen. ‘Maar in plaats daarvan,’ – ze ging met haar vinger naar het oranje vlak – ‘gaan we in de overlevingsstand. We jakkeren gewoon door.’ Thuiskomen, eten en verder werken; dat was wat ze om zich heen zag. ‘Zo krijgen je hersens nooit rust.’

In die oranje toestand van Le Poole, schreef ik vorige maand, herkende ik mijn eigen gevoelens van opgejaagd zijn, en die van anderen. Mijn ergernis over die ploeterstand was de aanleiding van deze serie: een persoonlijke zoektocht naar de fundamenten van de burn-outmaatschappij, naar minder moeten en meer leven. Deze aflevering gaat over wie het gevoeligst zijn voor stress.

https://www.instagram.com/p/BnQT4FDCERD/

Tot moes geslagen

Millennials, spitsuurders en midlifers, die rapporteren in ons land de meeste spanningsklachten. In de onderzoeken naar burn-outklachten schiet het balkje ‘millennials geboren tussen 1980 en 2000’ het meest naar rechts door. Daarna zijn de werknemers die zorg en werk moeten combineren de klos; en ook midlifers, mensen tussen ongeveer 38 en 50 jaar oud, rapporteren bovengemiddeld vaak spanningsklachten.

Elke twee jaar doen TNO, CBS en het ministerie van Sociale Zaken onderzoek naar de Nederlandse werkomstandigheden. In 2017 werd de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden ingevuld door 45.000 werknemers en zzp’ers. 15,9% van hen gaf aan burn-outklachten te hebben: het ging om momenten van emotionele en lichamelijke uitputting. Niet alleen onder werknemers was de gemeten spanning een paar procent gestegen, maar ook onder zzp’ers.

Door zichzelf stelselmatig rust te ontzeggen en te veel van zichzelf te eisen had ze haar hersens ‘tot moes geslagen’.

Er waren een paar uitschieters. Werknemers van 25-35 jaar waren met bijna 20% het vaakst psychisch vermoeid door het werk. Ook een enquête van de krant Metro in 2017 onder 1816 mensen tussen 18 en 34 jaar bevestigde die gevoeligheid van de jongere werknemers voor spanning. Maar liefst 63% van de deelnemers zei vanwege stressgerelateerde klachten een psycholoog te hebben bezocht, ruim 38% was nu in therapie, vooral vanwege de druk van werk en het sociale leven. 24% was dagelijks bang een burn-out te krijgen, 14% was overspannen.

Neurobiologe Brankele Frank, die op haar 28ste een burn-out kreeg, schreef over die cognitieve en fysieke ineenstorting vorig jaar in Vrij Nederland: ‘Op mijn 28ste vergat ik de namen van vrienden, woensdag volgde op donderdag, boodschappen doen werd een olympische prestatie.’ Door zichzelf stelselmatig rust te ontzeggen en te veel van zichzelf te eisen, had ze haar hersens ‘tot moes geslagen’. Er volgden jaren van hoofdpijn en extreme vermoeidheid. Ze had de cognitieve vaardigheden van een vijfjarige.

Overpresteren

Wat maakt millennials zo kwetsbaar voor spanning? Volgens Jan van den Hoogen ligt de oorzaak in onzekerheid. Hij is strategisch adviseur bij Arbo Unie, een landelijke dienstverlener in de bedrijfsgezondheidszorg die veel onderzoek doet naar arbeidsomstandigheden. Die onzekerheid onder millennials heeft, denkt hij, te maken met hun status op de arbeidsmarkt. Van de werknemers onder de 34 jaar werkt bijna een derde flexibel. In de groep daarboven is dat zo’n 10%.

Ter vergelijking: hij heeft zelf ooit een keer een proeftijd van twee maanden gehad, en toen kreeg hij een vast contract. Hij kon een hypotheek afsluiten, meedoen met de maatschappij, iets opbouwen. Jonge werknemers van nu moeten met flexibele contracten ‘elk jaar opnieuw examen doen’. ‘Dat kan leiden tot overpresteren, en tot een veronachtzaming van lichamelijke signalen van stress.’

Triatlon

Als er al sprake zou zijn van ‘aanstellerij’ onder millennials, zit die ’m in het pathologisch alles, álles willen doen. Het is eerder een overvraagd uithoudingsvermogen dan een gebrek eraan. Brankele Frank somde op: ‘Die pittige baan waarvoor ik veel moest reizen, werkdagen van acht uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts, trainen voor een triatlon, mijn weekends helemaal volstouwen met sociale afspraken uit angst voor een saai en door werk overheerst leven – ik vond dat het allemaal moest kunnen.’

‘Ik kon mezelf bijvoorbeeld een uur lang als bevroren aan mijn bureaulamp vastklampen met een hele to-dolijst voor mijn neus en geen idee hoe ik al die dingen ook al weer moest doen.’

Nienke Thurlings, oprichtster van het platform Jong Burn-out, ging onderuit op haar 24ste. Ze had door de grote werkdruk meer verplichtingen dan wat ze op een normaal tempo op een gewone dag aankon. ‘Ik gaf mezelf de schuld van mijn slechte concentratie,’ schrijft ze in haar boek Jong & burn-out: ‘en begon pauzes over te slaan en op andere manieren te compenseren. Ik sliep en at steeds slechter en onregelmatiger, waardoor mijn lichaam niet meer goed functioneerde. De klachten stapelden zich op. Ik kon mezelf bijvoorbeeld een uur lang als bevroren aan mijn bureaurand vastklampen met een hele to-dolijst voor mijn neus en geen idee hoe ik al die dingen ook alweer moest doen – alsof mijn IQ ineens met de helft was gedaald.’

Ze kreeg paniekaanvallen, sociale angsten, begon mensen te mijden. Intussen werd ze om de haverklap ziek. Haar nachten waren kort, vol afschuwelijke dromen waaruit ze zwetend en angstig wakker schoot. ‘En nog steeds dacht ik dat ik gewoon beter mijn best moest doen.’

Gebrek aan feedback

Een andere reden voor onzekerheid is het gebrek aan feedback op de werkvloer. Toen ik zelf als middentwintiger bij een tijdschrift in dienst kwam, werd ik onder de arm genomen door mijn oudere collega’s. Ik besprak de onderwerpen met mijn chefs, zat ernaast als ze mijn stukken lazen en omgooiden, zat erbij als de tweede versie opnieuw werd gewogen en mocht daarna bij de eindredacteur aanschuiven die de tekst redigeerde. Daar gingen de spelfouten en de kromme zinnen. Ik hoefde me niet vertwijfeld af te vragen of mijn werk wel goed genoeg was; het werd me om de paar dagen duidelijk gemaakt: dit doen we wel, dat doen we niet.

Die persoonlijke begeleiding moeten jongere werknemers tegenwoordig ontberen, zegt Van den Hoogen. Door de digitalisering kunnen we ons werk op elk moment en overal naar elkaar opsturen, daar hoef je elkaar niet meer voor te zien: ‘Vroeger zag ik mijn baas als ik om negen uur ’s ochtends binnenkwam. Nu moet je veel meer moeite doen om een ontmoeting te organiseren.’

Ook het geringe aantal leidinggevenden op teams zorgt volgens hem voor een gebrek aan houvast voor jongeren. In de overheid en de zorg, sectoren waar bovengemiddeld veel werknemers uitvallen door spanningsklachten, geven managers soms wel leiding aan 90 mensen tegelijk. Laatst zei een leidinggevende tegen hem: ‘Ik ben blij dat ik contact kan houden met de mensen die zijn uitgevallen, maar contact houden met mensen die niet zijn uitgevallen zit er niet in.’

Dat is helemaal niet goed, zegt hij, zeker niet voor jongere werknemers. Mensen hebben op de werkvloer behoefte aan erkenning en verbinding. ‘De beginnende werknemers worden veel te weinig bij de hand genomen.’

https://www.instagram.com/p/Btd-ym6h7YN/

Overachievers

Millennials hebben juist meer feedback nodig, omdat ze thuis die voortdurende bevestiging zo gewend zijn. Dat zegt Johan Veneman, oprichter en mede-eigenaar van Mind Work Productions. Zijn organisatie selecteert kandidaten voor spelprogramma’s als Expeditie Robinson en Wie is de Mol. Ook helpt hij organisaties als Tele2, KPMG, Talpa, de Bijenkorf, Schiphol en Rituals met beter communiceren op de werkvloer.

Lees ookLees ook: Begeleid afgestudeerden beter wanneer ze gaan werken, daar heeft iedereen baat bij13 december 2018De overgang van thuis naar werk is te hard, meent Veneman. ‘Millennials zijn van huis uit gewend dat alles wat ze doen gezien en gewaardeerd wordt.’ ‘In het skiklasje,’ zegt hij, ‘kreeg iedereen een gouden medaille, ongeacht de prestatie. Dat leidt tot inflatie van waardering. Als ze dan in een bedrijf komen waarin mensen het lastig vinden om feedback te geven, raken ze onzeker. Dan krijg je onzekere overachievers.’

Die onzekerheid wordt aangejaagd door sociale media. Nienke Thurlings zegt: ‘We worden onwillekeurig toch beïnvloed door beelden die het perfecte leven uitdragen. Jongeren van nu zijn gewend om zichzelf te laten beoordelen door likes. Zo raken ze van zichzelf vervreemd, en slaan ze op hol.’

Niet iedere millennial gaat onderuit, maar degenen die grenzeloos, onzeker en perfectionistisch zijn moeten uitkijken, zegt Arbo-adviseur Van den Hoogen: ‘Als je die eigenschappen hebt, houdt niks of niemand je meer tegen op weg naar overspannenheid.’ Toen hij zelf zo oud was, ging om vijf uur de deur van het kantoor op slot, of hij nu klaar was met zijn werk of niet. Nu kunnen we plaats- en tijdonafhankelijk werken. ‘Je kunt je werk altijd nog in het weekend plannen. En dan laat je een feestje schieten, en nog een. Maar in dat feestje zit juist je ontspanning. Jongere medewerkers hebben nog daar niet de copingmechanismen voor. Dus je bent jong, onzeker, je hebt nog niet het vermogen jezelf te corrigeren en je hebt dankzij de digitale communicatie de gelegenheid grenzeloos te werken. Daar hebben we het recept voor burn-out.’

Angstcultuur

De oorzaak van de vele spanningsklachten ligt niet bij millennials, zegt Veneman, ze zijn alleen door hun karakter en opvoeding kwetsbaarder voor een ongezonde werkcultuur. ‘Ken je die kanaries die vroeger in kooitjes in de mijnen werden meegenomen? Als er gevaarlijke gassen vrijkwamen, stierven zij als eerste en konden de mijnwerkers zich snel in veiligheid brengen. De millennials zijn nu die kanariepietjes. Als ze spanningsklachten vertonen, worden ze drie weken naar huis gestuurd en gaan dan weer aan het werk. De werkgever denkt: mooi, we zijn er op tijd bij geweest. Nee, je moet kijken waar het gas vandaag komt.’

De hedendaagse werkvloer is volgens Veneman een ongezonde plek. Er ligt een veel te grote nadruk op productiviteit, cijfers, targets, ziet hij. Er zijn te veel overlegjes, er worden te veel e-mails gestuurd, er staan te veel mensen in de cc. Het is een valse productiviteit die een gevoel van controle moet opleveren. En dat in een werkcultuur die fouten onmiddellijk afstraft.

Als er gevaarlijke gassen vrijkwamen, stierven de kanariepietjes als eerste en konden de mijnwerkers zich snel in veiligheid brengen. De millennials zijn nu die kanariepietjes.

Mikkel Hofstee, directeur van trainingsbureau Lifeguard, zei over die schadelijke opvatting van efficiency in de vorige aflevering: ‘Het leidt tot een angstcultuur, tot een gebrek aan zeggenschap over hoe je je werk uitvoert, en tot verlies van betekenis en voldoening als je vanwege die tikkende klok en strakke protocollen precies die taken moet afraffelen die je eigenlijk het liefst doet.’ Die steriele manier van werken tast de menselijke maat aan: ‘Dan kun je wel op individueel niveau aan vitaliteitstraining doen, maar dat is dweilen met de kraan open. Dit moet je op organisatieniveau aanpakken.’

Volgens Johan Veneman lopen millennials stuk op zo’n manier van werken. Het gaat deze generatie om veiligheid, betekenis en erkenning, zegt hij. ‘Wij,’ (Veneman is 47) ‘kunnen als generatie langer doorgaan met iets dat niet per se betekenis voor ons heeft. Deze generatie niet. Zij gaan zich niet tien jaar het leplazarus werken om op een fraai plaatsje in de organisatie te komen.’ De verschillende generaties op de werkvloer hebben, zegt hij, niet de sociale vaardigheden om dat verschil in mentaliteit goed te bespreken. ‘De ene is fundamenteel onzeker en maskeert dat met bravoure en wijsneuzigheid. De oudere generatie is hiërarchisch, en ergert zich aan de jongeren. Dan kunnen we millennials wel individueel trainen hoe met spanning om te gaan, maar je kunt beter iedereen met elkaar in gesprek brengen over de fundamentele waarden van het bedrijf – hoe ongemakkelijk dat soms ook is.’

https://www.instagram.com/p/BtnsRzuDRIg/

Strikt tijdsregime

‘Gespannen zijn zonder dat er sprake is van reële problemen; dat lijken me de typische symptomen van een burn-out.’ Fatima Belbame, werkzaam in de herberg van Khalid Boukhima, had een dik wollen vest aan. We hadden voor de haard over spanningsklachten gepraat. Het was koud in de herberg. Overdag konden we op het terras zitten, maar ’s ochtends en ’s avonds zat het handjevol gasten zo dicht mogelijk bij het vuur.

Na een studie marketing en een drukke baan in miljoenenstad Casablanca had Belbame een rustiger leven gezocht in dit dal in de Grote Atlas. Een vriendin was naar New York City verhuisd en bijna ten onder gegaan aan verwarring en stress. ‘De herrie, de vervuiling in de stad; een mensenlichaam kan het niet aan,’ zei Belbame. ‘Als iedereen hard rijdt, moet je zelf ook hard rijden.’

Hiermee vatte ze onbedoeld treffend samen wat de Duitse filosoof Hartmut Rosa de onzichtbare dictatuur van de versnelling noemt. Men zegt wel dat de moderne mens vrij is, stelt hij in zijn boek Leven in tijden van versnelling, omdat er nauwelijks nog ethische regels zijn die hem inperken. Maar in werkelijkheid worden we in samenlevingen als de onze beheerst door ‘onzichtbare, gedepolitiseerde, niet ter discussie gestelde tijdsregimes’ die ons vervreemden van het goede leven. Fastfood, speeddaten, powernaps: het tempo van ons dagelijkse handelen is verhoogd. Atleten kunnen altijd nog sneller rennen, communicatie en transport zijn versneld. Modes, levensstijlen, taalgebruik veranderen steeds sneller. En dat heeft allemaal geen tijdswinst opgeleverd, integendeel: die vrijkomende tijd wordt gebruikt om nog meer te kunnen en moeten doen. Daardoor is er altijd haast, is er het idee dat tijd door de vingers glipt en worden de pauzes tussen activiteiten verkort.

De mensen die daarvan het meest last hebben, zijn die met een dubbele of driedubbele belasting.

Planningsproblematiek

Als stress te lang aanhoudt, gebeurt er in elk lichaam ongeveer hetzelfde. De afgifte van het stresshormoon cortisol, dat de ontwrichtende werking van adrenaline moet compenseren, gaat zelf psychische en lichamelijke klachten veroorzaken, tot en met de algehele kortsluiting ‘burn-out’. Hoe die klachten zich uiten, kan van persoon tot persoon verschillen. De reden waarom mensen in die ‘oranje zone’ blijven hangen ook. Voor spitsuurders, werknemers die voor kinderen en vaak ook voor zieke ouders zorgen, ligt de bron van spanning in de dubbele of driedubbele belasting. Vrouwen hebben vaker last van burn-outklachten (15%) dan mannen (9%), blijkt uit het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 en de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Van den Hoogen heeft het over ‘indrukwekkende verschillen in psychosociale arbeidsbelasting’. Vrouwen ervaren nog steeds een veel grotere privé-belasting: ‘Planningsproblematiek. Op tijd hier zijn, op tijd daar zijn.’

Terwijl de politiek vrouwen financieel zelfstandig wil hebben, is de belasting van de mantelzorg de laatste tien jaar fors toegenomen. Die zorg vond eerst plaats in zorg- en verpleegtehuizen, nu ligt hij bij de kinderen die werken en gezinnen hebben. Hier kan de politiek volgens Van den Hoogen ‘prachtige keuzes gaan maken’.

De afgifte van het stresshormoon cortisol gaat zelf psychische en lichamelijke klachten veroorzaken, tot en met de algemene kortsluiting ‘burn-out’.

Werkende allochtone vrouwen voelen nóg sterker de druk om thuis de zorgtaken op zich te nemen, en mantelzorg te verlenen. De overspannen allochtone werkende vrouw; dat is echt een nieuw fenomeen, ziet de strategisch adviseur.

Aanstellers, die overspannen mensen? Misschien zijn de werknemers die onderuitgaan wel juist de leukste. De gevers in ons midden: de leerkrachten die voor elk kind klaarstaan, de verpleegkundigen die ondanks onderbezetting elke patiënt het beste geven. ‘Als werkgever moet je juist letten op je meest bevlogen mensen,’ zegt Van den Hoogen. ‘De mensen die zich nergens druk over maken, zijn er minder gevoelig voor. Het is een dun randje tussen bevlogenheid en overspannenheid, zeker nu de grenzen van plaats en tijd zijn opgeheven en de bezetting niet op orde is. Dit is juist de groep waar een bedrijf op vaart, op hun energie en hun enthousiasme. Daar moet aandacht voor zijn: “Ik zie je heel hard lopen. Wanneer neem jij rust?”’ Een andere ‘kwetsbare’ eigenschap is volgens de adviseur behulpzaamheid – hij heeft het dan over de mensen die mantelzorg op zich nemen, nog even iets doen voor de vereniging, op school de handen uit de mouwen steken.

Disbalans

De derde piek in de groepen met spanningsgevoeligheid zijn midlifers. Ook tijdens de midlife is er een disbalans, zien ze bij Arbo Unie aan de cijfers. ‘Het is een klassiek bezinningsmoment. Wat wil ik nu?’ Hoe mensen daar doorheen komen, kun je volgens Van den Hoogen onderscheiden in grofweg twee groepen. Je hebt de mensen die er met hernieuwde energie en een grotere mentale veerkracht uitkomen; in die groep daalt het verzuimpercentage. En je hebt er die verbitterd raken, gaan klagen, zeggen: ‘Hoeveel jaar moet ik nog?’ Zij vallen eerder uit door stressklachten. ‘Die midlife is geen verrassing,’ stelt Van den Hoogen. ‘Organisaties zouden een prima gesprekspartner voor werknemers kunnen zijn om over nieuwe mogelijkheden in een loopbaan te praten.’

De groep 50-plussers heeft relatief minder klachten. Ze zijn volgens Van den Hoogen financieel in balans, hebben zelfstandige kinderen en geen grote carrièreambities meer.

Hoe vol is uw fles?

In de Marokkaanse herberg sprak ik met een jonge Vlaamse. Een paar jaar geleden, toen ze samen een reis maakten door Zuid-Afrika, was haar vriend tijdens een solitaire dagtocht in een kloof gevallen. Hij had daar een nacht in gelegen en was met een traumahelikopter naar de intensive care gebracht. Gebroken been, gebroken heup, barst in zijn schedel. De revalidatie zou maanden duren.

De ambulancemedewerkster vroeg aan de Vlaamse: ‘Hoe vol is uw fles?’ Op de vraag wat ze daarmee bedoelde, antwoordde ze: ‘Je moet altijd zorgen dat je ruimte in de fles overlaat voor dit soort gebeurtenissen; als hij al te vol is, ga je onderuit.’ Dat had ze onthouden, zei mijn medegaste. Daarom was ze nu, vijfeneenhalve maand zwanger, een weekje naar deze rustige plek gekomen om krachten op te doen voor straks.

De versnelling van technologie, transport en arbeidsprocessen heeft de mogelijkheid gecreëerd om altijd bezig te zijn, stelt filosoof Hartmut Rosa. Wat we moeten leren, is om die mogelijkheden niet klakkeloos te benutten, want ze slingeren ons weg van onszelf. Maar die beheersing die we moeten betrachten, staat haaks op de menselijke natuur, want we wíllen ook graag versnelling. We hebben die processen immers zelf uitgevonden en toegepast. Om gezond te blijven, moet je dus de discipline opbrengen om die geneigdheid naar meer en sneller regelmatig de rug toe te keren.

Uit dat ‘onzichtbare tijdsregime’ stappen vereist een mate van bewustzijn en autonomie die niet iedereen in huis heeft. Zeker niet de mensen die floreren in grote organisaties en van nature meer op de groep dan op het eigen individu gericht zijn.

De beheersing die we moeten betrachten staat haaks op menselijke natuur, want we wíllen ook graag versnelling.

Werkgevers kunnen hun personeel daarbij helpen, meent Van den Hoogen. Arbo Unie gaat daarom dit jaar werken met een nieuwe test waarbij niet alleen stress en energiebronnen op het werk in kaart worden gebracht, maar ook die van thuis. Heeft iemand jonge kinderen, doet iemand mantelzorg, is er sprake van een scheiding, hoe is de financiële situatie?

De oplossing ligt volgens Van den Hoogen in het aanboren van energiebronnen, niet in het aanpakken van de problemen. ‘We kunnen niet zeggen: ga maar 50% minder scheiden of 40% minder voor je moeder zorgen, we kunnen wel kijken: hoe compenseer jij dat energieverlies? Heb je nog tijd voor je hobby’s, doe je nog aan sport, ga je nog voldoende wandelen? Zie je je vrienden?’ Autonomie, verbinding, ontspanning, beweging, dat zijn stabiliserende factoren voor een gespannen geest. Zo’n test jaarlijks inzetten helpt om klachten op tijd te signaleren.

Want het aantal mensen met spanningsklachten gaat niet verminderen, stelt Van der Hoogen: ‘We zien dat het aantal mensen met klachten toeneemt, maar het verzuimpercentage niet. Dat betekent dat mensen met klachten zich niet ziek melden.’ Nee, dat is niet ‘flink’, zegt hij vermanend, ‘dat is onverstandig. Dat niet aangeven van klachten is slecht voor medewerker en bedrijf. Het schaadt de gezondheid, het geluk, de productiviteit, de inzetbaarheid en de betrouwbaarheid.’ De kernvraag moet volgens hem steeds opnieuw zijn: wat heb ik op dit moment in mijn leven nodig om op een gezonde manier belastbaar te blijven? ‘Die vraag moeten we onszelf door alle levensfasen heen blijven stellen: wat heb ík nú nodig om te kunnen blijven werken en zorgen?’

Jamila Minane zou dat een te oppervlakkige oplossing vinden voor een rustig gemoed. De van oorsprong Marokkaanse yogalerares woonde tientallen jaren in Canada, maar nam haar intrek in een afgelegen huis in het Atlasgebergte nadat haar kinderen het huis uit waren. Ze geeft yoga­les aan de gasten van Khalids herberg. ‘Burn-out is niet in verbinding staan met je god,’ zei ze resoluut. ‘Als je niet weet waar je vandaan komt, ben je verloren.’ Ze wees op Khalid. ‘Hij en ik hebben Allah.’

‘Burn-out is een disconnectie met je ziel,’ vulde Boukhami aan. Ze gaven elkaar een high five, en Jamila wandelde met haar nordic stokken de bergen in.