Liever luisteren dan lezen? Lou-Anna Druyvesteyn heeft dit verhaal ook voor je ingesproken. 

Niet lang na de onverwachte dood van mijn geliefde ging ik met mijn twee tienerkinderen een paar dagen naar Lissabon. Bont en blauw van binnen wandelde ik door de stad. Toen we op een avond op de trappen aan de oever van de Taag naar de donkere rivier zaten te kijken, merkte ik dat mijn zoon zat te huilen. Mijn dochter keerde somber haar hoofd af. Ze hadden in hun leven, ongeacht wat er gebeurde, altijd kunnen vertrouwen op mijn optimisme, maar nu voelde ik me vermalen door verdriet.

Dit is dus failliet gaan, dacht ik, dit is dus bankroet.

‘Alles is dood en dromen,’ schreef dichter Fernando Pessoa hier ooit aan de kade. Ik kon er niks anders van maken. Het licht van de volle maan scheen op het water dat reizigers eeuwenlang naar nieuwe werelden had gebracht.

Mijn kinderen hadden me een hand gegeven en zongen zachtjes mee met de gitarist die op de kade achter ons een bekend liedje speelde. We zeiden iets, lachten ergens om, en mijn zoon stond op om steentjes in het water te gooien. Toen klauterden we de heuvel weer op, terug naar onze slaapplaats – iets van de zwaarte achter ons latend bij het water.

Omgaan met je beperkingen

Verdriet is een beweging, schrijft Ben Schomakers in Het begin van de melancholie. Het is niet een stemming, ‘geen dalende traan die weggewist kan worden’, maar een beweging in de ziel die begint met verlies, of het nu van een persoon, een ideaal of een project is. Het is een reis waarbij we het verlangen naar wat verloren is onderweg kunnen ombuigen naar iets anders, naar ‘een nieuw elders’.

Er valt alleen te ontploeteren als we beperkingen gaan accepteren.

Schomakers heeft het in zijn essay over groot verdriet, maar diezelfde beweging die hij schetst, kan ook in het klein, kan ook gaan om klein verlies, om dagelijks verlies.

In het eerste deel van deze serie, inmiddels bijna anderhalf jaar geleden, opperde ik dat een vrijer, minder gejaagd leven gebaat zou zijn bij drie elementen: lust, leegte en melancholie.Minder moeten, meer levenDit is het negende deel van Annemieks serie over ontploeteren. Lees hier de voorgaande delen!8 februari 2019Lust: de volle keus en zin om dingen te doen, het vuur aan te steken in de dag. Leegte: oningevulde tijd om alles weer eens opnieuw te bedenken, om afstand te houden van hoe andere mensen de dingen doen en die niet klakkeloos te imiteren, en om ruimte te laten voor het onbekende en onverwachte. Melancholie leek me noodzakelijk om te kunnen omgaan met de verliezen en verliesjes die onlosmakelijk bij noodzakelijke keuzes horen.

De psychologen en psychiater die ik voor die introductie sprak, betoogden dat er alleen te ontploeteren viel als we beperkingen gingen accepteren. Dat niet alles kan, dat je niet alles kunt. Psychiater Damiaan Denys noemde dit leren omgaan met tekortkomingen zelfs ‘de essentie van het menszijn’. ‘Onze onvolkomenheden kunnen ons helpen ons te leren toespitsen,’ verklaarde hij begin vorig jaar, ‘om niet te verdrinken in alle mogelijkheden.’

Melancholie: in mild verdriet overdenken wat er niet is en wat er niet kon.

Voor de omgang met die beperkingen gebruikten de deskundigen die ik raadpleegde woorden als ‘verzoening’, ‘berusting’ en ‘gelatenheid’. Ik vatte het samen als ‘melancholie’.

De tragiek van het leven

Er zijn talloze definities van melancholie en er komen steeds nieuwe bij; ik ken ze bijna allemaal, omdat ik er lang geleden op afstudeerde. Er lopen in dat ene woord zoveel begrippen door elkaar heen dat je er maar het beste je eigen invulling aan kunt geven. Ik zie het zelf simpelweg als het in mild verdriet overdenken wat er niet is en wat er niet kon. Liefst met een droevig muziekje, een blokje kaas en een speciaalbiertje erbij. ‘Wie is er dood?’ informeerde de vader van mijn kinderen als hij op zo’n moment de huiskamer in liep. Het lijkt op tobben (daar word ik vaak van beschuldigd), maar het is in werkelijkheid een louterende manier om je eigen of andermans onvermogen te verwerken.

Of je het nu ‘weemoed’ noemt of ‘weltschmerz’ of er de ‘saudade’ in ziet die in de oude Portugese havencafés hangt, je maakt ruimte voor de onvermijdelijke kleine en grote tragiek van het leven. ‘Het is zó troostend,’ klinkt het in een tot fado verwerkt gedicht van Pessoa, ‘dit onbestemde, trieste lied, dat mijn ziel al niet meer treurt…’ En: ‘het is eenvoudig een melodie, van de soort die je al levend leert…’

Maar melancholie kan pas als het grote werk verricht is. Je dient je eerst tot de acute pijn te verhouden om later pas, vanaf een afstandje, met enige nostalgie en spijt te kunnen zien welke weg er is afgelegd, en welke prijs er is betaald. Daarom noemt Schomakers melancholie ‘een bijverschijnsel van gelukt verdriet’.

Lollig is het niet, maar ruimte maken voor melancholie, of liever gewoon: pijn kunnen aanvaarden, is de brug tussen ‘minder moeten’ en ‘meer leven’. Om op te staan voor je eigen waarden is moed vereist, zoals we in de vorige aflevering zagen, maar de volgende stap is het ongemak en de verliezen die daarbij horen kunnen verdragen.

Een gevaarlijke plek

Als je die melancholische slingerbeweging een beetje technisch gaat bestuderen, gaat er altijd een moment van leegte aan vooraf. De Duitse schrijver Thomas Mann, die zijn roman Dr. Faustus doorspekte met middeleeuwse en moderne opvattingen van melancholie, noemde het moment van vertwijfeling waarop de melancholie binnen komt ‘het dode uur’. (‘Freuen Sie sich nicht,’ schreef Mann in 1945 aan een vriend die zei uit te kijken naar de roman, ‘es wird alles sehr melancholisch’.)

Mann vond die wachtkamer van het dode uur een gevaarlijke plek, hij zag er zelfs de voedingsbodem in voor de roes van het fascisme. Dat is een angst die we ons nu ook weer kunnen aantrekken. Het lege gemoed is, mits slecht gebruikt, de springplank naar zelfverdoving, naar verslavingen, naar het gebukt gaan onder verplichtingen en zelfopgelegde drukte – de andere kant op van de doffe pijn. Je kunt gaan instagrammen, jakkeren, zuipen, blowen en je verliezen in de scrollende zombiestaat uit aflevering 5, een waarin we gevoed worden door tweedehandsbelevenissen en gemanipuleerd worden door algoritmes, advertenties en valse opwinding.

Maar je kunt die leegte ook vruchtbaar maken, zoals Joke Hermsen dat uiteenzet in Melancholie van de onrust. Zij ziet de stilte als een voorwaarde om met nieuwe ogen te kijken, een tussentijd waarin het nieuwe kan beginnen. Die stilte is noodzakelijk om niet te stagneren, om ‘niet aan de buitenzijde van onszelf te blijven leven’.

Rustig met pijn en ongemak omgaan is lastig. Er zijn omtrekkende bewegingen, er is drama.

Rust, reflectie en aandacht – het opheffen van de ban op bedachtzaamheid, dat is er volgens Hermsen voor nodig om melancholie gezond te houden. ‘Pas dan lukt het ons om de verliezen en de veranderingen waarmee we gedurende ons leven worden geconfronteerd te aanvaarden en om te buigen tot een nieuw begin.’

Geen ruimte meer voor tegenslag

Rustig met pijn en ongemak omgaan is lastig. Er zijn omtrekkende bewegingen, er is drama. Psychiaters die de wachtlijsten zien groeien en pedagogen die met overbeschermde kinderen te maken hebben, klagen dat we tegenwoordig niet meer met leed kunnen omgaan en dat alles ‘leuk’ moet zijn. Er is geen ruimte meer voor tegenslag, zeggen ze, voor doodgewone frustratie. De maakbaarheidsideologie wil overal ogenblikkelijk een oplossing voor.

Het is nog maar de vraag of de vorige generaties dat zoveel beter konden. De oude garde in de families die ik zelf ken, hield de kaken er stijf over op elkaar. Verdriet laten zien was een teken van zwakte. En gevaarlijk, want als je eenmaal begon met huilen, zou je er misschien niet meer mee ophouden. Er waren zoveel mensen veel te jong gestorven, de omstandigheden waren zo lastig geweest. De prijs voor die onverzettelijkheid waren spanningsklachten, onbegrepen pijnklachten, zenuwinzinkingen, drankmisbruik en woede-uitbarstingen. De uitlaatklep lag in sentimentele levensliederen, laat ’s avonds met een borrel of twee op meegezongen. De fado op z’n Nederlands.

Tegenwoordig wordt die pijn gemedicaliseerd; een miljoen Nederlanders slikt antidepressiva – ook niet echt een vooruitgang.

Er is waarschijnlijk zo lang als de mens bestaat een gespannen houding ten opzichte van verdriet. De redenen van pijn zijn door de geschiedenis heen anders, de verschijningsvormen ervan zijn anders, de manier waarop die pijn vermeden wordt is ook tijds- en cultuurafhankelijk. Maar de pijn zelf is een constante. De boeddhistische schrijfster Pema Chödrön zegt in When Things Fall Apart: ‘The truth is that things don’t really get solved. They come together and they fall apart. Then they come together again and fall apart again. It’s just like that.’ De genezing zit hem in ruimte maken: ‘for all of this to happen, room for grief, for relief, for misery, for joy.’

Dit is dus verdriet

Ik ga zitten en ik kijk ernaar, dat is eigenlijk alles wat ik doe. Eerst dient de leegte zich aan, meestal zodra ik thuiskom – ik heb nog niet eens mijn jas opgehangen of het ‘wat nu’ dringt zich al op. Ik vlieg niet meer zoals vroeger ogenblikkelijk in de afleiding, maar wacht even af. Tegenwoordig komt dan meteen daarna het verdriet aanrazen als een hogesnelheidstrein. Ik hoop dat het over een halfjaar anders zal zijn, maar nu word ik aangereden door de verliezen die mijn keuzes (een scheiding) en grote pech (de dood van mijn nieuwe partner) hebben meegebracht.

Ik ga zitten en denk: dit is dus verdriet, of: dit is dus frustratie, of: dit is dus angst. Als ik stress heb, denk ik: en dit is dus stress. Ondertussen adem ik in en uit. Daar hoeft verder niks bovenop.Lees ookHoe The School of Life filosofie praktisch toepasbaar maakt8 september 2018 Ik heb uit de filosofiecolleges van Lammert Kamphuis, de ‘huisfilosoof’ van cursusinstituut The School of Life, iets over het scepticisme begrepen, een filosofische traditie die al bestaat vanaf de 4de eeuw voor Christus. Volgens die traditie moet je je ervaringen zeker serieus nemen, maar jezelf niet extra kwellen door daarbovenop te oordelen over je ervaring, met gedachten als: dit is vreselijk, of dit is heel zielig.

‘Als iemand overlijdt en het gaat slecht, dan moet je gewoon slecht gaan en het niet ook nog eens vervelend vinden dat je slecht gaat.’

Door het gewoon te bekijken als een bal in mijn handen en me niet af te vragen waarom ik die bal in handen heb, of kwaad te worden op die bal, haal ik de strijd weg. Dat scheelt een hoop gedoe.

In zijn boek Filosofie voor een weergaloos leven geeft Kamphuis een mooi voorbeeld van deze houding met een citaat uit een interview met Willie Wartaal van de Jeugd van Tegenwoordig. Toen het overlijden van een goede vriend ter sprake kwam, gaf Willie Wartaal aan wat hij in die periode geleerd had van zijn medemuzikanten: ‘Als iemand overlijdt en het gaat slecht, dan moet je gewoon slecht gaan en het niet ook nog eens vervelend vinden dat je slecht gaat.’ Volgens Kamphuis sprak Willie Wartaal in dit fragment als een ware scepticus.

Lichtzinnigheid

Het is bovendien een vorm van gezonde zelfregulatie om tijd en aandacht te hebben voor negatieve gevoelens. Je moet de kleinste tekenen ervan kunnen zien, raadt Karin Johannisson ons aan in De kamers van melancholie; tekenen van neerslachtigheid, van verdriet, van angst, frustratie en verlamming, want dat voorkomt dat al die dingetjes gaan clusteren, zegt ze, en dat er dan een pathologische constellatie ontstaat die zich hult in het kostuum van de tijd en de naam en vorm krijgt van dat moment: vroeger was dat bijvoorbeeld neurasthenie, nu depressie of burn-out.

Wat ik doe, is ruimte maken en blijven ademhalen, en dat net zo lang tot er als vanzelf iets verschuift, zodat het geheel net licht genoeg wordt om het weer op mijn rug te nemen, op te staan en de heuvel op te klauteren naar mijn slaapplaats. Dit zou Ben Schomakers misschien ‘de heilzame transformatie van de beweging van het verdriet’ noemen, maar het kan zijn dat hij het voorbeeld te lichtzinnig vindt. Dat weet je maar nooit met filosofen.

Over lichtzinnigheid: het is een prachtige voorjaarsdag, de zon kwam vanochtend op als een oranje bol boven de daken van de huizen, en het is bovendien de verjaardag van mijn overleden liefje, die het schitterende weer op zijn geboortedag met een tevreden grijns geïncasseerd zou hebben en na een rondje wielrennen waarschijnlijk nauwelijks tot het middaguur zou hebben kunnen wachten om een tinto de verano voor ons te preparen om die buiten in het zonnetje voldaan tot zich te nemen, alweer uitkijkend naar de tweede.

Ik ga mijn computer dichtklappen voor vandaag, een kleine prosecco uit de koeling van de supermarkt tegenover mijn huis halen en op de trappen naar het meer hier naar het water kijken dat ooit ook toegang gaf tot nieuwe werelden. Ik hoop duikende fuutjes te zien, met het rood langs hun slapen, werkschepen, en witte zeiltjes aan de horizon. De wind bepaalt de vaart.