Het is een brisant idee om een wat oudere door de wol geverfde journalist mee te laten gaan op een reddingsschip met ‘vluchtelingen’, opgepikt uit zee. Het zijn voornamelijk jonge mannen in kleurige zwemvesten die in een rubberboot de zee op zijn gestuurd na een paar duizend euro aan een tussenpersoon te hebben betaald. Voor zover de vluchtingen weten zullen ze op Lampedusa, Sicilië of Malta worden gedropt en daar hun eigen weg gaan zoeken.
Dit is de situatie waarin de journalist Tom Willems (pseudoniem voor Tomasz Wilenski) terecht is gekomen in de roman De schoft van Marente de Moor. Willems vroegere hoofdredacteur en voormalig vriend Hans heeft hem gevraagd nog één keer zo’n sterke reportage te maken zoals hij dat vroeger deed vanuit een onmogelijke brandhaard of conflictgebied, gelardeerd met impertinente vragen aan dubieuze leiders. Merkwaardig is wel dat Hans dondersgoed weet dat Tom, anders dan hij zelf, heel sceptisch staat tegenover het ‘vluchtelingenprobleem’. Zelf staat Hans er welwillend tegenover. Hij kan zich zelfs ‘klimaatvluchtelingen’ voorstellen. Toms scepsis wil zeggen dat hij er helemaal niet zo van overtuigd is dat het wel echt vluchtelingen zijn die op zo’n schip zitten. Voor economische vluchtelingen heeft hij weinig begrip. Hij heeft volgens Hans de laatste jaren ‘een ruk naar rechts’ gemaakt. Hij deelt een hut met een sympathieke Senegalees die zijn splinternieuwe, goud glimmende paspoort overboord gooit zodat hij nu iemand zonder papieren is.
Wat Toms vriend Hans wil bereiken door hem naar het reddingsschip te sturen is onduidelijk. Misschien heeft hij het verkeerd ingeschat en hoopte hij dat Tom oog in oog met de wanhopigen milder over ze zou gaan denken. Maar Tom wordt alleen maar in zijn scepsis bevestigd dat het hier om mensenhandel gaat. Hij komt er geleidelijk achter dat de vrouwelijke bemanning van het naamloze schip, de kapitein, de dokter, wat hulpjes en een mannelijk manusje van alles onderdeel zijn van die handel. Er wordt door de vluchtelingen gegoocheld met nationaliteiten, de ene dag komen ze uit Pakistan, de andere dag uit Syrië. De passagiers zeggen al dan niet schertsend dat ze een dode of een zieke aan boord nodig hebben. Dan moet de kustwacht de boot wel in de haven laten. Tom zegt lichtelijk cynisch tegen zijn hutgenoot dat het voor de emigratiedienst al voldoende is dat hij zielig doet. ‘Kun je dat?’
Evacués
Wat Marente de Moor met de roman voor heeft is ook niet al te duidelijk. Zeker is wel dat ze er goed in slaagt om de onmogelijke positie van Tom op het schip te schetsen. Hij voelt zich al gauw opgesloten. Het wordt niet gezegd, maar hij wordt gehaat. Hij is een stoorzender, een spion, iemand die de waarheid gaat vertellen in de krant. Dat de rondhangende en steeds humeuriger wordende ‘vluchtelingen’ door de kapitein eufemistisch ‘evacués’ worden genoemd. Kapitein Lady Aga heeft als lijfspreuk: ‘Het gaat er niet om wie we redden, maar dat wij ze redden.’
Ook al gaan de ideeën in De schoft niet diep, De Moor laat die ideeën toch geducht insnijden in de levens van de personages.
De ‘evacués’ wachten alleen maar op het moment dat ze van boord kunnen. Dat moment komt niet, geen haven wil ze hebben, maar dat krijgen ze niet te horen. Dat zorgt voor gemok, voor opstootjes en vechtpartijtjes. Een vluchteling blijkt ineens een staflid te zijn die zichzelf geen mensenhandelaar noemt, maar ‘veerman’. Wanneer deze veerman de vrouwelijke dokter onder Toms ogen verkracht moet daar over gezwegen worden tegenover de kapitein.
Mokkend over zijn positie op de boot komt ook Toms leven boven drijven. Hij denkt vaak aan zijn vader, zijn moeder, ex-vrouw en zijn van menige tatoeage voorziene dochter Lau. Die vindt hem ‘niet meer van deze tijd’. Zijn vader is ooit uit Polen gevlucht en heeft daar een nog dagelijkse afkeer van het communisme aan over gehouden. Die geeft hij volgens zijn ex-vrouw aan zijn zoon Tom door, wat neerkomt op ‘rechtse denkbeelden’. Hij heeft ook te weinig kritiek op het kapitalisme. Tom zelf denkt dat hij gewoon nuchter nadenkt, iemand is die aan de nuances hecht, en over veel zaken vooraf twijfelt. Volgens zijn moeder is zijn vader ‘een schoft’, en Hans (die graag mee buigt met de tijdgeest om zijn positie te behouden) denkt dat Tom een rechtse schoft is. Tom vraagt zich af of hij denkt zoals hij denkt omdat hij oud aan het worden is, of om dat hij juist scherp en bij de tijd is. Het bevalt Tom helemaal niet dat de kranten tegenwoordig vol staan met meningen en dat de goede oude reportage er niet meer bij is.
Ook al gaan de ideeën in De schoft niet diep, De Moor laat die ideeën toch geducht insnijden in de levens van de personages. Tom heeft een hekel aan opportunisten en huichelaars, waarvan hij er veel tegenkomt als het over ‘vluchtelingen’ gaat. Hij vindt niet dat we al schuldig zijn omdat we ‘wit’ zijn. Volgens zijn flink linkse moeder, die (zegt hij) bereid is haar eigen kinderen voor haar idealen op de brandstapel te gooien, is hij een islamofoob. Hij heeft een hekel aan alles wat tegenwoordig in de verbetermodus staat. Alles moet iets gezonds, goeds, aardigs, opvoedkundigs of verbindends hebben.
Wie niet twijfelt is een leugenaar volgens Tom.
Tom heeft de merkwaardige hobby zich te verdiepen in heiligenlevens volgens de Legenda Aurea (1259-1273), zoals dat van de martelaren Agatha en Lucia. Van de een worden de borsten afgesneden (zoals te zien op vele schilderijen, zoals dat van Zurbarán op het omslag van De schoft), van de ander worden de ogen uitgestoken. In het verlengde van deze vreselijke martelingen is Tom een liefhebber van horrorfilms en heeft hij een extra groot gevoel voor vrouwenborsten. Dat maakt hem alles bij elkaar tot een merkwaardig, alle kanten opgaand karakter, een liefhebber van martelgruwelen en iemand met exquise gevoelens voor borsten. Hoeveel stelligheid ook in De schoft te vinden is, wie niet twijfelt is een leugenaar volgens Tom. Kapitein Lady Aga haat Toms twijfel.
in de diepste krochten van de droom
De bemanning wil van Tom af, en Tom wil van de boot af. Wanneer hij na veel dubben de sprong in zee waagt, verandert de roman meteen van karakter en gaat over in hallucinerende, droomachtige verbeelding. Het is alsof De Moor niet meer wist wat ze met een schip dat nergens mag aanleggen aan moest. Als gevolg van zijn sprong in de zee blijft Tom op een opgeblazen pony drijven, ziet hij dat Kate Bush voor een muzikale sfeer zorgt en dat een watergodin een ballet uitvoert met haar goddelijke borsten.
De roman gaat door dit droomachtige slot als een kaars uit. Het biedt te weinig aanknopingspunten met de rest van de roman, of die zouden in de diepste krochten van de droom moeten zitten. Blijft over het vele prikkelende delibereren van Toms zowel boude als nuancerende gedachten, gevangen in de claustrofobische situatie van een boot die op weg is naar niets.
De schoft door Marente de Moor is uitgegeven door Querido.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.