Opnieuw relevant, want

Gideon Querido van Frank schreef dit artikel voor Vrij Nederland in 2019 onder de titel Hoe links ook de joden treft in de strijd tegen wit privilege. Naar aanleiding hiervan vroeg Emile Schrijver (algemeen directeur Joods Cultureel Kwartier, Amsterdam) Querido van Frank een tentoonstelling te maken voor het Joods Historisch Museum. Hij deed dat samen met gastconservatoren Anousha Nzume en Lievnath Faber. De tentoonstelling is te zien van 9 juni tot en met 1 augustus. Voor meer informatie: jck.nl.

Ik heb mijzelf altijd als links gezien. In de jaren negentig haalde ik mijn master in genderstudies – in een tijd dat die nog lekker activistisch ‘vrouwenstudies’ heetten, ik de enige man in de collegezaal was en termen als gender en LHBT nog lang niet waren doorgedrongen tot het publieke debat. Ik ben erdoor gevormd en die tijd heeft mij tot de mens gemaakt die ik nu ben.

Een van de dingen die mij het meest trokken aan die wereld, was wat we vandaag de dag ‘inclusiviteit’ noemen. Voor iedereen was er ruimte, juist de verhalen uit de marge stonden centraal.

In die dagen was ik niet zo met mijn Joods-zijn bezig, maar de constatering dat veel namen van de auteurs op onze academische boekenlijsten Joods waren, gaf mij een gevoel van trots. Het stoorde mij niet dat deze Joodse herkomst nooit als zodanig werd benoemd, er waren andere minderheden wier verhalen urgenter waren.

Advertentie

Advertentie

Dankzij activistische tegenbewegingen zoals Black Lives Matter is het idee van wit privilege inmiddels doorgedrongen tot het publieke domein: het besef dat heteroseksuele witte mannen het voor ’t zeggen hebben, dat zij de geschiedenis hebben geschreven en op elk gebied de norm zijn ten koste van iedereen die niet tot die groep behoort. Wit privilege is zo verankerd dat de voordelen vanzelfsprekend zijn en door witte mensen niet eens als zodanig worden herkend.

Dit besef van systematische ongelijkheid begint eindelijk gemeengoed te worden: van de kleurrijke stoet aan personages uit Orange Is The New Black tot het diversiteitsbeleid van grote bedrijven, nooit eerder in de geschiedenis werd er op zo’n grote schaal rekening gehouden met het perspectief van de Ander.

Sleutelbegrip in deze nieuwe representatiepolitiek is het begrip intersectionaliteit: het inzicht dat alle onderdrukkingssystemen elkaar overlappen en dat je het een niet kan oplossen zonder het ander. Solidariteit dus. De Women’s March afgelopen maart in Amsterdam was een groot kleurrijk intersectioneel feest: een moslimfeminste, een gehandicapte vrouw, een sekswerker, een transgender vrouw en een zwarte man spraken de duizendkoppige menigte toe die gehuld was skinny jeans, afro’s en hijabs waarboven spandoeken en Palestijnse vlaggen uit toornden.

Niet aflatende stroom Jodenhaat

Er gebeurde nog iets anders de afgelopen jaren. In 2012 knalde Mohammed Merah in Toulouse een groepje joodse schoolkinderen neer, twee jaar later werd dat door Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer nog eens overgedaan in het Joods Museum van België in Brussel. In 2015, twee dagen na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, gijzelde Amedy Coulibaly negentien mensen in een koosjere supermarkt in Vincennes en vermoorde hij vier gijzelaars. In 2017 brak Kobili Traoré in bij een 65-jarige joodse vrouw in Parijs en gooide haar van het balkon. In datzelfde jaar werden de ruiten van een koosjer restaurant in Amsterdam ingegooid en riepen white supremacists in Charlottesville ‘Jews will not replace us’. In 2018 viel een Syrische man in Prenzlauer Berg een jongen met keppel aan, schoot Robert Bowers in Pittburgh elf synagogegangers neer en werd de 85-jarige joodse Holocaustoverlevende Mireille Knoll in haar Parijse appartement doodgestoken. Een paar maanden daarna bewerkten onbekenden in Straatsburg negentig joodse graven met hakenkruizen en schreeuwen AZ-supporters: ‘Mijn vader zit bij de commando’s, mijn moeder zit bij de SS. Samen verbranden ze joden, want joden die branden het best.’

Dit is geen bloemlezing van incidenten, maar onderdeel van een niet aflatende stroom Jodenhaat die Europa teistert. De cijfers liegen er niet om: in 2018 nam in Nederland het aantal antisemitische daden met zo’n 20 procent toe ten opzichte van een jaar eerder, in Frankrijk was er een stijging van 74 procent. Een krappe 75 jaar na de Holocaust zeggen Europese Joden steeds vaker zich niet veilig te voelen. In een grootschalig onderzoek in twaalf Europese lidstaten geeft 90 procent van de ondervraagde Joden aan dat antisemitisme toeneemt, in Nederland zegt de helft van de Joden zich niet vrij te voelen openlijk hun geloof uit te dragen.

Dit betreft ook jongeren: begin juli 2019 publiceert het Europese Bureau voor de grondrechten een rapport waaruit blijkt dat bijna de helft van Europese Joodse jongeren de afgelopen vijf jaar met antisemitisme te maken heeft gehad, maar liefst 45 procent van de jonge Joden durft in het openbaar geen Joodse symbolen meer te laten zien of te dragen. Instanties die zich bezighouden met het onderwerp luiden de noodklok: antisemitisme, waarvan we lang dachten alleen nog maar de stuiptrekkingen van mee te maken, is volop terug van misschien wel nooit weggeweest.

Selectieve intersectionaliteit

Vanuit de nieuwe solidariteitsgedachte zou je denken dat links het bestrijden van antisemitisme tot een belangrijk agendapunt zou maken. Maar vorig jaar weigerde BIJ1 als enige politieke partij – los van DENK – het Amsterdams Joods Akkoord te ondertekenen, een verklaring waarin de politiek zich uitspreekt tegen antisemitisme. Afgelopen februari stapte een achtste parlementslid uit de Britse Labourpartij om dezelfde reden als zeven anderen dat eerder deden: het antisemitisme dat welig zou tieren in de partij van Jeremy Corbyn.

De Chicago Dyke March is intersectioneel, maar drie vrouwen die een regenboogvlag met daarop een Davidster droegen, werden door de organisatie uit de parade gebonjourd.

Nog meer dan bij de gevestigde linkse politieke partijen, blinkt activistisch links uit in antisemitische incidenten. Tamika Mallory, de co-president van de Amerikaanse Women’s March, weigerde openlijk afstand te nemen van het antisemitische gedachtengoed van Nation of Islam-voorman Louis Farrakhan. Dezelfde Women’s March benoemt in haar Unity principles de diversiteit onder vrouwen (black women, native women, poor women, immigrant women, disabled women, muslim women, lesbian, queer and trans women), maar rept met geen woord over joodse vrouwen, en bij het rijtje waar de beweging tegen vecht ontbreekt het woord antisemitisme.

Bij de Women’s March afgelopen maart in Amsterdam waren alle kleuren van de regenboog vertegenwoordigd maar elke verwijzing naar Joden en antisemitisme ontbrak. De Chicago Dyke March is volgens haar statuten intersectioneel, maar in 2018 werden drie vrouwen die een regenboogvlag met daarop een Davidster droegen door de organisatie uit de parade gebonjourd.

Ook dit zijn geen incidenten: op de spandoeken van zo’n beetje elke demonstratie tegen racisme, seksisme, homo- en transfobie, islamofobie, kapitalisme, discriminatie van ouderen en mensen met een beperking ontbreekt steevast één woord: antisemitisme. Intersectionaliteit lijkt over elke minderheidsgroepering te gaan, maar nooit over Joden. Wat is er aan de hand?

Zielige witte jood

Afgelopen 4 mei plaatste BIJ1 een advertentie met de volgende tekst:

Wij herdenken vandaag de gevallenen en getroffenen, in het bijzonder de vaak vergetenen zoals Roma, Sinti, lgbtiq+, communisten en anarchisten, en mensen met een beperking. We spreken extra dank uit aan de moslims en mensen van kleur voor hun rol in de bevrijding van Nederland. Bovendien herdenken we alle mensen die vandaag de dag sterven door Europese wapens en grenzen, terwijl ze vluchten voor armoede of geweld veroorzaakt door Europese uitbuiting.

Twee dingen vallen op. Ten eerste de focus op de gevallenen en getroffenen die ‘vaak vergeten’ worden in de officiële geschiedschrijving. Dit is in de lijn met de herziening van de westerse grand narratives, de geschiedenis met een grote G die is geschreven door witte mannen met hun ‘wapens en grenzen verantwoordelijk voor armoede, geweld en uitbuiting.’

Het tweede wat opvalt in de advertentie is wat BIJ1 zelf ‘vergeet’: de Joden die bijna de helft van het totale aantal Nederlandse slachtoffers van de Tweede wereldoorlog vormden. Weer is er diezelfde vraag waarom Joden niet worden genoemd. Is het antwoord misschien dat links Joden niet als zwart, als kwetsbare etnische minderheid ziet, maar als wit? Dat de Jodenvervolging oud nieuws is, een verhaal dat ten koste gaat van die andere verhalen?

Toen Het Parool afgelopen maart meldde dat actrice Miryanna van Reeden op straat door een voorbijganger was uitgemaakt voor vieze Jodin, stonden deze reacties onder het online artikel:

‘Dit heb ik mijn heeeeeleeee leven lang al: Kanker negerin, rot op naar je eigen land (ben hier geboren), kut aap, zwarte hoer enz enz. Echt sneu voor haar hoor maar je bent niet de enige meid!’

‘Ik snap dat dit niet fijn voor mevrouw is en discrimineren hoort niet, maar ik ben wel verbaasd hoe dit zoveel media aandacht krijgt. Gisteravond vonden de presentatoren van RTL Boulevard het ook zo zielig. Elke dag worden mensen met een kleur uitgemaakt voor neger en zwarte piet, dan wordt hen gezegd stel je niet zo aan. Dus ben even verbaasd hierover.’

 ‘Is dat zo erg mensen worden elke dag uitgescholden voor rot op neger naar je eigen land, vieze Homo en dergelijk anderen worden elke dag gediscrimineerd geen haan die er om kraait. Maar als het om een Jood gaat is het hek van de dam. Jammer.’

‘Terwijl moslims en donkere mensen echt met man en macht sinds dag één in NL worden gediscrimineerd, eist de zogenaamde zielige witte jood het podium weer op met dit soort verhalen.. Heel toevallig!’

Uit deze reacties spat de verontwaardiging over privilege, Joods privilege. Terwijl wit privilege gaat over het voorrecht de norm te zijn, gaat Joods privilege over het alleenrecht op en uitbuiting van leed. Het idee dat Joods lijden altijd erkend en uitentreuren ingewreven wordt ten koste van het leed van al die Anderen.

‘In de klassieke samenzwerings­theorieën hebben Joden alles in handen, vooral de economie en de media, waardoor hun verhalen voortdurend alle aandacht krijgen.’

Waar komt dit idee vandaan? Ik spreek hierover met Wenzel Michalski, directeur Human Rights Watch in Berlijn: ‘Dit is een retoriek die teruggrijpt naar eeuwenoude antisemitische complotverhalen waarin joden worden neergezet als zelfverklaarde slachtoffers die het leed monopoliseren en vooral uitbuiten. In deze klassieke samenzweringstheorieën hebben Joden alles in handen, vooral de economie en de media, waardoor hun verhalen voortdurend alle aandacht krijgen.’

Dit stereotype van de Jood als almachtig zie je terug in de vele samenzweringstheorieën, waarin de Joden het grootkapitaal bezitten en de werkende klasse uitbuiten. Nóg een oorzaak van antisemitisme bij links, dat immers zijn oorsprong vindt in gelijke verdeling van arbeid en kapitaal.

Telkens weer ingewreven

Er valt wel wat af te dingen op het idee van Joods privilege op leederkenning. Het grootste deel van de westerse geschiedenis zijn Joden vanuit Christendom en rassenwaan opgejaagd en uitgemoord en voor dat lijden was weinig ‘erkenning’. Dat gold zeker voor de weinige Joden die terugkwamen uit de kampen en de stilte waarmee hun leed omringd werd.

In de daaropvolgende decennia werden Joden een symbool voor wat er gebeurd was, een schaamtevolle periode waaraan men liever niet herinnerd wordt (denk aan de woorden van de Duitse-Joodse journaliste Hilde Walter uit 1968: ‘Het lijkt erop alsof de Duitsers ons Auschwitz nooit zullen vergeven’).

Wenzel Michalski: ‘De vernietiging van de Joden vond bijna driekwart eeuw geleden plaats, de meeste mensen op aarde hebben deze periode niet meegemaakt. Er treedt een Holocaustvermoeidheid op of zoals ze in Duitsland zeggen een Schlussstrichbedürfnis, de behoefte om een streep te zetten onder die eeuwige Holocaust. Mensen willen zich niet meer schuldig voelen vanwege de daden van hun (groot)ouders, men is het slachtofferschap van de Joden zat.’

Dat geldt niet alleen voor Duitsland: hoewel de Jodenvervolging pas in de loop van de jaren zestig voor het eerst werd genoemd tijdens de Nationale Dodenherdenking (nog in 1960 keurden burgemeester en wethouders van Amsterdam een herdenkingsprogramma af vanwege een ‘te zwaar Joods karakter’), gaat het hier allang niet meer over. Elk jaar wordt de schreeuw om de geschiedenis in grijstinten te herschrijven en de grenzen tussen dader en slachtoffer op te rekken luider.

Het Namenmonument in Amsterdam, het nationaal gedenkteken voor de 102.000 gedeporteerde Nederlandse Joden, Sinti en Roma, staat er nog steeds niet en is verworden tot onderwerp van een bittere strijd. Journalist Auke Kok hekelt in NRC Handelsblad de grootte van het ontwerp, want: ‘de verkeersdeelnemers [zullen] (…) naar die muren met al die namen moeten kijken alsof de Schuld van de Holocaust ons telkens weer moet worden ingewreven.’

Lees ookDe slag om het Holocaust Namenmonument is nog niet gewonnen2 mei 2019
De Jood als dader

In 2018 werd Wenzel Michalski’s puberzoon Salomon door klasgenoten in elkaar geslagen nadat hij op school had verteld Joods te zijn. Opmerkelijk, want op deze antiracistische Friedenauer Gemeinschaftschule in Berlijn staat dialoog tussen de leerlingen met hun verschillende migratieachtergronden centraal. De ouders haalden verhaal bij de schoolleiding, die het voorval aanvankelijk bagatelliseerde. Maar toen duidelijk werd dat Salomon al lange periode gepest werd en dat de scheldkanonnades ronduit antisemitisch waren, kon men er niet meer omheen. Wat er was gebeurd, was niet in de haak volgens de schoolleiding, maar viel te verklaren vanuit de achterstelling van immigranten in de Duitse maatschappij.

Op zich is hier geen woord van gelogen. Veel moslimjongeren met een migratieachtergrond identificeren zich met hun Palestijnse broeders wier leed symbool is komen te staan voor hun eigen achterstelling en frustratie over wit Europa.

Met hun antikoloniale agenda richt de antiracismebeweging zich vaak op deze grote groep, die woede op Israël meeneemt in het debat. Sinds de tweede intifada is dit in een stroomversnelling geraakt en lijkt activistisch links geobsedeerd door de Palestijnse kwestie. Van Marxisme Festival tot debat over queer seksualiteit, van Women’s March tot antiracisme-demonstratie: Palestina is het hoofdingrediënt van de intersectionaliteitsoep.

Zo schrijft activistisch icoon Angela Davis in Freedom is Constant Struggle (2015): ‘In plaats van Palestina als “een aparte kwestie” of als een “probleem in de marge” te beschouwen (…) [moet] Palestina dé centrale kwestie zijn voor alle organisaties en bewegingen, die strijden voor emancipatie overal in de wereld.’

Het is de perfecte manier voor wit Europa om zowel koloniale als Holocaustschuld van zich af te schrijven.

Je kunt je afvragen waarom de Palestijnse kwestie voorrang heeft gekregen op het lot der Tibetanen (onderdrukt door China), de Koerden (onderdrukt door Turkije), de Sahrawi’s (onderdrukt door Marokko), de Beloetsjen (onderdrukt door Iran, Afghanistan en Pakistan) en de Rohingya (onderdrukt door Myanmar), om maar wat volkeren te noemen waar je in de antiracismebeweging nagenoeg nooit iets over hoort. Misschien vindt het Palestijnse leed zo gretig aftrek omdat in dit David en Goliathverhaal de boosdoener de rol van wit koloniaal Europa krijgt toebedeeld en de underdog de vertrapte inheemse Ander.

Joodse witheid fungeert hier als mechanisme om de schuld politiek correct bij wit te leggen, terwijl het niet jezelf betreft (want: de Joden). Deze voorstelling van zaken speelt in op het stereotype van Joden als almachtig en gaat nog een stapje verder: de Jood als dader, een handige bijkomstigheid voor hen die lijden aan Holocaustvermoeidheid. Het is de perfecte manier voor wit Europa om zowel koloniale als Holocaustschuld van zich af te schrijven.

Een welkome stok

Natuurlijk is kritiek op de regering van Israël legitiem en zelfs moreel wenselijk, maar er gaat iets mis wanneer voortdurend en alleen maar de focus op de enige Joodse staat ter wereld ligt, wanneer deze wordt afgeschilderd als bron van al het kwaad waarvan het bestaansrecht volledig wordt ontkend. Dat is geen kritiek, maar blinde haat. Er gaat iets mis wanneer Israël en Joden voortdurend door elkaar worden gehaald en wanneer Israëlcritici gebruik maken van antisemitische retoriek.

De reden dat de Friedenauer Gemeinschaftschule de pesterijen bagatelliseerde was dat de schoolleiding de ouders van de kinderen niet voor het hoofd wilde stoten. Want antisemitisme is officieel een doodzonde, maar pesterijen uit frustratie zijn te begrijpen en te vergeven. Deze houding zie je terug bij links dat zijn moslimkiezers wil beschermen (en behouden) en antisemitisme afdoet als Israël-kritiek en praktisch nooit benoemt voor wat het werkelijk is.

Wat het er niet beter op maakt, is dat rechts-populistische partijen zoals Alternative für Deutschland, Rassemblement National, Partij voor de Vrijheid en Forum voor Democratie het antisemitisme wél benoemen (volgens Marine Le Pen is haar partij het beste schild om Joden mee te beschermen). Natuurlijk gaat het in deze gevallen niet om oprechte bezorgdheid om een etnische minderheid, maar om een welkome stok om de islam en dus ook links mee te slaan (Le Pen zal nooit nalaten te melden waar haar schild de Joden tegen beschermt: ‘de enige echte vijand, islamitisch fundamentalisme’).

Voor het eerst in de geschiedenis presenteert politiek rechts de Jood als wit, dus als één van hen. Maar de recente toevoeging van het woord joods aan de christelijke beschaving heeft niets te maken met erkentelijkheid, maar is een truc om de zogenaamde bedreigde status van die beschaving aan te tonen.

‘Voor eigen gewin maakt rechts Joden deel van de westerse, door de islam bedreigde beschaving, en links gaat mee in de gedachte dat Joden deel uitmaken van de gevestigde orde, the white man’s narrative.’

Wenzel Michalski: ‘Voor eigen gewin maakt rechts Joden deel van de westerse, door de islam bedreigde beschaving, en op een gekke manier gaat links hierin mee. Niet in het idee dat het Westen wordt bedreigd, maar wel in de gedachte dat Joden deel uitmaken van de gevestigde orde, the white man’s narrative.’

En zo richt links in zijn strijd tegen wit privilege ook zijn pijlen op de Joden. Hoe meer rechts over antisemitisme praat, des te harder zet links zijn hakken in het zand en wordt er juist op islamofobie gewezen. Hoe meer rechts hamert op nationale tradities en roept dat Joodse oorlogsslachtoffers herdenken er daar een van is, des te meer wijst links op de andere, ‘vergeten’ slachtoffers en andere oorlogen. De zogenaamde traditie van Joden herdenken wordt door links bijna als net zo reactionair en politiek incorrect gezien als Zwarte Piet.

Wat nou wit?

Ben ik wit? Mijn witte huid geeft mij ongekende privileges: ik heb nooit problemen gehad met het vinden van een goede baan, wordt in winkels keurig te woord gestaan en de politie behandelt mij als zijn beste vriend. Dit en nog duizend andere voordelen zijn ongekend voor mensen met een donkere huidskleur.

Maar wit en zwart zijn meer dan kleuren. Wit is de norm, de meerderheid die gespeend is van een gevoel van persoonlijke pijn die van generatie op generatie is doorgegeven. Wit kan afstand nemen van het verleden, de daden van de voorouders wegwuiven en roepen dat het klaar is met die eeuwige schuld. Ik kan die afstand niet nemen, omdat ik leef onder de gevolgen van dat verleden dat verankerd is in mijn DNA.

Joden zijn nooit wit geweest, nooit de norm, nooit de meerderheid met ‘wapens en grenzen verantwoordelijk voor armoede, geweld en uitbuiting’. Voor het grootste deel van de geschiedenis zijn Joden als etnische minderheid uitgesloten, vervolgd en uitgemoord. Daar is verdomd weinig wit aan.

Mijn familie woont sinds de Spaanse Inquisitie in Nederland, het overgrote deel van de Nederlandse Joden is hoogopgeleid, doet het economisch gezien goed en participeert volledig binnen de samenleving. Dat maakt ons Nederlands, wit zelfs, we horen erbij. Maar dat dachten we ook toen we door onze landgenoten uitgeleverd werden aan de nazi’s. Wat nou wit? Ik trap daar niet meer in.

Anno 2019 zijn Joden een minderheid als nooit tevoren (nog maar 0,2 procent van de Europeanen is Joods) en nog nooit in de naoorlogse periode heeft het antisemitisme zo welig getierd. Toch zijn we opeens wit geworden, en is het de hoogste tijd dat onze privileges worden afgepakt. Ik vraag mij af: alweer? En: welke privileges?

Ik heb mijzelf altijd als links gezien, juist omdat ik een Jood ben. Want onze geschiedenis is ook onze kracht. Van Civil Rights Movement tot anti-apartheidsbeweging en LHBT-strijd: veel kopstukken van historische emancipatiebewegingen waren Joods. Dat was in tijden waarin solidariteit niet vanzelfsprekend was en woorden als intersectionaliteit nog lang niet waren uitgevonden. Dat links nu weigert voor ons op te komen, voelt als verraad. De revolutie vreet haar eigen kinderen op.