‘Tja, water is nat,’ zegt Marvin Hokstam (55) daags na de verkiezingen waarin Wilders’ PVV de grootste werd, een paar dagen na het interview dat we hadden voor dit verhaal. ‘Nederland is als een dier dat je telkens blootstelt aan pesticiden en daaraan zo gewend is geraakt dat het dat als normaal is gaan beschouwen. Het is tijd dat we het werk doen waarmee we van die pesticide afkomen.’

Hokstam praat graag in metaforen. In dit geval is de pesticide het kolonialisme, waarvan we volgens hem in mentaliteit nog geen afscheid hebben genomen.

Om dat afscheid te bespoedigen, haalt hij, onderwijsman in hart en nieren, de Anton de Kom Universiteit uit Paramaribo, Suriname, naar Nederland: in maart gaat er een tweejarige cursus ‘Africana Development Studies’ van start in samenwerking met niet alleen de Anton de Kom, maar ook met een universiteit in Ghana, West-Afrika. Hij doet dat in samenwerking met het Broos Instituut voor Afrocentrische Studies in Nederland Hokstam vat het samen: ‘Zwarte mensen kunnen er leren over zichzelf, en witte mensen over zwarte mensen.’

Gedekoloniseerd onderwijs

In het dagelijks leven begeleidt Marvin Hokstam leerlingen op het ROC in Amsterdam-Zuidoost. Op zaterdagen zet hij zich in voor het Weekend College, een school in Amsterdam-Zuidoost waar kinderen uit het stadsdeel huiswerkbegeleiding krijgen en zich persoonlijk kunnen ontwikkelen. Voor hij in Amsterdam aan de slag ging, ruim tien jaar geleden, reisde de geboren Surinamer twee decennia als journalist rond in Suriname en het Caribisch gebied. De journalistiek heeft hij niet helemaal losgelaten: hij is uitgever van AFRO Magazine.

Zijn ervaringen met Nederlands onderwijs begonnen een halve eeuw terug, toen hij als jochie in Suriname naar school ging. Daar werd het zaadje voor zijn huidige onderwijsactivisme geplant. Hokstam: ‘De slavernij werd in 1862 afgeschaft, maar de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten, onder wie ik, leerden niets over wie ze zijn. We mochten geen Sranantongo spreken, net zoals mensen op de Caribische eilanden geen Papiaments mochten spreken – talen die de meester niet verstond. Ik leerde op de Surinaamse savanne over de huismus, over de Rijn en over Parijs, maar niets over waar ik zelf vandaan kwam. We leerden ons te gedragen als de beste witte die we konden zijn.’

En dat, zegt Hokstam, is nooit veranderd. Het witte Europese perspectief bepaalt nog altijd het onderwijs, zowel in Suriname en het Caribisch gebied als in Nederland. ‘Als ik in een klas met alleen maar zwarte leerlingen en leerlingen van kleur werk,’ zegt hij, ‘dan is het witte perspectief nog altijd bepalend. Witheid is altijd in de ruimte.’ Hij legt uit: ‘Ik leerde als kind dat de mensen die mijn voorouders tot slaaf maakten, helden waren, en mijn voorouders de verliezers. Dat leren kinderen nu nog.’

‘Als je jezelf niet terugvindt in het onderwijs, óf alleen maar als verliezer, waarom zou je je dan inzetten om er iets van te maken in een witte maatschappij?’

Hij noemt mensen als Boni en Jolicoeur, legendarische guerrillastrijders tegen slavernij en kolonialisme in Suriname in de achttiende eeuw. Ze komen in het onderwijs niet aan bod. Hokstam: ‘Als je jezelf niet terugvindt in het onderwijs, óf alleen maar als verliezer, waarom zou je je dan inzetten om er iets van te maken in een witte maatschappij?’

Hij ziet het als een belangrijke verklaring voor het vaak lagere slagingspercentage van kinderen op scholen in wijken waar zwarte kinderen en kinderen van kleur in de meerderheid zijn: het onderwijs sluit niet aan bij wie zij zijn. Islamitische scholen keren het tij: daar doen kinderen het meestal juist hartstikke goed. ‘Zo zijn er scholen voor allerlei groepen, zoals hindoeïstische en joodse scholen, maar gedekoloniseerd onderwijs is er niet.’ Hij noemt het uitdrukkelijk niet ‘zwart’ of ‘afrocentrisch’, of welke term je er ook maar voor zou kunnen bedenken, maar ‘dekoloniaal’. Het gaat Hokstam er namelijk om een perspectief toe te voegen aan het perspectief dat in Nederland leidend is.

Estafette

Zijn ervaringen als vader van drie kinderen zijn ook niet uit te vlakken in hoe hij over onderwijs denkt. Zijn oudste is al ruimschoots volwassen en woont in New York, de middelste, 19 jaar, groeide op in ‘wit Zoetermeer’ en woont nu met Hokstam en zijn vrouw en de derde spruit, 10 jaar oud, in een hyper-divers stadsdeel in Almere. ‘Bij ons thuis komt alles over de vloer,’ zegt Hokstam. ‘De jongste heeft twee beste vrienden, de ene Duits en de ander moslim. Diversiteit is normaal voor hem. Ik geef mijn kennis aan hem door, maar ik leer ook van hem en zijn vrienden.’

Het is lastig concreet te maken, zegt hij – het is verweven met hoe hij zijn rol als man en vader ziet: ‘Ik probeer mijn kinderen en de kinderen op mijn werk zich bewust te maken van hun identiteit, en zij helpen mij daarbij. Als een estafetteloop nemen we kennis van elkaar aan en geven we het door.’ Dan, over zijn 19-jarige zoon: ‘Hij is muzikant en studeert aan het conservatorium. Een paar jaar geleden wilde hij richting rockmuziek, maar ik heb hem kennis laten maken met jazz en blues want dát is onze erfenis. Nu speelt hij de blues. Hij is Jimi Hendrix.’

Die estafette, dat aannemen en doorgeven, loopt hij in het klein in zijn eigen leven, maar hij ziet het ook in historisch perspectief. Hokstam: ‘De zwarte gemeenschap is niet in charge over het academische discours maar in de geschiedenis zijn het vaak mensen van kleur en zwarte mensen die het morele kompas zijn geweest in de wereld. Wij wisten dat we geen slaven hoorden te zijn. Nelson Mandela wist dat apartheid immoreel was. Martin Luther King wist dat burgerrechten universeel waren. Maar die lessen zijn gemarginaliseerd en hebben nooit permanent vat gekregen op de wereld.’

Hij noemt de afgelopen verkiezingen: ‘Wilders is hard op weg onze premier te worden en dat komt mede doordat we dat morele kompas niet zien. We hebben de les niet vastgehouden. Dat moreel kompas moet weer onderdeel van het onderwijs worden.’

Een droom

Zou het dan geen idee zijn een basisschool of middelbare school op te richten vanuit dat perspectief? Hokstam heeft het geprobeerd. De procedure om een nieuwe school te beginnen bleek echter een onoverkomelijke horde: zoveel handtekeningen van ouders met kinderen in precies die leeftijd in een straal van zoveel kilometer om de geplande school heen, verzameld in precies díe vier maanden van het jaar. Bovendien oordeelde de gemeente Amsterdam dat een dekoloniale middelbare school zou bijdragen aan de segregatie, wat Hokstam de haren te berge deed rijzen: “Weet je wat segregatie is? Dat een doorsnee zwart persoon, ook in Suriname, meer weet over Parijs en de Rijn dan over zichzelf.’

‘Nederland heeft het werk niet gedaan om het koloniale verleden goed af te sluiten. Daarom werkt het nog altijd door. Nederlanders denken nog altijd dat ze aan de goede kant van de geschiedenis staan.’

Hij besloot de strijd niet aan te gaan. Hij had namelijk nóg een plan, en dat is deze samenwerking met de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo. Of eigenlijk is het meer een droom, blijkt als je hem vraagt naar de hoed en de rand. De cursus die in maart begint, is grotendeels online zodat mensen in heel Nederland makkelijk mee kunnen doen, maar in zijn droom ziet hij een campus voor zich van de eerste ‘dekoloniale’ universiteit in Nederland. De kennis die daar wordt overgedragen is niet alleen samengesteld vanuit Europees of Amerikaans perspectief, maar ook vanuit het perspectief van mensen en gemeenschappen die ooit werden gekoloniseerd.

Gemarginaliseerde perspectieven

‘Ken je de HBCU’s in de VS?’ vraagt hij. ‘Dat zijn de Historically Black Colleges and Universities. Waarom is dat concept nooit naar Europa en Nederland gekomen?’ De HBCU’s werden opgericht in de periode na de Amerikaanse Burgeroorlog (die eindigde in 1865) en voor de Civil Rights Act, die in 1964 een einde maakte aan raciale segregatie. Omdat het hoger onderwijs toen nauwelijks toegankelijk was voor zwarte studenten, richtte de gemeenschap haar eigen onderwijsinstituten op. Ze bestaan nog altijd, inmiddels met een diverse studentenpopulatie en met nog altijd een onderwijsprogramma dat recht doet aan gemarginaliseerde perspectieven. Iconen van de zwarte Amerikaanse politiek en cultuur, onder wie Martin Luther King, Toni Morrison, Oprah Winfrey, Spike Lee en Kamala Harris, gingen naar een HBCU.

Wettelijk verankerde segregatie zoals in de VS heeft in Nederland nooit bestaan, maar kolonialisme en slavernij hebben ook hier de geschiedenis bepaald, en daarmee het heden, zegt Hokstam – hij verwijst weer naar de uitslag van de verkiezingen: ‘Nederland heeft het werk niet gedaan om het koloniale verleden goed af te sluiten. Daarom werkt het nog altijd door. Nederlanders denken nog altijd dat ze aan de goede kant van de geschiedenis staan.’ Als een plant, zoals hij eerder zei, die zo gewend is aan pesticiden dat hij denkt dat hij ze nodig heeft, in plaats van onder ogen te zien dat het spul gif is en ermee gebroken moet worden.

Voor iedereen

De cursus die in maart begint, is een variant op de module Afro-Surinaamse Studies die op de Anton de Kom Universiteit in Suriname wordt aangeboden, maar dan toegespitst op de Afro-Nederlander. Op het programma staan ‘Geschiedenis Afrika en Afrikaanse diaspora’, ‘Identiteit, etniciteit en diversiteit’, ‘Economie en ondernemerschap’, ‘Opvoeding, vorming en familierelaties’, en ‘Politiek, bestuur en leiderschap’. Bij afronding krijgen deelnemers een universitair certificaat dat staat voor hun opgedane kennis over, zoals Hokstam het omschrijft, ‘wie, wat, waar, van waar, hoe, waarom mensen van Afrikaanse afkomst nou in Europa zijn’.

‘De wetenschap,’ zegt Hokstam, ‘ging ooit van Nederland naar de kolonie om het Nederlands evangelie te prediken. Nu komen wij naar jullie.’

Hij is er ongelooflijk trots op, zegt hij: ‘Als je dekolonisatie goed wilt doen, moet dat niet alleen vanuit het perspectief van de voormalige kolonisator; je moet mensen ook in staat stellen om te leren vanuit het perspectief van de voormalig gekoloniseerden. Een universiteit uit een voormalige kolonie naar het grondgebied van de voormalige kolonisator halen, hoort daarbij.’

Zo’n universiteit is nadrukkelijk niet alleen bedoeld voor zwarte mensen en mensen van kleur, net zoals de cursus die binnenkort van start gaat voor iedereen openstaat die wil leren. Hokstam: ‘Trump is op weg de Republikeinse presidentskandidaat te worden en Wilders premier, maar wat ik ook zie sinds de moord op George Floyd in 2020 is dat witte mensen bereid zijn het werk te doen.’ Dan, filosofisch: ‘We zijn maar stofjes hè? In het heelal, bedoel ik. Zeventig, tachtig jaar leven we hier, en ik vraag me altijd af: wat kan ik in die korte tijd doen? De wereld beter achterlaten dan ik haar aantrof.’