Liever luisteren dan lezen? Lou-Anna Druyvesteyn heeft dit verhaal ook voor je ingesproken. Abonneer je in Spotify, Apple of Google Podcasts of een andere podcastapp naar keuze om nooit meer een voorgelezen verhaal te missen.
Ik droom al mijn hele leven over verdwalen. Over onderweg zijn maar steeds door iets of iemand worden opgehouden. Het gaat altijd zo: net als ik weer op de juiste weg lijk, vraagt iemand om mijn aandacht, ik sta iemand te woord, ga mee naar binnen, vind de uitgang niet, sla een verkeerde hoek om, raak afgeleid door etalages en ongelukken, struikel over drempels, blijf eindeloos ronddwalen in labyrint-achtige gebouwen of stratenplannen. Ik bereik in die dromen tot mijn ongeloof en ergernis nooit de plaats van bestemming, maar het lukt me wel altijd opnieuw om een nieuwe weg te vinden.
Dat is kennelijk waar het om gaat: onophoudelijke wendbaarheid.
Spiritueel kapitaal
Er zijn volgens sociologen verschillende vormen van kapitaal. Economisch kapitaal betekent het bezit van geld en onroerend goed, cultureel kapitaal is over de juiste manieren beschikken om in de maatschappij te worden opgenomen. Sociaal kapitaal betekent een netwerk hebben van mensen die je kunnen helpen. Daarnaast is er ‘esthetisch kapitaal’: dat zijn uiterlijke kenmerken die een samenleving waardeert, zoals in de onze tegenwoordig een recht stel tanden.
Je kunt daar ‘spiritueel kapitaal’ aan toevoegen, zoals de jonge internetondernemer die zijn lucratieve baan opgaf om voor zijn dochters te zorgen. Dat gaf hem de ruimte om zich te verdiepen in religieuze kennis, zei hij in de tweede aflevering van deze serie. Hij omschreef dat als ‘het opbouwen van spiritueel kapitaal’.
Dan is er ‘taalkapitaal’: de beheersing van de taal van de dominante cultuur, en ik zou er zelf nog levenslustkapitaal bij willen voegen, en schoonheid-kunnen-zienkapitaal.
Je kunt kortom op veel verschillende manieren vermogend zijn, daar hoef je helemaal geen flinke bankrekening voor te hebben.
Leven vanuit essentie
Er is nog een vorm van vermogen: ‘ruimtekapitaal’, de vrijheid om op het juiste moment precies te kunnen doen wat je belangrijk vindt.
Ik hoorde de term van theoloog Thijs Caspers en zijn partner, strategisch consultant Barbara de Lange. Zij reisden het afgelopen jaar met een busje door Europa, van het Schotse eiland Harris naar de bergen van Albanië en de citroenboomgaarden in Sicilië.
De Lange en Caspers noemden de vrijheid om het werk neer te leggen en lang op reis te gaan zonder planning en agenda ‘ruimtekapitaal’.
‘We proberen beetje bij beetje telkens iets meer te leven vanuit essentie en eenvoud,’ schrijven ze op hun blog thuisopdevierkantemeter.nl. ‘Een tijdje leven in onzekerheid klinkt ongemakkelijk. We zijn het niet gewend: onze Nederlandse samenleving doet er alles aan om het ongewisse weg te filteren en te beteugelen. We begraven ons onder een berg van regeltjes en wetten, en iedereen dient haarfijn zijn carrièrepad uitgestippeld te hebben, zodat je weet waar je de komende vijf jaar aan kunt werken. Het levert ons veel op: in materieel opzicht gaat het ons voor de wind. Maar veel minder oog is er voor wat uit het zicht raakt: de gedachte dat het onbekende ook een grote bron van rijkdom is.’
Existentiële reflectie
Wendbaarheid is de mogelijkheid en vrijheid hebben om je te kunnen richten op wat op dit moment in het leven het allerbelangrijkst is, zowel persoonlijk als professioneel, zonder het idee dat je daarmee op alle andere fronten tekortschiet. Het begint ermee ’s ochtends wakker te worden en te denken: ja, dít ga ik doen vandaag! Dat is wat ik eerder in deze serie ‘lust’ noemde: de ontsnapping uit een drukkig niks, ‘de wil en zin om dingen te doen, het vuur aan te steken in de dag’.
Wendbaarheid is de mogelijkheid en de vrijheid om je te kunnen richten op wat dit moment in het leven het allerbelangrijkst is, zowel persoonlijk als professioneel, zonder het idee dat je daarmee op alle andere fronten tekortschiet.
Zo mogelijk nog belangrijker is het om op zo’n ochtend vóór je opstaat te bepalen wat je vandaag allemaal níét gaat doen. ‘Existentiële reflectie’ gaat ook over de erkenning dat we niet alles willen, noteert filosoof Svend Brinkmann in The Joy of Missing Out. Willen we geen vormeloze massa worden, dan moeten we ons volgens hem richten op iets heel specifieks.
Alles houdt een offer in
‘Het allerbelangrijkste’ klinkt romantisch maar betekent voor de meeste mensen gewoon dat als hun moeder, partner of kind ziek wordt, ze er graag met hun aandacht bij willen zijn. Of ze geloven niet meer in de koers van hun werkgever en willen iets zinvollers gaan doen. Of ze worden geacht de zoveelste meeting bij te wonen, terwijl ze tijd nodig hebben om hun eigen werk goed af te maken, en nu moeten ze dat thuis doen, terwijl ze ook de kinderen hadden willen voorlezen. Of ze zijn moe en willen een tijdje naar zee.
Het allerbelangrijkste kan zijn om elke dag door de velden te kunnen fietsen om de veranderende seizoenen te kunnen volgen, – dan weer de prikkeling in de lucht te voelen van haardhout, dan weer die van de voorjaarsbloesem. Daar de vrijheid toe hebben, en niet meer elke dag de file in te hoeven.
Zelf ga ik binnenkort bijvoorbeeld samen met anderen onderzoeken hoe de kennis uit deze serie om te zetten in nieuwe rituelen.
Het maakt niet uit wat het is. Marie Kondo zou vragen: does it spark joy?
In de psychologie noemen ze het ‘je kernwaarden kennen en daarop sturen’. Het zijn de waarden waarvan niet alleen de lust door je lijf trekt en je hart sneller gaat kloppen, maar waarvoor je ook bereid bent de prijs te betalen. Alles houdt immers een offer in, stelt Mark Manson, auteur van De edele kunst van not giving a f*ck, op zijn blog. Alles omvat een soort van kosten. Niets is de hele tijd plezierig of opbeurend. Dus de vraag wordt volgens hem: welke strijd of opoffering ben je bereid te tolereren?
Dat is een inzicht dat ik nooit meer wil kwijtraken: dat het goede leven gedefinieerd wordt door de vrijheid om te kunnen doen wat je het liefst doet, wat het ook is, en dat het gaat om die manier van leven te faciliteren en financieren. In de positie zijn om te kunnen meebuigen met wat zich aandient.
Niks liever willen doen
Het is zomer 2019, anderhalf jaar nadat ik op een koude decemberochtend wakker werd met een gevoel van gejaagdheid. Ik word nooit meer zo wakker. Vaak heb ik ondanks de verliezen een gevoel van lichtheid.
Op een van de warmste junidagen in de geschiedenis zit ik de hele dag te schrijven. De ramen staan open, de vogels houden zich heel stil op de takken van de grote groene platanen. Ik had nu niks liever willen doen.
Ik was eerlijk gezegd radeloos van huis gegaan, mijn gemoed zwarter dan het water hier, maar de plotselinge aanblik van de dieprode rozen bracht me onmiddellijk tot rust.
Mijn kinderen zijn aan het zwemmen, en voor de foto’s van mijn overleden liefje staan de rozen die ik tegen zijn gevel vond toen ik twee weken geleden op de nacht van mijn verjaardag naar zijn huis wandelde. Geen spoor nog van de nieuwe bewoners, gelukkig, alleen het geluid van ruziënde watervogels.
Ik was eerlijk gezegd radeloos van huis gegaan, mijn gemoed zwarter dan het water hier, maar de plotselinge aanblik van de dieprode rozen bracht me onmiddellijk tot rust. Eerst de witte rozen in de winter, toen de uitbundige kersenbloesem in het voorjaar en nu de vroege zomerrozen; alles blijft maar bloeien na zijn vertrek, met de voor hem kenmerkende sensuele brutaliteit. ‘Zijn levenskracht vertakt zich in wat en wie hij achterlaat,’ dacht ik. ‘Als ondergrondse rivieren.’
Er is geen weg meer terug
‘Je moet wat meer loslaten, A’tje,’ zei hij, een paar maanden voor hij onverwachts stierf. ‘Je sleept te veel mee.’
Er is dat hopperiaanse moment, waarop je in het halfduister ontgoocheld naar je glas staart, zonder gezelschap, de realisatie dat er aan het leven dat je leidde door je eigen toedoen of dat van anderen een onverbiddelijk einde is gekomen. Het besef: er is geen weg meer terug. Daar begint het écht mee.
Je kunt nog zoveel boeken lezen over time management, over concentratie, over ‘hyperfocus’, maar je raakt de kern van het geploeter niet zonder fundamenteel onderzoek naar wat belangrijk is, en het gaat niet lukken zonder scherpe keuzes. Ontploeteren vraagt ten diepste om een andere levenshouding. Zelfmanagement is ontzettend handig op dagen en weken dat er veel moet; voor sommige mensen duren dergelijke zware periodes vol zorg en hectiek helaas langer dan voor anderen.
In het boek over deze serie staat een gereedschapskist klaar voor de onvermijdelijke dagen en weken dat het leven te veel van je vraagt. Maar zo’n kist is uiteindelijk een noodmiddel om de regie te houden, geen instrument voor het optimale leven dat mensen erdoor denken te krijgen. Dat is precies waar het mis gaat: het harnas voor de ridder aanzien, een to-do-lijst voor het echte leven. Door die mechanistische programmering tik je de heiligheid van je eigen aanwezigheid met hamer en beitel weg.
Je bewust worden van de kooi
Wendbaar zijn betekent je kunnen losmaken uit andermans verwachtingen en die van jezelf. Je bewust worden van de kooi die je over je leven hebt gezet. Tony Crabbe mailt daarover op een avond: ‘Wees fel onafhankelijk.’
Ik heb de internationale druktegoeroe, vaste raadgever van deze serie, tot slot gevraagd: wat zou jij kinderen willen leren over gezond leren navigeren in een burn-outmaatschappij? ‘Autonoom leren denken,’ antwoordt hij. We worden volgens hem te veel geleid door determinisme. We voelen ons gedwongen om de sociale norm van overactiviteit en overcommunicatie te volgen, en geven onze technologie de schuld van onze afleiding.
Om een diepgaand leven van creativiteit te leiden, moeten we volgens de auteur ‘een guerrillaoorlog voeren voor onafhankelijkheid tegen deze normen en apparaten.’
‘Leer autonome keuzes te maken,’ stelt hij. ‘Vraag jezelf af: hoe vrij was ik vandaag?’
Tegenverbeelding
Je kunt altijd weer een draai maken als je bent vastgelopen. Er is altijd een alternatief te verzinnen, een alternatief dat natuurlijk nooit utopisch is, zegt Kris Pint er snel achteraan, want je sleept jezelf immers altijd mee. ‘Het kan zijn dat een ander levensprogramma, een ander ritme, aanzienlijk beter past bij jou, en bij de mensen met wie je je leven deelt. Het gaat er om dat experiment te blijven doorzetten, wars van lifestylemodes.’
Pint, net als Crabbe vaste raadgever in deze serie, gelooft er niks van dat er een authentieke kern klaarligt om bevrijd te worden, zodra je het juk van de verwachtingen van anderen en jezelf hebt afgeschud. Je moet er volgens hem iets tegenover stellen, afwijzing – ‘zo’n manier van leven wil ik niet meer’ – is een eerste stap, maar volstaat niet om het vol te houden. ‘Je hebt een tegenverbeelding nodig tegen wat je wordt aangepraat als een na te streven ideaal.’
Er is altijd een alternatief te verzinnen, een alternatief dat natuurlijk nooit utopisch is, want je sleept jezelf immers altijd mee.
Wat hij dus zou aanraden, is om zoveel mogelijk van die tegenverbeeldingen te verkennen, in kunst, literatuur, filosofie, om op zoek te gaan naar verschillende manieren van zijn, ervaren, denken en voelen.
Pints pleidooi sluit aan bij wat psychiater Damiaan Denys eerder in deze serie zei: in plaats van aan een ideaalbeeld sleutelen zou de psychiater liever zien dat we tijd steken in ‘persoonlijke zingeving ontwikkelen’, om de richting te bepalen die we willen volgen.
Altijd onderweg
Een voorbeeld van een dergelijke ‘tegenverbeelding’ vond Pint in het oeuvre van Gerard Reve, dat hij als adolescent erg bevrijdend vond om te lezen: ‘Reve presenteerde, zonder gêne, een mythisch-religieus-romantisch wereldbeeld dat radicaal anders durfde zijn, en haaks stond op veel van wat ik toen te horen kreeg.’
Voor mij waren het de boeken van Cees Nooteboom die me als jongvolwassene diep raakten. Een schrijver die op z’n gemak de hele wereld verkent, en zich volledig verdiept in de plekken waar hij is. Altijd onderweg, een beetje alleen. Dat kon dus een leven zijn.
Op mijn twintigste had ik de moed hem na zijn voordracht op Poetry International in Rotterdam een brief te geven. Niet lang daarna stond hij voor de deur, en werd hij opgewonden binnengelaten door mijn hospita. ‘Jij moet echt gaan schrijven,’ zei hij, terwijl hij welwillend rondkeek in de puinhoop van mijn studentenkamertje.
En dat was dat.
Maar namen geven heeft hier weinig zin, zegt Pint: ‘Denkers of kunstenaars die voor mij op een bepaald moment iets heel bevrijdends hadden, werken misschien niet, of zelfs averechts, in een andere levensfase, laat staan dat ze hetzelfde bevrijdende effect hebben op iemand anders. Geen idee wat mijn dochters straks van mijn bibliotheek vinden.’
Breed leven
Ook grote keuzes zijn niet tijdloos. Prioriteiten verschuiven al naar gelang het leven. Er is niet maar één route naar het heil. Het gaat, zegt filosoof Jaap van der Spek, om het ‘tijdelijk passende’.
Van der Spek geeft bij The School of Life cursussen in ‘de zin van het leven’. Hij adviseert keuzes niet heilig te maken, want ook dan zet je je zelf vast. Hij volgt liever wat Hannah Arendt zegt: verwijder je niet van de wereld door de wereld in de schaduw van een ideaal te stellen; blijf op de wereld betrokken. Dan móét je volgens hem wel breed leven, of wendbaar, zo je wilt, ‘want kies je voor één oplossing om tot het goede leven te komen, dan begin je vanzelf andere eisen van de wereld te veronachtzamen. Zolang je geen enkele leefregel verabsoluteert, maar het tijdelijk passende met enige gratie probeert vorm te geven, wordt het misschien wat.’
‘Je moet je rollen in het leven kiezen, en goed spelen,’ zegt Jaap van der Spek , ‘maar soms past zo’n rol ineens niet meer bij wie je zijn wil; loopt het leven weg uit de rol waarin je jezelf hebt vastgezet.’
Bij creatief leven horen twijfel en verbeelding. Van der Spek is ook directeur van Young in Prison, een internationale organisatie die jongeren in gevangenissen perspectief probeert te geven door kunstzinnige verbeelding zoals theater.
‘Je moet je rollen in het leven kiezen, en goed spelen,’ zegt hij, ‘maar soms past zo’n rol ineens niet meer bij wie je zijn wil; loopt het leven weg uit de rol waarin je jezelf hebt vastgezet. Intelligente mensen denken altijd dat die overgang zich aandient als een goede gedachte, maar nee, het manifesteert zich als lijfelijk ongemak, bij mij: dat ik ziek word, en dan kom ik tot de conclusie: vind je het gek?! Dit is ook helemaal niet wat ik wil!’
‘Het probleem is: je kunt het niet zomaar uit je handen laten vallen. Sommige rollen zetten zich heel even vast, en dan is spijbelen een uitkomst. Dat heb ik zoveel gedaan. Het is een ventiel dat lucht geeft in alle verplichtingen. Ga van de frontstage even naar de backstage – daar heb ik me nooit schuldig over gevoeld.’
De praktische achterkant
Een wendbaar leven moet je niet alleen emotioneel, maar ook praktisch en financieel kunnen faciliteren. Van der Spek heeft een paar jaar geleden zijn toenmalige baan opgezegd om met zijn vrouw voor haar correspondentschap naar Brazilië te gaan. ‘Dat heeft ons samen zoveel gebracht,’ zegt hij. ‘Maar die vrijheid om zo’n stap te zetten is niet gratis, die moet je ergens in borgen.’
In hun geval met lage vaste lasten. Dat noemt hij ‘de praktische achterkant van de wendbaarheid, dat het weer anders kan en je ook financieel niet omvalt.’
Ook maatschappelijk zou de individuele wendbaarheid veel beter ondersteund moeten worden. Politiek filosoof Govert Buijs leidt een team met economen, filosofen en theologen dat aan de Amsterdamse Vrije Universiteit onderzoek doet naar de maatschappelijke en morele effecten van de vrijemarkteconomie. De filosoof pleit voor een veel wendbaarder sociaal stelsel.
‘We kunnen er niet meer vanuit gaan dat we een leven lang op één spoor blijven,’ zegt hij. ‘We worden steeds ouder, werken tot later door, en de arbeidsmarkt verandert. Er zou een nieuw sociaal akkoord moeten komen om de arbeidsmarkt beter op de individuele levensloop te laten aansluiten, daar zijn we nog maar nauwelijks aan begonnen. De inrichting is nu te star.’
Ook het onderwijs moet volgens Buijs wendbaarder worden. ‘Waarom onderwijs beperken tot je 22ste, en niet een strippenkaart geven om tot je tachtigste te gebruiken? Een politieke partij die dat op een geloofwaardige manier weet te agenderen, zou een stevige beweging op gang kunnen krijgen.’
De werkvloer zou een dergelijke wendbaarheid eveneens moeten gaan faciliteren, stelt Bruce Daisley, vicepresident van Twitter. ‘Werknemers zouden om te beginnen de werkweken veel meer naar eigen inzicht moeten kunnen vormgeven,’ zegt hij als ik hem voor NRC Handelsblad interview over zijn boek Plezier op in werk. ‘Als we kijken naar veertig uur productietijd, moeten we serieuze besluiten nemen. We moeten heroverwegen of drie uur lang vergaderen geen tijdverspilling is. We moeten overwegen hoe ons energieniveau in de loop van de dag schommelt en op welke uren we optimaal presteren. En of we bijvoorbeeld op woensdagmiddag vrij willen, om dan op zaterdagochtend te werken.’
Nieuwe vormen
Kris Pint vindt ‘wendbaarheid’ een uitstekende term – ‘het is ook het epitheton dat aan Odysseus wordt gegeven,’ zegt hij, ‘polytropos, de “veelwendige”: het vermogen om, naar gelang de omstandigheden, nieuwe verhalen, nieuwe praktijken, nieuwe vormen te verzinnen, niemand te heten, wendbaar te zijn, maar dat alles om trouw te blijven aan iets, aan iemand – Ithaka, Penelope – en zich daardoor onderweg niet laat afleiden, vasthouden. Ook al is Ithaka misschien niet eens zo bijzonder, en ben je een vreemde geworden als je er eindelijk aankomt.’
Hij citeert de dichter Kavafis:
‘Overhaast je reis in geen geval.
’t Is beter dat die vele jaren duurt
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit
vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.’
Uit een stramien zijn gevallen
Om onze verbeelding en moed een zetje te geven, helpt het om positieve voorbeelden te vinden; mensen die al een stap verder zijn op een soortgelijk pad.
Toen een depressieve vrouw zich bij psycholoog David Hawkins kwam aanmelden voor psychotherapie, gaf hij haar het advies om eerst eens ander gezelschap uit te proberen. De vrouw maakte deel uit van een verbitterd praatgroepje gescheiden vrouwen dat alleen maar klaagde. Geen wonder dat de wereld haar negatief voorkwam. Hawkins gaf haar de raad mensen op te zoeken die ook na hun scheiding een mooi leven leidden. Hanging out with the winners, noemt hij dat in zijn boek Letting Go: mensen die steeds opnieuw het roer van hun leven in eigen handen nemen, hoe onstuimig de zee ook is.
Wat me opviel, was dat de mensen die het afgelopen jaar hier op het plein tijdens het boodschappen doen even stopten om te vragen hoe het ging, zelf ook vaak gescheiden waren. Het is niet zo dat die mensen minder te doen hebben, het is omdat ze zelf, vrijwillig of onvrijwillig, uit een stramien zijn gevallen, en snappen wat dat emotioneel, praktisch, financieel en maatschappelijk betekent. Ze houden hun pas in voor een lotgenoot.
‘Geniet ervan,’ zei ik, en ik meende het. En ik dacht: zo gaat mijn leven er gewoon niet meer uitzien.
Laatst liep ik op de groenteafdeling van de supermarkt een oude kennis tegen het lijf met wie ik sinds haar scheiding niet gesproken had.
‘Hoe is het?’ vroeg ik. Ze keek me indringend aan. ‘Héél goed,’ zei ze nadrukkelijk,‘ik heb een nieuwe liefde, een mooi huis, mijn zaak loopt lekker, ik ga gelukkig nog ontzettend leuk om met mijn ex – we hebben samen nog een tweede huisje in plaats zus en zo, en ik rende hier nog even naar binnen om de laatste boodschappen te halen, voor ik daar met de kinderen zo naartoe rijd, het wordt heerlijk weer dit weekend, kunnen hij en ik met de overdracht nog even een borrel drinken. Dus ja, héérlijk! En jij?’
Ik stond haar ter hoogte van de paprika’s een beetje stommig aan te staren, en dacht: je hebt vast je pijnlijke redenen voor deze volstrekt onnodige competitie in De Redding Van Het Perfecte Plaatje, maar ik loop even verder.
‘Geniet ervan,’ zei ik, en ik meende het.
En ik dacht: zo gaat mijn leven er gewoon niet meer uitzien.
Een scherpe bocht
Ik zie in gedachten de woonkeuken waar ik twaalf jaar lang dag in dag uit kookte voor man en kinderen, de tuin daarachter, de zon die zich ’s ochtends over de schutting stortte, de hommels boven de lavendel. De gezinsfoto’s op het prikbord, de krabbeltjes en tekeningen van de kinderen.
Het was een opvallend harmonieus gezinsleven, we leefden samen in grote liefde en dachten dat het altijd zo zou blijven. En toch ging het anders. Bleek er ineens een scherpe bocht die niemand in de verste verte had zien aankomen. De weg toont zich in het lopen van de weg.
Dichter David Whyte leidde een lezing over het gedicht The journey van Mary Oliver eens zo in: ‘Dit verhaal neemt een eenzame wending vanuit wat eens een gezamenlijke toekomst was, naar de grotere mogelijkheden van het onbekende. Je weet wat je doet:
though the wind pried
with its stiff fingers
at the very foundations,
though their melancholy
was terrible.
It was already late
enough, and a wild night,
and the road full of fallen
branches and stones.
But little by little,
the stars began to burn
through the sheets of clouds,
and there was a new voice
that kept you company
as you strode deeper and deeper
into the world,
determined to do
the only thing you could do –
determined to save
the only life you could save.’
Vannacht schrok ik wakker omdat ik ineens meende dat ik de deadline van mijn boek niet zou halen. Die spanning had ik toen ik aan deze serie begon elke nacht – nu misschien eens per acht weken. Gelukkig herinnerde ik me meteen weer de woorden van Govert Buijs uit mijn interview met hem over zijn essay Waarom werken we zo hard.
Hij zei iets dat mijn leven voor altijd een beetje zou veranderen: ‘Werk is niet alleen maar een kostenpost, het is ook een consumptiegoed: we ontlénen er ook heel veel aan. Hoe komt het dat we een enorme druk blijven leggen op iets dat ook in de sfeer van ontspanning en creativiteit kan zitten?’
Precies, dacht ik. Ik deed wat kamilleolie op mijn polsen en viel weer in een diepe slaap.
Annemiek Leclaire, Minder moeten, meer leven. Hoe je ontploetert verschijnt op 27 augustus bij Ambo|Anthos.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.