Liever luisteren? Dit verhaal is ingesproken door hoofdredacteur Ward Wijndelts.

‘Grote metalen kisten met nucleair afval werden overboord gezet vanaf Russische schepen,’ zo beschrijft een voormalig diplomatiek onderhandelaar de beelden die hij begin jaren negentig in het Kremlin zag. Militairen schoten met karabijnen op metalen kisten om het zeewater naar binnen te laten. ‘Iets waar lucht in zit, zinkt natuurlijk niet. Je zag op de beelden de soldaten elkaar daarna op de schouders kloppen, zo van: “goed geregeld!”.’

Tot halverwege de jaren negentig waren internationale wateren een dankbare plek om nucleair afval te dumpen. Dat was een gangbare praktijk. Waar afgelopen zomer een Nederlandse ijzerhandelaar tot 120 uur taakstraf werd veroordeeld wegens het onveilig vervoeren van radioactieve scheepsonderdelen, gaf diezelfde Nederlandse regering in 1982 militaire begeleiding aan de Nederlandse dumpschepen Marijke Smits en Rijnborg. Demonstranten waren van plan het dumpen van zesduizend ton radioactief afval voor de Spaanse kust te dwarsbomen en dus werd er een beroep gedaan op een Belgische mijnenveger om de klus te klaren.

Op het gebied van nucleair afval dumpen deed Nederland (aandeel van 0,4%) nauwelijks onder voor nucleaire grootmacht Frankrijk (aandeel van 0,42%). Maar de Sovjet-Unie, zo is te lezen in een inventarisatie uit 2015 van het International Atomic Energy Agency (IAEA), dumpte twee keer zoveel in de oceanen als diverse nucleaire landen (zoals Frankrijk en de Verenigde Staten) bij elkaar.

Dat dumpen gebeurde vooral in het Arctische gebied. Volgens de Europese Unie liggen daar in totaal 17.000 afgezonken nucleaire objecten.

De regio – waar Canada, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Rusland, de Verenigde Staten en Zweden een watergrens delen – is het grootste deel van het jaar bedekt met ijs. Er is dus weinig commercieel scheepsverkeer dat de boel kan verstoren.

Water vormt al een redelijke barrière tegen straling, maar ijs is beter: het gaat nergens heen. De Japanse regering overwoog bijvoorbeeld in 2013 na de nucleaire ramp in Fukushima een ijsmuur te installeren om het radioactieve water dat in zee lekte te blokkeren.

Veranderingen in het ecosysteem

Helaas blijkt de permafrost minder permanent te zijn dan Rusland voor ogen had. Door klimaatverandering smelten de ijskappen, en in steeds sneller tempo. Waar in 2000 het smelten van de Antarctische ijskap nog voor 7 procent verantwoordelijk was voor de wereldwijde zeespiegelstijging, was dat 12 procent rond 2010. De snelheid van afsmelten is – zo rapporteert het KNMI – verviervoudigd. Volgens Kimberly Miner, die als aard- en klimaatwetenschapper bij NASA Jet Propulsion Laboratory diverse metingen deed in het gebied, is niet alleen de snelheid van belang. ‘Het is heel complex, vooral als het gaat om bijwerkingen. Zo kunnen branden of hevige regenval weer zorgen voor veranderingen in het ecosysteem, en daarmee dus ook onze modellen.’ Het ecosysteem is een complex geheel en veranderingen daarin zijn soms een risico op zichzelf.

Politieke en wetenschappelijke aandacht gaat vooral naar het stijgen van de zeespiegel en het vrijgekomen CO2, maar, zo waarschuwen Miner en haar collega’s, er ligt ook van alles verborgen in de permafrost wat de komende jaren gaat vrijkomen. Het Arctische gebied is niet alleen een reservoir van opgeslagen nucleair en industrieel chemisch afval, er zullen met het smelten ook virussen en bacteriën vrijkomen. Zelfs in Zweeds sub-Arctisch gebied namen wetenschappers in totaal 1.907 ongeïdentificeerde soorten virussen waar. Het onderzoek uit 2018 liet zien dat meer dan de helft (58 procent) daarvan ondanks de lage temperaturen nog actief is.

Het opruimen van het Arctische gebied kenmerkt zich, ondanks de gedeelde belangen, sinds het begin van de jaren negentig door een ‘dat zien we dan wel’-mentaliteit.

‘Vergeet niet dat als wij een monster uit de grond nemen, dat ter grootte is van een jampotje en permafrost een derde van het aardoppervlak beslaat,’ aldus Miner. ‘We gaan er dus vanuit dat er nog een wereld aan micro-organismen verborgen ligt. De hamvraag is hoe deze micro-organismen, waarvan sommigen miljoenen jaren zijn afgeschermd, zullen interacteren met het hedendaagse ecoysteem.’ Besmettingsgevaar ligt op de loer. Zo was een antrax-uitbraak onder Siberische rendieren in 2016 terug te leiden naar de aanwezigheid van de bacterie onder een blootliggende laag permafrost.

Of de permafrost-bacteriën onder controle zijn te houden, is de vraag. Afgelopen lente vonden wetenschappers ‘hoge frequenties’ van antibioticaresistente bacteriën in Russische permafrost.

Nucleaire lekken

Waar wetenschappers net beginnen met het in kaart brengen van virussen, bacteriën en chemisch afval verborgen onder het ijs, is het risico van nucleaire lekken al ruim dertig jaar bekend. De eerste internationale pogingen om de locaties in kaart te brengen, dateren van begin jaren negentig.

Het ruimen van potentieel nucleaire lekken is een dankbare casus om te zien in hoeverre de internationale instituties in staat zijn een probleem aan te pakken dat door iedereen als urgent wordt erkend, want het economisch nut van een verontreinigde oceaan neemt af.

Uit een reconstructie van Vrij Nederland blijkt dat het opruimen van het Arctische gebied zich, ondanks de gedeelde belangen, sinds begin jaren negentig kenmerkt door een ‘dat zien we dan wel’-mentaliteit.

Na de val van de Muur heerste er wel enig optimisme, want het dumpdossier bleek een van de onderwerpen waarmee Boris Jeltsin, de eerste president van de Russische Federatie, met het Sovjetverleden brak. De beelden van militairen die gaten in metalen kisten vol nucleair afval schieten om ze te laten afzinken, werden begin jaren negentig in het Kremlin getoond aan een gezelschap van internationale experts. Een dergelijke openheid van zaken was tot kort ondenkbaar.

In opdracht van president Jeltsin maakten 46 Russische experts een inventarisatie van rondslingerend radioactief materiaal. Ze telden in totaal 2,5 miljoen gedumpte radioactieve eenheden, plus achttien nucleaire reactors en een onderzeeboot.

Het Yablakov-rapport (ook wel ‘White Paper’ genoemd vanwege de witte kaft) zorgde in 1993 voor een schokgolf. De internationale gemeenschap had zwart op wit bewijs dat de Sovjet-Unie jarenlang had gelogen over nucleaire dumppraktijken. The New York Times sprak van ‘the world’s largest known nuclear dump near major fisheries’.

Er vielen diverse lijken uit de kast. Zo deed een oude Sovjet-marinebasis in de Andreevabaai – 55 kilometer van de Noorse grens – lange tijd dienst als opslagplaats voor oude onderzeebootreactoren en vaten met nucleair afval. Tussen 1983 en 1989 lekte er 770 ton radioactief water in de Barentszzee.

Er werden twintig zakken meel in het bad vol nucleair water gegoten, in de hoop dat de hompen deeg het lek zouden dichten. Het mocht niet baten en dus werd besloten het vloeibare nucleaire afval in beton te gieten. Dat laatste ging niet bepaald Arbo-vriendelijk: Russische zeelui schepten het vloeibare afval met een huis-tuin-en-keuken-schep in de verticale betonnen pijpen.

De achteloze omgang bleek ook uit de infrastructuur van de basis zelf. Na jarenlange blootstelling aan het Arctische klimaat begon het marinecomplex uit elkaar te vallen en besmet te raken. Directe actie was nodig, maar bleef – ondanks het kritische White Paper – uit.

Nagenoeg failliet

Het was niet per se onwil: Rusland was na de val van de Muur nagenoeg failliet. Waar de Verenigde Staten miljoenen liters aan nucleair afval deels ondergronds opsloegen in onder meer Hanford, Washington en Savannah, ontbrak het Rusland aan de middelen om te zorgen voor adequate opslag en ontruiming. Zo werd er lucht gespoten in nucleaire onderzeeboten om ze drijvende te houden; andere zonken simpelweg aan het anker.

Volgens internationaal recht betaalt de vervuiler. Er hing dus een prijskaartje aan de Russische transparantie onder Jeltsin. En precies over dat prijskaartje wordt nu al jarenlang gesteggeld.

‘De Russen vonden dat het Westen financieel moest bijspringen als we niet wilden dat de zee voorgoed werd verknald. De G8 was bereid om dat in elk geval te bespreken,’ aldus de voormalig diplomatiek onderhandelaar. En daar bleef het grotendeels bij. ‘Of het nou bij de G8 was of bij de Europese Unie, steevast liep het vast op de vraag: wie betaalt dan precies wat?’

 Volgens het Russische Instituut van Nucleaire Veiligheid liggen in het Arctisch gebied nog ongeveer duizend objecten met een nucleair besmettingsrisico.

Niet geheel verrassend kwam de eerste hulp vooral vanuit aangrenzende landen met een directer en gedeeld belang. Zo heeft buurland Noorwegen sinds midden jaren negentig in totaal 200 miljoen euro uitgegeven aan gezamenlijke projecten met Rusland om nucleaire restanten in het grensgebied, zoals die op de marinebasis in de Andreevabaai maar ook rondom het Kola schiereiland, te ontmantelen en veilig te bergen. Grensland Finland zag in 1999 tijdens haar Europees voorzitterschap de kans schoon en begon – onder de noemer Northern Dimension Environmental Partnership (NDEP) – een regionaal samenwerkingsverband om fondsen te werven en bergingsprojecten op te starten.

Milieuwetenschapper Frits Steenhuisen van de Universiteit Groningen, gespecialiseerd in het Arctische gebied, wijst erop dat het ook een kwestie is van waar de politieke prioriteiten op een bepaald moment liggen. ‘Als je kijkt naar het opruimen van de Andreevabaai en omgeving: dat ging grotendeels met Noors geld in dezelfde periode dat Rusland de Olympische winterspelen organiseerde.’

Het duurde even voordat landen ‘toe kwamen aan risicovolle objecten onder water, omdat locaties boven water – zoals de Andreevabaai – hogere prioriteit hadden,’ concludeert de Russische ecoloog Andrey Zolotkov. Desondanks ziet hij ook aandacht vanuit de lagere breedtegraden. ‘Zelfs landen die geen lid waren van de Arctische Raad, zoals Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië, hebben in de eerste jaren van het millennium financieel bijgedragen aan het ontmantelen. Daarnaast zijn er ook internationale expedities om risicovolle locaties in kaart te brengen.’ Die expedities zijn alleen in de zomer en herfst mogelijk, waardoor er vaak meerdere nodig zijn om een locatie in kaart te brengen.

Militaire incidenten

De afgelopen decennia werden in totaal tweehonderd Russische onderzeeboten ontmanteld. Volgens het Russische Instituut van Nucleaire Veiligheid liggen in het Arctisch gebied nog ongeveer duizend objecten met een nucleair besmettingsrisico.

‘De regionale samenwerking om te bergen is door de jaren heen altijd goed verlopen,’ concludeert de Noorse journalist voor de Barents Observer Thomas Nilsen. Hij volgt het dossier al jaren op de voet en schreef in 1996 voor de milieuorganisatie Bellona een kritisch rapport over het gevaar van nucleaire lekken uit onderzeeboten. Zijn Russische coauteur, voormalig onderzeebootingenieur Aleksandr Nikitin, werd hiervoor vanuit Moskou aangeklaagd voor hoogverraad. Toch zag Nilsen geen hevige politisering van de bergingsprojecten als ze er eenmaal waren, meer in de totstandkoming ervan. ‘Het standaard gesteggel: waar mag je wel of niet varen, wie betaalt precies welk deel – dat werk.’

Ook merkt Nilsen op dat bepaalde afspraken politiek opportuun worden geïnterpreteerd. ‘Noorwegen vindt dat alle nucleaire lekkages moeten worden gemeld, Rusland vindt dat alleen informatie over civiele voorvallen onder deze afspraak valt, en dat ze ons dus geen uitleg zijn verschuldigd over de militaire incidenten.’

Dankzij deze vrije interpretatie werd Noorwegen in 2019 niet op de hoogte gesteld van de dodelijke brand op de nucleaire onderzeeboot Losharaink of de wolk van radioactieve gassen die vrijkwam toen een nucleair aangedreven wapensysteem ontplofte in de Witte Zee.

Foto: Nature Picture Library / Alamy Stock Photo
Blinde vlek

Juist het tegen de borst houden van het militaire deel leidt tot een blinde vlek, aangezien Rusland de afgelopen jaren in de Arctische regio rondom Moermansk aan het remilitariseren is. ‘De Russen kunnen binnenkort vrijwel het hele jaar uitvaren, dus die haven is hierdoor strategisch ook veel belangrijker,’ aldus generaal b.d. Tom Middendorp.

Niet alleen is tweederde van het Russische nucleaire arsenaal gestationeerd in het Arctische gebied, er worden sinds het conflict in Oekraïne ook weer volop ‘superwapens’ getest.

De voormalige commandant der strijdkrachten hamert al jaren op de veranderende geopolitieke dynamiek door klimaatverandering en schreef er het boek Klimaatgeneraal over. Hij ziet een hernieuwd Russisch belang in het Arctische gebied. Niet alleen is tweederde van het Russische nucleaire arsenaal gestationeerd in de regio, er worden sinds het conflict in Oekraïne ook weer volop ‘superwapens’ getest. ‘Na dertig jaar zien we dat er weer nucleaire onderzeeërs worden gestationeerd en de Russen wederom patrouilleren in het luchtruim van de Noordpool. Dat is een teken aan de wand,’ aldus Middendorp.

Daarnaast zijn er civiele inspanningen om wat meer Russische aanwezigheid in het gebied te creëren. ‘Er zit dan geen militair vlaggetje op, maar de actie heeft wel degelijk ook een militair doel,’ aldus Middendorp. ‘Dan wordt er in de Noordzee rondgevaren onder Russische vlag, maar zit het civiele schip vol radioapparatuur. Dat maakt partijen achterdochtig en het risico op incidenten groter.’

Geopolitieke spanningen

Ondanks deze groeiende geopolitieke spanningen bleven de kanalen open tussen wetenschappers, experts en organisaties die werken aan het ruimen van nucleair afval. Zij het met beperkte budgetten, en alleen voor de meest prangende objecten.

Afgelopen zomer zou de Arctische Raad, bestaande uit de acht landen in het gebied, bijeenkomen over de twee meest risicovolle objecten die zo snel mogelijk verwijderd moeten worden. Het gaat om twee onderzeeboten waarvan er eentje in 2003 is gezonken tijdens een eerdere bergingsmissie. De B-159 scheurde tijdens een storm letterlijk van ouderdom uit elkaar en zond tien opvarenden en 800 kilo aan nucleaire brandstof naar de zeebodem. Scheuren in de onderzeeboot werden gedicht met een gel die twintig tot dertig jaar bescherming biedt en de boel tot 2015, mogelijk 2025, op zijn plek moet houden.

De tweede onderzeeboot (K-27) werd begin jaren tachtig – inclusief beschadigde reactoren maar gevuld met asfalt – afgezonken. ‘De nucleaire brandstof in deze onderzeeboot heeft een hoog percentage verrijkt uranium, en er zijn aanwijzingen van beschadigingen aan deze beschermende barrières,’ waarschuwt Andrey Zolotkov van klimaatorganisatie Bellona vanuit Moermansk. De Russische president Vladimir Poetin gaf in maart de opdracht de twee onderzeeboten te ruimen.

Maar de Arctische Raad kwam niet bijeen. ‘Sinds 24 februari 2022, de dag dat Rusland Oekraïne binnenviel, leven we hier in een andere wereld,’ aldus journalist Thomas Nilsen.
Voor journalisten is het nu nog lastiger contacten te onderhouden in Rusland, laat staan ernaartoe te reizen.

De andere zeven landen in de Arctische Raad besloten, als reactie op de Russische inval, per direct de financiering van de onderzeebootruiming te staken. ‘Daardoor zullen gezamenlijke projecten vertragen, wat uiteraard geen beste gevolgen heeft voor zowel de milieusamenwerking als het onderling handeldrijven,’ zegt Andrey Zolotkov.

‘De landen in de Arctische Raad vrezen dat doen alsof het business as usual is met Rusland, kan worden uitgelegd als een goedkeuring van het Russische optreden in Oekraïne,’ constateert professor veiligheidsstudies Gunhild Hoogesen, verbonden aan de Arctische Universiteit in Noorwegen.

Rusland deelt nu geen data meer, wat leidt tot grote blinde informatievlekken in het gebied: de Russische kustlijn beslaat immers 53 procent van het Arctische gebied. ‘Het is pure politiek die voorkomt uit de individuele belangen van die acht staten,’ aldus Hoogesen. De gevolgen raken ook de rest van de wereld. ‘Er zit hier gigantisch veel informatie over klimaatverandering die een wereldwijde impact heeft.’

De zorgen worden tot in Groningen aan toe gedeeld. ‘De dooi hou je niet tegen, maar de data erover hebben we wel nodig en daar kun je op dit moment alleen maar naar raden,’ aldus milieuwetenschapper Steenhuisen.

De onzekerheden nemen toe, en dus ook het risico op misverstanden. Nilsen: ‘Het gaat hierbij niet alleen om de situatie in Oekraïne die zorgt voor verhoogde spanningen, maar bovenal om de verschuiving die Rusland zelf maakt richting dictatuur.’ De autocratische noodzaak om informatiestromen strak te controleren uit zich niet alleen in het uitzetten van buitenlandse journalisten, maar ook in het angstvallig onder de pet houden van negatieve gebeurtenissen.

Exceptioneel belang

In Noorwegen leeft de zorg dat Rusland sinds februari ook grotere nucleaire incidenten voor zichzelf houdt en zal houden. Nilsen verwijst naar de nucleaire ramp in Tsjernobyl in 1986: ‘Het was dankzij een Zweeds alarm duizenden kilometers verderop dat het Westen er toen achter kwam dat er iets vreselijks moest zijn gebeurd. Moskou bleef zelfs toen de eerste wolk over Europa ging ontkennen dat het gevaarlijk was.’

Generaal b.d. Middendorp vraagt zich af of de huidige overlegorganen, zoals de Arctische Raad, wel kunnen omgaan met de situatie: ‘Het is de vraag of je een platform hebt bij incidenten. De Arctische Raad heeft een “pauze” ingelast, maar er zal toch een overlegstructuur moeten bestaan om te voorkomen dat bij incidenten communicatiemisverstanden ontstaan.’
Middendorp verwijst naar de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die in de Koude Oorlog werd opgericht om ook op de meest kille momenten een diplomatiek lijntje open te houden met de Sovjet-Unie.

China heeft zichzelf in een beleidsnota omgedoopt tot direct belanghebbende met de term ‘near Arctic State’, en heeft haar aanwezigheid in IJsland de laatste jaren flink opgeschroefd.

De lijntjes in het Arctische gebied lijken vooral gedreven te worden door korte-termijnopportunisme. Vooralsnog kijken landen en de industrie vooral likkebaardend naar de olie- en gasvelden die nu nog onder het ijs verborgen liggen.

De Amerikaanse overheid schat de hoeveelheid op 160 miljard vaten olie en 30 procent van de complete onontdekte gasreserve. Doordat het Arctische gebied grotendeels uit zee bestaat, is er geen natuurbescherming via internationale verdragen mogelijk, zoals op de Zuidpool.
Naast direct aangrenzende landen zien ook buurlanden mogelijkheden. China heeft zichzelf in een beleidsnota omgedoopt tot direct belanghebbende met de term ‘near Arctic State’, en heeft haar aanwezigheid in IJsland de laatste jaren flink opgeschroefd, onder meer door het bouwen van een nieuwe grote ambassade.

In ieders belang

Vanuit de industrie en de Russische overheid is er volop aandacht voor de instabiele ondergrond. Waar president Poetin eerder beweerde dat de opwarming van de aarde niet zo erg was omdat Russen daardoor mooi konden besparen op bontjassen, roept hij sinds april vorig jaar op tot maatregelen. Er ligt immers 75.000 kilometer aan gas- en oliepijpleidingen in de permafrost, omringd door spoorlijnen en steden.

Toegang tot olie en gas verzekeren het Russische regime niet alleen van een stevige onderhandelingspositie aan de internationale overlegtafels, de inkomsten hieruit houden de kring oligarchen rondom Poetin ook fat and happy. Het voortbestaan van het Russische regime – en Poetin persoonlijk – hangt samen met het garanderen van deze inkomstenstroom. Dit, en geen plotse piëteit met de klimatologische staat van de planeet, zorgt voor een ommekeer in de Russische houding ten aanzien van klimaatverandering.

De gevolgen zijn immers tastbaar. Tijdens een rondetafelgesprek vorige zomer liet de Russische minister Aleksandr Kozlov weten dat ‘naar schatting meer dan 40 procent van de gebouwen en infrastructuur beschadigt door een smeltende ondergrond’. Het proces is volgens de minister ook verantwoordelijk voor bijna een kwart van de technische problemen.

Momenteel kan bijna een derde van de gebouwen in de olie- en gasproductie niet meer worden gebruikt. In Moskou wordt de schade geschat op ruim 58 miljard euro, wat gelijk staat aan 25 procent van het Russische federale budget.

‘Jarenlang is er onterecht het idee geweest dat er sprake was van Arctisch exceptionalisme,’ analyseert professor Hoogesen. Ze verwijst hiermee naar de gedachte dat de regio buitengewoon vreedzaam is omdat er ondanks de spanningen tijdens de Koude Oorlog altijd wel enige mate van samenwerking was. Hoogesen: ‘Er is inderdaad altijd wel samenwerking geweest, maar alleen als een van die acht staten een direct belang had om dat te doen.’

Actie op het gebied van klimaat wordt dan ook alleen ondernomen als er een directe noodzaak is. Van (bijna) lekkende onderzeeboten op het nippertje naar boven liften tot direct fondsen vrijmaken zodra olie- en gaspijpleidingen (en dus directe overheidsinkomsten) onder druk komen te staan.

Dat calculeren volgens strikt direct economisch belang heeft volgens generaal b.d. Middendorp ook zo zijn voordelen. ‘Rusland heeft er belang bij dat de regio stabiel blijft, want anders is het moeilijk zakendoen.’

Russisch ecoloog Andrey Zolotkov is eveneens optimistisch gestemd over de toekomst, en ziet internationale samenwerking ook op het gebied van klimaat. ‘Het is in ieders directe belang. Wat er gebeurt in het Arctische gebied raakt de hele planeet.’