Buiten op het plein bij De Rietwijker in Amsterdam-Noord staan grote donkergrijze bakken met ontluikende plantjes. ‘Kijk maar wat er op de rand staat,’ grijnst Massih Hutak. Bietjes. Wortel. Postelein. Hij zegt: ‘Zo verbinden ze met de buurt, met een volkstuintjesproject.’ ‘Ze’, dat zijn de jonge kunstenaars die atelier houden in De Rietwijker, sinds dat geen buurthuis meer is maar een ‘broedplaats’. Die herbestemming, een jaar of vijf geleden, was volgens schrijver, musicus en dichter Hutak een duidelijk teken aan de wand dat het vechten zou worden om de ruimte in Amsterdam-Noord.
Hutak is behalve kunstenaar ook oprichter en voorman van Verdedig Noord, een groep ‘Noorderlingen’ die hun stadsdeel wil beschermen tegen overname door, kortweg, het grote geld. Niet dat die jonge kunstenaars het grote geld vertegenwoordigen, want die zijn ook maar op zoek naar betaalbare atelierruimte, maar ze nemen als ‘nieuwe Noorderlingen’ ruimte over van ‘oude Noorderlingen’. ‘Dat is op zichzelf niet erg,’ zegt Hutak, ‘maar als je ergens nieuw komt, moet je je wel verhouden tot wat er al was. Dat gebeurt niet.’
In zijn boek Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al beschrijft Hutak hoe Amsterdam-Noord in duizelingwekkend tempo gentrificeert, en hoe dat proces lijkt op vergelijkbare ontwikkelingen in New York, San Fransisco, Berlijn. De term gentrificatie betekent in theorie dat een plek sociaal, economisch en cultureel wordt opgewaardeerd. Maar in de praktijk, schrijft Hutak, betekent het dat een structureel verwaarloosde plek die voorheen geen economisch interessante inwoners had, wordt opgewaardeerd omdat er kapitaalkrachtige, machtige mensen naartoe komen die er eerder niet dood gevonden wilden worden. Gevolg: de oude bewoners worden verdreven en het oorspronkelijke karakter van de wijk verdwijnt.
Hutak kwam zelf in Noord terecht toen hij tien jaar oud was, in 2002. Hij was sinds een paar jaar in Nederland, nadat hij met zijn familie was gevlucht uit Afghanistan. Daarmee mag hij dan geen Noorderling zijn die al generaties in het stadsdeel woont, er werd hem en zijn familie wel een plek ‘toegewezen’. Wat ze typische Noorderlingen maakt. In de vorige eeuw kwamen allerhande groepen die onder aan de maatschappelijke ladder hingen er terecht. Jordanezen die hun volksbuurt moesten verlaten toen die avant la lettre werd gegentrificeerd, ‘gastarbeiders’ uit Turkije en Marokko die groepsgewijs in sociale woningbouw werden ondergebracht, arme sloebers die er een eeuw geleden verplicht werden ‘heropgevoed’. En ook vluchtelingen kregen er dus een sociale huurwoning toegewezen.
‘Na plaatsing liet de overheid ze in de steek,’ zegt Hutak, ‘en woningbouwverenigingen hebben hun huizen nooit fatsoenlijk onderhouden. Daardoor is een speciaal soort solidariteit ontstaan. Die cohesie komt in gevaar door gentrificatie.’
Tijdens een rondgang door de wijk met een paar leden van Verdedig Noord fietst er een jonge, witte bakfietser de Van der Pek-markt op. Verdedig Noord-coördinator Terra Dakota Stein vertelde net over de huizen in de straat, ooit allemaal sociale woningbouw, nu gaan ze voor een half miljoen euro over de toonbank. De bakfietser stopt voor de kaaskraam. Stein zegt: ‘Ze hebben hun eigen wereld en zoeken geen verbinding met wie en wat hier al is. Ze zouden moeten nadenken over hoe ze de wijk kunnen versterken met hun kennis, eventueel hun kapitaal, vanuit gelijkwaardigheid. Dat gebeurt nauwelijks.’
Dit verhaal komt uit onze special over praktische idealisten. Mensen die de wereld, ondanks alles, toch een beetje willen verbeteren. Lees hier meer verhalen.
Gelokt
De nieuwe Noordelingen worden niet geplaatst maar gelokt en trekken nieuwe bedrijvigheid aan. Een dure kapper en koffietentjes, vaak om de hoek bij van die ‘broedplaatsen’, en voor je het weet is de buurt hip. Oude Noordelingen kunnen die kapper en koffie niet betalen, en op den duur de huur van hun eigen groentehandel, eetcafé of kapperszaak ook niet meer. De huizenprijzen stijgen mee. De broedplaatsen zijn gereserveerd voor gediplomeerde kunstenaars die van buiten het stadsdeel of zelfs buiten Amsterdam komen. Autodidacten uit de buurt worden daarmee buitengesloten, én zij raken het buurthuis kwijt waar ze zich vrij konden ontwikkelen.
‘Mensen zeggen wel eens dat ik zelf ooit óók geen nieuwe Noorderling was. Dat is zo, maar mijn komst verstoorde niet de sociaaleconomische balans van de wijk.’
‘Mensen zeggen wel eens dat ik zelf ooit óók een nieuwe Noorderling was,’ zegt Massih Hutak. ‘Dat is zo, maar mijn komst, en de komst van andere oude Noorderlingen, verstoorde niet de sociaaleconomische balans van de wijk. Mijn komst maakte de buurt niet onbetaalbaar. Door mijn komst werden anderen niet de wijk uit gedrukt. Door mijn komst ging de sociale cohesie niet verloren.’ De ‘geplaatsten’ móésten zich immers wel tot elkaar verhouden: er werd door instanties nauwelijks naar ze omgekeken en dus hielden ze elkaar en zo zichzelf op de been. Kijk, dáár, rechts, zijn de daken lichtgekleurd en nieuw, en kijk dan naar links, wat zie je? Slechter onderhouden daken. Links is het nog betaalbaar, rechts niet meer. De winkel Coloured Goodies, met poppen in alle huidskleuren en met albinisme of vitiligo, huist zo’n beetje op de scheidslijn. Ellen Brudet, de eigenaresse, is een oude Noorderling. Kan zij in het nieuwe Noord de huur nog ophoesten?
Zestigduizend woningen erbij
Nu er dringend woonruimte nodig is, wordt Noord ineens interessant voor de gemeente en woningbouwverenigingen. Er moet worden ‘verdicht’. Zestigduizend woningen erbij. ‘Dat is een stad als Zwolle of Maastricht,’ zegt Eva Bollen, actief lid van Verdedig Noord, ‘maar ons is niets gevraagd. Bouwen bouwen bouwen, maar voor wie?’
In het Noorderpark wijst Bollen naar een veld tussen de bomen. ‘Daar heeft de gemeente een festivalterrein gepland. Hoeveel festivalterreinen heeft een stad nodig? En wat hebben oude Noorderlingen eraan? Die krijgen alleen de geluidsoverlast.’
Massih Hutak vroeg Eva Bollen zich aan te sluiten bij Verdedig Noord omdat ze ‘een echte strijdster’ is. Een typische oude Noorderling: ‘kwetsbaar’ omdat ze al haar leven lang arbeidsongeschikt is, maar door haar levenservaring enorm scherp op wat beleid met kwetsbaren doet en hoe het over hun heen walst. Ze groeide op op de kop van de Zeedijk, in een huis dat zo slecht was dat het op instorten stond. Nadat het eindelijk werd opgeknapt, konden haar ouders het niet meer betalen. Het pand is nu miljoenen waard. De geschiedenis dreigt zich in Noord te herhalen. Bollen: ‘Een buurtgenoot zei: “Er rijden tanks door Noord.” Zo voelt het.’
Hoe verzet je je tegen tanks? Kort gezegd: door er je eigen kracht tegenover te zetten. ‘Inspraak is dood,’ zegt Eva Bollen. Praat haar er niet van: ze heeft het geprobeerd in een stadsdeelcommissie en door op andere manieren met de gemeente in gesprek te gaan, maar ze ‘rende er gillend weg’.
‘Het gaat nooit om ego. Degene die het eerst voor een dichte deur staat, trapt ’m in voor iedereen. En ik sta misschien wat vaker als eerste voor die dichte deur en dus ben ik degene die trapt.’
Hutak is de inspraak ook al lang en breed voorbij. Uiteindelijk is het zaak het heft in eigen hand te nemen. Hutak is inmiddels een Bekende Noorderling door zijn hiphop, zijn boek en zijn column in Het Parool, en dat helpt, maar, zegt hij: ‘Het gaat nooit om ego. Degene die het eerst voor een dichte deur staat, trapt ’m in voor iedereen. En ik sta misschien wat vaker als eerste voor die dichte deur en dus ben ik degene die trapt. Maar ik kan zonder de groep niet bestaan.’
Verdedig Noord huurt sinds een tijdje een ruimte in A-Lab, een pand aan het IJ dat vroeger laboratoria van Shell huisvestte en nu een verzamelgebouw is voor allerlei kleine ondernemers, veelal in de culturele sector. De eigenaar wilde Hutak er wel bij hebben. Precies het soort deur dat Hutak graag intrapt: Verdedig Noord zou alleen komen als de toegang van het gebouw ook voor andere Noorderlingen laagdrempelig zou worden gemaakt met een aangepaste huurprijs en sleutels voor alle leden van Verdedig Noord. Dat lukte, waardoor hij nu met jongens en meiden uit heel Noord een plek heeft om naartoe te gaan.
De kracht zit in solidariteit, zegt Hutak. Die ontstaat niet vanzelf in een stadsdeel dat zo divers is als Noord. De kunst is om zowel de 17-jarige Marokkaanse Nederlander als de 35-jarige Surinaams-Nederlandse als de witte gepensioneerde voormalig Jordanese ervan te overtuigen dat ze een gedeeld belang hebben. Wat dat betreft verschilt Amsterdam-Noord van veel Amerikaanse wijken waar gentrificatie toesloeg: die waren bijna homogeen zwart, wat solidariteit vanzelfsprekender maakte. Maar in Noord is het principe hetzelfde, zegt Hutak: ‘Geen van ons heeft baat bij gentrificatie. Het kapitalisme werkt alleen voor de dominante groep. Daarom heeft het geen zin om alleen voor de groep op te komen die op jou lijkt.’
Enorme diversiteit
Hoe goed het Verdedig Noord lukt om een dwarsdoorsnee van Noord aan te spreken, blijkt uit de enorme diversiteit bij alle activiteiten. Er is een cook out − gewoon een middag om met goed, zelfgemaakt Surinaams eten te relaxen. De jongste aanwezige, Hutaks zoontje, is twee, de oudste is een geblondeerde witte dame in scootmobiel van in de zeventig. Bedenk alles wat daartussen zit, en het is aanwezig. Er wordt getafeltennist, gepraat, gegeten, gelachen, en in de hal is een studio waar muziek wordt gemaakt.
Tijdens ramadan kookte een groep vrouwen elke week tweehonderd maaltijden voor arme Noorderlingen. De maaltijden werden in het gebouw van de Moeders van Noord bij elkaar gebracht en door vrijwilligers van Verdedig Noord over papieren tassen verdeeld en daarna opgehaald door een net zo diverse stoet Noorderlingen die ze in hun eigen buurten afleverden. De Moeders van Noord ontvingen onlangs de Heldenspeld van de gemeente Amsterdam – kort daarna hoorden ze dat ze hun vaste stek moeten verlaten omdat die wordt gesloopt. Hutak: ‘Terwijl verschillende partijen overlegden over een nieuw onderkomen voor de Moeders, konden wij ze meteen een ruimte aanbieden.’
‘Ons sociaal en cultureel kapitaal is zo groot dat we in hoog tempo kunnen werken en snel kunnen mobiliseren. Dat is onze kracht.’
Iets soortgelijks gebeurde aan het begin van de coronacrisis: sommige kinderen hadden geen of slecht internet thuis of geen laptop, en in een handomdraai werden er plekken gevonden om ze toch goed de online lessen te kunnen laten volgen. Hutak: ‘Ons sociaal en cultureel kapitaal is zo groot dat we in hoog tempo kunnen werken en snel kunnen mobiliseren. Dat is onze kracht.’
Laat ze maar schuren
Onderdeel daarvan is het zoeken van samenwerking met allerlei andere initiatieven in Noord die zich tegen gentrificatie verzetten. Eva Bollen, bijvoorbeeld, zit behalve bij Verdedig Noord ook in de bewonerscommissie van De Punt (een deel van de Vogelbuurt) en in het buurtplatform Vogelbuurt/IJplein. En als de omstandigheden erom vragen, slaan al die initiatieven de handen ineen.
Zo werd in mei de gemeente voor het blok gezet: maar liefst 26 organisaties in Noord stelden een zogeheten ‘Participatieprotocol’ op waar de gemeente zich aan moet houden als ze met oude Noorderlingen in gesprek wil. Het protocol werd gepresenteerd in De Balie tijdens een hoorzitting. Bijna alle partijen in de gemeenteraad waren aanwezig en lieten zich door Noorderlingen de oren wassen. Dit keer waren het niet de inwoners die twee minuten spreektijd hadden, maar de gemeenteraadsleden. Sprekers van verschillende groepen in Noord deden hun verhaal, waarna ze hun Participatieprotocol presenteerden. In het kort komt het erop neer dat de gemeente bewonersparticipatie duidelijker moet structureren, bewoners moet vertellen in welke rol ze meedenken (als adviseur of meebeslisser?), inzichtelijker moet maken wat er met inbreng van bewoners wordt gedaan en niet éérst beslissen en dán om inspraak vragen. Als de gemeente zich er niet aan houdt, dreigt er ‘een algemene participatiestaking’.
Alle politieke partijen reageerden enthousiast, maar het moet allemaal niet te ‘kumbaya’ worden, zegt Massih Hutak later. Laat de gemeente maar huiverig worden. Laat ze maar schuren, die omgekeerde rollen. Want het protocol is natuurlijk een reactie op de manier waarop de oude Noorderlingen die tanks door hun buurten kregen. ‘Ik heb jaren overal aan tafel gezeten,’ zegt Hutak, ‘maar ik doe het niet meer als niet aan onze voorwaarden wordt voldaan. We organiseren onszelf wel.’
Een onvolmaakt paradijs
In de weken dat Vrij Nederland meeliep met Verdedig Noord was er goed nieuws: de Rietwijker komt weer in handen van de buurt. Verdedig Noord wordt hoofdhuurder. Hutak is een beetje voorzichtig omdat er nog niets getekend is, en zegt dan: ‘Weet je wat belangrijk is? Dat Verdedig Noord meer houdt van waar we voor zijn dan dat we haten waar we tegen zijn.’
De Rietwijker kan, samen met de ruimtes in A-Lab, ruim baan gaan geven aan Productiehuis Noord, de organisatie waarmee alle activiteiten uit de grond worden gestampt: de maaltijdendistributie, verschillende podcastseries, een studio en podium, allemaal samen te vatten als: de verhalen uit de wijk vertellen vanuit het perspectief van de Noorderlingen zélf.
‘Broedplaatsen zijn een van de eerste signalen van gentrificatie. Die ruimte terugclaimen kan de eerste stap zijn in het teruggeven van Noord aan de buurt.’
Die Noorderlingen zelf hebben trouwens ook een visie op volkstuintjes. Oude bewoners hoef je daar niets over te vertellen, want dat is waar ze even konden ontsnappen aan hun te kleine, slechte huizen. Intussen drijft de gemeente de prijzen van volkstuinhuur zó op dat oude Noorderlingen het op den duur niet meer kunnen betalen. Daar kunnen die jonge kunstenaars in de Rietwijker niets aan doen, maar als hun in hun huurcontract wordt gevraagd zich te verbinden met de buurt en ze dat denken te doen door bakken neer te zetten voor bietjes, wortel, postelein, dan snappen ze niet van welk probleem ze onderdeel zijn.
Maar begrijp Hutak niet verkeerd. Hij heeft zin in de zomer, zin om zich op de zomerstroom mee te laten voeren in wat Noord voor hem is: een onvolmaakt paradijs. In zijn nieuwste nummer, ‘Zomerstroom’, rapt hij over, gewoon, blij zijn. Geen diepere laag, niet toch teksten over verzet en tegen kapitalisme erin gemoffeld, maar gewoon, alleen maar blij. In de video van ‘Zomerstroom’ draagt hij een zilverkleurig trainingspak en danst hij met zijn vrouw, die in een goudkleurige jurk gestoken is. Dat is het. ‘Zo heb ik nog meer blije nummers met de vrolijke elektrische sound van Zomerstroom. Ik schreef ze jaren geleden al, maar ik durfde niet onbekommerd blij te zijn. Het leek niet gepast. Maar nu de strijd goed op stoom komt, is blij zijn juist het radicaalste wat ik kan doen. En daar ben ik altijd naar op zoek.’
Goed, hij is blij, het is zomer en de controle over de Rietwijker ligt straks weer bij de buurt, maar wat voor mini-overwinningen zijn dat nu eigenlijk? Daar red je Noord toch niet mee? ‘We onderhandelen over een plek aan de tekentafel als woningcorporatie Rochdale in de Banne, de wijk waar de Rietwijker staat, gaat herontwikkelen en woon- en werkruimte gaat bouwen,’ zegt Hutak. ‘Door aan die tafel te zitten, kunnen we die toekomst voor de buurt en onszelf bevechten.’
De symboliek van De Rietwijker moet ook niet worden onderschat, vindt Hutak. ‘Broedplaatsen zijn een van de eerste signalen van gentrificatie. Die ruimte terugclaimen kan de eerste stap zijn in het teruggeven van Noord aan de buurt.’
De schilderingen op de buitenmuren van De Rietwijker blijven. Hutak zette ze er samen met kunstenaarscollectief United Painting op. Het zijn portretten van oude Noorderlingen. Die zijn de eigenaren van de wijk en vertrouwd met het buurthuis, maar sinds het een broedplaats is, zijn ze tot verblijf aan de buitenkant van de muren veroordeeld. En de mensen binnen zien de mensen aan de buitenkant niet – zowel figuurlijk als letterlijk. Dat gaat veranderen, maar de symboliek van de portretten blijft: dit is hún plek – en die van iedereen die mee wil doen.


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.