We zijn de klimaatstrijd aan het verliezen. De CO2-uitstoot stijgt jaar op jaar naar ongekende hoogtes. De baas van de Verenigde Naties roept code rood uit. De klimaatontwrichting blijft de verwachtingen van wetenschappers keer op keer overtreffen. Hoewel het Internationaal Energieagentschap in 2021 al berekende dat er absoluut géén investeringen meer in nieuwe fossiele projecten mogen worden gedaan, investeren de twintig grootste fossielgiganten de komende zeven jaar 932 miljard dollar in nieuwe projecten.
Er is, kortom, iets grondig mis met onze huidige strategie om de klimaatcrisis te lijf te gaan, stelt de Amerikaanse hoogleraar geografie Matthew Huber.
In zijn scherpe boek Climate Change as Class War, dat dit najaar in vertaling uitkomt bij Starfish Books, beargumenteert Huber dat we het over een totaal andere boeg moeten gooien. Bewustwording van de wetenschappelijke feiten is niet genoeg – het enige wat het tij nog kan keren, is een harde machtsstrijd, waarbij de bezittende klasse wordt geconfronteerd met hun buitensporige invloed op het klimaat.
De titel ‘Klimaatverandering als klassenoorlog’ is toch vooral provocatief bedoeld?
‘Nee, ik meen het echt. Als je denkt aan de miljoenen mensen die ontheemd raakten in Pakistan vorig jaar, de honderden doden door catastrofale overstromingen in Congo op dit moment, en aan andere klimaatrampen, dan is er wel degelijk een klassenoorlog gaande op de planeet. De effecten van klimaatverandering worden met name veroorzaakt door de bezittende klasse die profiteert van de productie en verbranding van fossiele brandstoffen. Deze groep is gericht op het verdienen van zoveel mogelijk geld en staat vrij onverschillig tegenover de gevolgen van dat winstbejag. Ze hebben grote materiële belangen om deze systemen in stand te houden en zullen niet zomaar stoppen als we het ze vriendelijk blijven vragen. Er zal een enorme strijd voor nodig zijn.’
Er wordt vaker gepraat over klimaatverandering als een probleem van klasse en ongelijkheid. Vaak wordt het koolstofongelijkheid genoemd.
‘Te vaak wordt er dan alleen op de klimaateffecten van onze consumptie, onze persoonlijke koolstofvoetafdruk gefocust. Die analyse zegt dat rijke mensen te veel vlees consumeren of te veel vliegen of in te grote auto’s rijden of wat dan ook. Maar het gaat voorbij aan de klassenanalyse die ik probeer te maken: het zijn de eigenaren van de productiemiddelen en de investeerdersklasse die ons energiesysteem controleren. En zij zetten in op winstmaximalisatie, niet op het redden van het klimaat. De focus op persoonlijke consumptie wist het grootste deel van de rol van investeerders en eigenaren uit.’
Vegetarische olie-CEO
Stel, je hebt een olie-CEO: hij (of zij) kan vegetariër zijn, elke dag met het OV reizen, in een tiny house wonen, nooit op vliegvakantie gaan en geen fast fashion dragen. Volgens de dominante klimaatanalyse, die van de persoonlijke ecologische voetafdruk, draagt deze persoon slechts een minieme verantwoordelijkheid voor klimaatverandering. En dat is precies wat er mis is met onze huidige aanpak, stelt Huber. We moeten ons niet blindstaren op persoonlijke consumptie. Die olie-CEO is voor het klimaat veel belangrijker in zijn rol als producent dan als consument.
Waarom blijven we ons dan toch zo op persoonlijke consumptie focussen?
‘Ik begrijp echt waarom mensen zoveel waarde hechten aan consumptie. Dat is het nauwe deel van het kapitalistische systeem dat we tot op zekere hoogte beheersen. Het kapitalisme geeft ons inderdaad de vrijheid om te kiezen welke producten we kopen. Als mensen zich zorgen maken om de ecologische crises, willen ze enig gevoel van controle en handelingsperspectief hebben. We kunnen een elektrische auto kopen, biologisch voedsel kopen. Dat is ook goed, want het leert mensen over de verbanden tussen onze consumptie en de systemen die de planeet verwoesten.
‘De marktgerichte oplossingen hebben het rechtse populistische verzet tegen klimaatoplossingen juist gecreëerd.’
En wat zou het geweldig zijn als het zo simpel was: we passen onze consumptie aan en het probleem is opgelost. Maar dat is niet het geval. Het ergste van die politieke strategie is dat het een afleiding is die energie opslokt. Het kost veel tijd en energie om een deugdzame levensstijl met een laag koolstofgehalte na te leven en proberen het evangelie ervan onder anderen te verspreiden. En het kan je energie afleiden van het daadwerkelijk opbouwen van een politieke beweging die het kan opnemen tegen de eigenaren van de productiemiddelen. Olieproducenten zijn maar al te blij dat mensen zich zoveel zorgen maken om hun eigen consumptie, terwijl de fossielgiganten en hun aandeelhouders niet alleen blijven profiteren, maar de productie zelfs uitbreiden.
Hoeveel keuzevrijheid we ook voelen op het gebied van consumptie, het is niet genoeg keuzevrijheid om het probleem daadwerkelijk aan te pakken. Daarvoor hebben we, nogmaals, geen individuele aanpak nodig, we hebben een collectieve aanpak nodig.’
Vrachtwagenchauffeurs
Huber vindt dat de strijd tegen klimaatverandering te veel wordt bepaald door de academische klasse – journalisten, wetenschappers, advocaten en anderen. Hun aanpak stoelt op wetenschappelijke kennis en bewustwording. Deze elitaire benadering zal nooit een brede massabeweging op gang brengen. Daarmee zal het niet de noodzakelijke politieke kracht bezitten die nodig is voor de fundamentele economische transformatie, meent Huber. In zijn ogen moet de arbeidersklasse een hoofdrol spelen. Maar waarom zouden vrachtwagenchauffeurs en bouwvakkers zich druk moeten maken over klimaatverandering, als ze al zoveel zorgen hebben over de snel stijgende kosten voor levensonderhoud?
‘Een betere vraag is: waarom moeten klimaatactivisten om de arbeidersklasse geven? Want het probleem met klimaatactivisme is dat het veel slimme ideeën voor beleid heeft, maar nooit het soort politiek heeft opgeleverd dat een meerderheid weet aan te spreken. De meerderheid in de VS behoort mijns inziens tot de arbeidersklasse. Ze maken zich niet op dezelfde intellectuele manier zorgen over de klimaatcrisis. Waar ze zich wél elke dag zorgen over maken, is hoe ze aan het eind van de maand de eindjes aan elkaar zullen moeten knopen. Dit werd het best geconcretiseerd door de Gele Hesjes in Frankrijk. Die zeiden: politici maken zich zorgen om het einde van de wereld, wij proberen gewoon het einde van de maand te halen. Het onvermogen van klimaatactivisten om een politiek te creëren die aantrekkelijk is voor deze groep mensen is een reëel probleem.
Sterker nog, veel van de klimaatoplossingen die worden aangedragen, of het nu gaat om een CO2-belasting of om andere koolstofbeprijzingsregelingen, sturen de boodschap naar de massa: jullie gaan nóg veel meer voor energie betalen. Dat is een geschenk aan de rechtse anti-klimaat vleugel. “Kijk, deze elites willen je het leven zuur maken: ze willen de prijs van energie verhogen.” Zo hebben de marktgerichte oplossingen het rechtse populistische verzet tegen klimaatoplossingen juist gecreëerd.
We moeten een klimaatprogramma creëren dat spreekt tot de materiële dagelijkse strijd van mensen aan het einde van de maand. Pas dan ontstaat de mogelijkheid om een krachtige, breed gedragen klimaatpolitiek te creëren.’
Is strooien met gratis spullen niet een manipulatieve manier om steun van mensen te krijgen?
‘Klimaatverandering staat niet los van de dagelijkse materiële behoeften van mensen: de sectoren die we radicaal moeten transformeren zijn energie, transport, huisvesting, water, landbouw en voedsel. Dit zijn stuk voor stuk basisbehoeften van de arbeidersklasse waarop mensen elke dag vertrouwen. Als we in staat zijn om een klimaatpolitiek op te bouwen die erop gericht is die sectoren koolstofvrij te maken, maar ook een goedkopere en veilige toegang aan de massa bieden, dan maakt het niet uit of arbeiders IPCC-rapporten lezen.
‘Als je een bredere klimaatpolitiek wilt, moet je mensen treffen waar ze staan, bij hun dagelijkse materiële behoeften.’
Het is veel intuïtiever om mensen te laten begrijpen dat een ambitieus klimaatprogramma gericht op basisbehoeftes hun dagelijkse leven materieel verbetert, dan het proberen te intellectualiseren en te zeggen: als je met ons mee wil doen, moet je eerst alle klimaatwetenschap erachter begrijpen. Ze hoeven de wetenschap niet te kennen. Met een politiek programma gericht op duurzame universele basisvoorzieningen hoeven ze alleen maar te weten: dit is een programma dat mijn leven verbetert en dat komt omdat er een probleem is met het weer en we moeten er iets aan doen.
Daarmee wil ik niet zeggen dat mensen uit de arbeidersklasse de wetenschap niet geloven of niet openstaan om de wetenschap te begrijpen. Mensen uit de arbeidersklasse zijn rationeel en slim. De Italiaanse filosoof Antonio Gramsci had het over “organic intellectuals”: iedereen probeert de wereld op zijn eigen manier te begrijpen. En ik geloof echt dat de meeste mensen doorhebben dat ze in een economisch systeem leven dat stressvol en uitbuitend is, en waar ze niet het gevoel hebben dat ze veel controle en macht hebben over hun economische leven. Het kapitalisme ontneemt hun veilige toegang tot huisvesting, veilige toegang tot voedsel en energie en andere dingen die mensen nodig hebben om te gedijen in het leven.
Dus als je een bredere klimaatpolitiek wilt, moet je mensen treffen waar ze staan, bij hun dagelijkse materiële behoeften. Bijvoorbeeld: we zouden woningen willen ontdoen van het winstmotief. Huisvesting is een mensenrecht. In de VS hebben we een wooncrisis en in veel steden is huisvesting totaal onbereikbaar voor mensen uit de arbeidersklasse. En dus is er een beweging die een woongarantie eist. Dat is een stap in de richting van huizen niet meer als handelswaar zien en behandelen. En Green New Deal-activisten willen deze huizengarantie koppelen aan het op grote schaal bouwen van energiezuinige, groene volkshuisvesting met warmtepompen en zonnepanelen.’
Ziet u dat echt gebeuren?
‘We leven nog steeds in de nasleep van de neoliberale bezuinigingsperiode waarin niemand dacht dat de staat op grote schaal zou kunnen investeren, waarbij grote, ambitieuze projecten worden gecombineerd met massale herverdeling van rijkdom om het dagelijks leven van mensen direct te verbeteren. Er moet dus veel politiek werk verricht worden om dat soort publieke investeringen en publieke herverdelingspolitiek weer mogelijk te maken.’
U schrijft: de loop van de geschiedenis wordt niet veranderd door verkiezingen, maar door ontwrichtende directe acties.
‘Dat hebben we geleerd. Of je nu praat over de grote linkse verkiezingsoverwinningen: je kunt linkse regeringen kiezen die ambitieuze, socialistische programma’s hebben, maar grootkapitaal heeft het vermogen om een kapitaalstaking te lanceren en zo de economie en de regering in een crisis te brengen. Of je hebt het extreme geval van Chili, waar een democratisch gekozen, socialistische regering gewoon met geweld omver werd geworpen door middel van een militaire staatsgreep.
De staat is geen neutrale instelling onder het kapitalisme. De staat is erg toegewijd aan de kapitalistische klasse. Het is voor de staat veel comfortabeler om hun belangen te dienen. De staat zal met ontwrichtende acties gedwongen moeten worden om de belangen van de massa te dienen. Als we kijken naar de geschiedenis, als er ergens werkelijk progressief beleid wordt doorgevoerd, dan komt dat meestal door massale ontwrichtende acties die staten ertoe dwingen radicalere dingen te doen.
‘We beginnen de eerste tekenen van de wedergeboorte van de arbeidersbeweging te zien.’
Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt in de jaren dertig. De verkiezing van Roosevelt leidde eigenlijk niet tot radicale resultaten. Er waren gigantische, wilde stakingsgolven in 1934 die steden als Minneapolis en San Francisco platgooiden, waarbij hele industrieën zoals de textielindustrie aan de oostkust werden lamgelegd. Dat dwong de Roosevelt-regering tot een veel radicaler programma met directe investeringen in publieke werken en massale herverdeling met stevige belastingen voor de rijken. In 1936 voerde de voorheen gematigde Roosevelt zelfs een antikapitalistische campagne. Hij had het over “het verwelkomen van de haat van de financiële klasse”. En dat zou niet zijn gebeurd zonder die massale opstand van onderaf.’
Crisis als kans
Vaak komt er pas écht beweging in een zaak als het eigenlijk al te laat is, als een grote crisis zich heeft voorgedaan en mensen door de directe confrontatie met de catastrofe eindelijk echt in actie komen. Zo begint de sciencefictionroman The Ministry for the Future (2020) van Kim Stanley Robinson met een catastrofale hittegolf in India waarbij miljoenen mensen sterven. Pas dán stoppen we met dat morrelen in de marge en begint de echte ambitieuze klimaatstrijd. Hebben we niet zo’n crisis nodig om nog een kans te maken? Huber heeft het dan niet over een klimaatcatastrofe; in Climate Change as Class War schrijft hij dat de arbeidersklasse zo’n crisis kan creëren. Maar daarvoor moet die eerst wel het zelfvertrouwen gaan heropbouwen.
‘Het is ongelooflijk hoe de laatste decennia van het neoliberalisme allerlei massabewegingen, linkse bewegingen, met name arbeidersbewegingen, ongelooflijk zijn gedemobiliseerd en geïsoleerd. Maar we beginnen de eerste tekenen van de wedergeboorte van de arbeidersbeweging te zien. In Frankrijk gingen mensen dit jaar massaal de straat op. Er waren de grootste protesten in dertig jaar. Uit solidariteit waren er elektriciteitswerkers die de stroom naar de huizen van miljardairs dreigden af te sluiten en gratis stroom gaven aan scholen, ziekenhuizen en lage inkomens. Elektriciteitswerkers doen deze acties niet voor hun eigen materiële loonbelangen of hun eigen vakbondsbelangen. Ze doen het in solidariteit met de hele arbeidersklasse om te protesteren tegen de pensioenhervormingen die iedereen schaden.’
Knowledge is not power
Kennis is macht, zo wordt gedacht. Maar Huber schrijft: ‘knowledge is not power.’ De echte macht zit niet bij de mensen met de universitaire diploma’s, de intellectuelen en kenniswerkers die nu vooropgaan in de klimaatbeweging zoals wetenschappers, journalisten, politici. Weliswaar is veel kenniswerk essentieel voor materiële productie, maar Huber vindt het belangrijk om te benadrukken dat in elke vorm van productie intellectuelen en kenniswerkers pas kunnen bestaan ‘als de noodzakelijke materiële vormen van productie zijn bevredigd.’
Zonder landarbeiders, fabriekswerkers, bouwvakkers en buschauffeurs kunnen er helemaal geen advocaten, politici, journalisten en wetenschappers zijn. De arbeidersklasse is de basis waar al het andere op staat. De échte macht zit voor Huber dus ook daar, bij de arbeiders. En als zij dat gaan inzien, kunnen ze grote dingen bereiken. In het verleden hebben ze dat al vaker ingezien, en is het altijd de motor achter grote progressieve veranderingen geweest. Of we het nu hebben over de afschaffing van kinderarbeid, de achturige werkdag of het weekend van twee dagen.
‘In de VS hebben we de laatste jaren een enorme toename van stakingsactiviteit gezien, waardoor de organisatie van vakbonden dramatisch is toegenomen. In 2018 waren er de lerarenstakingen in de rechtse staat West-Virginia. Ze gooiden het hele schoolsysteem plat en binnen twee weken werden hun eisen ingewilligd. Er is een grote kans dat deze zomer 350.000 werknemers van UPS, een logistiek transportbedrijf, gaan staken. UPS verplaatst momenteel ongeveer vijf procent van het BBP van de VS. Als ze gaan staken, zullen ze veel leren over de macht die arbeiders hebben om de beweging van het kapitalisme echt te stoppen en een crisis te creëren.
En ik denk dat de heersende klasse erg bang is dat arbeiders deze macht leren kennen. Je zag dat toen de spoorwegarbeiders dit najaar wilden gaan staken: de machtigste mensen in ons land, zoals president Joe Biden, verzetten hemel en aarde om te voorkomen dat ze konden staken. Want als je het Amerikaanse spoorwegsysteem uitschakelt, is dat een gigantische klap voor kapitaalstromen. Maar over het geheel genomen is de stakingsactiviteit na 1980 enorm afgenomen.’
Waarom is dat?
‘Zoals superbelegger en multimiljardair Warren Buffett in 2006 al zei: “There’s class warfare, all right, but it’s my class, the rich class, that’s making war, and we’re winning.” Er is een succesvol klassenoffensief geweest tegen de arbeidersklasse en dat heeft de arbeidersbeweging volledig gedemobiliseerd. De rechten van vakbonden en arbeiders zijn door de jaren heen uitgehold.
‘Mensen zijn vergeten dat we grootse dingen kunnen doen. We kunnen langetermijninvesteringen doen door massaal in de publieke sector te investeren.’
En niet alleen door “kwaadaardige kapitalistische plannen” achter de schermen. Er was een enorme de-industrialisatie van de economie in het mondiale Noorden, waardoor veel banen in vakbondsfabrieken en vakbondslidmaatschappen werden uitgehold. En zeker in Europa had je massale werkloosheid, dus had je een probleem met een reserveleger van arbeiders die de macht van arbeiders verzwakten om zich te organiseren en voor zichzelf te vechten. Want ze waren makkelijk vervangbaar.
Wat interessant en opwindend is, is dat we eindelijk een eindpunt zien in dat tijdperk van hoge werkloosheid, vanwege de zeer krappe arbeidsmarkt. Dat geeft werknemers en vakbonden veel meer invloed. Dat verklaart ook waarom we veel meer militante activiteit zien onder arbeiders. Er is een lange periode van nederlaag geweest, ik hoop dat we het de komende jaren gaan zien verschuiven.’
Verliest de arbeidersbeweging momentum als de gespannen arbeidsmarkt weer losser wordt door een eventuele recessie?
‘Krappe arbeidsmarkten helpen zeker bij stakingen. Maar vergeet niet: de grootste golf stakingen in de geschiedenis van de VS vond plaats tijdens de Grote Depressie, toen er 25 procent werkloosheid was. Deze arbeiders waren nog steeds in staat om hele steden en industrieën plat te leggen. Dus als werknemers strategisch zijn, kunnen ze zelfs in periodes van lossere arbeidsmarkten hele industrieën lam leggen.
Dus we zijn op de goede weg?
‘Helaas, ik wou dat ik dit niet hoefde te zeggen, maar ik denk dat we op weg zijn naar een veel ernstigere klimaatcrisis. Mijn boek kwam bijna een jaar geleden uit en sinds de publicatie zijn de winsten van de fossiele brandstofindustrie nog nooit zo hoog geweest. Ik vind het verbijsterend dat de kolenindustrie dit soort winsten heeft. Dat is voor mij het bewijs dat we nog heel lang te gaan hebben om de macht van deze industrieën in te perken.
Gezien de catastrofale staat van het klimaat zou je denken dat we zouden zeggen: we kunnen deze bedrijven niet meer toestaan om op deze manier te profiteren van planetaire verwoesting. We moeten de energiesector opnieuw overnemen en plannen maken voor een snelle transitie. Maar dat gebeurt niet.
De groene scheuten en vroege tekenen van een heroplevende arbeidersbeweging zijn voor mij de sleutel tot alles. Als we nieuw leven kunnen blazen in een brede en krachtige arbeidersbeweging, hebben we misschien weer een linkse beweging die eisen kan gaan stellen. Zodat we hopelijk ooit de noodzakelijke staatsmacht kunnen benutten. Dat kan grootschalige overheidsinvesteringen opleveren. Grootschalige herverdeling van rijkdom. Dat zou grote projecten op kunnen tuigen om de hele infrastructuur van de samenleving weer op te bouwen, zoals een echte Green New Deal, met huisvesting voor iedereen, elektriciteit voor iedereen.’
Maar er zijn toch al honderden miljarden voor klimaatprogramma’s zoals die van Biden vrijgemaakt?
‘Ik geef de voorkeur aan directe overheidsinvesteringen in plaats van belastingverlagingen die voornamelijk particuliere investeringen proberen te stimuleren. Het is duidelijk dat de energietransitie ontzettend veel planning vereist. In de Tweede Wereldoorlog konden we ook niet zeggen: laten we hopen dat de particuliere sector met wat marktgerichte incentives genoeg bommen en vliegtuigen produceert. Overheden vorderden hele industrieën en planden die volgens de oorlogseconomie. Dat is het niveau van coördinatie en planning dat nodig is om de klimaatcrisis te lijf te gaan. We hebben dit in de geschiedenis eerder gedaan, maar mensen zijn vergeten dat we grootse dingen kunnen doen. We kunnen langetermijninvesteringen doen door massaal in de publieke sector te investeren.’
Het nationaliseren van de fossiele brandstofindustrie is daar ook onderdeel van?
‘Het onteigenen van de fossiele brandstofindustrie is iets dat in de geschiedenis vaak is gebeurd. Het maakte deel uit van antikoloniale bewegingen die boos waren over westerse oliemaatschappijen die rijkdom van deze landen stalen, van regeringen die zeiden: we zijn het beu dat deze profiteurs rijkdom van ons stelen. We willen controle en we willen soevereiniteit over onze energie. Ze dachten misschien nog niet aan klimaatverandering, maar wel aan rechtvaardigheid, soevereiniteit en autonomie. Er is een hele geschiedenis van onteigening waar we van kunnen leren.’


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.