Liever luisteren dan lezen? Lou-Anna Druyvesteyn las dit verhaal voor.

and in me all that fire is repeated
– Pablo Neruda

‘Ik ben niet op zoek naar iemand om mee naar de film te gaan. Of naar een museum.’ De man tegen wie ik dat zei had gevraagd wat ik zocht in de liefde. Hij was naar het eiland komen fietsen waar ik een deel van de zomer doorbracht. Het was mijn eerste afspraakje via een datingsite. ‘Ik ben nieuwsgierig naar je,’ had hij geschreven. ‘Mag ik je opzoeken?’

Nu liepen we langs een strand dat zelfs op de allerwarmste dagen leeg was.

Het vreemde van daten via zo’n site is dat je nogal wat overslaat. Niets gaat geleidelijk. Je komt meteen ter zake. ‘Ik wil graag verbinding,’ zei ik.

Ik wist dat hij zou snappen wat ik bedoelde. Op de profielpagina van de datingsite kon je invullen wat je het liefst deed op je eerste afspraakje. Bijna iedereen tikt daar ‘een romantische strandwandeling’ in. De man met wie ik hier liep had voorgesteld om elkaar eerst eens tien minuten zwijgend in de ogen te kijken. Bovendien was het een expeditieklimmer. Die durft wat, dacht ik.

Nu liepen we dus alsnog langs het strand – dat zwijgende kijken zou pas later komen – en ook mensen die wat durven volgen de regels van het normale verkeer. Er lagen zeesterretjes aan de waterrand, de poeltjes krioelden van heremietkreeftjes, jonge meeuwen zochten luid piepend beschutting bij hun moeders. Onze blote armen raakten elkaar, en even had ik het verlangen op mijn knieën te zakken en voor de rest van mijn leven hier het onderwaterleven te bestuderen. De golven in te verdwijnen zoals ik de dagen voor zijn komst had gedaan, zwemmen in een uitgestrekte zee zonder een mens in zicht. Zo kon ik in gedachten bij mijn overleden geliefde blijven. Mijn baken, mijn ster.

‘Ik houd trouwens ook erg van alleen zijn,’ zei ik. ‘Samenwonen bijvoorbeeld zou ik nooit meer doen.’

‘Heb ik weer,’ antwoordde hij. ‘Ontmoet ik eindelijk een leuke vrouw, wil ze solitair leven. Nou, ik niet hoor.’

Portret van twee geliefden in een omhelzing

Met een paar swipes

Niet lang daarvoor had ik een gesprek gehad met gescheiden vrienden over wat ze nog moesten verwachten van een nieuwe relatie. Ze hadden kinderen, werk, hun eigen geld, een eigen huis, een vriendenkring. Voor seks hoefde je tegenwoordig ook geen relatie meer te hebben, zeiden ze, dat kon met een paar swipes worden geregeld. Wat voegde een relatie, vaak moeizaam vorm te geven op latere leeftijd, dan eigenlijk nog toe?

Ik wist precies wat ik zocht. Het soort verbinding dat je eigenlijk alleen kunt hebben in een liefdesrelatie, een ruimte waarin de grenzen van intimiteit tot in het oneindige kunnen worden opgerekt. Een beetje zoals de definitie van de Amerikaanse psycholoog John Welwood: ‘Wanneer we ons zelf aan onze partner openbaren en ontdekken dat dit eerder genezing dan schade met zich meebrengt,’ schrijft hij in zijn boek Liefde geven, liefde ontvangen, ‘doen we een belangrijke ontdekking – dat een intieme relatie een toevluchtsoord kan bieden uit de wereld van façades, een heilige ruimte waar we onszelf kunnen zijn, zoals we zijn.’

Ik had de liefde leren kennen als een plek van waaruit alles zich kon ontvouwen, zoals in het gedicht van E. E. Cummings, en daar wilde ik graag weer naar toe.

love is a place
& through this place of
love move
(with brightness of peace)
all places

yes is a world
& in this world of
yes live
(skilfully curled)
all worlds

Love is a place, E. E. Cummings

Maar die plek helemaal verkennen en oprekken is lastig. Bij liefde hoort meestal meteen van alles: wat je samen doet, hoe je je samen gedraagt, wat je samen beleeft. De gedragsformules en codes monden uit in verplichtingen die zo’n groots contact eerder belemmeren dan bevorderen.

Speelterrein

Filosoof Ype de Boer (29) onderzoekt in zijn boek Het erotisch experiment (Ten Have, 2019) wat de gevolgen zijn van beperkende definities, maar dan op het gebied van seks. Is het mogelijk, vraagt hij, om de veelvormigheid van het erotische tot ons door te laten dringen, er een ervaring mee te hebben die het niet vastlegt in begrippen, technieken of meningen erover?

De Boer wil de ruimte achter en om erotiek verkennen. Zelf merkte hij een paar jaar geleden hoe het erotische verlangen de werkelijkheid kan veranderen.

‘Als je opgewonden raakt, krijgt alles een andere bestemming,’ zegt hij op een zondagochtend op een plein in Amsterdam-Oost. ‘Je handen zijn er niet om een pen vast te houden of een servet te vouwen, maar om mee te strelen. Je mond is om mee te kussen. Je bed is geen rustplaats meer, maar een speelterrein. Het erotische kan zoveel gedaantes aannemen: soms is het mechanisch, soms agressief, soms vloeibaar. Door die mogelijkheden te volgen, verander je zelf ook. Maar als onze definities van erotiek te smal zijn, krijg je die hele ervaring niet mee. Hoe we denken over erotiek filtert onze ervaring. Als je seks ziet als een dierlijk mechanisme om instinctieve behoeften te bevredigen, ervaar je het ook zo, dan is dat wat je daarin aantreft.

Dat geldt evenzo voor de definitie van seks als “weg naar tantrische extase”, of seks als pornografische ervaring, of seks als machtsspel, waarbij je elkaar een beetje rondsmijt en commandeert. Allemaal heerlijk, maar als je aan een van die opvattingen vasthoudt, sluit je door die filtering alle andere mogelijkheden uit, en dan kun je verstarren, je geest beweegt niet meer, alles wat binnenkomt wordt ondergebracht en vervormd door de kaders die we al kennen. In die gevangenschap ontzeg je jezelf een verse ervaring.’

Portret van twee geliefden die handen vasthouden

Op het terras ontmoeten twee dertigers elkaar waarschijnlijk voor het eerst, getuige de verlegen gezichten, harde stemmen en onhandige motoriek. ‘Ik begin nu toch echt kaal te worden,’ zegt de man even later verontschuldigend tegen zijn tafelgenote.

Om ons heen vindt een onophoudelijke, grootschalige verkenning plaats van kansen op blijvend geluk – boven de straten, wiegend in de wind, slingers met hoopvolle harten.

Marionetten

De Boer stelt in zijn boek dat we tegenwoordig wel de vrijheid hebben om ons tot welke seksuele identiteit dan ook te bekennen, maar wanneer je eenmaal tot zo’n identificering bent overgegaan, bindt die bekentenis je ook meteen weer aan de sociale verwachtingen die een dergelijke positie met zich meebrengt. Je schikt je, schrijft hij, in ‘de normaliseringsprocedures die het gedrag en zelfbegrip van haar leden reguleren. Een homo gedraagt zich als een homo, een bi als een bi, een hetero als een hetero, een man als man en een vrouw als vrouw.’

Daardoor ontstaat er volgens hem een construct dat boven het leven geplaatst wordt en van daaruit dicteert wie we zijn, wat de wereld ‘is’ en hoe we ons moeten gedragen. Het resultaat: ‘oogkleppen waardoor we enkel nog tot ons nemen wat dit zelfbeeld bevestigt. Alles wat dit beeld tegenspreekt sluiten we dan buiten, noemen we onzin of merken we niet eens op. Dan verworden we, met andere woorden, tot marionetten van ons eigen poppenspel.’

Diezelfde verstarring kan gelden voor de liefde, beaamt De Boer. ‘Ook daarin kun je uit een stramien ontwaken.

Van binnen naar buiten

Het was die verstarring waartegen ik me verzette toen ik tijdens mijn eerste afspraakje zei: ik hoef niet naar de film. De laatste jaren heb ik onderzocht hoe ik minder moet en meer leef. Ik wilde minder gejakker en meer flow. Lees hierHet eerste deel van Annemieks zoektocht naar 'minder moeten, meer leven'23 januari 2018Tijdens die zoektocht ging ik na een relatie van twintig jaar scheiden, en daarna overleed onverwachts mijn nieuwe geliefde.

Ondanks de verliezen zijn mijn dagen door de keuzes die ik dagelijks maak moeitelozer geworden. Die flow, dat vloeiende meedeinen, zoek ik ook in de liefde. Ik wil liefde niet van buiten naar binnen vormgeven, niet vanuit verwachtingen en verplichtingen, maar van binnen naar buiten. Spelenderwijs uitvinden wat het kan zijn, zo’n intiem contact met iemand anders. Het laten ontvouwen als een bloem uit de knop. ‘Through the awakening of love we get a glimpse into the infinity of things…’ zegt zenfilosoof D.T. Suzuki. Dat klinkt vaag, en toch is het zo.

Portret van twee geliefden die handen vasthouden

Kostbare constructie

Maar of het nu komt door liefdevolle aanpassing aan elkaar, of door de angst om elkaar kwijt te raken; in lange liefdesrelaties raakt een deel van jezelf onvermijdelijk in de schaduw. Doeschka Meijsing schreef in Over de liefde dat getrouwde vrouwen na verloop van tijd doorzichtig worden. ‘Misschien is dat de bedoeling,’ voegde ze eraan toe.

Die vervaging van persoonlijke kracht kan evenzeer voor mannen gelden in lange relaties. Geliefden verbergen zich in elkaars bestaan, geven daarvoor een deel van zichzelf op, en als er dan iemand voorbijkomt die juist dat deel ziet en erkent, voelt de sprong naar die ander als een sprong naar het licht zelf. De personages in Esther Perels boek Liefde in verhouding omschrijven zo’n affaire als ‘helemaal tot leven komen’.

Is ‘verbinding’ niet de sleutel tot liefdesrelaties, nu we alle andere zaken individueel kunnen regelen?

Die nieuwe liefde ontwricht dan ogenblikkelijk de kostbare constructie die met zoveel moeite en zorg samen is opgebouwd. Dat wat eens een heel gezin beschutte, ligt nu opengebroken; kanonschoten in het bastion van gezamenlijkheid. Het gekoesterde ‘ons’ is uit elkaar getrokken tot twee diep gewonde individuen, en daarmee valt ook meteen de sociale cirkel uiteen als twee helften van een doorgesneden sinaasappel.

‘Misschien is scheiden een klein verlies in een groter geluk,’ zei mijn zestienjarige zoon onlangs over die keurig voltrokken verwoesting, maar dat voelden we destijds niet zo.

Samen opwandelend

Geldt die noodzaak van intieme aandachtigheid, van echte verbinding dus niet juist óók voor mensen in lange relaties, en niet alleen voor de mensen die opnieuw beginnen? Is ‘verbinding’ niet sowieso de sleutel tot liefdesrelaties, nu we alle andere zaken individueel kunnen regelen?

‘Ons leven leek op dat van alle anderen,’ schrijft Geir Gulliksen in zijn onbarmhartige roman Het verhaal van een huwelijk, ‘in elk geval oppervlakkig, en dat gaf ons een gevoel van saamhorigheid en rust. Wat ons echter onderling verbond en wat de continuïteit in ons leven uitmaakte, was ons verborgen leven, dat alleen ons tweeën aanging en dat we onze liefde noemden.’

Behoeft die onderliggende liefde niet door alle mondaine drukte heen het soort aandacht waarmee diamantairs hun stenen slijpen?

Het is geen originele vraag. ‘Intimiteit’ is in relatieland het nieuwe buzzword. Belinda Luscombe’s zojuist verschenen boek Nog lang en gelukkig. De kunst en wetenschap van bij elkaar blijven zet een reeks zinvolle ‘verbindstrategieën’ uiteen. Maar ook hier lijkt het instrumentele eerder een belemmering voor de hele ervaring dan een poort er naartoe. Liefde 2.0: wat zijn de contouren daarvan? Kan daar opnieuw over worden nagedacht? En is het mogelijk om dat contact van binnenuit op te rekken? Samen opwandelend, aftastend, onderzoekend?

Portret van twee geliefden in een omhelzing

Gelukzalige ervaring

‘Wat levert het op, dat onderzoek naar erotiek?’ vraag ik Ype de Boer die zondagochtend.

‘De ervaring dat de werkelijkheid rijker is dan je wordt aangepraat,’ zegt hij. ‘Wil je begrijpen wat “mens zijn” is, dan is het noodzakelijk om je te bevrijden van het geklets. De veelzijdigheid van het leven kunnen laten doordringen is een gelukzalige ervaring.’

Op de vraag hoe je zoiets praktisch aanpakt, antwoordt hij: ‘Zelfs tijdens een alledaagse vrijpartij kun je opmerken welke kant het op beweegt, welke posities je inneemt ten opzichte van elkaar, welke betekenis van seks hier aan het werk is.’

Dat onderzoek kan in een meer algemene verbinding ook, zegt hij. ‘Het is wel werken. Het vraagt een open, onderzoekende houding. Je moet een partner hebben die dat wil, die zelf ook geïnteresseerd is in die verschillende ervaringsdimensies. De vraag is niet hoe je dit ideaal helemaal kunt verwezenlijken, want dat levert mogelijk ook weer verstarring op, maar wat er eigenlijk allemaal gebeurt als je dit ideaal probeert te realiseren.’

Groter vocabulaire

De geschiedenis heeft slagen uitgedeeld, het effect ervan merken we in elkaars armen. Het weekend dat de fietser en ik elkaar zien, een paar weken na die eerste ontmoeting, is een lange slingerbeweging van hunkering, onzekerheid, interesse, onbegrip, tederheid en verdriet. We hebben besloten ‘samen een stukje op te lopen’ zoals dat tegenwoordig heet. De gezamenlijke zoektocht naar intimiteit vertaalt zich nu als aandachtige bestudering van alles wat zich gevoelsmatig tussen ons voltrekt.

Hij is daar als psycholoog getrainder in dan ik. Voor het eerst van mijn leven ben ik met iemand die voor wat zich tussen ons emotioneel afspeelt een groter vocabulaire heeft. Ik merk dat ik voor de vele wendingen die het neemt geen taal heb. Vaak vraagt hij me iets, en heb ik geen idee wat ik moet antwoorden. Bijvoorbeeld: ‘Als jouw manier van jezelf beschermen je terugtrekken is, hoe kan je de beweging dan omdraaien en juist uitreiken?’

‘Kun je niet gewoon blijven staan?’ vraagt hij, als ik me op een dag urenlang digitaal verstop na een reprimande. ‘Zeg me gerust wat er aan de hand is. Ik kan heel veel hebben.’

Intellect is leuk en aardig, maar je moet het de levensstroom niet al te zeer laten verstoren.

Dit is verbinding als emotionele opvoeding, zoals de Amerikaanse schrijfster Gloria Jean Watkins, beter bekend onder haar pseudoniem bell hooks, dat in haar boek All About Love: New Visions graag ziet. In dat opzicht is liefde volgens haar bij uitstek een transformerende kracht die door de aandacht voor gevoelens oude patronen kan doorbreken en van je hart een opener, lichtere plek kan maken. Het zou fijn zijn, stelt ze, als we ook onze kinderen wat emotioneel bekwamer zouden kunnen maken om hun kansen op een succesvolle, volwassen relatie te vergroten.

Portret van twee geliefden die handen vasthouden

‘Het lijkt haast wel therapie,’ mopper ik tegen hem. ‘Haal dat “haast” maar weg,’ reageert hij opgewekt.

Mijn zwijgen, het onder water gaan, het blijmoedige aanpassen gaat hier niet, en dat schuurt.

‘Waarom wil je alles in woorden gieten?’ vraag ik hem op een ochtend een beetje radeloos. ‘Beweeg je daarmee niet juist van de ervaring áf?’ Ik stuur hem een van mijn favoriete citaten van zenfilosoof D.T. Suzuki over dat het intellect leuk en aardig is, maar dat je het de levensstroom niet al te zeer moet laten verstoren.

Het liefdevolle voegen

We zien elkaar de rest van de zomer niet, hij is vijf weken op reis. Ik krijg een foto uit een verlaten paardenstal op IJsland waar hij tijdens een fietstocht van noord naar zuid zijn binnentent heeft opgezet. Het stormt op de hoogvlakte, en het is tegen het vriespunt. Later filmt hij het vulkanische landschap – ‘dan heb je een idee’, hoor ik hem zeggen, zijn grijze haar vliegend in de wind. En ook: ‘Ik wil tijd met je.’

‘Oké,’ whatsappt hij later die week vanuit een tent in de vrieskou, ‘ik neem gas terug. Niet iedere emotie hoeft te worden benoemd.’

‘Graag,’ antwoord ik opgelucht.

Het liefdevolle voegen is begonnen.

In Het verhaal van een huwelijk is het allemaal voor niks geweest, al die gezamenlijkheid, dat warme naar elkaar toe neigen. Gulliksen laat zien hoe moment na moment de rot erin sluipt. En dan is er steeds dat meedogenloze, terugkerende zinnetje van de verteller: ‘Later, toen ze elkaar niet meer kenden…’

Ik geloof niet in de vergeefsheid van de liefde. Zelfs na het einde ervan voel ik dat de zorg van mijn ex-geliefden, levend en dood, mij tot op celniveau heeft doordrongen; wat zich tussen ons aan liefde voltrok maakt nog steeds deel uit van het weefsel waaruit ik besta. Het bouwde me op, gaf me vorm. Dat is óók de kracht van de liefde. Eigenlijk geloof ik er na alle tegenslag juist meer in dan ooit.

De foto’s bij dit artikel kwamen tot stand dankzij Anyah Black Sealey, Diek van der Plas, Sophie Hemels en Arnaud Stockbroekx.