Liever luisteren? Andreas heeft zijn eigen verhaal ook voorgelezen.
Op de dag dat er een recordaantal van 40.000 nieuwjaarsduikers wordt gemeten en paus Benedictus XVI voorspelt dat dit ‘het jaar van de vrede’ wordt, vindt een hondenuitlater op een oprit aan de Berghemseweg in de Noord-Brabantse plaats Oss het levenloze lichaam van Marja Nijholt. Het is 1 januari 2013 en de politie en het OM beginnen een onderzoek naar wat al snel de Nieuwjaarsmoord gaat heten – een zaak die tot op de dag van vandaag onopgelost blijft, maar nog steeds tientallen mensen bezighoudt.
De 48-jarige Nijholt is een paar dagen ervoor met de trein uit Enschede vertrokken, waar ze woont, leeft van een uitkering, een vriend heeft, kunst maakt en een oecumenische gebedsgroep bezoekt. Ze wordt omschreven als ‘spiritueel, wijs en soms in de war’.
De twee dagen voor haar reis naar Oss brengt ze door in Hotel Fritz in Gronau, net over de grens bij Enschede. Ze wordt gebeld door een man die haar achtervolgt, laat ze aan een kennis weten. ‘Ik vrees voor mijn leven.’ In plaats van bij familie onder te duiken of met haar vriend weg te gaan, pakt ze een grijze rolkoffer in, haar Koga Miyata SilverAce-damesfiets, grijze rug- en zwarte heuptas en neemt ze vroeg in de middag de trein naar Oss. Op straat klampt ze mensen aan, hangt ze verwarde verhalen op, vraagt ze of iemand een slaapplaats voor haar weet en belt ze in cafetaria De Oostwal om hulp – onbekend naar wie.
Een kunstzinnig en licht verward persoon, met meerdere verwondingen gevonden, op een Nieuwjaarsochtend, door een hondenuitlater.
Ze blijft ’s avonds rondzwerven met haar fiets, ze blijft mensen aanspreken. Net na drie uur ’s nachts wordt Nijholt gefilmd door bewakingscamera’s van tankstation Tango. Ze loopt kilometers naar het dorp Berghem, vraagt daar naar het treinstation en wordt weer teruggestuurd naar Oss.
De volgende ochtend vindt de hondenuitlater haar op de oprit van de Berghemseweg – op haar buik, hoofd net onder een geparkeerde blauwe auto, de rugtas geopend op haar rug. De politie wordt gebeld. De vrouw heeft bloed op haar jas, en meerdere steekwonden. Er wordt geen wapen aangetroffen, van een mogelijke dader geen spoor. Twee buurtbewoners vinden al snel haar grijze rolkoffer in het nabijgelegen park: geopend, met een deel van haar spullen ernaast. Haar Koga Myata wordt nooit gevonden, en de doodsoorzaak kan niet worden vastgesteld.
Dit verhaal komt uit de 43ste Detective en Thrillergids van Vrij Nederland. Hier vind je meer verhalen, een true crime-podcast en meer dan tweeduizend thriller-recensies. Of bestel de D&T-gids hier.
Kunstzinnig en verward
Acht jaar later vier ik de verjaardag van mijn zoon. Ik sta in onze achtertuin, mijn net tweejarige rijdt op een plastic graafmachine over de stoep. De moeder van een vriendin komt bij me staan: ze heeft mijn boek En toen vonden ze mijn vader gelezen, waarin ik onderzoek waarom mijn vader op 1 januari 2004 met 42 steekwonden werd gevonden op een verlaten talud in Amsterdam-Oost. Ze zegt: ‘Je moet eens naar de zaak van Marja Nijholt kijken, het is ongelooflijk hoezeer die op jouw vaders verhaal lijkt.’
Een kunstzinnig en licht verward persoon, met meerdere verwondingen gevonden, op een Nieuwjaarsochtend, door een hondenuitlater. En ook hier de vraag: was het een fataal ongeluk, suïcide misschien, of toch moord? Ik maak een notitie in mijn telefoon, maar vergeet het weer.
Twee weken later word ik gebeld door Jet Doedel, medewerker bij Bureau Dupin. Ze onderzoeken met 1.800 burgers uit het hele land de cold case van Marja Nijholt, vertelt ze. Dit is de eerste keer dat in de Lage Landen op zo’n grootschalige wijze burgers worden betrokken bij een opsporingszaak. Of ze me mag interviewen voor hun podcast De Nieuwjaarsmoord. ‘Elk perspectief kan behulpzaam zijn voor het uitpluizen van alle scenario’s.’
Ik word geïnterviewd over mijn onderzoek en de dood van mijn vader, die – achterhaal ik in mijn boek – door suïcide om het leven is gekomen. Zou dat ook bij Marja Nijholt het geval kunnen zijn? Ze was in de war, mogelijk schizofreen, maar er is geen wapen gevonden, amper bloed op de plaats delict en ze had verwondingen in haar gezicht en blauwe plekken in haar nek. Dat duidt eerder op een misdaad, zegt Doedel, net als de manier waarop ze is neergelegd. Zo lijkt het in elk geval. Ik heb ook vragen voor Doedel, merk ik achteraf. Waarom doet ze mee aan Bureau Dupin? Wat drijft die 1.800 anderen om mee te speuren naar aanwijzingen over wat er met Marja Nijholt is gebeurd? Wat gebeurt er als ze een dader vinden? En wat als de dader meedoet aan het onderzoek?
Na het gesprek googel ik Bureau Dupin. Het is vernoemd naar Auguste Dupin, een personage uit de verhalen van de negentiende-eeuwse schrijver Edgar Allan Poe, die zaken oploste door puur logisch redeneren in plaats van onderzoek. Oud-recherchechef Peter de Kock (met K-o-c-k) is in oktober 2020 begonnen met Bureau Dupin, lees ik. Hij wil de zogeheten Nieuwjaarsmoord oplossen (ook al kan het dus ook de Nieuwjaarssuïcide zijn).
Honderden burgers kunnen veel meer dan een paar rechercheurs. Ze zijn daarbij veel minder gebonden aan privacy- en opsporingswetgeving.
Politie en OM hebben hun onderzoek na anderhalf jaar gestaakt: ondanks de uitgeloofde 15.000 euro voor de ‘gouden tip’ konden ze uiteindelijk geen doodsoorzaak aanwijzen. De Kock heeft eerder een documentaire gemaakt over de verdwenen handen van Che Guevara en onderzoek gedaan naar scenariodenken om terroristische aanslagen te voorspellen, en hij is oprichter van softwarebedrijf Pandora Intelligence.
Hij komt makkelijk in de media en legt voor de camera’s van EenVandaag en bij Op1 behendig uit waarom hij dit onderzoek is gestart. De Kock gelooft in de denkkracht van het collectief. Honderden burgers kunnen veel meer dan een paar rechercheurs. Ze zijn daarbij veel minder gebonden aan privacy- en opsporingswetgeving. Een burger mag gewoon iemand op Facebook of Twitter volgen, een rechercheur moet daarvoor een bevel hebben. Als die burgers nieuwe informatie vinden die mogelijk als bewijs kan dienen, moeten ze dat aan de politie en het OM overdragen, is de afspraak die De Kock heeft gemaakt. Die kunnen dan besluiten het onderzoek naar de dood van Marja Nijholt te heropenen.
Bureau Dupin is onderdeel van een bredere ontwikkeling, begrijp ik, waarbij burgers helpen bij onderzoek naar misdaden. Van het zoeken naar het lichaam van Anne Faber in het bos bij Utrecht tot het via sociale media identificeren van de BUK-raket die de MH17 neerhaalde: mensen van allerlei achtergronden helpen de politie en het OM niet alleen met aangiften en tips, maar gaan ook vaker gezamenlijk op zoek. Dus achteraf gezien is het misschien niet zo raar dat na alle media-aandacht voor Bureau Dupin niet enkele tientallen mensen zich aanmeldden, maar vele honderden. Maar het was wel even schrikken voor De Kock en zijn medeoprichters: tienduizenden mensen bezochten hun snel in elkaar gezette website www.bureaudupin.org, die er door de drukte regelmatig uitviel, en binnen een paar dagen hadden 1.800 mensen een account aangemaakt.
Moord, zelfdoding, overig
‘Het was totale chaos,’ herinnert Isis van Cruchten zich. De toen 18-jarige student Europese Studies meldde zich aan nadat ze in de pers over Bureau Dupin had gehoord. Binnen een paar weken werd ze tot moderator gepromoveerd. Ze probeerde orde aan te brengen in de prikborden en maakte een chatomgeving aan waarin deelnemers directer met elkaar kunnen communiceren.
Ik maak ook een account aan en zie profielen van Anoek (‘ik studeer forensisch onderzoek’), Angelina (‘Ik heb Asperger en denk daardoor vaak out of the box’), Anon (anoniem), Frank (‘ondernemer, andersdenker en patroonherkenner’), Josje (‘oud hoofdagente’), Monique (‘interesse in true crime’), Jeffrey (‘timmerman’ en ‘omdenker’), Rory (‘defensie, politie, beveiligingsachtergrond’) en vele anderen. Ze zetten scenario’s uit op de online prikborden (moord, zelfdoding, ongeluk, overig), maken profielen van Nijholt en de dader en stellen vragen door online post-its te plakken op de prikborden. Heel veel post-its, met heel veel vragen.
Waarom ging Marja naar Oss? Had ze een wapen bij zich? Waar zitten de steekwonden op de rug? Hebben de bewoners van het huis aan de oprit haar spullen uit de tas gehaald? Kan de vertrouwenspersoon iets meer vertellen over de levensvragen waar Marja mee worstelde? Urenlang klik ik door alle prikborden, post-its en profielen en vraag me af: hoe krachtig is dit collectief? Kunnen deze mensen samen iets vinden wat politie en OM in die anderhalf jaar niet hebben gevonden, gecontroleerd en uitgesloten?
Het collectief heeft een aantal basisregels opgesteld, begrijp ik van De Kock. Wees wijs met wat je plaatst. Pas op met privacygevoelige gegevens. Hou de veiligheid van de deelnemers en betrokkenen in je achterhoofd. Het is niet toegestaan mensen uit deze groep voor persoonlijke diensten te benaderen. Verder bemoeit hij zich ‘zo weinig mogelijk met het onderzoek’, vertelt De Kock in het kantoor van Pandora Intelligence, in de bossen bij Leusden. De Kock hoopt dat er uit de groep zelf een structuur komt, ‘ritme’, een ‘energie’ die het onderzoek voortstuwt. ‘Anarchistisch organiseren’, noemt hij dat.
De Kock doet nog wel verslag in de inmiddels door een kwart miljoen mensen beluisterde podcast De Nieuwsjaarsmoord, waarvoor Doedel mij ook sprak. Hij vertelt daar met Dupin-leden over de nieuwste vondsten; naderhand belt hij steeds met nabestaanden voor nazorg. De Kock houdt ook contact met de politie en het OM over het onderzoek, en stelt vragen die binnen Bureau Dupin leven. Zo is een reeks vragen over Marja Nijholt beantwoord en heeft Bureau Dupin een set foto’s gekregen van de plaats delict. De antwoorden en de foto’s zijn op de online prikborden geplaatst, waar nu iedereen die inlogt kan zien hoe Nijholt werd gevonden: op haar buik, hoofd half onder de aldaar geparkeerde auto, een tas geopend op haar rug.
Denise de Koning, een 42-jarige ‘artikelstambeheerder bij een groothandel’ uit Purmerend, heeft de beelden al tientallen keren bekeken. De Koning doet via internetfora al zeker vijftien jaar mee aan burgeropsporing in de VS en was betrokken bij het sluiten van verschillende zaken door nieuwgevonden bewijs door burgers. De Amerikaanse zaak waarbij een vader, na jaren onderzoek door mensen over de hele wereld, uiteindelijk werd veroordeeld voor het vermoorden van zijn zoon, die zal ze niet snel vergeten. ‘Cold cases oplossen kost vaak jaren,’ vertelt ze in haar woonkamer, ‘ik heb gejankt toen deze zaak was gelukt.’ Daar doet ze het voor, elke avond inloggen, vragen stellen, speuren, discussiëren met de rest van de groep: ‘Je kunt nabestaanden een stukje sluiting geven.’ In Amerika zijn de regels wel minder streng dan hier, vertelt ze. Wanneer iemand als verdachte wordt aangemerkt, wordt diens profiel vaak publiek. Ook wordt informatie, zoals autopsierapporten, veel makkelijker gedeeld.
De onderzoekers vonden ook een sms die Nijholt op 30 december verstuurde: ‘Ik ben vluchteling geworden, ik kan niet meer in Europa blijven.’
Hoe begrijpelijk de Nederlandse veiligheids- en privacyregels ook zijn, ze zorgen er wel voor dat je als burger moeilijker een bijdrage kunt leveren aan cold case-onderzoek. In Nederland, en bij Bureau Dupin, is het ook nog zoeken naar een goede samenwerking. De politie is huiverig met informatie vrijgeven om mogelijke verdachten te beschermen en om Bureau Dupin niet te veel te sturen. Maar, zegt De Koning: ‘In tegenstelling tot de politie hebben wij, vrijwilligers, vaak eindeloos de tijd. Ook zijn er nu allerlei nieuwe technieken bijgekomen die nieuwe aanknopingspunten kunnen geven. Ik ben me nu aan het verdiepen in bloedsporenanalyse, die is de afgelopen jaren erg verbeterd.’
Bij Bureau Dupin was De Koning vanaf het begin betrokken, al snel ook als moderator, en kon ze van dichtbij zien hoe de groep een aantal interessante ontdekkingen deed die later via de podcast werden gedeeld. Door eindeloos naar de foto’s van de plaats delict te kijken, zag ze met anderen dat er beschadigingen zaten op een hek bij de oprit waar Nijholt werd gevonden. Dat riep nieuwe vragen op: zou Nijholt daar tegenaan gevallen kunnen zijn? Of zou er een worsteling hebben plaatsgevonden? Studenten van de Jheronimus Academy of Data Sciences in Den Bosch doken in door de politie verstrekte, geanonimiseerde telecomdata van Nijholt. Ze deden door data-analyse, die de politie negen jaar geleden nog niet kon uitvoeren, een ontdekking: het nummer waarmee naar het hotel in Gronau werd gebeld en naar Marja werd gevraagd, was van een van haar eigen simkaarten. Mogelijk had zij die uitgeleend, zegt De Koning, maar misschien belde ze ook zélf naar het hotel. Dat laatste zou de wanhoopskreten dat Nijholt ‘achtervolgd’ werd in een ander perspectief plaatsen. Maar de onderzoekers vonden ook een sms die zij op 30 december verstuurde naar iemand van een gebedsgroep: ‘Ik ben vluchteling geworden, ik kan niet meer in Europa blijven.’
De naam in het stof
Denise de Koning was ook onderdeel van wat ze het ‘Routeclubje’ noemt: in oktober 2021 liepen deelnemers aan Bureau Dupin de vermoedelijke route die Nijholt de laatste avond van 2012 door Oss en omgeving aflegde. Het was de eerste keer dat de deelnemers elkaar ontmoetten, door de pandemie waren alle afspraken tot dan toe online. Bij tankstation Tango hielden ze een selfiestick in de lucht ter hoogte van de camera die Nijholt het laatste filmde. Moderator Isis van Cruchten had kleding aan die leek op wat Nijholt droeg die laatste avond en liep voor de camera langs.
Nu kon het Routeclubje voor het eerst zien uit welke richting Nijholt kwam en uit welke niet: duidelijk uit de richting van Oss. Het zijn nog niet direct aanwijzingen dat bepaalde scenario’s uitgesloten kunnen worden of juist waarschijnlijker zijn – laat staan dat het nieuw bewijs is. Burgers kunnen nieuwe dingen vinden die leiden tot nieuwe sporen, weet De Koning, maar dat vergt heel veel tijd. Daarbij bestaat altijd het risico dat je in ‘een tunnel’ belandt, zoals De Koning dat noemt. Denk aan de groep onderzoekers die meende met ‘85 procent zekerheid’ de verrader van Anne Frank te hebben gevonden op basis van één anonieme brief.
Zo sensationeel is het bij Bureau Dupin niet. Voor veel deelnemers is het juist moeilijk de moed erin te houden, stelt De Koning, omdat het onderzoek traag verloopt. Er is nu een groep van dertig tot veertig mensen over van de 1.800 die veel tijd in de zaak steken, met daaromheen een groep van honderden mensen die af en toe inloggen en post-its plaatsen. Haar ervaring met cold cases als deze: ‘Blijven herhalen, blijven speuren, blijven kijken, avondenlang – tot je opeens iets opvalt.’
Zoals Renate Dekker, een egyptoloog uit Heerhugowaard. Ze meldde zich aan bij Bureau Dupin nadat de foto’s van Nijholt door de politie werden vrijgegeven, vertelt ze per videoverbinding, met het gevoel dat ze ‘iets moest doen’. Op de prikborden bestudeerde ze de foto’s van de plaats delict en identificeerde drie verschillende schoenafdrukken. Eén waarschijnlijk van Nijholt zelf, één vermoedelijk van een sportschoen, en één van een schoen met een grof profiel. Die laatste afdruk vond ze in de hele tuin én op de bovenkant van Nijholts linker onderarm. Mogelijk probeerde diegene met de voet te kijken of Nijholt nog leefde, mogelijk was dit een trap tegen haar arm. Dekker denkt het laatste.
‘Het raakt me dat de lijst met mensen die iets tragisch is overkomen steeds langer wordt, terwijl ik misschien de vaardigheden heb om daar iets aan te doen.’
Ook zag ze in het stof op de zijkant van de auto waar Nijholt naast lag, een naam staan. Alsof Nijholt die met haar vinger of met ‘de steel van een blaadje’ had geschreven, aldus Dekker. De naam was niet volledig en er is binnen Bureau Dupin discussie over wat er precies staat. Dekker zag nog iets aan de foto’s: de band van het heuptasje zat dóór de band van de rugzak. Alsof iemand de heuptas wilde pakken – mogelijk diegene die afdrukken achterliet, mogelijk diegene wiens naam Nijholt op de auto schreef.
Voor de camera houdt Dekker een tekenpop omhoog die ze aankleedde naar Nijholts voorbeeld.
Vindt ze het niet ergens apart dat dertig tot veertig mensen misschien wel een paar dagen per week bezig zijn met de dood van Marja Nijholt, terwijl ze haar niet kenden? Dekker vindt dat niet vreemd. ‘Ik wil iets nuttigs doen, iets maatschappelijks. Het raakt me dat de lijst met mensen die iets tragisch is overkomen in Nederland steeds langer wordt, terwijl ik misschien de vaardigheden heb om daar iets aan te doen.’
Een daad van medemenselijkheid
Arnout de Vries, die voor kennisinstituut TNO onder meer onderzoek doet naar burgeropsporing, komt de motivatie van Dekker vaker tegen. ‘Deze mensen willen helpen. En sommigen kunnen zich heel lang in dingen vastbijten. Ze haken minder snel af dan jij of ik zullen doen.’ Het fenomeen burgeropsporing groeit, vertelt De Vries. Meer informatie ‘ligt op straat’, de ‘kennis over opsporing is door boeken en series gegroeid’ en er zijn veel nieuwe sociale netwerken bijgekomen. ‘Tel daarbij op de gigantische interesse voor true crime, en binnen één druk op de knop heb je een community aan de lijn.’
Er is bij burgeropsporing ook altijd het risico dat deelnemers zelf achter een verdachte aangaan. De Vries noemt een Limburgse zaak waarbij iemand een olievat opdook uit de Maas omdat hij ervan overtuigd was dat daarin een lijk zat. Het bleek om olie te gaan. ‘Bij Bureau Dupin is de kans reëel,’ denkt hij, ‘dat het onderzoek naar de Nieuwsjaarsmoord als een nachtkaars uitgaat. Omdat ze te weinig vinden, omdat ze te weinig informatie krijgen van politie en OM en omdat het moeilijk is online contact te houden en informatie en ideeën te delen.’
Toch is er wel een basis gelegd voor een volgende zaak. Er kan dan vanaf het begin heel gestructureerd worden gewerkt, op een manier die Bureau Dupin nu gaandeweg zelf heeft uitgevonden. De Vries adviseert: ‘Betrek netwerken die gerelateerd zijn aan de zaak. Betrek expertise die relevant is. En zorg voor een proces waarbij mensen die willen meedoen gericht hun ideeën kunnen delen, in plaats van een brij aan informatie en onderzoeksvragen.’
Dat kan relevant zijn voor de zaak waar enkele leden van Bureau Dupin zich begin dit jaar bij aansloten. Met Locate International, een internationaal cold case team, buigen ze zich over het einde van een nooit geïdentificeerde man die in 1994 werd opgevist nabij het Duitse eiland Helgoland. Ze worden gevolgd door een podcastteam van de BBC. Ondertussen ontwikkelt productiehuis Medialane voor streamingplatform Videoland een docuserie over Bureau Dupin, dit najaar te zien.
Isis van Cruchten, Denise de Koning, Renate Dekker en alle tientallen anderen achter Bureau Dupin blijven inloggen, speuren, vragen stellen en discussiëren. Je zou het een daad van medemenselijkheid kunnen noemen: dit experiment kan grandioos mislukken, of een stille dood sterven, maar het kan ook dat de mensen achter Bureau Dupin net zolang doorgaan totdat ze bewijs vinden voor wat er die noodlottige nacht met Marja Nijholt is gebeurd.
Kamp je met gedachten aan zelfdoding? Neem dan contact op met 113 Zelfmoordpreventie (0800-0113)
Andreas Jonkers
Andreas Jonkers (1990) is uitgever bij De Correspondent en schreef het boek En toen vonden ze mijn vader. Vader worden als je er nooit een hebt gehad (De Bezige Bij, 2020).


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.