Opnieuw relevant, want

Vandaag verschijnt Kijk ons dansen, de nieuwe roman van Leïla Slimani. In 2021 schreef Pieter van den Blink dit profiel van een van de meest invloedrijke hedendaagse Franse schrijfsters.


Je kunt dit verhaal ook beluisteren.

Met een hart dat bonst van verwachting stapt de jonge Française Mathilde in 1946 uit het vliegtuig in Rabat. ‘Maak dat dit land mij niet vijandig zal zijn,’ denkt ze. De tien jaren volgend op die wens zijn het onderwerp van Mathilde, de nieuwe, geweldige roman van Leïla Slimani, het eerste deel van een trilogie getiteld Het land van de anderen.

Mathilde wordt in Marokko gezien als een vreemdeling. En van vreemdeling is het een kleine stap naar vijand. Zeker in een land waar het nationalisme aanzwelt. Het was het laatste decennium van Marokko’s status als Frans protectoraat, in 1956 verwierf het land de onafhankelijkheid.

Zelf legde Leïla Slimani (Rabat, 1981) het traject van Mathilde in tegenovergestelde richting af, toen ze op haar zeventiende van Marokko naar Frankrijk ging om te studeren. Misschien voelde zij toen, net als haar Mathilde, ook trots dat zij door te emigreren aan haar lotsbestemming was ontsnapt, al waren niet alleen de richting maar ook de omstandigheden van haar verhuizing heel anders dan die van Mathilde in de roman.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat het voor Slimani juist een bevestiging van haar lot was om in Parijs een chique opleiding te gaan volgen, want dat is wat veel Marokkanen uit de elite doen, nadat ze in hun geboorteland de Franse school hebben doorlopen. Slimani had bovendien al vanaf haar geboorte behalve de Marokkaanse ook de Franse nationaliteit.

Frankrijk is Slimani vooralsnog ook niet vijandig geweest, integendeel. Maar toch zal zij, zoals iedere migrant, hebben moeten leren te leven in ‘het land van de anderen’. En ook zij maakt nu mee dat de situatie in het nieuwe land steeds onrustiger wordt, de tolerantie minder.

Universeel

In dat gewonde, labiele Frankrijk is Slimani nu op haar 39ste een gevierd schrijfster, die over de volle breedte van het literaire veld haar plaats inneemt. Niet alleen met romans maar ook met essays, pamfletten en kinderboeken. Daarnaast schuwt ze de media niet. Direct na de aanslagen in Parijs en Saint-Denis op 13 november 2015 schreef zij een fel stuk, getiteld: ‘Extremisten, ik haat jullie’. Een oorlogsverklaring aan de geweldplegers en hun inspirators, in de vorm van een op Victor Hugo geïnspireerde ode aan Parijs, de stad waar Slimani voor het eerst dronken werd van vrijheid, liefde en schoonheid.

Een jaar eerder had zij de aandacht getrokken met haar debuutroman In de tuin van het beest, over het dubbelleven van de Parijse Adèle, voor de helft een brave echtgenote, voor de andere helft een onverzadigbare seksverslaafde die door de stad schuimt op zoek naar vervulling. Haar tweede boek Een zachte hand, het verhaal van babysitter Louise die de haar toevertrouwde kinderen vermoordt, werd een jaar later bekroond met de Prix Goncourt en in 44 talen vertaald. Die twee boeken presteren het om een zeer particulier verhaal een betekenis en een geldigheid te geven die veel groter, om niet te zeggen universeel is.

Leila Slimani
Als Slimani een superster is, dan in de eerste plaats vanwege haar literaire talent.
Ontregelend

Een zo mooie, jonge vrouw, half Marokkaans, half Frans, die zich zo uitspreekt over van alles, en dan de Prix Goncourt wint met haar tweede boek – Frankrijk was helemaal hoteldebotel van Leïla Slimani. Van de filmfestivals van Cannes en Deauville tot de soirées in Parijs, de rode loper werd overal voor haar uitgerold. De aandacht, de hype, de gekte rondom haar persoon, Slimani liet het gretig op zich afkomen. Sommigen vergeleken haar cultstatus met die van Françoise Sagan na de verschijning van haar roman Bonjour tristesse in 1954.

Toen ik in het voorjaar van 2017 na heel veel e-mails en sms’jes een interviewafspraak met haar had, was ze de greep op haar agenda zodanig kwijt dat ze de ontmoeting op het laatste moment verplaatste naar haar huis, wat in Parijse kringen hoogst ongebruikelijk is. Ik kan doen alsof het een eer was, maar het was gewoon improvisatie.

Slimani is iemand voor wie de dagen per definitie te kort zijn, omdat er permanent geleefd én permanent geschreven moet worden. Een schrijfster van haar kaliber, de Goncourt als het ware in haar achterzak, die de deur voor je opendoet en op kousenvoeten wat kinderspeelgoed terzijde schuift, het was ontregelend. Des te meer omdat haar appartement volstrekt samenviel met de setting van Een zachte hand, inclusief een babysitter zwijgend in de hoek van de kamer. Voor wie het beklemmende boek had gelezen, was dat alsof je na het kijken van The Shining een verlaten hotel binnenloopt. Slimani had griep, zag er niettemin weergaloos uit, rookte de ene sigaret na de andere en zei dat ze helaas iets minder tijd had dan voorzien.

De discipline van de schrijftafel

Sindsdien moet zij de discipline van de schrijftafel hebben hervonden, anders had dit nieuwe boek, dikker maar vooral grootser van opzet dan de eerste twee romans, niet kunnen verschijnen. Maar zij is ook doorgegaan met naar buiten treden om zich als publiek figuur in te zetten voor haar engagement, dat ook in haar romans aanwezig is zonder het literaire élan te hinderen. Zo is Mathilde, na de nymfomane Adèle en de moordenares Louise uit de vorige romans, opnieuw een buitenissige vrouw met een sterke wil, die met haar omgeving botst, buigt maar net niet breekt.

Alles aan Leïla Slimani doet vermoeden dat haar pen nog vol zit met personages en verhalen van dezelfde snit. Amper was de inkt van Mathilde droog of zij publiceerde een historisch kinderboek over een pionierster op het gebied van plastische chirurgie, die al in 1912 een facelift uitvoerde bij niemand minder dan Sarah Bernhardt. Niet in een hospitaal want daar was een vrouwelijke chirurg nog uit den boze, maar gewoon thuis in haar Parijse appartement, dat volhing met doeken van Dégas. Alle dagen droeg deze Suzanne Noël een hoedje waarop stond: Je veux voter (ik wil stemmen). Niet alleen als chirurg maar ook als suffragette was Noël haar tijd ver vooruit; het vrouwenkiesrecht werd in Frankrijk pas ingevoerd in 1944.
Zo’n kinderboek met een grappig omslag lijkt op het eerste gezicht een uitstapje dat de auteur zichzelf heeft gegund na het zwoegen op de roman. Maar het past in Slimani’s engagement, en ook een kleine steen heeft waarde in het bouwwerk van een oeuvre.

Rode oortjes

In Marokko is Slimani even beroemd als in Frankrijk, maar juist die roem maakt haar verhouding tot het vaderland tot een lastige. De tragische wet van de succesvolle emigrant doet zich gelden: voor de ene Marokkaan kan Slimani nooit genoeg doen om de misstanden in het land wereldkundig te maken, in de ogen van de ander is zij een laffe verrader zodra zij vanuit Frankrijk iets zegt over Marokko. Haar boeken zorgen ondertussen voor rode oortjes.

Toen In de tuin van het beest verscheen in Marokko – Slimani had bedongen dat de verkoopprijs er lager zou zijn dan in Frankrijk – ontving het lovende kritieken en zelfs een prijs, uitgereikt in en dóór Hotel Mamounia, het Amstelhotel van Marrakesh. Slimani reisde het land door om over het boek te praten, zonder dat ergens de pleuris uitbrak. De hoeders van de conservatieve moraal werden niet gealarmeerd door het boek. Wellicht was dat anders geweest als Slimani van de nymfomane Adèle een moslima had gemaakt, of als zij haar personage niet in Parijs maar in Rabat op mannenjacht had laten gaan.

In interviews benadrukte Slimani dat om de aandacht niet af te leiden van de bezetenheid waaraan Adèle ten prooi is, zij vooral een individu moest zijn en niet representatief voor een geloof of een cultuur. Juist daardoor is zij voor iedereen herkenbaar. Tegelijkertijd is het ook een teken van verandering in de Marokkaanse mores dat Hotel Mamounia zijn naam durft te verbinden aan een boek als dit. In haar dankwoord voor de prijs zei Slimani dat zij literatuur beschouwt als een ‘vrijplaats’ waar zij niet Frans of Marokkaans of moslim of seculier hoeft te zijn, maar alleen een ontketende menselijke stem.

In 2017 verscheen Seks en leugens. Gesprekken met islamitische vrouwen. Deze onverbloemde interviews zijn een meesterstuk van journalistiek, een vak dat Slimani enige tijd beoefende voordat zij besloot haar leven te wijden aan het schrijven van fictie.

Slimani lijkt voor niemand bang. Niet voor de extremisten, niet voor de Marokkaanse koning, niet voor de president van Frankrijk, zelfs niet voor Catherine Deneuve.

Vorig jaar zette Slimani haar naam en faam in voor de zaak van een journaliste die in Marokko gevangen was gezet wegens ‘illegale abortus en seksuele relaties buiten het huwelijk’. Samen met cineaste Sonia Terrab schreef Slimani een pamflet. ‘Wij hebben buitenechtelijke seksuele relaties gehad. Wij hebben een abortus ondergaan, uitgevoerd of eraan meegewerkt,’ stond er onder meer. Het geheel ademde de geest van het ‘Manifest van 343 sletten’ dat begin jaren zeventig een rol speelde in de strijd voor legale abortus in Frankrijk. Met een indrukwekkende lijst ondertekenaars werd Slimani’s pamflet gepubliceerd in diverse Marokkaanse media. Prompt behaagde het de koning om de journaliste gratie te verlenen, binnen een maand was ze uit de gevangenis.

Het recht op rust

Is Leïla Slimani inderdaad een ‘Superstar’? Met dat woord zette de Franse Elle haar drie jaar geleden op de cover.

Niet lang na de verkiezingswinst van Emmanuel Macron in mei 2017 zat zij thuis haar baby de borst te geven. De telefoon ging. Met het kind op de arm nam de jonge moeder op. Het was de nieuwe president, die haar vroeg om minister van cultuur te worden. Slimani hing lachend op, in de overtuiging dat het een grap van haar man was. Maar nog voordat ze haar Antoine kon bellen om hem te zeggen dat ze er echt bijna ingestonken was, ging de telefoon alweer. De stafchef van het Élysée vroeg of zij de nieuwe president misschien nog even te woord zou kunnen staan zonder op te hangen. Macron herhaalde zijn verzoek. Ditmaal bedankte Slimani hem beleefd. ‘Ik ben schrijfster,’ verduidelijkte zij.

Op een volgend verzoek van Macron ging zij wel in. Ze werd zijn ‘persoonlijke vertegenwoordiger voor de Francofonie’, een niet al te strikt omschreven functie ter bevordering van de Franse taal wereldwijd. Het verschil met een ministerschap, volgens Slimani, is dat zij in deze rol niet de regering maar het land vertegenwoordigt. Dat geeft haar de ruimte om zich kritisch uit te laten over het beleid van Macron wanneer ze dat nodig acht. En dat komt voor. Ze richtte rechtstreeks het woord tot hem in een kritische open brief in Le Monde, en mobiliseerde een protest tegen de uitzetting van een minderjarig meisje – eveneens met succes.

Ze lijkt voor niemand bang. Niet voor de extremisten, niet voor de Marokkaanse koning of de conservatieve krachten in het land, niet voor de president van Frankrijk, zelfs niet voor Catherine Deneuve. Toen de grande dame van het witte doek midden in #MeToo een pleidooi hield vóór flirten en charmante handtastelijkheid, pakte Slimani haar pen om weerwoord te bieden. ‘De vrijheid die ik opeis betekent dat mijn houding niet becommentarieerd wordt, noch mijn kleding, mijn doen en laten, de vorm van mijn billen, de omvang van mijn borsten. Ik eis het recht op rust, op alleen zijn, het recht om me voort te bewegen zonder angst.’

Libido als toevluchtsoord

Als Slimani een superster is, dan in de eerste plaats vanwege haar literaire talent. Dat zet zij aan het werk om maatschappelijke thema’s te onderzoeken en wellicht verandering teweeg te brengen. Maar het belangrijkste resultaat zijn haar magistrale boeken.

De trilogie waarvan Mathilde (vertaald door Gertrud Maes) het eerste deel is, heeft als overkoepelende titel Het land van de anderen. In de Franse uitgave heet dit eerste deel niet Mathilde maar: La guerre, la guerre, la guerre. Nogal een verschil, zeker als je weet dat de schrijfster heeft verklaard dat zij in de trilogie een ‘genealogie van het geweld’ wil geven.

Denk daarbij niet alleen aan de wreedheden van het kolonialisme en de daaropvolgende wraakzucht bij de onderdrukten, of aan wereldoorlogen die de levensloop van mensen op de vreemdste manieren kunnen beïnvloeden. Bij Slimani is geweld ook altijd een familieaangelegenheid.

In elke ademtocht van de personages in Mathilde hoor je het rochelen van de geschiedenis.

Zoals zij vorig jaar zei: ‘Ik heb nooit geloofd in het warme, onschuldige beeld van het gezinsleven als veilige haven. Het leven thuis is geen minderwaardig onderwerp. De woonkamer is het eerste adres van het geweld, is het eerste adres van de politiek. Er is geweld tegen kinderen, geweld tegen vrouwen, geweld tussen echtgenoten, sociaal geweld, dat vindt allemaal plaats achter de voordeur.’

De oorlog heeft Mathilde geleerd dat zij haar angst kan overwinnen door te masturberen, telkens als de bommenwerpers overvliegen. Ook later in haar leven zal haar libido een toevluchtsoord blijven.

Nieuwe taal

Aan het eind van de oorlog ontmoet Mathilde haar man Amine, die als spahi haar stad komt bevrijden. Spahi’s waren soldaten uit Marokko, Algerije en Tunesië die in het Franse leger vochten. Mathilde valt als een blok voor de Marokkaan die voor haar huis uit zijn Jeep stapt. Hij is een kop kleiner dan zij, maar op alle manieren overweldigend. Voor hem laat ze huis en haard achter en stapt ze op dat vliegtuig naar Rabat. Amine zoent haar ter begroeting op de wang, alert op de blikken van omstanders. En dan pakt hij haar ‘bij de rechterarm, op een manier die sensueel was maar waar tegelijkertijd een dreiging van uitging. Het leek alsof hij haar onder zijn gezag wilde hebben.’

Hij neemt Mathilde mee naar een hotel, het huis waar zij zullen gaan wonen is nog niet helemaal klaar. In het hotel valt voor het eerst het woord ‘vijand’. Het is een portier die haar aankijkt met een blik vol haat, en Amine met minachting.

Het geluk, het echte pure geluk van geliefden die bezeten zijn van elkaar, duurt voor Mathilde precies twee dagen. Achtenveertig uur ligt ze met Amine in het hotelbed. Dan gaat hij de deur uit om een paar dingen te regelen, om terug te keren met de mededeling dat ze zo lang bij zijn moeder gaan wonen. ‘Dat meen je niet,’ antwoordt Mathilde. ‘Zo gaat dat hier,’ zegt Amine. Wat de lezer dan al vermoedt, staat er ook nog eens achter, even droog als expliciet: ‘Dat zinnetje zou ze nog vaak horen.’

Drie jaar zal ze in de medina wonen, onder één dak met haar schoonfamilie en een voormalige slavin. Mathilde laat zich er niet door uit het veld slaan, ook niet als haar schoonmoeder haar een ‘Nazarener’ noemt. Voor Amine staat ze in vuur en vlam, en Marokko betovert haar zo dat ze kwaad wordt op zichzelf omdat ze de woorden niet heeft om het in haar brieven naar huis goed te beschrijven. Nog even lijkt Mathilde hier het spiegelbeeld van de schrijfster Slimani, als zij droomt over de ‘nieuwe taal’ die ze zou moeten vinden om recht te doen aan haar indrukken. Het gaat haar niet om de feiten, die ze in haar brieven al spoedig begint te verdraaien en te verzwijgen.

Maar Mathilde is geen omgekeerde Slimani. De schrijfster heeft haar gemodelleerd naar haar grootmoeder van moederszijde, die daadwerkelijk op die manier haar man ontmoette en voor hem vanuit de Elzas – het minst mediterrane stukje van heel Frankrijk – naar Marokko vloog om te blijven.

De pijnpunten van de migratie

De familieleden van Mathilde, haar oude in Frankrijk en haar nieuwe in Marokko, belichamen de pijnpunten van de migratie. In elke ademtocht van deze personages hoor je ook het rochelen van de geschiedenis. Mathildes vader, een bon vivant die na de huwelijksvoltrekking met zijn kersverse schoonzoon wilde verbroederen door hem mee te nemen naar de hoeren, sterft zonder dat zij afscheid van hem heeft kunnen nemen. Haar zwager, die al nooit begreep hoe Amine in het Franse leger kon dienen, raakt steeds meer gegrepen door het nationalisme, maar mag van zijn moeder niet thuis vergaderen met zijn strijdmakkers.

De vader van Amine heeft zijn leven lang kromgelegen om een stuk land te kunnen kopen. Aan zijn visioenen van akkers vol wuivend graan en gulle wijnranken gaf hij uiting met de woorden ‘Onze grond!’ Na zijn overlijden blijven die naklinken in de oren van Amine, die helaas al snel moet constateren dat de keiharde aarde die hij heeft geërfd meer neemt dan geeft.

Na die drie jaar in het huis van de moeder trekt het jonge echtpaar eindelijk in de boerderij op het eigen, onwillige land. Het is in Mathilde’s ogen allemaal ‘minder Toscaans’ dan ze zich had voorgesteld, ‘eerder Far West’. Maar ze probeert van elke dag het beste te maken. Na een dochter krijgt ze een zoontje. Amine beult zich af op het land, zij zorgt voor de kinderen.
Op hun erf groeit een boom. Het is een kruising, die boom: half citroen, half sinaasappel. Zijn vruchten zijn niet te eten, het lukt niet om het zoet en het zuur te mengen tot iets nieuws. Een sombere metafoor dus, hoe knap het ook is van die boom dat hij überhaupt wil groeien in de dorre grond. Die boom staat daar als een verwezenlijking van het motto dat Slimani aan deze roman meegaf, afkomstig van de Frans-Antilliaanse schrijver Édouard Glissant: ‘De verdoemenis van dit woord: rassenvermenging, laten we het in koeienletters op de bladzijde zetten.’

De neiging om te vertellen hoe het boek afloopt, kan ik slechts bedwingen met de hoop dat ik door het niet te vertellen méér mensen aanzet om het zelf te gaan lezen. Breekt Mathilde werkelijk niet, of misschien toch een beetje? Laat ik volstaan met te zeggen dat ik vermoed dat die boom, of metaforische aftakkingen ervan, nog wel zullen opduiken in het vervolg van de trilogie.

Haar eigen familiegeschiedenis

Het interview dat ik met de snotterige schrijfster had, kreeg als titel ‘Je kunt mensen niet echt kennen’. Dat gold evenzeer voor de babysitter en het echtpaar bij wie zij dagelijks in huis is in Een zachte hand als voor Adèle uit In de tuin van het beest, die zichzelf in de spiegel bekijkt terwijl ze haar man bedriegt. Het geldt zelfs voor Mathilde en Amine, die met elkaar neuken, lachen en vechten, samen een hard bestaan delen en toch in hoge mate vreemden voor elkaar blijven.

Slimani heeft aangekondigd dat in het volgende deel de levens van Mathildes zoontje Selim en haar schoonzus Selma gevolgd zullen worden. Als zij net als voor Mathilde inspiratie blijft zoeken in haar eigen familiegeschiedenis, zal misschien ook het verhaal van haar vader opduiken. Othman Slimani was een vooraanstaand bankier, zelfs enige tijd staatssecretaris, maar op een dag ineens persona non grata in zijn eigen bank. Hij kwam thuis te zitten in afwachting van rehabilitatie, die uiteindelijk pas postuum zou worden verleend. Bij leven faalde zijn verdediging tegen de beschuldigingen van corruptie, en belandde hij in de gevangenis. Toen hij eruit kwam, was hij ziek en leefde hij nog maar kort.

In het derde deel zou dan haar eigen leven aan bod komen. Maar dat is nog toekomstmuziek. Vooralsnog heeft Leïla Slimani een prachtige roman geschreven, een traag boek in vergelijking met haar eerdere werk. De eerste twee romans waren zweepslagen, dit is een rollende golf, en niet alleen door de grotere tijdspanne. Dit even weidse als intieme portret van een leven, dat wil zeggen de som van passies en tegenslagen, is ook een zorgvuldig opgebouwd verhaal over de onmogelijke verhouding tussen Noord en Zuid, tussen kolonisator en gekoloniseerde, tussen islam en persoonlijke vrijheid. Behalve als meeslepend familieverhaal is het dus ook te lezen als antwoord op de vraag die schrijvers als Slimani constant krijgen om ‘zich uit te spreken’ over al die onderwerpen.

Kort na de onthoofding van de leraar Samuel Paty nam Leïla Slimani ‘voor eens en voor altijd’ afscheid van de sociale media, omdat ze de ‘ongefilterde haat’ niet langer wil verdragen. Ook heeft ze aangekondigd dat ze binnenkort met haar gezin naar Cambridge verkast, waar Harvard haar een positie heeft aangeboden. Superstar zoekt de luwte op. Met het oog op de vele boeken die zij nog moet schrijven is dat ongetwijfeld een verstandig besluit.