Na zeven maanden van moeizaam overleg strandde van de week het overleg over het Landbouwakkoord. Op het allerlaatste moment trok land- en tuinbouworganisatie LTO zich terug uit de onderhandelingen. Tot verbazing van andere partijen aan tafel, en bittere teleurstelling van landbouwminister Piet Adema. Prompt begon het zwartepieten. Anonieme bronnen in de coalitie meldden dat er prachtige laatste toezeggingen op tafel lagen om de land -en tuinbouworganisatie over de streep te trekken, volgens LTO lag er de avond tevoren niet meer dan één A4’tje met boterzachte ‘intenties’.

Feit is dat de bestuurders van LTO er geen vertrouwen meer in hadden dat het concept-onderhandelaarsakkoord, dat woensdag gesloten had moeten worden, op draagvlak kon rekenen in de achterban. Terwijl herstel van het vertrouwen tussen overheid en boerenstand nu juist de hele inzet was, en LTO had toegezegd de uitkomsten van het ‘onderhandelaarsakkoord’ ter consultatie aan de leden voor te leggen. Precies daar wringt de schoen, want de achterban van de boerenorganisatie is dieper verdeeld dan ooit.

Aan het begin van het derde kabinet-Rutte in 2017 stond LTO bekend als een van de machtigste lobbyclubs van Nederland. In het regeerakkoord wist de land- en tuinbouworganisatie nog vrijwel haar hele inzet binnen te halen, van het herstel van een zelfstandig ministerie van Landbouw tot honderden miljoenen voor een ‘warme’ sanering van de varkenshouderij.

In een groot onderzoeksverhaal dat ik in dat jaar samen met Chris Ostendorf van Nieuwsuur schreef voor Vrij Nederland verklaarde toenmalig voorzitter Marc Calon: ‘Halverwege de formatie zeiden ze tegen me: het gaat niet lukken met dat ministerie. Maar ik zeg altijd: je moet voetballen als een Duitser, je moet áltijd doorgaan.’ En: ‘Een goede lobby moet je eerst richten op de beleidsambtenaren. Ik zeg altijd: schaal acht tot tien, díé moet je overtuigen. Dan ga je naar de directeuren-generaal, dan pas naar de minister en de Kamerleden. Je moet ook heel goed weten: welk belang heeft een minister of Kamerlid? Als je daar tegenin gaat, wordt het niks. Je moet vooruitdenken en goed investeren in persoonlijke contacten.’ De kern van de zaak, verklaarde Calon: het opbouwen van een vertrouwensband met de belangrijkste spelers.’ En: ‘Als je effectief wilt lobbyen, moet je ervoor zorgen dat je met alle belangrijke spelers een vertrouwensband opbouwt. Dat is hoe het werkt.’

Dat vertrouwen heeft deze week een flinke dreun gekregen, door het onverwachte opstappen van LTO. Maar hoewel de pijlen nu worden gericht op Sjaak van der Tak, de opvolger van Marc Calon, omdat hij niet de moed zou hebben opgebracht de achterban te trotseren, is de onverwachte zet hem moeilijk kwalijk te nemen.

Op zichzelf is er niks mis met dat het kabinet uitvoerig is gaan praten met alle partijen.

Sinds de afschaffing van de productschappen in 2014 heeft LTO Nederland geen publieksrechtelijke status meer, is lidmaatschap voor agrariërs geen harde noodzaak meer, en is de lobby-organisatie als vereniging dus steeds afhankelijker geworden van de goedgunstigheid van de leden, die zich steeds minder door LTO vertegenwoordigd voelden. Hier wreekte zich een ontwikkeling die het hele traditionele maatschappelijk middenveld heeft getroffen, van de vakbonden tot de werkgeversorganisaties. De onvrede over het stikstofbeleid van de afgelopen jaren leidde tot verdere versplintering en polarisatie in de agrarische wereld.

Met de oprichting van Farmers Defence Force en Agractie verschenen geduchte concurrenten op het toneel. Zo kon het gebeuren dat LTO in de onderhandelingen over het Landbouwakkoord niet de enige onderhandelaar namens de boeren is, maar aan de hoofdtafel zit met twee andere organisaties: NAJK en Biohuis. Aanvankelijk ook nog met Agractie, en dat er aan de andere overlegtafels met maar liefst vijftig organisaties wordt gesproken. In die wankele constellatie moet het hoofdbestuur zijn weg zien te vinden, om er een onderhandelaarsakkoord uit te slepen dat op voldoende draagvlak onder de leden kon rekenen. En dat is dus onmogelijk gebleken.

Op zichzelf is er niks mis met dat het kabinet uitvoerig is gaan praten met al die partijen: dat was ook het dringende advies van oud-minister Johan Remkes, die vorig jaar als onafhankelijk voorzitter de strijdende partijen weer aan tafel wist te krijgen. Maar misschien was de hoop op een door alle partijen gesteund, alomvattend akkoord wel heel hooggespannen. In de wandelgangen valt op te vangen dat individuele bestuurders, ook van LTO, zich best konden vinden in de doelstellingen van het beleid, maar dat het te veel gevraagd was om ook hun handtekening te zetten onder de meest pijnlijke maatregelen, en vervolgens tegenover de achterban te moeten verdedigen wat een keuze van de politiek zou moeten zijn.

In dat opzicht is het zo erg nog niet dat het overleg over het Landbouwakkoord is ontploft. Nu weten het kabinet en de betrokken ambtenaren tenminste in welke richting enigszins aanvaardbare compromissen te vinden zijn, en kan het kabinet in het stikstofbeleid eindelijk gaan doen waar het tot nu toe niet zo goed in is gebleken: regeren.