Net als vele anderen ben ik weleens bezorgd over de dominantie van de genetica in het duiden van fenomenen. Bang dat genetische kennis andere kennis en zienswijzen zou verdrukken. Maar wie goed naar de praktijk kijkt, ziet een genuanceerder beeld. Kennis is immers mensenwerk en dus altijd contextueel. Maar soms gaat de invloed van de omstandigheden net iets verder en kunnen dominante beelden en doelstellingen een loopje nemen met de feiten. Neem nou Eindhoven.

In 2002 was het plein voor de Sint Catharinakerk in Eindhoven aan een herinrichting toe. Zoals wettelijk vastgelegd, mag er geen steen op de andere gemetseld worden vóór er in de grond is gegraven, op zoek naar waardevol erfgoed. En dat trof. Op 13 maart 2002 stuitte stadsarcheoloog Nico Arts op een kinderskeletje uit de middeleeuwen. Tijdens de opgravingen, die nog vier jaar zouden duren, werd niet ver daarvandaan een spectaculaire vondst gedaan: zevenhonderd graven van mensen die tussen 1200 en 1800 ter aarde waren besteld.

Het is zeer uitzonderlijk om zo veel graven te vinden die zo’n lange periode omspannen. Een grote verrassing ook voor de stadsarcheoloog, omdat de vondst duidelijk maakte dat Eindhoven een langere geschiedenis heeft dan verwacht. Door twee grote stadsbranden in 1486 en 1554 beschikt de stad nauwelijks over archieven. De bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben nog meer sporen gewist. De vondst van de graven opende nieuwe deuren naar de geschiedenis van de stad en haar bewoners. ‘Misschien vinden we in de grond wel Spanjaarden of andere nationaliteiten die de oorsprong van de Eindhovenaar nader verklaren,’ aldus Arts.

Maar dit was niet de reden waarom internationale media, inclusief CNN, op de stoep stonden en prinses Beatrix de archeologische opgraving bezocht. Dát had alles te maken met de glans en de belofte van DNA. Deze archeologische site werd een condensatiepunt dat nieuwe perspectieven zou bieden op het verleden en de toekomst, waardoor er ineens miljoenen gingen rollen binnen het doorgaans financieel onderbedeelde vakgebied van de archeologie. Het grote aantal skeletten en de mogelijkheden om uit de tanden DNA te verkrijgen, beloofden namelijk een spannend epidemiologisch onderzoek.

Zouden de skeletten ons bijvoorbeeld iets kunnen leren over een specifieke genetische mutatie in het hiv-virus, waardoor 10 procent van de Europeanen die daarmee besmet zijn geen aids ontwikkelen? De hypothese was dat die mutatie zo’n drie- tot achtduizend jaar geleden was ontstaan. Vragen als: hoe heeft die mutatie zich in Europa verspreid? En zou die ook bescherming hebben geboden bij andere epidemische ziekten zoals de pokken of de pest? Daarnaast boden de skeletten ook perspectief op kennis over volksziekten als diabetes en hoge bloeddruk. Met deze vragen en hypotheses in het achterhoofd werd in het Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek in Leiden DNA uit de kiezen gehaald en met onderzoek begonnen.

Voorname afkomst

In Eindhoven richtte de aandacht zich intussen vooral op de eerste vondst, het skeletje. Het kind bleek dicht bij het hoofdaltaar van de oude Sint-Catharinakerk te zijn begraven. In het graf werd ook een oude zilveren munt gevonden die met een zijden draad was vastgemaakt op een stuk stof dat op de schouder van het kind werd gevonden. Dit alles wekte de suggestie van een voorname afkomst. Omdat bij kinderskeletten de sekse moeilijk is vast te stellen, werd die op basis van DNA bepaald. Uit een van de kiezen werd DNA gewonnen en geanalyseerd. De aanwezigheid van het Y-chromosoom maakte duidelijk dat het om een jongetje ging. Dit jongetje kreeg al snel de naam Marcus van Eindhoven. Een naam die hij te danken had aan de afbeelding van Sint Markus op het muntje dat op zijn gewaad was aangebracht.

Marcus zou de hoofdrolspeler worden van de opgraving.

In 2003 publiceerde stadsarcheoloog Nico Arts een biografie van Marcus, waarin hij verslag doet van de opgraving, de geschiedenis van de oude Sint Catharinakerk en van Eindhoven. Maar er is ook veel ruimte voor het onderzoek dat op het skelet van Marcus werd verricht. Zo is zijn DNA niet alleen gebruikt om de sekse van het skelet vast te stellen, maar ook om de biogeografische afstamming van Marcus te bepalen. Zijn profiel toont overeenkomsten met populaties in het Middellandse Zeegebied en Noord-Europa. Onderzoek op het skelet wees uit dat Marcus geen goede gezondheid had. Hij was klein voor zijn leeftijd, zijn tanden waren niet volgroeid en vertoonden ribbels. De veronderstelling was dat hij bloedarmoede had en bedlegerig zou zijn geweest.

Er werd ook besloten om op basis van de schedel een gezichtsreconstructie te laten maken. Gegeven wat er over hem bekend was, is het interessant om te zien wat voor gezicht Marcus kreeg: geen bleek, ziekig kindje, maar een mooi mollig gezichtje met roze wangetjes dat blakend van gezondheid oogt. Geen mediterraan uiterlijk, maar blond rossig haar, diepblauwe ogen en een witte huid. Of, zoals Nico Arts het in de biografie stelde: ‘Er is voor neutrale kleuren gekozen omdat we geen informatie hebben over de werkelijke haar-, oog- en huidskleur.’

Er werd een beeld van Marcus gemaakt dat, in middeleeuwse kledij gehuld, eindeloos veel optredens had. Hij bezocht scholen, speelde de hoofdrol in toneelstukken over de geschiedenis van de stad en groeide uit tot ereburger van Eindhoven.

Er werd een beeld van Marcus gemaakt dat, in middeleeuwse kledij gehuld, eindeloos veel optredens had. Hij bezocht scholen, speelde de hoofdrol in toneelstukken over de geschiedenis van de stad en groeide uit tot ereburger van Eindhoven.

Historisch knooppunt

In de loop der jaren ben ik zelf ook gefascineerd door en misschien zelfs verknocht geraakt aan Marcus. Toen ik in 2009 het archeologisch centrum van Eindhoven bezocht, was ik verrast dat zijn beeld zomaar in een hoekje van een vitrinekast stond te verstoffen. Maar het verhaal van Marcus blijft levend en fascinerend. Natuurlijk, het is een mooi jongetje, maar Marcus is ook een historisch knooppunt.

Het verhaal van Marcus is een verhaal van Eindhoven, een stad die niet alleen door Philips met de wereld verknoopt is geraakt. Het zijdedraad waarmee het zilveren muntje op Marcus’ kleding was aangebracht, brengt via de zijderoute een historische relatie met China tot leven, een relatie die wellicht via Venetië liep. Het muntje, zo werd gespeculeerd, was door kruisvaarders meegenomen. De ouders of grootouders van Marcus werden dus als welvarende reizigers voorgesteld. Ook de afbeelding op het muntje is relevant voor het verhaal dat Marcus vertelt. Want de relikwieën van Sint Markus werden rond 828 in opdracht van de Venetianen gestolen uit Egypte. De Venetianen waren toen op zoek naar een prestigieuzere beschermheer van hun welvarende stad en hadden hun zinnen gezet op Sint Markus. Ze lieten het skelet van de heilige uit Alexandria stelen, onder het mom van een ‘onchristelijk’ gebruik van kerk en relikwieën door de moslims.

Zo werd het gezicht van Marcus het gezicht van dít verhaal en niet dat van zijn genen.

Terwijl de biografie die over Marcus is geschreven en het gezicht dat hem is gegeven individualiteit suggereren, representeert Marcus meer dan zichzelf. Zijn genetische identiteit is overschaduwd door de wens een aansprekend gezicht te maken dat jonge Eindhovenaren zou interesseren voor de geschiedenis van de stad.

In 2012, toen men zich realiseerde dat Marcus slechts een deel van de Eindhovenaren aansprak, werd de tentoonstelling Marcus en Mo geopend. Mo staat voor Mohamed.