De Italiaanse schrijver Alessandro Baricco doet wel of hij twijfelt, maar in werkelijkheid is hij een warm pleitbezorger van de Digitale Revolutie. Om niet al te zeer op te vallen, schrijft hij het zelf nog niet met hoofdletters, maar in zijn nieuwe boek The Game struikelt hij over zijn eigen enthousiasme, ook al wendt hij twijfels en angsten voor. ‘We vrezen voor een radicale mutatie, de ontwikkeling van een nieuwe mens,’ schrijft hij, maar we bespeuren hier wel ‘de voetstap van een belangrijke revolutie’.
Baricco heeft dit spelletje eerder gespeeld in De barbaren, het boek uit 2006 waarin de barbaren geen barbaren zijn. Eerder het omgekeerde, het is een geuzennaam. Volgens Baricco worden ze zo genoemd door de mensen die nog met het wereldbeeld van de twintigste eeuw in hun hoofd lopen en die de jongeren als een invasie van lompheid beschouwen. Als twintigste-eeuwers hechten die mensen aan authenticiteit, diepgang, kwaliteit, reflectie, complexiteit, duurzaamheid, inspanning en vakwerk.
Dat het Baricco ernst is in The Game, blijkt uit zijn poging om van de digitale revolutie iets te maken dat thuishoort in het rijtje humanisme, Verlichting en Romantiek.
Daar hebben de ‘barbaren’, eind vorige eeuw geboren, niets meer mee. Zij willen juist kunstmatigheid, oppervlakkigheid, kwantiteit, snelheid, simpelheid, plezier en multitasken. Dat zijn de nieuwe waarden, die er weliswaar niet meteen als compleet nieuwe waarden uitzien, maar die moet men er in leren zien. Het gaat hier wel degelijk om een ‘mentale mutatie’, een wisseling van paradigma, een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken: surfen, scheren over de oppervlakte, in plaats van verdieping, snelheid in plaats van reflectie, simpelheid in plaats van complexiteit.
Een nieuwe beschaving
Dat het Baricco ernst is in The Game, blijkt uit zijn poging om van de digitale revolutie iets te maken dat thuishoort in het rijtje humanisme, Verlichting, Romantiek, industriële revolutie. Er is volgens Baricco niet ‘iets’ aan het veranderen, maar ‘alles’. Het gaat om niets minder dan een ‘nieuwe beschaving.’ Er zullen ‘volkomen andere logica’s’ ontstaan dan we kennen, en nooit eerder geziene ‘mentale houdingen’ die een uitdrukking zijn van het ‘absoluut nieuwe’.
Met het humanisme verplaatste de aandacht zich van God naar de mens. Met de Verlichting werd inzicht verkregen door het gebruik van het verstand. Tijdens de Romantiek bepaalde het gevoel hoe men alles beoordeelde. De stoommachine van de industriële revolutie verving de menskracht en bracht alles in beweging. Wat heeft de digitale revolutie om zich op dit niveau te onderscheiden? Niet weinig. Versnelling in het uitwisselen van informatie, het handiger bewaren van alle beschikbare kennis, de technische vervolmaking, de complete automatisering, een alleskunnende smartphone die in de palm van je hand ligt. Het is indrukwekkend, en het heeft alles van een revolutie, maar om een diepingrijpende mutatie, ‘een nieuwe beschaving’, gaat het natuurlijk niet.
Kruistocht tegen de ‘elites’
Het valt niet te ontkennen dat Baricco zich veel (en al te breedvoerige) moeite getroost om de digitale revolutie in The Game een wereldhistorische allure te geven. Hij schetst de geschiedenis van de ‘Game’, de hiërarchieloze digitale wereld, door hem de ‘nevenwereld’ genoemd, naast de gewone werkelijkheid. In die nevenwereld bevinden zich internet, het World Wide Web, laptops, sites, apps, iPhones en alles wat de computer tot de wondermachine heeft gemaakt: e-mail, Playstation, YouTube, Instagram, Google, Facebook, Twitter, tot en met de uitvinding van het apenstaartje door Roy Tomlinson in 1971.
Baricco wil one of the boys or girls zijn, op gelijke voet met de lezer die met ‘je’ wordt aangesproken, zonder afstand, zonder hiërarchie.
Baricco bedient zich van een familiare stijl waarin de lezer bij de hand wordt genomen en regelmatig wordt gevraagd of hij het ook niet indrukwekkend vindt: ‘indrukwekkend, geef toe’, wanneer Tim Berners-Lee in 1990 het World Wide Web heeft uitgevonden.
Baricco’s familiaire toon (‘Oké, dan hebben we het dus duidelijk voor ogen’) heeft een uitgesproken bedoeling. Hij wil one of the boys or girls zijn, op gelijke voet met de lezer die met ‘je’ wordt aangesproken, zonder afstand, zonder hiërarchie. Dat heeft iets amicaals en opdringerigs, zeker wanneer Baricco het laat samengaan met een kruistocht tegen de ‘elites’.
Er is niets tegen kritiek op allerlei soorten elites, maar wel als het blijft bij ‘elites’ in het aller-algemeenst, zoals bij Baricco. De manier waarop hij het over elites heeft, is een insinuerende slag in de lucht. Uit een essay in De Groene blijkt dat voor hem iedereen tot de elite behoort die zich niet helemaal onderaan de maatschappelijke ladder bevindt.
Die elites, met ‘hun verbazingwekkende morele blindheid’, moeten ‘weggevaagd’ worden omdat ze de twintigste eeuw vertegenwoordigen. De twintigste eeuw is voor Baricco een van de gruwelijkste, ‘misschien wel de gruwelijkste’, eeuw uit de geschiedenis.
In al zijn losheid is Baricco’s toon hier tamelijk demagogisch. Hij noemt de hele twintigste eeuw gruwelijk en ziet over het hoofd dat de tweede helft van die eeuw werd gekenmerkt door een van de langste vredes in de geschiedenis van Europa.
Hij spreekt met twee tongen
In het verlengde van het afgeven op ‘elites’ valt het op hoe Baricco het over ‘de mensen’ heeft. ‘De mensen’, dat is wel heel weinig specifiek. Het gaat kennelijk om alle mensen die te lijden hebben gehad van de elites.
Er zou een pact tussen ‘elites en mensen’ hebben bestaan dat in duigen is gevallen. Hoe dat pact eruit heeft gezien en waarom het in duigen is gevallen, vertelt Baricco niet, maar in elk geval gaan ‘de mensen het verder zelf doen’.
De computer en internet zouden ervoor hebben gezorgd dat ‘de mensen’ de elites niet meer nodig hebben. ‘De mensen’ kunnen alles op internet vinden, de wereld staat voor ze open, aan experts, bemoeials, leraren, tussenpersonen hebben ze geen behoefte meer. Weg met de elites dus. De digitale revolutie als grote gelijkmaker.
De twintigste eeuw is voor Baricco een van de gruwelijkste, ‘misschien wel de gruwelijkste’, eeuw uit de geschiedenis.
Maar Alessandro Baricco is een draaitol. In het begin van The Game schetst hij een rooskleurige geschiedenis van de digitale revolutie. Maar hij is tot in het diepst van zijn ziel ambivalent. Hij spreekt met twee tongen: op de ene pagina zegt hij dit, op de andere dat. Hij begint een kruistocht tegen de ‘elites’. Omdat hij niet helemaal achterlijk is, komt hij er snel achter dat in de digitale wereld binnen de kortste keren nieuwe elites zijn ontstaan.
De vele tekortkomingen van de revolutie dringen dan tot hem door: de monopolies, de nieuwe superrijken, de nieuwe machtsconcentraties en de corruptie. De Game heet al gauw ‘een moeilijke, vermoeiende en selectieve habitat’ waarin geen ‘bezieling’ zit. Het is zelfs een wereld die ‘ongelijkheden genereert’, iets wat zoveel is als vloeken in de kerk van de digitale revolutie, want om het elimineren van ongelijkheid was het die revolutie allemaal te doen. ‘De mensen’ zouden het immers ‘verder zelf doen’, zonder elites?
Een en al beweging
De digitale revolutie, beweert Baricco plompverloren, is een reactie op de gruwelijke twintigste eeuw. Die moest, alsof Steve Jobs, Larry Page of Jeff Bezos het zo gepland hebben, weggevaagd worden uit het bewustzijn. De twintigste eeuw zou de eeuw van de grenzen en van de bewegingloosheid zijn geweest.
In de nieuwe digitale wereld is alles grenzeloos en een en al beweging. Alles wat behoefte heeft aan stilstand krijgt volgens Baricco ‘uiteindelijk een twintigste-eeuwse stank.’ De digitale wereld maakt ook een einde aan de ‘diepte’. Alle diepte zou nu in de oppervlakte zitten.
Vreemd is dan wel dat Baricco helemaal aan het eind van The Game spijt krijgt van de vele lof en instemming die hij heeft betuigd aan de technologie. De technische ingenieur was de nieuwe mens. Maar op de laatste pagina is er ineens behoefte aan verdieping, ‘aan humanisme’ bij de bewoners van de digitale wereld, ‘om zich mens te blijven voelen’. De kunstmatige intelligentie zal ons alleen maar verder van onszelf afvoeren, daarom is er ‘de komende honderd jaar niets waardevollers dan alles waardoor de mensen zich mens zullen voelen.’ Waarna de draaitol Baricco nog voor een laatste keer tevoorschijn komt: er moet zo snel mogelijk een ‘hedendaags humanisme’ ontstaan dat geschikt is om te worden toegelaten in de digitale processen. Wat dat mag inhouden, vernemen we niet.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.